Kroniek
Waterkering wereldkering. — De belijdenis kan worden vergeleken met de dijken rond Schouwen-Duiveland, aldus ds. van Roon van Zierikzee in een belangwekkende en sympathiek gestelde artikelenserie in De Gereformeerde Kerk. Nu deze dijken weer gedicht zijn, is het door de zee overspoelde eiland weer land geworden. Zo staat de belijdenis tussen de kerk en de wereld. Warmeer hij niet meer functionneert, wordt de Kerk tot wereld. En zoals na het dichten van de dijken over een poos het eiland een heel ander aanzien zal hebben door herverkaveling, herbeplanting, zo is het ook helemaal niet erg, dat in de Kerk weer nieuw werk wordt aangepakt, mits maar binnen het raam van de belijdenis. Buiten de dijken, is men niet meer op het eiland, maar in het water.
Geen kreet. — Het uitspreken van de wens dat de belijdenis der Kerk gehandhaafd worde, moet niet worden tot een kreet, aldus ds. van Roon. Inderdaad worden zij die voor het welwezen der Kerk opkomen door de gang van zaken zó vaak gedwongen om deze wens naar voren te brengen, dat ook wij wel eens vrezen of men daar wezenlijke zorg om dat welwezen achter zal blijven zien. Wij hopen dat zij, wien dit appèl geldt, zich daarvan verzekerd houden en van de artikelen van ds. van R. serieus nota nemen.
Hij betreurt, dat de zeer concrete vragen over de belijdenis der Kerk, de functie en de geldigheid daarvan, van het Hervormd Gereformeerd Verband van ambtsdragers destijds zo bedroevend weinig concreet door de synode zijn beantwoord. Hij wil o.a. dat deze vragen langs de officiële weg der kerk in de classicale vergaderingen zullen worden behandeld.
Daartegen zou misschien het bezwaar kunnen worden aangevoerd, dat dan over die vragen ook zal worden geoordeeld door mannen, die zich zelf door deze vragen bedreigd weten en waarvan dus moeilijk een onbevangen oordeel kan worden verwacht.
Het lijkt ons niet onmogelijk, dat het weinig concrete karakter van het synodale antwoord van destijds eveneens aan deze bevangenheid moet worden toegeschreven.
Wat te doen ? — Ds. van Roon doet tenslotte een aantal suggesties aan de hand die neerkomen op : meer bidden, meer geloven, en meer verdraagzaamheid opbrengen tussen confessionelen en Gereformeerde Bonders. Met dit laatste bedoelt hij ongetwijfeld : tussen hen, die de Hervormde Kerk meer willen doen corresponderen met de heilige vergadering der ware Christgelovigen van art. 27 N.G.B. Maar nemen werkelijk alle confessionelen de belijdenis in zijn geheel als begrenzing van deze vergadering serieus ? Wij vrezen van niet. Wreekt zich hier de omstandigheid, dat dominees zelden elkaar horen preken, waardoor ds. van R, zich over zijn groepering een te optimistisch beeld vormt ? Of zien wij het te pessimistisch ?
In ieder geval is het echter wenselijk, acht te slaan op zijn oproep om verdraagzaamheid te betrachten tussen hen die waarlijk bij elkaar behoren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1954
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1954
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's