De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

CONFECTIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CONFECTIE

7 minuten leestijd

Wij weten, wat confectie is. Vroeger had ieder zijn kleermaker, dié zijn klanten meer of minder kundig en elegant in de kleren zette, maar tegenwoordig gaat men naar een kledingmagazijn en laat zich een jas aanmeten — neen, men past een jas uit de voorraad. Men draagt het model en de kleur, dat de mode voorschrijft, en daarmede uit.

Deze confectionnering gaat niet alleen in de kleding door, want dat zou niet het ergste zijn. Kleding betreft nog slechts de buitenkant, maar hetzelfde verschijnsel doet zich óok in geestelijk opzicht voor. Ons gehele leven dreigt genivelleerd te worden, zoals men dat diat noemt. Dat wil zeggen : op één niveau of peil af te zakken.

Er ontstaat ook een soort gelijkschakeling in denken en willen, waardoor onze levenshouding wordt bepaald. In ieder geval wordt dit heel sterk in de hand gewerkt door pers en radio. Hoeveel mensen in een land en op de wereld horen niet dagelijks hetzelfde door de radio en lezen hetzelfde in de kranten, ledere dag komt de wereld, om zo te zeggen, in de huiskamers van millioenen binnen met hetzelfde nieuws, zodat deze vele millioenen bij dezelfde dingen worden bepaald en met dezelfde dingen bezig zijn. En hoe wordt het niet veel meer gewoon, dat men de dingen aanneemt in de vorm, waarin zij geboden worden, en dat met huid en haar, zonder oordeel of critiek. Men denkt, zoals de man van de krant of van de radio denkt.

Het is een beetje vreemd gezegd, maar men denkt in confectie.

Vroeger heeft men weleens smadelijk gesproken over geloven op gezag van anderen, maar nooit werd meer op gezag van anderen aangenomen dan in onze dagen van radio en krant.

Onze ziel is nu eenmaal zo gevoelig voor de wereld, waarin wij leven, en neemt die over als in een spiegel. Men kan begrijpen, hoe zulk een nivellering op heel ons zieleleven invloed moet hebben. Niet alleen op ons denken, maar ook op onze smaak en ons gevoel van zelfstandigheid.

Niet ten onrechte spreekt een der moderne wijsgeren van een men, die ons leven beheerst, terwijl wij zo weinig ons zelf zijn. Het men regeert ons. Men zegt, men denkt, men doet alles en men is voor niets verantwoordelijk, als het er op aankomt.

Dit is een punt, waarop wij reeds meerdere malen hebben gewezen. Men, de gemeenschap, de organisatie, worden van die onpersoonlijke subjecten, die alles doen en waarop de verantwoordelijkheid zo gemakkelijk wordt afgeschoven. Maar de persoonlijke verantwoordelijkheid wordt minder gevoeld.

Welke gevaren hier voor het cultuurleven opdoemen, moet ieder duidelijk zijn.

Wat cultuur eigenlijk is ? De lezer weet, wat men verstaat onder theecultuur, koffiecultuur, enz. De man, die zich met dergelijke cultures bezighoudt, tracht zijn gewas te kweken onder de gunstigste omstandigheden, zodat hij het schoonste en rijkste product moge winnen.

Spreken wij nu in het algemeen en wel met het oog op de geschiedenis van de mens van cultuur, dan gaat het dus om de cultuur van de mens — en derhalve om al die factoren en omstandigheden, die het mensenleven op het hoogste peil van volkomenheid kunnen brengen.

Als Christenen denken wij anders over deze dingen dan degenen, die al hun verwachtingen op de mens stellen. Wij weten toch, dat de mens gevallen en zijn cultuur door de zonde gebroken is. Wat hij nu nog cultuur noemt, is als zodanig tot mislukking gedoemd, in zoverre zij de mens niet tot zijn bestemming en tot de volmaaktheid kan leiden, en dat zou toch eigenlijk cultuur zijn.

Nochtans is die z.g. cultuur niet geiheel en al donkerheid, maar door de genade Gods vertoont zij in sommige perioden der geschiedenis nog de glans van de grote gaven van kunsten en wetenschap, welke God aan de mens. schenkt. Denk slechts aan de bewonderenswaardige Gothische kerken, die zo nienige oude stad in ons werelddeel sieren. Die rijzende pilaren, ten hemel strevende spitsbogen en vernuftig gebouwde gewelven en dat alles treffend door weidse grootheid van ruimte en verhouding, bekleed mefi kunstvol beeldhouwwerk.

