De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

AUGUSTINUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AUGUSTINUS

Kinderdoop

6 minuten leestijd

KINDERDOOP

Het kan zijn nut hebben, even langer stil te staan bij hetgeen Augustinus in een gevarieerde reeks van mededelingen onder wisselende belichting vanaf zijn vroegste bezinning over de kinderdoop heeft uitgesproken.

Zijn visie op de kinderdoop kan een leerzame bijdrage leveren in een discussie, waarbij dit vraagstuk met hernieuwd élan aan de orde is gesteld. Gelijk bekend wordt het ene front gevormd door partners, die de kerk het goed recht van de kinderdoop menen ontzeggen als niet in overeenstemming met de vooronderstellingen van het Nieuwe Testament. Men is van oordeel, dat de doop pas zinvol is, als men in vrije, verantwoordelijke geloofsbeslissing voor de doop gekozen heeft. Doop is een zaak van keuze, die men in de grootste ernst te nemen heeft. Men moet er niet licht over denken. De doop moet tot op het uiterste ernstig genomen worden. L'histoire se répète : zonder moeite ontdekken wij hoe wederom Pelagius, maar ook Donatus in het strijdperk aangetreden staan om tegenover de (bisschop van Hippo de rechten van de mens te beschermen. Het opgeworpen dilemma van kinderdoop en volwassendoop stelt op onontwijkbare wijze de vraag of algemeen geformuleerd het primaat aan de goddelijke orde der dingen dan wel aan de orde der menselijke beslissingen moet worden toekend. Een confrontatie van deze beide gezichtspunten brengt in een spanning die men in 't bijzonder kan herleiden tot die tussen 1°) tijd en eeuwigheid. In de autonome voorkeur voor de volwassendoop voltrekt zich een eigenwillige omkering der orden : Het goddelijke , , prae", waarin onze orde een eeuwigheid vóór is, wordt ontledigd, ontdaan van zijn goddelijk gezag en omgebogen tot een menselijke beslissing in de tijd. De eeuwigheid komt aldus , , verkeerd" in de tijd terecht.

Wanneer men nu Gods eeuwigheid aan de tijd meet en haar zich toemeet, glijdt men ongemerkt in de idealisering der humaniteit, - en roept men ten tweede een spanning op tussen de zede en het Woord.

Dan is er het derde punt, nauw met het vorige samenhangend, nml. dat de mens in zijn voorkeur voor de volwassendoop zich uit het verband der gemeenschap stelt en enkeling wordt.

Er is dan de spanning tussen individu en gemeenschap. Hier tekent zich af 's mensen rebellie tegen het Verbond, die vreemde, eigensoortige, ergerniswekkende werkelijkheid, waarin God het wint op ons volharden in het isolement. In het Verbond wordt aan het kind objectief het heil toegezegd, niet als enkeling, maar in de gemeenschap.

God heeft Zijn Verbond met óns opgericht. De werkelijkheid van het Verbond is een ergernis voor de kluizenaar en de asceet, een barrière voor het ideaal, dat verwerkelijking vraagt. Het Verbond is ons gezamenlijk gegeven. Het gehoorzamen is er voor de enkeling, het Verbond voor allen. De doop kan niet geloofd, maar slechts geschonken zijn'.

En tenslotte doemt in de overspanning var de volwassendoop de tegenstelling op tussen secte en kerk, kerk der heiligen en katholieke kerk, Donatus en Augustinus. We mogen ons, na het vorige, er van ontslagen achten, hier nader op in te gaan.

