VAN DE IKOR-TELEVISIEDIENST
INDRUKKEN
Vele lezers zullen er kennis van hebben genomen, dat op de eerste Adventszondag door het Ikor voor het eerst een kerkdienst is uitgezonden voor de televisie. Deze dienst, die werd gehouden in de Janskerk te Utrecht, was bedoeld als een van de hoogtepunten van De Grote Trek, de actie die de Bijbel onder ons volk meer op de voorgrond wil stellen en het lezen daarin wil bevorderen ; een alleszins lofwaardig doel dus.
OP 28 NOVEMBER
Dat daarbij wordt gegrepen naar ongewone middelen, behoeft op zichzelf nog niet verkeerd te zijn. Men moest echter in dit grijpen wat minder argeloos zijn ; in dit opzicht namelijk, dat men in zijn apostolaire ijver met de nieuwe vorm geen essentiële waarden die in de gebruikelijke vormen verankerd liggen, prijsgeeft.
De moderne mens, zo heet het, is visueel ingesteld, hij neemt makkelijker iets op wat hij ziet, dan wat hij hoort. Dat mag zo zijn ; evenwel moet datgene wat opgenomen wordt, zich daar dan ook toe lenen. Wanneer men dus de preek, zoals hier gebeurde, terwille van de televisie gaat vervangen door een lekespel, dan is bij dit apostolaire bedrijf het middel meer bepaald door de mens, die benaderd wordt, dan door de boodschap, die men nader wil brengen.
Het Woord wil gepredikt zijn, en alleen in de sacramenten zichtbaar worden gemaakt.
Toegegeven kan worden dat een kerkdienst — voor de televisie — zonder zo'n lekespel maar een taaie geschiedenis is althans om naar te zien. Laat men dan echter eerlijk erkennen, dat kerkdienst en televisie kwalijk te combineren zijn, en niet het - horen naar de verkondiging verwringen tot een kijkspel naar een vertoning, die het wezenlijke toch niet vermag weer te geven. Waarom wijzer te willen zijn dan de Heere, die ons in Zijn vaderlijke zorg een te prediken Woord heeft geschonken, en niet — in eerbied gesproken — een te vertonen prentenboek. Dan kan nog worden daargelaten de omstandigheid, dat het lekespel in zijn bloeitijd, de Middeleeuwen, nooit een onderdeel van de eredienst is geweest en ook nooit in de kerk werd opgevoerd.
Het loonde de moeite, eens te bezien of men de geschetste principiële moeilijkheid — een vertonen van iets wat gepredikt wil zijn —• enigszins minder voelbaar had weten te maken ; zodat ik een daartoe geboden gelegenheid niet ongebruikt heb willen laten.
Hoewel bereid tot de erkenning, dat het hier ging om een experiment, wat noopt tot een toeschrijven van veel oneffenheden aan het uiteraard volslagen gemis aan ervaring, meen ik toch dat men inderdaad op deze klip grondig is vastgelopen. Geheel afgezien van de vraag, hoe de strekking, zoals die bedoeld was, moet worden gewaardeerd — daarover zo dadelijk nog een -enkel woord —geloof ik, dat die strekking niet aan veel buitenkerkelijken duidelijk zal zijn geworden.
Naar aanleiding van Hebreen 11 werd in het lekespel de roeping uitgebeeld van Abraham uit het Ur der Chaldeeën, van Izaak, die in tenten moest wonen, en van Israël uit Egypte. Wat waarschijnlijk een oproep tot geloof moest voorstellen, leek echter meer op een oproep tot emigratie. De een na de ander kloste van het toneel af, zonder dat de toeschouwer hier nu een innerlijke noodzaak achter kon voelen. Met het ontcijferen van wat men voor zich zag, hadden zelfs zij, die in de bijbelse geschiedenis wel thuis zijn, grote moeite. Had men dit trachten te ondervangen, dan zou men zich daarvoor stellig nog veel verder van de Schrift hebben moeten verwijderen dan nu al 't geval was.
Het kan weinig fair lijken, ook bezwaren op te noemen die op het veel lagere vlak liggen van de enscenering van het geheel, omdat daafbij in de eerste plaats een gebrek aan ervaring meespreekt, dat öp zichzelf niemand kaï^ worden verweten. Evenwel : het Ikor heeft er om gevraagd, en ook aan buitenkerkelijken zullen ze immers niet onopgemerkt zijn gebleven. Hier volgen er dus enkele.
