De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OVER KERKELIJK SAMENGAAN VAN GEREFORMEERDE BELIJDERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OVER KERKELIJK SAMENGAAN VAN GEREFORMEERDE BELIJDERS

7 minuten leestijd

Dr. Holtrop beantwoordt in „Belijden en Beleven" van 10 Dec. j.l. een ingezonden vraag, of het niet veel beter en juister is te streven naar kerkelijke samenleving van de Gereformeerde belijders in ons vaderland, dan naar gemeenschappelijke kerkdiensten of kanselruil zo nu en dan.

De vraag op zichzelf is van belang, omdat het hoog tijd wordt dat de Gereformeerde gezindheid zich ernstig gaat bezinnen om tot één kerkelijk verband terug te komen en een weg te vinden om dat te bevorderen.

In de Hervormde Kerk spreekt men van modaliteiten, waar het veelal in de werkelijkheid richtingen geldt, maar ten aanzien van de gereformeerde gezindte mag men met recht van modaliteiten gewagen, omdat de nuanceringen in de Gereformeerde Kerken, in de Christelijk-Gereformeerde Kerk, in de Gereformeerde gemeenten toch allen vallen binnen de grenzen van de Gereforermeerde geloofsbelijdenis, welke vervat is in de drie Formulieren van Enigheid. Deze belijdenis wordt toch door allen als het gemeenschappelijk grondvlak des geloofs genoemd. En wat het zelfde is, maar toch wel kan worden opgemerkt, n.l. dat zij allen in de belijdenis aangaande de Heilige Schrift overeenkomen, deze ontvangende als Gods Woord.

De Gereformeerde gezindheid moet de binnen de grenzen der belijdenis liggendei verschilpunten leren verdragen en degenen, die tot haar behoren niet veroordelen, omdat zij in accent en opvatting binnen die grenzen verschillen.

En dat gebeurt ! Er zijn groepen, die zichzelf alleen het monopolie van echt gereformeerd toeschrijven en slechts een enkele bevoorrechte voorganger of prediker zulk een onderscheiding toekennen.

Ons besef is in dit opzicht bedorven. Als wij het woord „gereformeerd" of , , gereformeerde gezindheid" horen, denken wij niet aan een gemeenschap, welke door onze gereformeerde geloofsbelijdenis in enigheid des geloofs wordt getypeerd, maar aan een verdeeld volk, dat elkander niet zelden verbijt en vereet.

Ons besef van gereformeerd is daarmede in overeenstemming en in stede het apostolisch vermaan ter harte te nemen en in gehoorzaamheid des geloofs elkander te zoeken en te verdragen, lopen wij gevaar van elkander verteerd te worden en het kerkelijk en godsdienstig leven over te geven in de handen dergenen, die de Gereformeerde belijdenis aan de kant willen zetten.

Daarom is het zaak, dat alle gereformeerden elkander zoeken en zich inspannen om in stede van de verbrokkeling in de hand te werken, elkander te vinden. En dat moet kerkelijk beginnen, opdat wij tezamen de grote vragen, die aan de orde zijn kunnen behandelen.

Wij zijn het met de vrager eens, dat naar kerkelijke saamleving moet worden gestreefd.

Ook wij hebben geen verwachting van kanselruil en gemeenschappelijke kerkdiensten. Neen, de synoden der verschillende Gereformeerde kerkverbanden moeten beginnen en dan kan er ook wat in de classes gebeuren.

Dr. Holtrop schijnt in kanselruil heil te zien. Hij schrijft n.l. het volgende : Hetzelfde, wat V. hier zegt, betoogde ik reeds in het nummer van Bel. van Bel. van enige weken terug.

Ik ging alleen iets minder ver dan V. Hij noemt reeds het Deputaatschap voor de eenheid van Geref. belijders. Vooraanstaande mannen hebben in dit deputaatschap zitting en zij bereikten tot op heden nog bitter weinig. Althans zover wij weten.

Laten wij dus de eenheid wel noodzakelijk achten en zien als het doel, dat wij najagen, maar waarvoor wij niettemin ons niet in de eerste plaats gaan inzetten.

Meer gewenst en profijtelijker acht ik het, als wij in onze meeste vergaderingen met de meeste vergaderingen van de Christelijke Gereformeerden en van de Gereformeerde kerken, onderhoudende art. 31 K.O. en zo dit mogelijk is van de Gereformeerde Gemeenten en eventueel van andere kerken van Gereformeerde belijdenis een zekere afspraak zien te verkrijgen, waardoor kanselruil eenl gewone en vanzelfsprekende zaak wordt.

