HET KONINKRIJK GODS EN DE KERK
Belangstelling in het onderwerp. De laatste tijd wordt er in de kerkelijke gesprekken menigmaal heengewezen naar „het Koninkrijk Gods". We kunnen de opmerking horen maken, dat in de Reformatie en dus ook in de belijdenisgeschriften onzer kerk te weinig aandacht aan dit onderwerp is besteed. Wanneer zulk een mening herhaaldelijk naar voren wordt gebracht, heeft dit ten gevolge, dat velen om , , bij" te zijn en met de tijd mee te kunnen, bereid zijn om veel over het Koninkrijk te spreken. Zulks geschiedt dan ook. Maar nu doet zich een moeilijkheid voor : er wordt nogal verschillend over het Rijk Gods gesproken. Dit heeft veroorzaakt, dat verschillende gemeenteleden niet meer precies weten, wat zij over dit onderwerp moeten denken. En dat is een verlies, want in het onderwijs van de Heere Jezus, zoals ons dat in de Evangeliën staat beschreven, neemt de uitdrukking , , het Koninkrijk der hemelen" of , , het Koninkrijk Gods" «en grote plaats in.
In de hier volgende regels wil ik in het kort de vraag onder ogen zien, die men wel eens kan horen : Is het Koninkrijk Gods hetzelfde als de Kerk van Christus ?
Hiertoe zal ik eerst iets naar voren brengen over het Koninkrijk Gods en daarna over de Kerk, om tenslotte beiden te vergelijken.
Het Koninkrijk Gods.
Zoals reeds gezegd, komt deze uitdrukking veel voor in de woorden van Christus. Maar niet alleen in de Evangeliën komen we deze term tegen : het Oude Testament kent dezelfde zaak. Zeer bekend is b.v. uit de Psalmen de zin : De Heere regeert. Daar gaat het ook om de Koningsheerschappij Gods. Voorts vinden we het woord weer terug bij Paulus in. diens hrieven. Wanneer we de verschillende plaatsen, waarin over het Rijk Gods wordt gesproken, met elkaar vergelijken, blijkt, dat het Koninkrijk Gods niet overal precies hetzelfde betekent. Enkele verschillen wil ik aan de hand van tegenstellingen belichten.
Een algemeen en bijzonder Rijk.
God regeert over alle dingen, omdat Hij de Schepper is van al wat bestaat. Hij onderhoudt wat Hij in het aanzijn heeft geroepen. Van Hem is het goud en het zilver, het vee, zwervend over de bergen. Hij doet met het leger des hemels en met de inwoners der aarde wat Hem behaagt. Niets of niemand kan iets toedoen aan deze koninklijke regering Gods, want die omvat alles, zonder een enkele uitzondering. Daarnaast is er echter ook sprake van een bijzondere regering Gods. Wanneer de Heere Jezus zegt: Als Ik door de vinger Gods de duivelen uitwerp, dan is het Koninkrijk Gods tot u gekomen — is er vanzelfsprekend iets anders bedoeld dan de algemene regering Gods over alle dingen. In het bijzonder wordt er van God gezegd, dat Hij regeert, waar de mens zijn heerschappij erkent.
Het Rijk van genade en van heerlijkheid.
Met de aanduiding het bijzondere Koninkrijk Gods, is nog niet alles gezegd. Er is binnen de grenzen van dit bijzondere rijk verschil in de wijze van regering. Er wordt anders geregeerd in de hemel dan op aarde.
Het KOMT en het IS er.
Dit is een verschil, dat iedere trouwe Bijbellezer wel eens is opgevallen. De ene keer wordt er gesproken van het Rijk Gods, dat nabij gekomen is, de andere maal, dat men in het Rijk moet ingaan. Deze laatste uitdrukking veronderstelt, dat het Koninkrijk er is. In het Onze Vader treffen we de bede aan : Uw Koninkrijk kome. Over dit verschil is heel wat te doen in de behandeling van ons onderwerp. Er heerst op dit punt grote verwarring. Naar het mij voorkomt, zouden velen goed doen heel eenvoudig een gereformeerde dogmatiek ter hand te nemen. In heldere woorden behandelt b.v. het onovertroffen Schatboek van Ursinus deze kwestie, in antwoord op de vraag : Hoe komt het Rijk Gods tot ons ? Het antwoord luidt: Op 4 manieren : 1. door de prediking van het Evangelie, waardoor het licht der waarachtige en hemelse leer openbaar wordt ; 2. door onze bekering tot God, als wij door God met geloof en boetvaardigheid begaafd worden ; 3. door de voortgang of vermeerdering des geloofs, der boetvaardigheid en der andere gaven des Heiligen Geestes inj de wedergeborene ; 4. door de volmaking en verheerlijking der gemeente in de tweede toekomst van Christus. Er zouden heel wat opmerkingen te maken zijn over de verschillende woorden, die hier worden gebezigd, maar laten we ons beperken tot wat we thans nodig hebben.
In het algemeen komt het Rijk Gods in de prediking ons nabij. Het Rijk is tot ons gekomen, wanneer we er door bekering zijn ingegaan en het zal ten volle tot ons komen in de voleinding der wereld. Het Koninkrijk is voor ons gekomen, wanneer wij ons bekeerd hebben. Dit stemt overeen met wat Calvijn zegt: dat God regeert, waar de mensen zowel door verloochening van zichzelf als door verachting der wereld en van het aardse leven zich toewijden aan zijn gerechtigheid, zodat ze streven naar het hemelse leven. Institutie, III, 20, 42).
