Het Avondmaal
Nog een enkel woord moge gewijd zijn aan de leer aangaande het sacrament van het Avondmaal, die door de strijd met de Donatisten in een rijkdom aan vergezichten te voorschijn trad en een eeuwen omspannend perspectief bood. Kort gezegd is het ook hier Augustinus' brede conceptie der Kerk, waaruit zijn Avondmaalsleer opbloeide. Het overheersend motief is de gedachte, dat de Kerk het lichaam des Heeren is, zodat allen die tot de Kerk behoren, wezenlijk deel hebben aan dit lichaam, waarvan het Avondmaal het symbool is. Het verzekert ons namelijk op zinnebeeldige wijze de werkelijkheid van het volop verkeren in de gemeenschap met de geest van Christus, het fundament der Kerk, waardoor al haar leden in tijd en eeuwigheid verbonden zijn. Brood en wijn zijn de zichtbare, uitverkoren tekenen van het wondervolle geheim, dat men, zich bewegend in de stroom der Kerk, verzekerd is van de geest der liefde van Christus. Augustinus huldigt een Avondmaalsleer, die de mens stelt in de tegenwoordigheid van het heil : zittend rondom de tekenen van brood en wijn, heeft hij concreet deel aan de presente gemeenschap aan het lichaam van Christus. Geen vergeestelijking, alsof de handeling van het eten van het brood en het drinken van de wijn ons niet de onmiddellijkheid van het heil zou doen geworden, maar óók geen verstoffing, alsof met het eten van het brood en het drinken van de wijn ons de krachten van het lichaam en het bloed van Christus zouden toestromen. Slechts met behulp van een zeer speciale uitlegkunde kan men de latere z.g.n. transsubstantiatiegedachte uit Augstinus' leer te voorschijn wringen. Zeker mag 't feit, dat Augustinus in zijn practische bediening vaak sprak van , , het eten en drinken van het lichaam en bloed van Christus" niet als bewijs gelden van een realistisch standpunt inzake het Avondmaal.
Er zijn minstens evenveel of nog meerdere plaatsen bij Augustinus aan te wijzen, die zulk een gedachte onmiddellijk weerleggen. Bovendien kende Augustinus geen ubiquiteitsleer, d.w.z. de leer dat Christus overal geheel en al tegenwoordig zou zijn. Deze kende later Luther wel. Het ging hem er om, Christus' lichaam en bloed in, met en onder de elementen aan te wijzen. Voor Luther was de Christus van het Avondmaal de Christus naar Zijn goddelijke en menselijke natuur. Het lichaam van Christus is alomtegenwoordig. Augustinus leerde, veeleer in overeenstemming met Calvijn, dat Christus naar Zijn godheid overal tegenwoordig is, maar dat Hij naar Zijn mensheid in de hemel is. Dit is géén realisme — en géén transsubstantiatie of consubstantiatie.
Christus wordt aan het Avondmaal niet opnieuw geofferd — Hij offerde zich slechts éénmaal aan het kruis voor ons. Het Avondmaal moet bij Augustinus veeleer als gedachtenis aan' dit eenmaal voor allen volbrachte offer worden opgevat. De Christenen — aldus Augustinus — vieren de herinnering aan één en hetzelfde offer. En op grond van dit offer moet de Christen zich dagelijks opnieuw offeren. Dit is dienst aan God. Het ware offer, meent Augustinus, is alle werk dat gedaan wordt om in de gemeenschap der gelovigen God dienend aan te hangen.
Zo heeft Augustinus' Avondmaalsleer een drievoudig aspect : 1) dat der gemeenschap aan het lichaam van Christus ; 2) dat van de gedachtenis aan het eens verbroken lichaam en vergoten bloed van Christus ; 3) dat van de dienende navolging in alle goed werk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's