Reeds vroeg hield Augustinus zich bezig met het vraagstuk van de kinderdoop, dat hij in een van zijn eerste geschriften een , , zeer duistere kwestie" noemt, een ondoordringbaar woud, waarin nauwelijks het licht der rede valt. Dat zij niettemin haar nut heeft, , , zal de rede ontdekken, wanneer er naar gezocht moet worden". Intussen laat hij zich door de duisternis van dit probleem niet afschrikken, het aan alle kanten af te tasten, zonder ooit tot een systeem te komen. In opeenvolgende stadia van theologische bezinning heeft hij er mee geworsteld, er zich ingeleefd, waarbij het soms schijnt dat hij er zich uitgestreden heeft, doordat hij er langere periode over zwijgt ; dan weer breken onverwachts met de hevigheid van een innerlijke bewogenheid 'de vragen los, tot zij uitmonden in een jubeltoon. Aanvankelijk stelde de verhouding van geloof en doop hem voor een probleem, omdat hij immers geloof en genade in nauwe samenhang ziet — dan geeft Augustinus zich gewonnen aan de regel der kerk, die tegemoet komt aan zijn behoefte, zich door de doop verlost te weten uit de donkere zondemacht : , , onder de gelovigen zult gij de gedoopte kinderen rekenen en gij zult het niet wagen op een andere wijze te oordelen, als gij niet een openlijke ketter wilt zijn". (Sermo 294). De traditie van de kerk speelt een zeer belangrijke rol ; , , de gewoonte van onze moederkerk om de kinderen te dopen, moet geenszins veracht worden, noch op enigerlei wijze overbodig geacht worden" (de Gen. ad lit. X, 23). Zoals wij reeds opmerkten, verstaat Augustinus de kerk primair geestelijk als de gemeenschap der gelovigen. Het is deze gemeenschap, die in de acte van de doop voor het kind gelooft : , , Gelooft het kind in Jezus Christus ? zal men vragen. Antwoord : ja zeker : In zijn zwijgen, in zijn huilen, waarin het als 't ware smeekt om het te hulp te komen(!), spreekt in het antwoord van de gemeente, en dit is van kracht de kerk schikt de kinderen voeten van anderen toe om te komen, het hart van anderen om te geloven, de mond van anderen om te belijden, want zoals zij reeds belast v/erden toen een ander zondigde, zo werden zij gered, nu een ander voor hen belijdt.-...." (Serm. 174, 176).

Dit laatste is vooral van groot belang : de menselijke solidariteit in zonde en schuld verlangt als tegenwicht gemeenschappelijk geloof en gemeenschappelijke genade. Met het oog op de erfzonde heeft Augustinus in zijn brieven en preken met kracht het pleit gevoerd voor de kinderdoop. Dopen is niet een gewoonte in de kerk, want „niemand twijfelt er aan dat de kleinen gedoopt moeten worden", maar zij betekent voor Augustinus voluit de intrede in het heil : zij zullen het eeuwige leven niet krijgen, als zij niet in Christus gedoopt worden (Sermo 294). De doop van het jonge kind. richt een dam- op tegen de aanstormende golven vanuit het centrum der concupiscentla en bewaart voor het oordeel Gods.

Naast de innige verbinding van kerk en doop is er bij Augustinus een even nauwe samenhang tussen doop en het reddende Woord Gods. Zoals gezegd, wordt in de doop de zonde niet langer toegerekend. Rondom de doop breidt zich het heil uit tot in de verre verten van de toekomst des Heeren. En hoe staat het ermee, wanneer men niet gedoopt is ? Augustinus spreekt het onomwonden uit, dat wie niet gedoopt is, onvermijdelijk in het oordeel terecht komt. Hij beweegt zich hier naar zijn mening op de bodem van het apostolisch gezag. Of dit soms niet al te bruut, al te strak en zakelijk is ? Blijkbaar niet. Tegenover 't compromis-standpunt der Pelagianen heeft hij een derde weg nadrukkelijk afgewezen. De God van Augustinus is evenzeer een God van gerechtigheid als van liefde. Een andere zaak is dat Augustinus zich niet diepgaande wilde begeven in een rationalistische doorwerking van dit uitermate moeilijke en onoplosbare protbleem. Liever zweeg hij voor het mysterie Gods en rustte hij in Zijn ondoorgrondelijke wijsheid en goedheid. (Vgl. Sermo 294, 7, 8). In een ander geschrift geeft hij als zijn oordeel te kennen dat men wel moet zeggen dat kleine kinderen zonder doop veroordeeld worden, maar „in een veroordeling, die het allerminst is" (de pecc. mer., I, XVI, 21). Augustinus' standpunt t. a. v. de erfzonde onderstreept te meer de noodzakelijkheid, alle kinderen tot het doopvont te brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

AUGUSTINUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's