De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ZACHARIAS URSINUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZACHARIAS URSINUS

Een theoloog van groot formaat

5 minuten leestijd

Een theoloog van groot formaat.

Olevianus en Ursinus worden steeds in één adem genoemd, omdat beiden de Heidelberger Catechismus hebben opgesteld. Wat echter van Olevianus  geldt, moet ook van Ursinus gezegd -worden; dat n.l. van zijn leven en werkzaamheid onder ons maar heel weinig bekend is. Nu ik in een vorig artikel  over Olevianus geschreven heb, wil ik thans uw aandacht vragen voor de zeer bekwame én diepvrome theoloog Ursinus.

Wij als Gereformeerden hebben veel aan hem te danken.

Ursinus was een man met grote gaven en van zeldzame werklust. Hij was iemand met een fijn en teer besnaard gemoedsleven, een nobele geest, nobel óok in zijn strijd voor de Gereformeerde waarheid. Grote gedachten van zich zelf had hij niet, maar hij was buitengewoon nederig en leed soms aan te grote bescheidenheid, waardoor hij wel eens kleinmoedig werd en iets tobberigs kreeg. Hij zocht de strijd niet, maar wilde zich het liefst in een hoekje terugtrekken en riep eens uit : , , Ik zal mij alle moeite getroosten om mij ergens op het platteland of in een dorp terug te trekken". En toch heeft God deze man willen gebruiken om grote dingen te doen en door de arbeid aan de Heidelberger Catechismus is hij voor talloos velen tot zegen geweest. , , Hij is" — merkt ds. Bouwmeester op — , een theoloog van groot formaat geweest, die in de 16e en 17e eeuw grote invloed heeft uitgeoefend op het theologisch denken van honderden predikanten. Vele predikanten van onze Gereformeerde kerken uit die tijd ontvingen hun opleiding te Heidelberg of studeerden toch uit zijn werken".

Zijn opleiding.

Zacharias Ursinus werd op 18 Juli 1534 te Breslau geboren. Zijn vader heette Caspar Bar (Beer), maar veranderde de familienaam in het deftiger klinkende Ursinus (Urus betekent in 't Latijn: Beer). Hij was ziekelijk en leed onder moeilijke levensomstandigheden, zodat een neiging tot zwaarmoedigheid zich steeds sterker openbaarde. Daardoor viel er over Zacharias' jeugd een donkere schaduw en is hij eigenlijk nooit echt vrolijk en onbezorgd jong geweest.

Van jongsaf iemand van diep-emstige levensopvatting, ontvluchtte hij vooral in zijn latere leven 't liefst het rumoer der wereld en beminde de eenzaamheid en de rust van zijn studeerkamer. Zijn leven werd versomberd door een melancholieke trek en zelfs kleine moeilijkheden wogen hem zwaar.

Na grondige vooropleiding werd Zacharias op 30 April 1550 — hij was toen nog geen 16 jaar oud — ingeschreven als student aan de hogeschool te Wittenberg.

Hier genoot hij het schitterend onderwijs van de bekwame, edele Melanchton. Hij was met diepe verering jegens zijn leermeester vervuld en voelde zich geestelijk zeer nauw aan hem verwant. Wanneer de zachtmoedige Melanchton miskend en ruw behandeld werd, leed de jonge student daaronder en had hij met zijn vriend en leraar diep medelijden.

Naar de gewoonte van die dagen bezocht hij, na z'n studie te Wittenberg voltooid te hebben, de hogescholen van verschillende steden en maakte persoonlijk kennis met de voornaamste theologen uit die tijd. In Geneve ontmoette hij Calvijn, met wiens opvattingen de jonge Zacharias zich geheel verenigen kon.

Leraar te Breslau.

In 1558 werd hij door de Raad van Breslau tot leeraar benoemd aan de school, die hij zelf als leerling bezocht had : de Eiisabethschool.

Uit de intreerede, die hij hield, bleek, dat hij toen reeds een man van buitengewone bekwaamheid was en niet alleen naar zuiverheid van belijdenis streefde, maar ook ernstig aandrong op een christelijke, nauwe levenswandel. Slechts twee jaar heeft hij aan deze school gearbeid. Hij vroeg daarna ontslag in verband met de felle strijd, die in Breslau en in geheel Duitsland ontbrand was over de Sacramenten, met name over het Avondmaal. Door diepgaande studie was Ursinus een beslist voorstander van de Calvinistische opvatting aangaande het Avondmaal geworden. In dit opzicht stond hij tegenover zijn Lutherse geloofsgenoten, die hem voor een Sacramentariër scholden en hem begonnen te wantrouwen.

Ursinus voelde zich geroepen in een publiek geschrift rekenschap te geven van zijn gevoelen ten opzichte van de sacramenten en gaf in 1559 zijn , , Stellingen over de Sacramenten, over de Doop en over het Avondmaal des Heeren" uit.

In dit geschrift doet hij zich reeds kennen als de geleerde, die op heldere en overtuigende wijze zijn denkbeelden weet voor te dragen. Hier vinden we reeds de voortreffelijke eigenschappen, waardoor zijn latere geschriften zich zouden kenmerken. Melanchton sprak zijn hoge ingenomenheid met de inhoud uit en prees de theses zeer. , , Ik heb" — sprak hij — „grote verwachtingen van Ursinus gekoesterd, maar dit werk overtreft toch mijn verwachtingen verre".

De tegenstanders van de Gereformeerde leer, wat betreft 't Avondmaal, waren echter zeer verontwaardigd en wisten zelfs gedaan te krijgen dat het geschrift verboden lectuur werd. Het volk werd door dergelijk geschrijf verontrust en 't was beter, dat de schrijver en zijn geestverwanten vertrokken, dan verder onrust te zaaien.

Ursinus had geen lust om de strijd voort te zetten en vertrok, om verdere ruzie te voorkomen, vrijwillig uit Breslau. Na verschillende steden bezocht te hebben, kwam hij op 3 October 1560 te Zurich aan, waar toen de reformatoren Bullinge en Martyr op de voorgrond traden. Vooral tot Martyr voelde Ursinus zich aangetrokken en spoedig waren zij met hechte vriendschapsbanden aan elkander verbonden. Dagelijks gingen ze met elkaar om en alle moeilijke theologische kwesties bespraken ze samen.

Hoogleraar te Heidelberg.

Lang zou Ursinus niet het rustige leven van een ambteloos burger kennen. Hij werd benoemd tot leraar aan het Collegium sapientiae  (, ,wijsheidcollege") te Heidelberg en na zijn promotie tot doctor in de theologie (25 Augustus 1562), tot hoogleraar in de dogmatiek aan de Universiteit te Heidelberg. Van 1562 tot 1568 heeft hij geregeld college in de dogmatiek gegeven, waarna Zanchius hem in dit werk opvolgde.

Binnen deze tijd valt het feit, waardoor Ursinus 't meest bekendheid heeft gekregen a de uitgave van de Heidel-berger Catechismus Olevianus werkte mee, maar Ursinus heeft toch wel het grootste en belangrijkste aandeel in dit werk gehad. In 1563 werd het boekje uitgegeven, dat uitmunt door de duidelijke uiteenzetting van de waarheid en zijn tere en innige vorm.

Overgenomen uit Belijden en Beleven van 31 December "34.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ZACHARIAS URSINUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's