Zo was het te duidelijk zichtbaar, dat de bekleding van de achterzijde van de kansel, die daar om verlichtingstechnische redenen was aangebracht, was geimproviseerd.
Enkele spelers, alsmede de predikant en de leden van het koor, keken te opzettelijk niet naar de televisiecamera.
Verschillende spelers, o.a. Abraham, waren omhangen met een lap stof, waar ik zo op het oog nog geen overgordijnen van op de badkamer zou willen hebben.
De fabuleuze snelheid, waarmee Rebekka Izaak wist mee te tronen, zal, hoe begrijpelijk ook met het oog op de beperkte beschikbare tijd, zelfs menig jongere van onze dagen hebben onthutst.
De overgang van lekespel op echte preek was wat abrupt.
Bij de slotscène had ik wat moeite met het verwerken van 't uiterst bonte gezelschap (Mozes en nog enkele andere Oud-Testamentische figuren, met enkele mensen van deze tijd) dat zich op een of ander platform scheen te bevinden boven een soort Slotermeer-in aanbouw.
Een ernstig bezwaar was, dat bij het verwerken van een gedeelte van Genesis in de roeping van Abraham, tijdens de teksten, waarin God spreekt, de televisiecamera werd gericht op de kansel, waardoor de suggestie werd opgewekt dat, zoals de acteurs op het toneel Abraham, Sara , , verbeeldden", ook de deze teksten lezende predikant de Allerhoogste , , verbeeldde" ; dit was zéér stuitend.
Eveneens was dit het geval met de weergave van de tiende plaag, waar men — in strijd met de Schrift : de Heere ging voorbij aan de huizen van de Israëlieten en de verderver kwam daar niet in, Exod. 12 vs. 13 en 23 — een hand zich naar de Israëlietische eerstgeborenen liet uitstrekken. Hier offerde men juist bij een van de , , scharnierpunten" van Gods heilsgeschiedenis de historische juistheid op aan effectbejag ; afgezien daarvan, dat men zich met ergernis afvraagt, waar men bij die hand nu eigenlijk aan moest denken.
Zo veroordeelt de vertoning zichzelf.
Nog een enkel woord over de strekking.
Dat het Ikor zo onnadenkend — of althans eenzijdig apostolair denkend — zulk een onderneming op touw zet, past wel bij de geest, waarin het over het algemeen blijkt te worden geleid. Men kan dus speciaal van deze dienst, die uiteraard geheel het stempel droeg van de Ikorleiding, niet verwachten dat in wat daar werd geboden, enigszins de gereformeerde lijn werd gevolgd. Sprak dr. W. Aalders niet eens van het , , schema" zonde en genade, waar de Kerk eindelijk eens van af zou moeten ? In de Janskerk bleef daar niet veel meer van over. Van een verlossing van de mens, nadat die de noodzaak van zulk een verlossing heeft leren kennen en daaraan behoefte heeft leren krijgen, was geen sprake meer. Inplaats daarvan kwam een oproep, eigen zekerheden los te laten en het te wagen met God ; een motief, dat zonder die achtergrond van zonde en genade onvermijdelijk zijn bijbelse karakter verliest en dan leidt — zoals hier in de Janskerk ook gebeurde — tot een voorstellen van de onzekerheid als hoogste wijsheid, in plaats van tot de zekerheid des heils in Christus.
Welk nut heeft de benadering van de buitenkerkelijke, als men niets anders heeft te bieden dan onzekerheid en dit voorstelt als , , geloof" ? Ik kon zo meevoelen met de metselaar ? timmerman ? die in de slotscène hierover iets opmerkte in de geest van: Geloof ? Wat heb je er aan ?
Tenslotte meen ik ten aanzien van de eigenlijke preek, zonder de dienstdoende predikant ook maar een ogenblik onaangenaam te willen zijn, dat men — zeker voor buitenkerkelijken — zijn gedachten ordelijker en in eenvoudiger bewoordingen dient te formuleren.
Het komt mij voor, dat de zaak van de Bijbel en het bijbellezen door deze uitzending niet is gediend, en integendeel daaraan eerder afbreuk is gedaan, zowel om de beginselen waardoor men zich daarbij heeft laten leiden, als om de practische verwerkelijking daarvan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's