Ik ben er mij ten volle van bewust, dat dit reeds een heel ding is. Zonder offerbereidheid van elk der genoemde kerken zal dit niet gaan. Van onze kant zou ik kunnen noemen het opgeven van de zgn. vervangingsformule. Persoonlijk ben ik het geheel eens met de inhoud van deze formulie. Ik meen echter, dat wij des noods deze formule mogen laten vallen als het bovengenoemde accoord er door mogelijk wordt. Wil men niet zonder meer de zaak, waarom het in die formule gaat, . voorbij gaan, noch van onze kant noch van de kant der andere kerken, dan is er nog de mogelijkheid om gemeenschappelijk tot een verklaring te komen, die zó gesteld is, dat wij allen er in mee kunnen gaan. Ik denk hier bijv. aan wat in November 1943 door onze Synode verklaard is. Ik schrijf de aanhef van deze verklaring hier nog even over : , , De Synode erkent ten volle, dat in de leer des verbonds tweeërlei tot zijn recht moet komen : enerzijds Gods vrijmachtige verkiezing, de krachtdadige werking Zijner genade en de onwankelbare vastheid van het eeuwige verbond der genade en der verzoening ; anderzijds de roeping tot geloof en bekering, die in de kring des verbonds uitgaat met 'n geheel eigen klem en niet slechts sommigen, maar alle kinderen des verbonds voorhoudt zowel de rijkdom van het hun geschonken voorrecht als ook de zwaarte hunner verantwoordelijkheid, indien zij op een zo grote zaligheid geen acht nemen.

Men kan in elk geval staan naar een formule als die van Chalcedon van het jaar 451 over de twee naturen van Christus (ongedeeld en ongescheiden, onvermengd en onveranderd), waarbij men dus de voor ons menselijk* verstand te grote mysteriën des geloofs op negatieve wijze tot uitdrukking brengt, maar zó, dat men de schriftuurlijke waarheid niet liggen laat. Voor de onderhavige moeilijkheid moet er dus in gezegd worden, dat én elke gedachte van een uitwendig verbond verworpen wordt én het zgn. perfectum of iets wat daarnaar zweemt ten opzichte van de wedergeboorte als veronderstelling bij de doopsbediening van het te dopen kind ten enenmale afgewezen wordt.

Indien als resultaat van zulk een accoord de kanselruil en gemeenschappelijke kerkdiensten mogelijk en ook practijk worden, dan kan daarna overwogen of het bijv. voor verwezenlijking vatbaar is, dat er 'n kerkelijk samenleven komt op federatieve basis. Men krijgt dan (weer bijv.) Gereformeerde kerken A. en B. en C. etc, die op elkanders meerdere, vergaderingen vertegenwoordigd zijn met adviserende stem.

Als derde stap zou eventueel gezien kunnen worden een hereniging van de onderscheidene kerken van Geref. gezindte, maar waarbij A. en B. en C. blijven voortbestaan, samenkomend echter in meerdere vergaderingen met volkomen gelijke rechten en dus met keurstem. Hier zouden wij een toestand krijgen, niet geheel ongelijk aan die, welke er was na 1892, toen in onderscheidene plaatsen de Gereformeerde kerken A. en B. gevonden werden.

Hieruit blijkt in ieder geval, dat het dr. Holtrop ernst is met die gemeenschappelijke diensten en kanselruil.

Edoch, deze dingen zijn een weinig tegenstrijdig vergeleken met het slot van zijn voorstel om kerken A., B. en C, althans aanvankelijk te behouden. Dat betekent dus, dat hij goed inziet, dat dit zeker als overgang nodig zal zijn, En waarom zou men de afzonderlijke groepen van gereformeerde kerken willen oplossen ? Maar waartoe dan kanselruil ?

En dan blijft er nog een vraag. Is het wel juist, dat dr. H. eerst een soort accoord wil, om moeilijkheden uit de weg te helpen, die aan kanselruil in de weg staan ?

Als die moeilijkheden door een accoord zijn opgeruimd, zijn wij immers reeds een eind weegs gevorderd in de richting van de eenheid, maar laat ons niet vergeten, dat modaliteiten in de gereformeerde gezindheid blijven.

Een en ander versterkt mijn gevoelen dat de synoden moeten beginnen elkander te zoeken en behoren saam te spreken over een gemeenschappelijke taak in onze tijd, over een gemeenschappelijk getuigenis, op grond van het gemeenschappelijk geloof. Een en ander moet leiden tot een federatief verband, dat mogelijk te zijner tijd tot een gemeenschappelijk kerkverband uitgroeit. Om dat te bevorderen zullen de verschillende Gereformeerde kerkverbanden tezamen moeten bezinnen op hun gemeenschappelijke roeping ten aanzien van de wereld van heden en op de vragen, welke aan de orde zijn, d.w.z. de verschillende Gereformeerde kerkverbanden moeten tezamen naar buiten worden gericht op de zelfde taak als onmiskenbare eis des geloofs.

Dat lijkt ons iets gemakkelijker te zijn en kan niet nalaten ook de interne gemeenschap te bevorderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

OVER KERKELIJK SAMENGAAN VAN GEREFORMEERDE BELIJDERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's