De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIE POOLSE JONGEN

4 minuten leestijd

Feuilleton

Daar komt de kleine Jolchi aanhollen. Hij heeft een bosje bloemen in z'n hand.

— Moe, zegt hij, kijk eens wat een mooie !

— Prachtig, vent ! Waar kom jij zo ineens vandaan ?

—' Ik kom van Pia. Moe, Pia heeft met mij gewandeld ; praat het vierjarig ventje.

Juffrouw Tomkiewis pakt een stoel uit de keuken en zet daarop 't mandje met aardappelen.

— Zó i zullen we maar bij Mika gaan zitten ?

— Ja, Moe, zegt Jolchi en holt z'n Moeder al vooruit naar de oude lindeboom.

Als Moeder goed en wel is gezeten, nadat ze enkele lieve woordjes tegen het kind in de wieg heeft gesproken, is Jolchi al bezig zijn bloempjes een goede bestemming te geven.

— Moe, kijk eens, zegt hij triumfantelijk, en z'n ogen schitteren.

In de rand van de kinderwagen duwt hij telkens een steeltje van een bloem.

De kleine Mika kraait van plezier.

Dat staat hem aan. Hoe klein en jeugdig hij is, hij houdt van gezelschap.

Het lijkt wel of hij Jolchi's taaltje al verstaat. Hij slaat met armen en benen, alsof hij beduiden wil : — Goed zo, grote broer!

Als Jolchi 't laatste witte bloempje tussen de biezen rand van de kinderwagen gestoken heeft, zegt hij : — Kijk, Moe !

— Ja, dat is schitterend, jongen ? Hoe heb je het zo mooi bedacht.

Samen keuvelen Moeder en Jolchi verder. Jolchi houdt telkens een schil vast van de aardappel, die z'n Moeder bezig is te schillen.

Zo hebben ze allen een bezigheid en het vredig tafereel onder de oude lindeboom wordt door niets gestoord.

Moeder Tomkiewis kijkt in de wieg.

De kleine is nu weggedrummeld. Hij slaapt rustig.

En nu moet zij weer denken aan de woorden van vader Broga, die kan nü al zien hoe een bijdehande jongen het worden zal.

Ja, als hij gezond mag opgroeien. Dat had de oude boer er wel bij mogen zeg­gen. Zegt de apostel Jacobus niet: In­dien de Heere wil en wij leven zullen.

God schept het leven. Tegenover : ziekte en dood zou zij machteloos staan.

Clauda Tomkiewis heeft dit wel eens duidelijk gezien. Stierf niet haar zuster's kind, toen het zes jaar was ? Het leven is als gras en de dood wenkt ieder i uur. Maar nu in God het leven is, mag er een uitzien naar boven zijn.

Zo peinst de jonge Moeder.

Ze zal er met vader Broga over spre­ken. Hij is soms een beetje voorbarig.

Als de zon ter kimme neigt en de schaduw van het Oosterbos valt over 't dorpje, komt er een oude man 't voetpad op wandelen. Het is vader Broga.

Hij is meer gebogen, dan anders. Hij schijnt in diepe gedachten verzonken. Een oude man in de avond.

Misschien is hij bezig afscheid van de wereld te nemen.

— Het uitnemendste van de dagen onzer jaren is moeite en verdriet, mediteert vader Broga. Maar het bericht dat straks in het dorp de ronde heeft gedaan, foltert zijn hart het meest.

Slowakije bezet door de Duitsers. De troepen van Hitler staan aan de Zuidgrens van Polen.

Dat gaat de verkeerde kant op. Och ja, hij had het al wel zien aankomen.

Eerst het Saargebied in 1935. Toen Oostenrijk in Maart 1938. Daarna het Sudetengebied in September van hetzelfde jaar en vervolgens Bohemen en Moravië in Maart 1939. Enkele dagen later het Memelgebied.

Als vader Broga het huis van zijn vrienden, Jozeph en Clauda Tomkiewis, •is binnengestapt, ziet hij al, dat zij het laatste nieuws ook hebben gehoord.

— Ben jij nog niet opgeroepen, Jozeph ?

— Nog niet, vader Broga, maar ik verwacht iedere dag de oproep.

— Zo ! Ja, we gaan weer een moeilijke tijd tegemoet. De Heere heeft een twist met de kinderen der mensen. Het onweer is dichtbij en zal ons niet voorbij gaan.

In de ogen van Clauda staat bange vrees te lezen. Ja, 't leven is wel heel moeilijk, als het oorlog is.

2)

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's