De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

CHRISTUS KOMT...... MET VUUR

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CHRISTUS KOMT...... MET VUUR

9 minuten leestijd

Maar wie zal de dag Zijner toekomst verdragen en wie, wie zal bestaan als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur eens goudsmids en als zeep des vollers. Maleachi 3 vs. 2

Wat hebben de gelovigen, die leefden voordat Christus in het vlees kwam, met gespannen verwachting uitgekeken naar Zijn verschijning. En in het geloof hebben ze Hem gezien en de belofte Gods omhelsd, van verre die ziende. (Hebr. 11 vs. 13). Ja, Abraham, uw vader heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou, en hij heeft hem gezien en is verblijd geweest. (Joh. 8 vs. 56).

Velen waren er echter ook, die uitzagen en hoopten zonder dat ze er gegronde hoop voor hadden. Het merendeel van Israël is in de woestijn door ongeloof omgekomen, hoewel zich verlatende op het feit, dat ze bij het volk hoorden. Zo was het óok in de dagen van Maleachi. De Heere had het zo wèl gemaakt. Hij tuchtigde het volk Israël wel in Babel's gevangenis, maar bracht een rest weer terug naar Jeruzalem. De tempel en hun huizen verrezen weer, de. offers rookten opnieuw, de wet beheerste het gehele leven. Maar helaas, het hart van het merendeel van het volk was wel vol van het aardse, maar ging niet in liefde uit tot God en Zijn dienst. Vrees voor straf en begeerte naar loon in de vorm van voorspoed hier en straks een goed heenkomen in de eeuwigheid, dreef hen tot de dienst van God. Geen wonder, dat de Heere nog wel eens met het mindere werd afgescheept. En dan maar klagen, dat het zo tegen' zit!

Landbouw en handel laat veel te wensen over. Je kunt beter maar raak-leven zoals er ook velen doen en het niet zo nauw nemen met de wet, want die gaat het voor de wind, en wij gaan gebukt onder de zorgen en moeten bovendien nog alles opbrengen voor het heiligdom. De Heere heeft lust in goddelozen, want waar blijft anders het gericht Gods? , zo klagen ze in 2 vs. 17.

Maar wat het ergste is, Gods volk gaat min of meer meedoen met dit geklaag, zoals we uit dit hoofdstuk moeten opmaken. Is er wel recht bij God, vergist de Heere zich niet, waar blijft het oordeel over alle goddeloosheid, ja, gaat het hen juist goed en ons kwaad ?

Het zijn klanken, die we ook bij Asaf beluisterden, een oprecht kind van God. Ook Job worstelde met deze dingen. Gods kind is zo spoedig wantrouwend tegenover zijn God, vergeet maar al te licht dat de Heere wel gezegd heeft dat Hij in alle nood zal helpen en nabij zal zijn, maar dat Hij niet gezegd heeft dat Hij voor alle nood bewaren zal. Opstandigheid en ontevredenheid is onze natuur en waar Gods kind niet in het geloof staat, daar is het ongeloof en vlees. Dan is de weg Gods met ons nooit goed. Al zó lang getobd, zoveel jaren reeds ziek en nog geen vooruitgang te bespeuren, al die lege plaatsen in de kring der geliefden, en wat het ergste is, hét is zo donker, het schijnt wel dat de Heere me vergeten is. Ja, is het wel ooit écht geweest ? O, nu eens alle rechten te verliezen voor God en Hem in Zijn doen niet verdacht te houden. Weet het dat de Heere nog steeds gewillig is om alles missende mensen alles te geven wat nodig en nuttig is voor tijd en eeuwigheid.

Tot al dat schijngeloof en tegelijk ook tot al die oprechte kinderen Gods die verkeerd zitten, zegt nu de profeet: Ziet zegt de Heere, Ik kom wel ten gerichte over de goddeloze, Ik ben nog Dezelfde. Eerst stuur Ik Mijn bode en dan op eenmaal kom Ik Zelf in de Engel des Verbonds, dat is Jezus Christus. Maar gij, 'die zo verlangt naar Mijn komst ten gerichte over alle goddeloosheid, dat is een komst met vuur, dat is loutering en beproeving ook van u. En hoe staat het er mee, kunt gij bestaan in die dag.

Een indringende adventsprediking voor toen en nu. We zijn er zo op uit om, het oordeel af te bidden over allen die grof de Zondag ontheiligen, we zouden alle openlijke zondaren voorbeeldig gestraft willen zien en dat niet straks maar nu, maar hoe staat het met ons zelf. Want dat God gericht houdt, dat is zeker al twijfelt ge er aan in uw ongelovig ongeduld, maar op Zijn tijd. Het is dan echter een gericht dat over allen gaat, het begint bij Levi, de priesterschap. Zij zijn ook de oorzaak van zoveel zonden bij de tempeldienst, onder hen vindt allereerst een loutering plaats zoals het zilver en goud in de, smeltkroes onder grote hitte wordt ontdaan van alle onedele delen. Velen zullen daarbij omkomen, een rest gereinigd tevoorschijn komen .... Zo zal alles wat geweigerd heeft zich in waarheid tot God te bekeren veroordeeld worden, allen die 't niet om de Heere gaat maar om loon, zullen verdaan worden. Dan zullen ook Gods kinderen in de smeltkroes komen en al wat van hen is, gaat er aan. En wie zal dan bestaan ? Als dit woord doordringt in het hart van Gods kind dan is het gedaan met alle ontevredenheid over Gods wegen, dan doet de Heere het wel goed, maar zijn zij zelf verkeerd en dan de uitroep: Wees mij zondaar genadig. Want niemand kan voor dit smeltvuur bestaan in zich zelf. Hoe nodig en nuttig is dit telkens juist voor Gods kind.

