ZIJ HET OOK EEN KERKELIJKE......!
EEN ILLUSIE
Verleden week is u een en ander meegedeeld over het proefschrift en de promotie van dr. J. de Bruyn, pred. te Leeuwarden. De hoofdredacteur zond ons na opname van het eerste gedeelte van dit verslag de rest van de copie terug met de bemerking, dat de opmerkingen van de hoogleraren Hoekendijk en Van Ruler aanleiding konden •zijn tot het schrijven van een paar artikelen, aan welk verzoek wij gaarne proberen te voldoen : de onderwerpen, door de beide Utrechtse hoogleraren aan de orde gesteld naar aanleiding van dr. de Bruyn's stellingen zijn belangrijk genoeg.
Th. Chalmers was een overtuigd voorstander van het parochiestelsel: in de parochie-kerk moesten de bewoners van de parochie voorrang hebben bij het verkrijgen van een zitplaats (Chalmers trok zijn gehoor uit de gehele stad) ; de Schotse pastor ijverde zeer voor de oprichting van parochiescholen, omdat hij grote verwachting had van degelijk christelijk onderwijs. Daar naast was Chalmers voorstander van 'Zondagsschoolonderwijs, terwijl hij het huisbezoek allerminst verwaarloosde. Pastoraat zowel als apostolaat (zoals men dat tegenwoordig pleegt te noemen) hadden zijn volle aandacht.
Nu begon prof. Hoekendijk met op te merken, dat men in Schotland met Chalmers heeft afgerekend. Deze liet zich in werkelijkheid leiden door een conservatief-burgerlijke ideologie. In Chalmers' dagen leefde hoogstens 20% der massa nog-mee en deze groep heeft ook hij niet kunnen bereiken. En geen wonder : wanneer hij b.v. zijn Zondagsschoolwerk beperkt tot de kinderen, die kunnen lezen (terwijl 60% deze kunst niet machtig was !), dan is dit systeem middel tot consolidatie van een middenstandskerk !
Een scherpe aanval deed de hoogleraar op de XVIde stelling, omdat dr. de Bruyn geen critiek heeft op Chalmers' voorliefde voor het parochiestelsel. Deze stelling luidt aldus : , , De opbouw van een wijkgemeente volgens het parochiestelsel benadert meer de bijbelse koinoonia-gedachte dan de vorming van para-parochiale gemeenten dat doet" (koinoonia betekent gemeenschap). Reeds in 1828 (aldus prof. H.), kort na Chalmers' vertrek werd te Glasgow als vrucht van de arbeid der Stadszending de eerste para-parochiale gemeente opgericht. Het hele parochiestelsel berust n.l. op een illusie, zij het ook een kerkelijke : dat bewoners van een en dezelfde wijk of straat ook werkeiijk een gemeenschap vormen. Aan deze illusie kan men zich slechts overgeven, als men alleen maar let op degenen, die nog komen en vergeet, dat de meesten dit allang niet meer doen ! Het corporatief (in gemeenschap ; als groep) deelhebben aan Christus, behoeft toch per sé niet afhankelijk te zijn van het geographisch bij elkaar in de buurt wonen. Het is een illusie, dat de buurt samen leeft ! In de para-parochiale gemeente (het z.g. categoriaal verband...., denk b.v. aan het pleit voor de z.g, bedrij f sgemeente, samengesteld dus uit mensen, die in het zelfde bedrijf werkzaam zijn ziet prof. Hoekendijk iets herleven van de oud-christelijke huisgemeente. , , Dit type-gemeente behoeft trouwens niet meer gevormd te worden", aldus prof. H. met grote stelligheid, , , het is er ; moet alleen nog erkend worden". Hetgeen in de Ned. Hervormde Kerk wel niet gemakkelijk gaan zal, nu deze zich in haar nieuwe kerkorde vastgelegd heeft op de wijkgemeente:
In zijn antwoord (waardoor prof. H. naar zijn zeggen niet bekeerd was) wees de promovendus als bezwaar tegen de para-parochiale gemeente op de breuk in het gezinsverband, terwijl het Evangelie als saambindende kracht ook de wijkgemeente bouwen kan. Wij willen dit laatste allerminst ontkennen, doch in de practijk gevoelen wij steeds groter bezwaren rijzen tegen het streng doorgevoerde wijkgemeente-stelsel. Het bezit (aldus destijds dr. H. Jonker, pred. te Amsterdam, in zijn XVIde stelling) wel voordelen, doch ook nadelen. Deze , , kunnen worden voorkomen, indien men overeenkwam, dat iemand om principiële redenen zich zou kunnen voegen bij een wijkgemeente zijner keuze".
Ook hier een voorstel tot principiële doorbraak van het strakke wijkgemeente-stelsel een tijdbom onder dit kunstig, maar ook gekunsteld gebouw.... ditmaal een doorbraak, die wel geen genade zal vinden in de ogen van hen, die van dit stelsel alle heil verwachten.
