De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ds. ABRAHAM PAULUS VAN DER KOOY

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. ABRAHAM PAULUS VAN DER KOOY

In memoriam

6 minuten leestijd

Met diepe droefheid in ons hart vervuld wanneer wij deze volgende regels neerschrijven ter nagedachtenis aan onze onvergetelijke vriend en broeder van der Kooy, die zo onverwacht uit de strijd van het leven werd weggeroepen om bij zijn Koning in te wonen.

Als een schok ging het doodsbericht door ons heen : Bram van der Kooy was gestorven ! Lange jaren waren wij met hechte banden aan hem verbonden en de gedachte is nog zeer moeilijk voor ons te aanvaarden dat wij zijn ernstige gezicht hier niet meer zullen zien. In 1938 kwamen wij gelijk op de studentenvereniging „Voetius" en al heel sipoedig leerden wij hem kennen, zoals wij hem altijd gekend hebben, als een man van eenvoud en bescheidenheid, van hartelijkheid en ernst. Enkele jaren lang woonden wij met hem in hetzelfde huis in Utrecht en gingen dagelijks met elkaar om. Wat hebben we veel in die gelukkige jaren met elkaar gesproken en gediscussieerd over de theologie en onze aanstaande bedieping. Ook toen waren er dagen van benauwdheid en aanvallen. Wij zaten stil bij zijn bed en lazen hem voor uit de Schrift, Ik herinner mij nog levendig hoe hij vroeg : , , Lees me nog eens uit Psalm 104 voor, hoe de vogeltjes nestelen in de bomen des Heeren en hoe, de ooievaars hun huis hebben in de dennebomen, want dat is zo schoon".

Met vrucht volbracht hij zijn theologische studie en hij sprong van blijdschap in het rond toen hij voor het kerkelijk voorbereidend examen geslaagd was. „Nou mag ik preken, nou mag ik preken !" Zo waren letterlijk zijn blijde woorden.

Zijn voorstelpreek was over Johannes 16 : 14.

Zijn dienstwerk begon in Aalst op de 45e Maart 1942. In deze gemeente die zeer vele jaren vacant geweest was, heeft hij zich zeer beijverd voor de zaak des Heeren. Wat kon hij streng optreden tegen sommige zondige uitwassen van het geestelijke leven. Zijn prediking heeft altijd het karakter gedragen van een-vervuld-zijn van de ere Gods. ; En wij weten dat zijn verkondiging rijke vruchten heeft afgeworpen en dat veel bedrukt geestelijk leven open gebloeid is onder de bediening van onze broeder. Na de moeilijke oorlogsjaren kwam hij' te Nijkerk op de Veluwe, waar de toestanden geheel anders waren. Wij waren in die jaren met verschillende jongere collega's verenigd in de Ring Putten en wij mogen zeggen ; dat het gezegende jaren waren. De broeders die daar toen waren zullen het gaarne toestemmen. Wij voelden ons immer tot hem aangetrokken, omdat hij izo eenvoudig was, zonder enige gewichtigdoenerij.

Meer dan eens sprak hij in die jaren over zijn liefde tot het werk der zending, tot de dag kwam, 2e Pinksterdag , 1949, dat hij door de Classis Harderwijk werd afgevaardigd naar Celebes. Wij weten van nabij dat deze beslissing hem niet gemakkelijk gevallen is, want hij moest veel achterlaten en hij was niet sterk. Maar de roeping Gods domi­neerde en hij ging én maakte ons beschaamd. Hij wilde er niet van weten dat men sprak van een offer dat hij bracht, maar zeide dan dat er maar één keer een offer was gebracht, het offer van Jezus Christus op Golgotha.

De brieven die hij schreef uit Celebes waren altijd ernstig, vol van goede moed over het werk Gods in deze wereld, ook, al was de toestand nog zo ernstig geworden in Indonesië. Wij hebben nooit geweten dat hij zoveel heeft moeten doorstaan in den vreemde, want hij klaagde nooit over zichzelf en wilde ook niet beklaagd zijn. Eenmaal schreef hij : „Welgelukzalig is een mens die alleen maar een graf meer heeft".

Hoe groot was onze blijdschap toen wij hem en zijn vrouw en kinderen een dag na aankomst terug zagen en wij hadden zo gehoopt, dat wij hem nog lange tijd bij ons mochten houden. In deze laatste maanden heeft hij veel strijd gehad. , , Moet ik terug gaan, mag ik terug gaan ? " Ernstig was hij onder de indruk van de gebeurtenissen in Indonesië en in de hele wereld, hij had een open oog voor de gerichten Gods op de aarde, die ook over 't Zendingswerk heenstreken. Ja, wel waarlijk vervulde hem dagelijks de zorg voor de jonge gemeenten en onder dit alles namen de benauwdheden in hevigheid toe.

Enkele dagen nadat hij voor de tropen was afgekeurd, kwam onverwachts zijn einde. Een jong leven van 36 jaar eindigde, God maakte er een einde aan en wij mogen zekerlijk geloven dat de Heere een nieuw begin maakte, een begin zonder einde. Daarom willen wij niet langer vragen ; , , Waarom, Heere, hebt Gij vergeten genadig te zijn ? ", doch wij willen tevreden stilzwijgen, nu de Almachtige zijn gesloten mond, aan de overkant van de tijd heeft geopend tot de veelvuldige lof van het Lam, dat geslacht is.

Daarom was de dag zijner begrafenis, hoe smartelijk ook, een goede en schone dag. Want het Woord dat gebracht is in de eeuwen oude Kerk te Delft, was levend en krachtig en heeft ons uitgetild boven het heel diepe verdriet in ons hart.

Ja, onze heengegane broeder heeft door genade de voetstappen van de Herder, Die ook het Lam is, mogen volgen, voetstappen die soms schier onvindbaar waren, maar toch uitkomen in de vreugde, die ons voorgesteld is. Wij ervoeren bij zijn graf dat er ook in Nederland een volk van God is, dat staande voor de dood en bij het gezicht op de verbreking van de meest lieve banden toch met aandrang zong : , , Bezwijk' dan ooit in bittere smart of hangen nood mijn vlees en hart ; zo zult Gij zijn voor mijn gemoed, mijn Rots, mijn Deel, mijn eeuwig Goed".

Zullen wij niet vergeten onze gebeden meer te leggen voor onze grote Hogepriester voor haar, die met vier kinderen achterblijft ? Wij bevelen haar en haar huis in de hoede des Heeren aan en in de milddadigheid van velen en wij gedenken deze voorganger, die ons het Woord Gods gepredikt heeft, aanschouwende de uitkomst zijner wandeling, hoe groot ook het verdriet is dat wij zijn aangezicht niet meer zullen zien.

Abraham Paulus van der Kooy ruste in vrede.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1954

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Ds. ABRAHAM PAULUS VAN DER KOOY

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1954

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's