HET WONDER VAN KERSTFEEST
„Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet". Galaten 4 vs. 4.
Wie zal woorden vinden om het wonder van Kerstfeest recht te vertolken ? Zeker, wij kunnen er allemaal wel wat van zeggen. Als wij van kind-af-aan de Kerstprediking kwamen beluisteren, dan weten we er zelfs heel wat van af. Het gevaar is groot, dat we niet eens zo makkelijk meer luisteren naar de boodschap van Kerstfeest. Het zijn bekende klanken geworden, die we zo licht over ons heen laten gaan. Het moet dan al heel bizonder en heel apart gezegd worden, willen we er geboeid naar luisteren. Het gaat echter niet om het bizondere en het aparte, waardoor onze belangstelling geprikkeld of ons gevoel bekoord wordt. Dat is maar het bijkomstige, dat voorbijgaat. Het gaat om het ware. Het gaat om de Waarheid, zoals die ons door het Woord van God gepredikt wordt.
Wat is het nodig, dat we voor dat Woord leerden beven en dat het ons' om die Waarheid te doen is. Dat we zó Kerstfeest mogen tegemoet gaan. Er zijn rondom de viering van het Kerstfeest in de kerk en in de huiselijke, kring zoveel uiterlijke dingen, die spreken tot de verbeelding en het gevoel van oud en jong strelen. Maar al deze dingen laten ons leeg en arm. Het komt er op aan, dat we echt leeg en arm worden voor God. Kerstfeest heeft een blijde boodschap voor de arme en verslagene van geest en die voor het Woord Gods beeft. Dat wij in een lage stand Kerstfeest mogen tegemoet gaan. Als wij nog nooit echt Kerstfeest gevierd hebben en vreemd staan tegenover het Kind van Bethlehem, dat we ons vernederen en bedroeven. , , Heere, al zoveel ervan gehoord, maar nog niet er uit leren leven, dat kan zo niet doorgaan. Zal het alles eenmaal tegen mij moeten getuigen. Heere, ontdek mij aan mijn armoede, aan mijn zonde en schuld, aan mijn verlorenheid, en maak Gij zelf plaats in mijn hart voor de Heere Jezus".
En als wij de Heere Jezus leerden kennen, en we mochten ons verheugen in Zijn zaligheid, ook dan hebben we nodig armmakende genade om in een lage stand gebracht te worden. Want Kerstfeest zal alléén gevierd kunnen worden in een lage stand. Kerstfeest verkondigt ons, dat de Heere omziet naar schuldige, doemwaardige mensen. Kerstfeest verkondigt ons, dat God Zijn Zoon naar de aarde gezonden heeft om zondaren zalig te maken en hun de weg naar de hemel te banen. Als dit ingeleefd wordt, gaat 't zingen van binnen:
Die in onze lage stand, Ons genadig bood de hand!
En met verwondering luisteren we naar de bekende woorden, die ons van dit Wonder spreken en deze oude woorden worden nieuw. , , Heere, wat hebt Gij er voor over gehad om zondaren te verlossen ! Het Liefste, wat Gij hadt, hebt Ge niet gespaard. Gij hebt Uw eigen Zoon in de wereld gezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet, en dit alles op Uw tijd, toen de volheid des tijds gekomen was".
God weet Zijn tijd en naar Zijn gemaakt bestek doet Hij het alles komen op Zijn tijd. Toen de tijd, tevoren bepaald, vervuld was, heeft God Zijn Zoon in de wereld gezonden.
Van eeuwigheid heeft God gedachten des ontfermens gehad over gevallen mensen. Van eeuwigheid heeft Hij Zijn Zoon verordineerd tot een Middelaar van het genadeverbond. En vrijwillig heeft Gods Zoon het op Zich genomen om de losprijs te betalen. „Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God" .
Reeds terstond na de zondeval heeft God van de Verlosser gesproken. Die komen zou om satan de kop te vermorzelen. Maar als Eva denkt, dat zij de beloofde Verlosser al ontvangen heeft, dan vergist zij zich toch zeer. Eeuwen van wachten zouden nog volgen. Gods tijd was nog niet gekomen. Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, wanneer alle dingen er voor rijp zijn, heeft God Zijn Zoon in de wereld gezonden.
Wie kan woorden vinden, om dit wonder, in deze enkele woorden uitgedrukt, recht te vertolken ?