Straks wordt Maleachi's profetie vervuld. Eerst komt de voorloper, die door zijn oproep tot bekering de weg bereidt voor de Messias, Johannes de doper. Dan komt Hij Zelf in het vlees, Jezus Christus, de engel des verbonds. Met Zijn komst komt er scheiding, al wat zich zelf vroom acht, al wat het om het loon alleen gaat, al wat in zich zelf rechtvaardig wil zijn, keert zich vol gramschap van Hem af, ja brengt Hem straks met welgevallen aan het kruis. Maar al wat zich zondaar leert kennen voor God, al wat het leert uitroepen: o. God wees mij zondaar genadig, al wat zich zelf leert veroodelen voor God, beleeft dit wonder, dat alle gramschap Gods over Hem zich heeft uitgestort.

De straf die ons de vrede aanbracht was op Hem, zei reeds Jesaja. Jezus Christus komt en wordt in het gericht Gods gebracht, ja gaat gewillig daarin, het gericht dat Zijn volk moest treffen, opdat er voor hen in de loutering leven zou zijn, eeuwig leven.

Als Hij komt, de God des gerichts, wie zal bestaan ? Ziet, Jezus Christus bestaat door het gericht heen en in Hem kan de zondaar bestaan. Zo bestaat de boetvaardige zondares, zo bestaat Petrus, zo Paulus.

Zijn dag komt wel, maar het is een dag van loutering, een dag van vuur. Hij komt en is gekomen, de Vredevorst, die de vrede in de harten van zondaren gebiedt, vrede met God in het bloed des kruises. Daar wordt geleerd dat ons hart vijandschap is tegen God en Zijh dienst. Door de trekking des Vaders wordt een mens een ongelukkig schepsel voor zijn gevoel. Zijn we dat dan niet sinds we van God zijn afgegaan in het Paradijs ? Ja wel, maar we hebben er geen erg in en geloven het eigenlijk niet. Maar dan wordt het werkelijkheid, dan kunnen we het niet meer uithouden zonder God. Daar worden door de bearbeiding van Gods Woord en Geest gebrokenen en verslagenen van hart gemaakt die het leven niet meer in eigen hand kunnen vinden. Dan heeft een mens niet meer de verbeelding dat hij rechtvaardig is en dat hij het met zijn godsdienstigheid wel kan redden. Daar wordt de bede geboren: o. God wees mij zondaar genadig. Ach, wie zal bestaan als de Heere komt. O, dat eeuwig wonder als we daar iets van te zien krijgen, dat er in Christus voor zulke zondaren nog mogelijkheid is. Hoe kostbaar wordt Christus voor ons, hoe noodzakelijk. Geen rust voor we bij Hem mogen rusten en het mogen weten dat Hij ook voor ons de schuld heeft weggedragen. Kostelijk als zo een zondaar tot Hem de toevlucht leert nemen, van niets anders meer wil weten dan van genade. En op Gods tijd te vinden en te omhelzen.

Wie zal bestaan als Hij komt. Dat is de adventsprediking van Maleachi. Elke keer als het Kerstfeest wordt klinkt deze boodschap weer door. Alleen in Christus Jezus kan een mens bestaan voor God. En Christus roept op tot beslissing. Zijn komst is de loutering. Begonnen toen Hij op aarde kwam, voltooid straks bij Zijn wederkomst ten gerichte. Bedenk het dan wel, al het andere, hoe sfeervol ook is te kort.

Alleen het geloof in Christus Jezus voldoet. Wie dat leven nog mist, wie Hem nog niet kent hoort toch. Hij komt nog tot ons en betuigt het daarin dat Hij nog gewillig is om ook ons te bekeren. Drijft niet langer voort op wat gevoel, straks komt de dood en dan het oordeel. Wie kan bestaan voor God. Val Hem nog te voet opdat Hij het doe. Houdt niet op met bidden en smeken. Het gaat om zulke grote zaken.

Kerstfeest, kind van God. Wie zal bestaan voor Hem ? Ach, dan is het alles te kort aan uw kant. Wat al zonde, wat al te kort aan liefde en ijver in de dienst van God, wat al zorgeloosheid, o, hoe kan het toch bestaan met genade verzucht menige ziel. Bedenkt het dan maar weer en Gods Geest binde dat woord maar weer op uw hart, dat het alleen genade is. Dat wil dus zeggen dat er uit u, dat is uit uw vlees geen goeds te verwachten is. Nu niet anders te zijn en te willen weten dat men het is, dan zondaar. In alles Gods genade in Christus te mogen nodig hebben om als vlees gedurig begenadigd te worden in Christus Jezus. Hij heeft behagen in een ellendig volk dat alles van Hem nodig heeft.

Zo gaan we met diepe verootmoediging het Kerstfeest tegemoet. Dan steeds opnieuw de Heere nodig om werkelijk het feest van de geboren koning te mogen vieren.

Ziet Hij komt. Wie zal Zijn dag verdragen ? Dat arme en ellendige volk dat als verloren zondaar tot Hem komt: o. God wees mij zondaar genadig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

CHRISTUS KOMT...... MET VUUR

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's