DIE POOLSE JONGEN
Feuilleton
— Laten we hopen, in vrede. — Zeg dat wel, Clauda. Het kan zo spoedig anders zijn.
— Holland is het land, waar, in de laatste wereldoorlog zoveel kinderen uit Hongarije, een gastvrij toevluchtsoord hebben gevonden.
— Ja, dat is zo. Het lag als een veilig eiland in een zee van oorlog. Het was een grote zegen voor het land zelf, maar ook voor de landen waar de oorlog woedde. Vele duizenden kinderen hebben er gelukkige jaren doorgebracht.
— Het is maar te hopen dat het ook nu voor de oorlogsramp gespaard mag blijven.
— Dat is 't, maar ik vrees ! Nog even blijft hij praten. -^ Kom, zegt hij dan, het is mijn tijd. Clauda, ik wens je welterusten.
De maan is intussen boven het Oosterbos verrezen en verlicht zijn pad naar de hoeve.
Langzaam wandelt hij voort. Er staan groepjes mensen langs de weg. Allen zijn vervuld van de geweldige dingen, die staan te gebeuren. Het is tot de meeste inensen doorgedrongen, dat er heel veel op het spel staat. Het lot van Polen is in Gods hand. Maar wie ziet het zo ?
Vader Broga gaat stil z'n eigen weg. Hij heeft geen behoefte met de mensen te praten. Zijn gedachten zijn bij Jozeph Tomkiewis. En Clauda, de moeder van twee lieve kinderen, wat een zorg drukt nu op haar schouders.
Achter de oude woning staat vader Broga even stil.
'Groot en helder staat de maan boven het landschap. In de verte hoort hij nog het stemmengegons. De mensen praten druk. Maar hier is het stil.
Dan is het of vader Broga opeens beklemd wordt door een ongekende angst. Hij luistert naar het gerucht, heel in de verte.
Ze komen ! Ze komen ! De soldaten van een grote, vreemde mogendheid. De motoren grommen, de claxons loeien.
Met ijskoude zekerheid komt het monster oorlog nader.
Vader Broga ziet naar de hemel. — O God, smeekt hij, maakt 't kort. In diezelfde nacht vielen de Duitsers op drie plaatsen Polen binnen. Het was in de nacht van 31 Augustus tot 1 September.
Om nooit te vergeten.
De Poolse regering had tot het laatste toe gewacht met het leger te mobiliseren. Hieruit zou voldoende af te leiden zijn, dat Polen geen oorlog wilde. Het was daarom niet op alles voorbereid. Verschillende onderdelen van het leger waren nog niet paraat, toen de vijand het land binnenrukte. Daarom was er geen voldoende afweer. Duitse vliegtuigen cirkelden boven vervoerslijnen en bomlbardeerden de punten, waar het Poolse leger zich concentreerde. Dit alles droeg er toe bij, dat een snelle en doelmatige voorbereiding bemoeilijkt werd.
De Duitse legers rukten snel voorwaarts en in een minimum van tijd was een groot deel van Polen bezet. De dapper strijdende Polen waren niet opgewassen tegen de goedgewapende, weigeoefende en door bekwame veldheren aangevoerde Duitse leger. Werden teruggedrongen en verslagen.
Al maar verder drongen de Duitsers het overrompelde land binnen. Door niets was hun opmars te stuiten.
En de bondgenoten ? och arme ! Hoe gaarne ze ook wilden helpen, langs welke weg moesten ze komen ? Waren ze zelf wel klaar om de vijand te weren en zijn overmacht te wederstaan.
Polen stond alleen en dat tegen een overmacht.
In plaats van hulp van bevriende landen, kwam er een andere kaper op de kust. Het was Rusland.
Nu kwam Polen tussen de vuren. De oorlog woedde aan alle kant.
Het pleit was spoedig beslecht. Nog vochten de Polen als tijgers en op de puinhopen van Warschau verdedigden ze de laatste huizen.
4) (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's