De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

5 minuten leestijd

Doorwerking van Evanston en Philadelphia 

 — In de zomer van het vorige jaar kwam te Evanston in de Verenigde Staten de Wereldraad van Kerken bijeen, en in Philapelphia de meer principieel belijnde Internationale Raad van Christelijke Kerken. Hoe men tegenover deze beide raden ook staat, de door hen gehouden bijeenkomsten hebben in ieder geval de kerken, ook in ons land, over de kerkelijke verdeeldheid aan het denken gebracht.

Zo ook de Gereformeerde Kerk. Deze is noch bij de ene, noch bij de andere Raad aangesloten. Zij zou kunnen zeggen : , , Entre ces deux mon coeur belance", tussen deze beide twijfelt mijn hart. Maar dat de belangstelling voor meer kerkelijke eenheid hier door deze internationale kerkelijke gebeurtenissen is geprikkeld, is buiten twijfel. Steeds pijnlijker voelt men de gescheidenheid tussen eigen, vrijgemaakte en christelijk-gereformeerde kerken, terwijl met de oplevende vraag naar de zin van de doleantie van '86 ook de verhouding tot de Hervormde Kerk in het geding komt.

In het Gereformeerd Weekblad (van de Gereformeerde Kerken, uitg. Kampen) schreef dr. Hommes over deze stof een meermalen hier aangehaalde artikelenserie, terwijl in de laatste nummers ook prof. H. Ridderbos in de rubriek , , Van week tot week" hieraan aandacht geeft.

Te betreuren.

— Op de hem eigen goed doordachte, duidelijk geformuleerde, voorzichtige en toch openhartige wijze geeft deze gezaghebbende figuur over een en ander zijn mening. De bezwaren die hij tegen onze Kerk aanvoert zijn begrijpelijk. Er is wel een gereformeerde groep in de Hervormde Kerk, zo zegt hij, maar daarvan gaat kerkelijk weinig uit. Dat van deze kant de toenaderingspogingen het zwakst zijn, zoals prof. R. opmerkt, zal wel komen doordat men zich onzerzijds afvraagt, of een eventuele terugkeer van de Gereformeerde Kerken in onze kerk voor de Hervormd Gereformeerden in bepaalde opzichten misschien niet een probleem erbij zou kunnen betekenen in plaats van een probleem minder.

In ieder geval houdt hij zich dan verder bezig met de middenorthodoxie en de vrijzinnigen, want — en dat is zo buitengewoon jammer — hij refereert niet aan wat de Kerk is door wat zij omtrent Christus en Zijn Woord belijdt, maar aan de Kerk zoals zij zich voordoet in haar van haar wezen afgebogen theologische en andere activiteit. Dat wezen der Kerk vindt men niet in wat professor zus-of-zo toevallig eens belieft te zeggen, maar in wat de Kerk zelf in een periode van krachtige geestelijke opleving werd gedrongen te getuigen.

De modaliteitsgedachte. — Natuurlijk zal prof. R. dit wel kunnen beamen, maar erop willen wijzen dat juist dit uiteenwijken van wat de Kerk , , is" en hoe de Kerk , , zich voordoet" voor zijn Kerk het struikelblok is. Hij wijst op de in de Hervormde Kerk gehanteerde modaliteitsgedachte, volgens welke de verschillende — ook de van de belijdenis afwijkende — opvattingen in de Kerk alle aspecten van éénzelfde Waarheid zouden zijn. Om de belijdenis der Kerk is echter deze gedachte, ook in de Hervormde Kerk zoals die nu is, niet legitiem.

Ons bezwaar is nu, dat prof, R. deze modaliteitsgedachte tóch serieus neemt door er een wezenstrek in te zien van de Hervormde Kerk, waarover het noodzakelijk zou zijn te discuteren vóór een eventuele terugkeer kan plaats hebben. Hij komt zo ten onrechte tot de mening, dat een Gereformeerde terugkeer moet inhouden een aanvaarden van de modaliteitsgedachte ; en hij moet dan dus wel vragen of dit spreken van modaliteiten wel gerechtvaardigd is. Natuurlijk is dat dan voor vrijzinnigen — oud en nieuw — niet het geval, terwijl hij het gelukkig ook aandurft de middenorthodoxie niet als een gereformeerde modaliteit aan te merken — zodat hij ondanks een eventueel afstoten van de uiterste linkerzijde in de Hervormde Kerk de Gereformeerde Kerk nog altijd prefereert.

Door deze o.i. onjuist gemotiveerde afzijdigheid onttrekt men zich aan de mogelijkheid, binnen de Kerk ertoe bij te dragen dat , , de Kerk weer Kerk wordt", wat zich o.a. kan manifesteren in een herziening van het modaliteitsbegrip.

Dit ontvluchten van de problematiek van de Hervormde Kerk in het algemeen is o.i. niet alleen weinig manhaftig, maar ook zinloos, omdat deze problematiek toch vroeg of laat ook in de gesepareerde kerken aan de orde komt, zoals telkens blijken kan. En voor het doorworstelen van die problematiek kan de Hervormde Kerk de waardevol­Ie krachten uit de gescheiden kerken zo goed gebruiken.

Hoe is de verhouding ? — Nog geheel afgezien van het simpele feit dat bij een complete terugkeer van de Gereformeerden in de Hervormde Kerk de middenorthodoxie uiteraard zou hebben opgehouden de koers van de Hervormde Kerk (alleen) te bepalen, menen wij dat de te betreuren gedachtengang van prof. Ridderbos —en van alle andere Gereformeerde woordvoerders — ook samenhangt met een beschouwing van de verhouding tussen de Hervormde en de Gereformeerde Kerk die afwijkt van de onze.

Prof. R. spreekt n.l. steeds van een hereniging van deze. kerken. Wij noemden het een terugkeer. Een belangrijk verschil. Wie van hereniging spreekt, plaatst de beide kerken in nevenschikking. Over en weer worden voorwaarden, ook ideële voorwaarden, gesteld en de aanvaarding of afwijzing daarvan overwogen. Bij een terugkeer niets dan een simpele aanmelding : nous voici, hier zijn wij. Geen formele aanvaarding van misstanden, waardoor men het recht zou verliezen later te verlangen dat ze ook in feite worden opgeruimd. Wij menen dat de hier toegepaste onderschikking historisch juister is. '34 en '86 was niet een uiteengaan in twee , , zusterkerken", maar een , , dochterkerk, die zich afscheidde van de moederkerk. De Acte van Afscheiding spreekt immers ook van een wederkeer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's