Het behoeft ons bovendien niet te verbazen, dat juist de kerkenbouw zo prachtvolle expressie gaf aan de schone ktmsten. De Christelijke religie heeft haar geïnspireerd, immers haar regenererende kracht gaat uit over het gehele leven niet alleen van de persoon, maar zij treedt ook naar buiten en doet haar invloed op heel het leven waarnemen.

Ook in de heidenwereld is het zeer duidelijk, dat de kunst door de religie wordt gevoed en aangedreven. Hoeveel te meer en dan veredelend geschiedt dit door het waarachtig religieuse leven, dat uit de rijke bron van de herscheppende kracht van de Christus der Schriften opbloeit ?

Noemden wij de cultuur uit zeker oogpunt een mislukking, omdat zij de mens niet aan zijn bestemming kan brengen, noch iets kan toedoen tot zijn volmaaktheid, in het licht der Heilige Schrift gezien is ook over haar een nieuwe dageraad opgegaan.

Haar mislukking immers vindt oorzaak in onze val. De allervoornaamste voorwaarde voor een gezegende en ongestoorde levensgang van de mens naar zijn eeuwige bestemming werd door hem veracht, toen hij in ongehoorzaamheid viel en zijn eigen weg verkoos, boven de veilige hoede van zijn Schepper en God. En ware de genade Gods niet over deze wereld opgegaan, haar herinnering zou zijn uitgewist en er ware geen gedachtenis van de mens overig gebleven.

Derhalve, al wat er nog mag worden opgemerkt en genoten van licht en leven, van vreugde en welstand, van schone kunsten en wetenschappen, alle gaven, welke wij der cultuur toeschrijven, zijn gaven van Gods genade, welke ons toevloeien, omdat Hij nog gedachten des vredes heeft omtrent de mens der aarde.

Zo groot is Zijn gunst, dat Hij Zijn gaven ook aan goddelozen geeft. Men moet daar niet boos om worden, zegt Calvijn, dat God Zijn gaven ook aan goddelozen geeft. Deze uitdrukking bedoelt onderscheiding te maken tussen die God vrezen en de werèldling. En inderdaad, het vrome volkje is er vaak wat erg vlug mede het doen Gods in deze dingen te miskennen en zichzelf alleen genadegaven toe te schrijven.

Hoe dat komt ? Omdat ook zelfs Godvrezende mensen kunnen vergeten, dat God regeert over bozen en goeden. Met andere woorden, , dat ook de wereld uit de genade Gods leeft, dewijl zij in het boze ligt. Anders had ze immers geen leven en nu heeft de werèldling het dikwijls nog zo goed, dat een man als Asaf er jaloers op wordt. (Ps. 73).

Als God Zijn genadegaven niet aan de wereld gaf, waar zou het volk Gods zijn?

Met de wereld ten onder naar het rechtvaardig oordeel Gods.

Is er dan niet zo iets als ter wille van de toevergadering van de Zijnen tot de gemeente, die zalig wordt, houdt God ook de wereld in stand door de gaven Zijner gunst tot de voleindiging.

Zo ligt er ook nog een zegen over de cultuur van ons gevallen geslacht, hoewel zij niet bij machte kan zijn de mens uit zijn val op te richten.

Dit laatste móet ons goed voor ogen staan. Wai: it gelijk de mens vanwege zijn zonde veroordeeld is voor God, zo gaat hij aan zich zelf overgelaten met zijn cultuur te gronde, zodra de tijd der genade voorbij gaat.

Daarom ligt er een ernstige waarschuwing, in de tekenen van verval, waarop wij in deze artikelen hebben gewezen.

Het kan toch duidelijk zijn, dat de gaven Gods in wetenschap en kunst geschonken, zodra wij. God niet in erkentenis houden en de vreze Gods uit het openbare leven verdwijnen gaat, tot een oordeel dreigen te worden. Als het leven des geloofs zich terug trekt binnen de muren en in de verborgenheid, moet de noodklok geluid, want er is geyaar. Wij hebben gezien, hoe de hoogste goederen bedreigd worden, de geestelijke vrijheid en de persoonlijkheid, indien de saamleving ten prooi valt aan de technische structuur van een eenzijdig rationalisme, dat moeilijk anders kan uitwerken dan tyrannie en verdrukking des geloofs.

En wat de goddelozen aangaat, laten wij goed bedenken, dat wij ons niet verheffen, want de Heere roept goddelozen tot bekering en aan goddelozen wil iHij ook de hoogste genadegoederen in Christus schenken, die de aardse dingen verre te boven gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1954

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

CONFECTIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1954

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's