De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN BELANGRIJK PROEFSCHRIFT EN EEN INTERESSANTE PROMOTIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN BELANGRIJK PROEFSCHRIFT EN EEN INTERESSANTE PROMOTIE

6 minuten leestijd

Donderdag 2 December is te Utrecht ds. J. de Bruyn, thans predikant te Leeuwarden, en voorheen hulpprediker te Ridderkerk en predikant te Gemert, gepromoveerd tot doctor in de godgeleerdheid op een proefschrift over „Thomas Chalmers en zijn kerkelijk streven".

Dr. de Bruyn heeft meermalen blijk gegeven tot die predikanten te behoren, die hoewel geen lid van de Gereformeerde Bond, toch zeer dicht bij ons te staan. Dit doet ons met nog te meer blijdschap hem van harte gelukwensen en gaarne sluiten wij ons aan bij dewens van de promotor, prof. dr M. van Rhijn, dat nu dr. De Bruyn zich ingewerkt heeft in de Schotse kerkgeschiedenis, van zijn hand nog eens een studie zal verschijnen over b.v de gebroeders Erskine, wier prediking ook in ons land zoveel gehoor gevonden heeft en die nog steeds onder ons gelezen worden.

Onder grote belangstelling, zowel van theologen als van gemeenteleden, heeft dr. De Bruyn zijn proefschrift en stellingen verdedigd tegen de bedenkingen van de Utrechtse Theologische Faculteit. Het is een boekwerk van 272 blz. (uitg. G. F. Callenbach, Nijkerk), waarin wij een vaak boeiende beschrijving ontvangen van de persoon en het werk van de Schotse theoloog Th. Chalmers, die leefde van 1780—1847, na John Knox, de meest belangrijke figuur in de Kerk van Schotland. Als predikant te Kilmany en Glasgow, ontwikkelde hij zich van een liberaal Moderate, wiens belangstelling aanvankelijk meer naar de natuurwetenschappen, dan naar de theologie uitging, tot een overtuigd Evangelical. Zowel als predikant, als later als hoogleraar, eerst te St. Andrews en daarna te Edinburg, bleek hij een brede sociale belangstelling te hebben, die wéinig waardering had voor Met systeem van armenzorg, toen in zwang, en daartegenover in zijn gemeente het diaconaat herstelde. Hij was er steeds op uit de behoeftigen zo mogelijk aan het werk te krijgen en poogde door christelijk onderwijs en broederlijke hulpverlening de massa te verheffen en tot de kerk terug te brengen. Dit alles heeft hij onvermoeid nagestreefd binnen het kader van, het parochiestelsel, waar hij een overtuigd voorstander van was. Een theoloog dus met grote diaconale, sociale en (zoals men dat tegenwoordig bij voorkeur noemt) apostolaire interesse;

Hoewel Chalmers in veel opzichten zijn tijd; ver vooruit was, was hij anderzijds toch ook kind van zijn tijd. Zo was de promotor van gevoelen, dat de invloed van de z.g. Aufklarung op Chalmers nog groter is geweest dan uit deze studie blijkt, gelet op diens voorliefde voor de , , natuurlijke theologie", zijn wel wat te optimistische kijk op de massa en derzelver algemene godsdienstigheid en zijn economische inzichten, die naar liberalisme rieken.

Chalmers (aldus dr. De Bruyn in zijn antwoord aan prof. Van Rhijn) is nooit geheel losgekomen van zijn bezadigd-liberale standpunt uit zijn periode als Moderate, Hij, de leider der Evangeliclas in de Schotse Kerk, werd na een worsteling van tien jaren met als inzet de rechten en de vrijheid der plaatselijke gemeente, hoofdfiguur bij de Disruption (de Afscheiding) van 1843. En toch kan hij ook beschreven worden als de , , apostel der eenheid" : aan de doorwerking van zijn invloed, lang na zijn verscheiden, zijn mede de herenigingen van 1900 en 1929 te danken.

