De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

AUGUSTINUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AUGUSTINUS

en de donatisten

5 minuten leestijd

Augustinus verzette zich met grote ernst tegen het donatistisch standpunt, alsof persoonlijke heiligheid, zedelijke merites en menselijke eigenschappen constitutief zouden zijn voor de verkrijging van het heil. Het is alléén God, Die werkt. De sacramenten bewerken het heil, omdat het gaven Gods zijn. De zedelijke positie van hem die geeft en van hem die ontvangt, speelt géén rol. Wat hij geeft is waar, als hij maar niet geeft wat van zichzelf is, maar wat van God Is. Alle nadruk valt op God! Als God geeft, geeft Hij voor altijd. Dan kan Zijn gave niet meer ongedaan gemaakt worden.

De sacramenten hebben een duurzaam karakter. Door het sacrament behoort de gelovige blijvend aan Christus toe. Oók wanneer hij zich 'door grote zonden het hem geschonken heil niet waardig betoont. Oók wanneer hij zich van de Kerk heeft losgemaakt.

Wederdoop is een volstrekt overbodige, nutteloze zaak. Gods gaven laten geen verdubbeling toe. Christus is éénmaal gekruisigd ! Onuitwisbaar staat het merkteken van het sacrament gegrift in het hart van de gelovige. Men kan vragen : doet het er dan volstrekt niet toe of de gedoopte iets van het hem geschonkene in zijn levensgedrag realiseert ? Komt het dan óók niet aan op een actief leven in dankbaarheid ? Leert Augustinus niet, dat het heil zichtbaar wordt in de concrete, dagelijkse wandel ?

Demonstreert deze visie niet een eenzijdig idealisme en een gevaarlijk libertinisme ? Augustinus heeft zich, realist als hij was, rekenschap gegeven van deze moeilijkheden : hij maakte schei­ding tussen het pure sacrament en het tastbaar effect er van. Hier komt reeds levensgroot Augustinus' positieve waardering der Kerk te voorschijn. Of deze oplossing der R. K. opvatting der Kerk troeven in handen gespeeld heeft, laten wij hier buiten beschouwing.

Het effect van het sacrament treedt volgens Augustinus op in de ruimte der Kerk. Met Kerk bedoelt Augustinus de Katholieke Kerk, de voortzetting van de Kerk der apostelen en profeten, die in de bisschoppen hun navolgers hebben. De Katholieke Kerk is voor Augustinus de énige, legitieme Kerk, waarin de sacramenten alléén actualiteit ontvangen. Men denke hier niet aan een materialisering van Augustinus' Kerkbegrip. Augustinus heeft in zijn opvatting der Kerk een diep-geestelijke zin gelegd. Cyprianus' uitspraak : , , buiten de kerk geen heil" krijgt in Augustinus' kerkleer een diepere betekenis. Zij is de dynamische gestalte van de zich in tijd en ruimte voortbewegende gemeenschap der gelovigen, die door de geest der liefde wordt geconstitueerd en gecontinueerd. Behoren tot de Kerk wil dan primair zeggen : gemeenschap hebben aan de geest der liefde in de kerk.

Gedoopt worden in de Kerk wil primair zeggen : aansluiting krijgen aan de geestelijke levensstroom der Kerk. In de Kerk als wereldwijde samenhang der liefde, als gemeenschap der gelovigen, der heiligen, wordt het sacrament effectief.' Principieel is het onvernietigbaar. In de Kerk komt het eerst recht tot werking, omdat men dan in de gemeenschap met Christus is.

In déze zin is er buiten de Kerk geen heil.

Leer van het Woord en het Sacrament.

De strijd tegen het donatistisch kerkbesef werkte louterend en verdiepend op Augustinus' begrip van het Woord en de Doop en het Avondmaal.

In de eerste plaats heeft Augustinus het Woord van zijn juridische en leerstellige beperking ontdaan en het verwijd tot zijn eigenlijke, soteriologische functie : het Woord onderricht niet al leen, maar het gééft — het eist niet alleen — maar het brengt tot gelóóf.

Het Woord is niet alleen wet, maar het is voluit evangelie.

In het Woord komt God tot de mens en beweegt de wil tot geloof. Nu ontstaat er voor Augustinus een moeilijkheid : Wat is eigenlijk het Woord ? Valt het Woord zonder meer samen met het woordteken ? Wordt het geloof mechanisch-causaal in de harten uitgestort, , alsof er van het Woord, op zich zelf genomen een werking zou uitgaan, die een verandering bij de hoorder zou ver-oorzaken ? Anders gezegd — is het Bijbelwoord implicite Gods Woord ?

Ook hier past Augustinus een onderscheiding toe, die behoedt voor een materiële en spiritualistische eenzijdigheid van de Bijbel. Slechts God kan het hart rechtvaardigen en vernieuwen — maar het evangelie prediken kunnen óók anderen. Ma.w. : God is niet gebonden aan de prediking van het evangelie, maar Hij geeft in Zijn vrijmacht juist dit Woord in zijn puur menselijk kleed, opdat het het instrument zou zijn tot het geloof. God werkt in en door het Woord, maar zó, dat Hij vrijmachtig tégenover het uitwendige Woord der prediking staat. Hij begeleidt het gepredikte Woord met zijn innerlijke werking. God werkt door het Woord op de mens in, zodat de wil om te geloven en om lief te hebben enkel en alleen van God afhangt.

Zoals er in het Woord onderschelden moet worden tussen zijn uiterlijk-gepredikte en het innerlijk-werkzame karakter, zó is er ook de twee-eenheid van het Sacrament.

De doop kan door iedereen bediend worden, maar de innerlijke werking der genade is een gave Gods. In de doop zijn naar het uiterlijk mensen aan het werk, maar innerlijk is God bezig : het sacrament en de werking van het sacrament zijn verschillend. Zonder de werking Gods in het sacrament, zonder de kracht van het Woord blijft de doop een leeg, inhoudsloos symbool. Wij denken aan Augustinus' beroemde woord: Ontneem aan het sacrament het woord en wat is het water anders dan water ? Door het woord wordt de doop tot sacrament : het zichtbare woord. God werkt op verborgen wijze in het sacrament. Nu wéét de gelovige, die het sacrament ontvangt, dat hem van Godswege genade geschonken wordt. Dit is geen realisme in de zin van een physische versmelting van water en geest, maar het realisme van een in de doop geschonken heiliging der onzichtbare genade. Augustinus omzeilt in zijn sacramentsleer het grof materialisme en het ijle spiritualisme. Het sacrament is een gevuld symbool !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

AUGUSTINUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's