Groei en plotseling komen.
Vele. zijn de gelijkenissen, waarin sprake is van het Hemelrijk als van een langzaam groeiend proces. Men denke aan de gelijkenissen van het zuurdeeg, het vanzelf groeiende zaad, enz. Er is dus een gestadige groei in het Koninkrijk, die we gewoonlijk aanduiden als : de uitbreiding van het Koninkrijk Gods. Maar daarnaast is er ook sprake van dat het Rijk Gods plotseling komt. Het komt catastrophaal, alle rijken der aarde nederwerpend, opdat er plaats kome voor de alles vervullende heerschappij van God. We zullen dit zo moeten opvatten: De groei van het Koninkrijk Gods gaat door, totdat het Rijk volgroeid is — dan komt in een geweldig einde de volheid van het Rijk, die alle begrip van de mens te boven gaat. De eindopenbaring Gods wordt wel geleidelijk voorbereid, maar komt in een oogwenk in alles overtreffende heerlijkheid.
De Kerk.
Over de Kerk kan ik korter zijn. Als we het woord Kerk voor ons hebben in de vraag, of het Rijk Gods aan de Kerk gelijk is, begrijpt ieder, dat we niet over één bepaalde kerk spreken, ook niet over een kerk, waarin kaf en koren gemengd zijn, maar over de kerk in de zin van onze belijdenis : de gemeente der ware Christgelovigen, vergaderd door Zijn Woord en Geest. Een deel van die Kerk is in de hemel, de triumpherende Kerk, een deel is op aarde, de strijdende Kerk en een deel zal, nog aan de kerk worden toegeevoegd door bekering en geloof. Deze Kerk wordt geregeerd door Christus, die haar Hoofd is. Hij beschermt Zijn Kerk op aarde en is haar Voorbidder bij de Vader. Hij bidt voor de toebrenging van allen, die Hij met zijn 'bloed heeft gekocht.
Samenvatting.
Wanneer we nu 'beide grootheden, Koninkrijk Gods en Kerk, naast elkaar zetten om de vergelijking te maken, zullen we de vraag moeten stellen wat ieder van beide omvat.
Wat omvat de Kerk ?
De Kerk is nog niet voltooid. Het is er mede als mét de maan.Een deel is in het licht, een deel nog in de duisternis. Wellicht moeten er nog velen ter wereld komen, die tot de Kerk zullen behoren. In Gods Raad is echter de Kerk de gemeente der uitverkorenen. Eens wordt de Kerk vol en zullen allen die de Heere ten leven heeft gesteld, in haar zijn ingelijfd door het geloof in de Zaligmaker. Dan zal de Kerk deel hebben aan de regering Gods, want wij zullen met Hem over alle schepselen regeren. Toch (dit zal ieder duidelijk zijn) is er onderscheid tussen het uiteindelijk regeren der Kerk met Christus en de regering Gods zelf. De Kerk omvat straks allen, die door geloof behouden zijn, niet meer en niet minder.
Wat omvat het Koninkrijk Gods ?
In 't algemeen omvat het Koninkrijk Gods alle dingen, al het geschapene. Als straks de voleinding zal gekomen zijn, zal de heerschappij Gods door alle schepselen worden erkend. Alle knie zal zich voor Jezus buigen en alle tong zal belijden, dat Jezus de Heere. is, tot heerlijkheid van God de Vader. Alles in de wereld loopt uit op de verheerlijking Gods. De Heere heeft alle dingen geschapen om Zijns Zelfs wil, ook de goddeloze voor de dag des kwaads.
Hij wordt verheerlijkt in alle mensen, zowel in de gezaligden als in hen, die niet hebben willen buigen en dan voor eeuwig gebogen worden onder Zijn toom. In het eind keert God terug tot het begin. Alles zal zeer goed zijn in Zijn schepping. Op de nieuwe aarde zal de gerechtigheid wonen, waarvoor thans geen plaats gevonden kon worden. De aarde zal vol zijn van de kennis des Heeren. Als het Rijk Gods met heerlijkheid zal gekomen zijn in de ondergang der aardse machten, zal zich niets meer tegen Gods heerschappij kunnen verzetten.
De plaats van de Kerk in het Koninkrijk.
Het Koninkrijk Gods zal dus al het geschapene omvatten in ongekende harmonie, wanneer de poel des vuurs voor eeuwig is gesloten. Zielloze en bezielde schepping zal strekken tot ere van de Koningsheerschappij van Hem, die door Zijn heiligen is verwacht. En temidden van dit machtige Rijk Gods is er zijn Kerk, dit uit bewuste willende wezens bestaande, zijn heerschappij aanbidt.
De heilige engelen zingen mede Zijn lof, maar toch anders dan de gezaligden, omdat zij niet kunnen zingen van de vergeving hunner zonden. Maar Gods Kerk, staande in Christus, roemt op eigen toon, temidden van de heerlijkheidsopenbaring Gods, zijn vergevende liefde.
Gods kinderen hebben toekomst. Een grote toekomst. En wij ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's