Wat dit proefschrift zo interessant maakt is de parellelie Schotland—Nederland. Wel hebben we te bedenken, dat de afscheidingen van de Church of Scotland en de daaruit ontstane kerkgroepen moeilijk zonder meer beschouwd als parallellen van de Afscheiding en de Doleantie ten onzent (stelling III) en is het onjuist om Chalmers als een voorlopervan Hoedemaker of Kuyper te zien, al treffen wij bij hem ideeën aan, die nu eens aan deze, dan weer aan gene doen denken (stelling I).

Een punt van discussie tijdens de promotie was b.v. of Chalmers, die meer dan eens aan Kuyper doet deiïken (ook hij stichtte een universiteit en bewerkte een afscheiding, al is de volgorde omgekeerd), Calvinist kan genoemd worden.

Prof. Van Rhijn herinnerde de promovendus aan diens vergelijking van Chalmers met Van Oosterzee als bijbels theoloog en deze laatste was zeker geen Calvinist (ook al noemde hij , , gereformeerd" zijn bijnaam, waaraan dr. De Bruyn herinnerde). Merkwaardig bij Chalmers b.v. is, dat hij de Kerk niet onder de Staat wilde plaatsen, doch vrijmoedig Staatsgelden voor het kerkewerk wilde toucheren.

Eigenaardig ook, dat hij de predikanten niet al te nauw aan de plaatselijke gemeente wilde binden, doch dezen met het oog op hun vrijheid en onafhankelijkheid uit een centrale kas wilde bezoldigen. Een systeem, dat volgens dr. De Bruyn overweging verdient.

In zijn belangrijke slotbeschouwing wijst de auteur op het feit, dat in Schotland meer dan bij ons tot nu toe de sterke wil tot kerkelijke éénwording overheerste. „In een gesaeculariseerde wereld kan de kerk van Christus zich een verdeeldheid niet veroorloven". Beschamend voor de christenheid van Nederland, waar in en na de tweede wereldoorlog nog enkele kerkgemeenschappen uiteengingen !" Inderdaad, maar we lezen toch óok, dat zowel in de Church of Scotland als in de (United) Free Church sinds jaren een midden-orthodoxie de toon aangaf. De herenigingen van 1900 en 1929 waren dan ook niet restloos. Kleine groepen zetten het leven der gescheiden kerken voort. Ook hier splitsing in verband met een pogen tot zuiverhouding der leer. „Onbewust leven velen meer bij ongeschreven vierde belijdenisgeschrift, dan uit de voor menigeen te mild gestelde belijdenis der vaderen". Wij kennen zowel het een als het ander uit eigen smartelijke ervaring. De problematiek, hier gesteld, is verre van eenvoudig. We lezen dan ook (blz. 256) : „De Church of Scotland moet echter in het bijzonder voor de Nederlandse Hervormde Kerk ook als een waarschuwend voorbeeld genoemd worden. De wijze, waarop zij na de Unie van 1929 haar vleugels over heel het Schotse volk wilde uitslaan, bracht niet altijd verdieping en versterking van geestelijke kracht mee. Het was voor haar ook moeilijk om, na een tijd van hoogspanning, te blijven op hetzelfde niveau. Hoewel nog vol geloofsijver en nieuwe initiatieven neemt de volkskerk niet meer die plaats in het leven van Schotland in als weleer". En verder : „Er zijn enkele tekenen, die verontrustend wijzen op deze verflauwing en vervlakking. Bijbel en Catechismus nemen onder het volk lang niet meer die plaats in, welke zij in Chalmers' dagen bezaten".

Ook hier (helaas) : precies als bij ons! Ons trof de laatste zin van dit proefschrift, een citaat uit Chalmers : „. Een periode van, opwekking in de Kerk wordt gemeenlijk voorafgegaan door een periode van gebed".

Laat ons bidden voor waarachtig kerkherstel!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN BELANGRIJK PROEFSCHRIFT EN EEN INTERESSANTE PROMOTIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's