De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

CALVIJN EN HET TONEEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CALVIJN EN HET TONEEL

5 minuten leestijd

Dit is een oude kwestie, en toch schijnt ze wel immer weer nieuw te zijn. Regelmatig kan men van tijd tot tijd de bewering lezen, dat Calvijn toch niet zoveel bezwaar tegen het toneel had ja, dit zelfs heeft bevorderd. Ik neem daaruit de vrijheid om ook weer eens een ander licht op deze zaak te laten vallen. Ditmaal wens ik daartoe mij te beroepen op een kerkhistoricus, 'die de geschiedenis van het Calvinisme bestudeerd heeft. Ik bedoel prof. dr. A. A. van Schelven, die schreef het werk : Het Calvinisme gedurende zijn bloeitijd Geneve—Frankrijk, uitgegeven in 1943. Deze kerkhistoricus schrijft op pag. 40 en vlg. aldus :

De verordeningen, met behulp waarvan het Calvinisme het Geneefse leven heeft trachten te puritaniseren, bevatten geen enkele bepaling betreffende het al of niet toelaatbare van toneelvoorstellingen. Toch is ook deze kwestie er niet buiten bespreking gebleven. Eenmaal is deze er zelfs zeer levendig geweest! Namelijk in 1546, toen eerst een groep burgers de magistraat verlof vroeg een , , moralité" op te mogen voeren ; kort daarna opnieuw een verzoek van dien aard binnenkwam — ditmaal met betrekking tot een Bijbels stuk Les Actes des Apotres, oorspronkelijk een mysteriespel van zestig duizend verzen, voor het opvoeren waarvan niet minder 'dan vijf honderd figuranten nodig waren, maar wat Geneve betreft ging het om een vereenvoudiging daarvan, door de predikant Abel Poupin bezorgd — en eindelijk een rondtrekkende troep beroepsspelers nog een poging waagde de bevolking op , , de strijd der Mooren en de machtsdaden van Hercules en andere, oude, aardige kluchten" te mogen onthalen.

Uit het feit, dat in het eerste dezer drie gevallen de requestranten de gevraagde toestemming zonder moeite verkregen ; ja, dat, om bedoelde opvoering mogelijk te maken, op de Zondag, waarop zij plaats gevonden heeft, zelfs de orde der preekdiensten werd gewijzigd, heeft meer dan één schrijver de gevolgtrekking gemaakt, dat Calvijn en de zijnen het theater toch een beter hart moet hebben toegedragen dan lange tijd algemeen aangenomen werd en bij zijn latere aanhangers stellig ook het geval geweest is. Dat hij wel het misbruik er van heeft afgekeurd, maar er geen bezwaar tegen gehad heeft wanneer het van ontaarding vrij wist te blijven. Nog te sterker durfde men die mening als de ware naar voren schuiven, omdat de Hervormer, toen het om het opvoeren van de Actes des Apotres (Handelingen der apostelen) ging, zich immers tegenover zijn ambtgehoot Cop gesteld heeft, die daar van meet af niets, maar dan ook niets van had willen weten en dat in zeer krasse bewoordingen van zijn kansel af te verstaan had gegeven.

Maar, of goed bezien de auteurs in kwestie ons zodoende toch niet meer hebben laten merken wat hun aangenaam was geweest, dan wat de werkelijkheid gevormd heeft ?

Op grond van verschillende overwegingen ben ik geneigd deze vraag bevestigend te beantwoorden. Vooreerst pleit er, dunkt mij, de omstandigheid voor, dat de beroepsspelers, die ik daar straks genoemd heb, zelfs geen schijn van kans gekregen hebben om hun plan tot uitvoering te brengen. Het enige, dat de Conseil van hen verwachtte, was dat zij Geneve ten spoedigste de rug zouden toekeren. Dat Calvijn slechts schoorvoetend goedgekeurd heeft, dat men de Handelingen vertoonde, daar eigenlijk uitsluitend toe over ging om door een weigering zijn gezag niet te verliezen, en omdat men het volk toch niet elk genoegen ontzeggen kan, wijst m.i. mede in die richting. En doet dit ook niet de poging, reeds een week nadat het stuk vertoond werd ondernomen om de Raad voor de toekomst tot totale afschaffing van elk toneel te doen besluiten; de poging, zó volkomen geslaagd, dat Geneve tot diep in de 18e eeuw geen theater heeit bezeten ?

Intussen moet ook te dezen opzichte weer de vraag worden gesteld, of de getekende gang van zaken wel ten volle aan het Calvinisme te danken was ! Neen, ten volle niet. Het initiatief om zo te handelen is er in dit geval bijvoorbeeld niet van uitgegaan. Jaren reeds eer Calvijn's Invloed zich aan de oevers van het Lac Léman heeft laten gevoelen, is het toneel daar radicaal bestreden. Tijdens de Renaissance moge het er, als boemerang tegen de bedorven kerk en geestelijkheid, zeer in tel zijn geweest : nauwelijks kreeg het Protestantisme er enige zeggenschap, of dit schafte het af. Blijkbaar wilde het non tali auxilio zijn invloed uitbreiden. En deze toestand aantreffende heeft zich het Calvinisme daarbij toen aangesloten. Niet echter, dat het dit uit onverschilligheid of traagheid deed. Klaarblijkelijk gebeurde het uit volle overtuiging. Toen Geneve in 1559 zijn Universiteit kreeg, ruimde men daar niet eens aan de z.g. , , ludi scolares", aan de schoolspelen ter practische oefening der leerlingen in litteratuur en voordracht, plaats in ; niettegenstaande over het algemeen zelfs de meest besliste tegenstanders van het toneel daar tenminste geen bezwaren tegen plachten te hebben. Het initiatief moge hier dus niet van het Calvinisme zijn uitgegaan, wél komt in dit geval, zoals in vele andere, voor zijn rekening, dat 't een ook reeds door anderen gehuldigd principe radicaal heeft doorgevoerd en met bijzondere nadruk in toepassing gebracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

CALVIJN EN HET TONEEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's