Op het probleem van de gemeentevorming in beroepsgroepenverband, kunnen wij nu niet verder ingaan. Wie zich hierover oriënteren wil, verwijzen wij naar een onlangs bij Wever te Franeker uitgekomen boekje van de leider der , , Evangelische Akademie" in Bad- Boll, E. Muller, , , De wereld is anders geworden", ingeleid door prof. mr. W. F. de Gaay Fortman. Het bezwaar in verband met een mogelijke inbreuk op het gezinsverband gevoelt Muller ook en hij merkt dan ook op : , , De nieuwbouw van een gemeente-vorming in de beroepswereld moet dus van begin af aan dwarsverbindingen met de gezinswereld tot stand brengen" ; dus ook met de plaatselijke gemeenten. Ons interesseert momenteel meer het bezwaar tegen de wijkgemeente, waar dr. Jonker op doelt. Dr. de Bruyn zal dit in Leeuwarden toch ook wel ontmoet hebben. Vrijzinnig-Hervormden in zijn wijk zullen vermoedelijk niet tot zijn trouwe volgelingen behoren, omdat de kerkorde voorschrijft, dat hij hun dominee is. En met goed-confessionelen in de wijk) van een vrijzinnig predikant zal het precies zo zijn. Ook hier zal een illusie, zij het ook een , , kerkelijke", zich op de duur bitter moeten wreken ! Wij willen allerminst het pleit voeren voor een wild individualisme, doch wat ruim een eeuw geleden in Schotland misschien mogelijk was, is het nu bij ons zeker niet. Daarvoor zijn de verschillen in een kerk, die de oefening der leertucht al te lang verwaarloosde, te grootw Het zijn maar niet , , modaliteiten", maar ook , , richtingen" en wel zeer uiteenlopende.
Dr. Noordmans heeft het woord „modaliteit" indertijd scherp gecritiseerd, omdat dan van ketterij geen sprake meer kan zijn. Binnen de Gereformeerde gezindte kan met recht van „modaliteiten" gesproken worden (de een is anders , , gelegerd" dan de ander, zegt men dan) ; , , vrijzinnig" en gereformeerd zijn echter geen verschillende uitingen van wat in wezen toch eigenlijk precies hetzelfde is ! Wil men ons dit doen geloven : wij nemen dit niet aan, zelfs niet op welk hoogkerkelijk gezag ook !
De Ned. Hervormde Kerk zal eerst ordei op zaken dienen te stellen door ernst te maken met wat art. X der kerkorde stelt : , , De Kerk weert wat haar belijden weerspreekt". En dan een duidelijke band tussen , , belijden" en de belijdenis, in datzelfde artikel genoemd.
Juist toen wij deze regels neerschreven, ontvingen we een , , Herderlijk schrijven van de Provinciale Kerkvergadering van Zuid Holland" inzake het minderhedenvraagstuk, dat in deze provincie .zeker een wonde plek in het leven der gemeenten is : in ong. 60 van de ong. 120 gemeenten bestaan één of zelfs meer georganiseerde minderheidsgroepen. Het is gericht , , aan de onder de kerkprovincie Z.-Holland ressorterende Kerkeraden en Predikanten ; Besturen en Voorgangers van Minderheidsgroepen" ; en bepaaldelijk ook aan die predikanten, die minderheidsgroepen daadwerkelijk steun verlenen in hun betwijfeld gerechtvaardigde afzijdigheid van de officiële Gemeente ter plaatse". Erg gelukkig kunnen we deze adressering niet vinden. Dit temeer, omdat naast klein-menselijke motieven, die soms tot binnen-gemeentelijke afscheidingen kuimen leiden, toch ook niet over het hoofd gezien wordt, , , dat er inderdaad sprake kan zijn van een , , ander Evangelie" (Galaten 1 vs. 6), waarmee voor de Kerk geen gemeenschap mogelijk is". Op dit schrijven kunnen we nu niet breed ingaan. We waarderen de goede bedoeling, doch betreuren dat niet royaal gesteld wordt, dat kerkeraden van grote gemeenten moeten begrijpen, dat b.v. een groep gereformeerden niet maar als te waarlozen minderheid kan worden behandeld. Laat men blij zijn, dat door menige , , evangelisatie" groepen belijdende leden voor de Hervormde Kerk behouden zijn gebleven, die anders vermoedelijk naar een gescheiden kerk vertrokken zouden zijn !
Hier is o.i. meer geageerd tegen bepaalde ziekteverschijnselen, die er ook zijn ; bepaalde handelingen, die vreemd kunnen geacht worden, dan dat uitgegaan is van de kern van de zaak : de vraag of we een normatieve belijder hebben, ja dan neen. Wanneer de deze niet hanteert, baart het geen wondering, dat groepen en personen dit gaan doen met al de vaak drfoeve gevolqen van dien!
We zijn afgedwaald van ons eigenlijke onderwerp. Een en ander hangt echter wel samen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1954
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1954
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's