Gods Zoon, God uit God en Licht uit Licht, komt op aarde, wordt door de Vader naar deze aarde vol zonde uitgezonden, neemt ons vleesi en bloed aan, ligt daar als een hulpeloos Kind in de kribbe. Van oude tijden af had God Zijn knechten, de profeten, gezonden met de boodschap van verlossing. Daarna, na eeuwen van zwijgen, had Hij een hemelse gezant, Gabriel, gezonden met de wondere aankondiging, van het heil, dat weldra gewrocht zou worden. Maar ten laatste heeft Hij Zijn eigen Zoon gezonden. Wat geen profeet kon bewerken en wat Gabriel niet tot stand kon brengen, dat zou Gods Zoon komen doen : zondaren zalig maken, vijanden met God verzoenen, de geschonden eer des Vaders handhaven en aan Gods gerechtigheid genoegdoening geven. Dat was een zwaar werk.
Dat was voor mensen een onmogelijk werk. Daar was goddelijke kracht voor nodig.
Nu, Gods Zoon is op aarde gekomen. Toen de volheid des tijds gekomen was heeft God Zijn Zoon uitgezonden. Denk daar niet licht over. Lees daar niet over heen. God heeft Zijn eniggeliefde Zoon uitgezonden in een vijandige wereld, waar Hem smaad en hoon, dreiging en dood wachtten. De Vader heeft Zijn geliefd Kind uit Zijn armen laten gaan. Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. En de Zoon heeft Zich laten zenden. Gewillig is Hij gekomen. Geworden uit een vrouw.
Geworden ! Welk een vernedering ligt hierin besloten. De eeuwige Zoon van God, het eeuwige Woord, dat bij God was en Zelf God was geworden. Geworden uit een vrouw. Ons vlees en bloed aangenomen. Ontvangen van de Heilige Geest, geboren geworden uit de maagd Maria. Die het geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn, heeft Zichzelven vernietigd, de dienstknechtsgestalte aangenomen hebbende. Geworden uit een vrouw, mens geworden, ons in alles gelijk, uitgenomen de zonde.
Is Hij u zo noodzakelijk en dierbaar? Van nature zien wij geen schoonheid in Zijn vernedering en armoede. Maar wie geworden is door ontdekkende genade, wat hij is : mens, gevallen mens, zondaar voor God, die niet heeft om Gode het rantsoen in tijd of eeuwigheid te voldoen, die knielt in aanbidding neer bij Zijn kribbe: Geworden uit een vrouw ! Wat heeft U bewogen, Heere, om tot mij af te dalen ! Wat heeft U bewogen, o God, dat Gij Uw Zoon uitgezonden hebt in de gelijkheid van ons zondige vlees ! Wat heeft U bewogen, Heere Jezus, om onze natuur aan te nemen, om in onze plaats te gaan staan en Gode het rantsoen te betalen !
Want daartoe is Hij gekomen. Hij is geworden uit een vrouw en daarom ook geworden onder de wet. Wij liggen onder de wet. Wij zijn schuldig de wet te volbrengen. En daar wij' Gods wet overtreden hebben, hebben we ook de bedreigde straf te dragen. Daar komen we nooit onderuit.
Zijn we het te weten gekomen ? Is het gebod levend geworden en is de zonde levend geworden ? En zijn wij in 'de onmogelijkheid gekomen ? Door de wet aan de wet gestorven ?
Wat wordt het dan rijk, het evangelie van de Kerstdag : Gods Zoon geworden uit een vrouw, geworden onder de wet. Dien, die geen zonde gekend heeft, heeft God zonde gemaakt voor lOns, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.
Geworden onder de wet, heeft Hij gehoorzaam Gods wet volbracht en Gods straf gedragen ten einde toe. Daardoor heeft Hij een eeuwige verlossing tot stand gebracht. Zo is er dan geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn.
Hebben we dit evangelie mogen geloven met ons hart en is het ons oorzaak van eeuwige blijdschap geworden ? Dan zullen we ook aan de droefheid niet vreemd zijn, de droefheid over ons verdorven en schuldig bestaan, over het bedenken van ons vlees, dat vijandschap is tegen God en dat zich aan de wet Gods niet onderwerpt. Maar als ge daarover droefheid kent, uw droefheid zal tot blijdschap worden. Want zie, ik verkondig u grote blijdschap, n.l. dat u heden geboren is de Zaligmaker, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet, opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden. Wie in Hem gelooft, die heeft het eeuwige leven en die mag ook op deze feestdagen met vreugde water scheppen uit de fonteinen des heils, die ontspringen in Bethlehems bornput en die nederdalen uit het hemels heiligdom van de zijde des brandofferaltaars. Want geworden onder de wet, is Hij gehoorzaam geweest tot in de dood. Maar God heeft Hem uit de dood opgevoerd en Hem met ere gekroond en, gezeten aan Gods rechterhand, deelt Hij de buit uit door de Heilige Geest.
Moge deze Geest het waarlijk Kerstfeest maken. Door die Geest knielen wij in aanbidding neer bij de kribbe van Bethlehem en stamelen ontroerd : Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's