De komst van het Koninkrijk
Jezus' prediking volgens de Synoptische Evangeliën
In de inleiding van , , Fundamenten en Perspectieven van Belijden" verklaren de opstellers van dit geschrift : Welbewust hebben wij in de prediking van het Koninkrijk Gods het uitgangspunt van dit leerboek gezocht. De centrale plaats, die het Koninkrijk in het Oude en Nieuwe Testament inneemt, ook waar het woord niet wordt gebruikt, gaf ons daartoe de vrijmoedigheid. In onze eeuw, waarin de losgeslagen mens naar gezag en gemeenschap zoekt en velerlei koningschap aan de mensen de begeerde geborgenheid belooft, hebben wij het Koninkrijk te proclameren van die God, die in zijn openbaring tot ons gekomen is en buiten wiens kennis onze eeuw geen dageraad zal zien. In onze belijdenisgeschriften treedt dit gezichtspunt sterk op de achtergrond. Wat toen voor de hand lag, zou nu verarming en ongehoorzaamheid betekenen. Reeds Da Costa wees er op, hoezeer de prediking van het Rijk in onze belijdenis (en ook in onze prediking en in ons geloof) ontbrak. Daarom zijn wij uitgegaan van God, de Koning, van zijn heilsdaden, van Zijn Koninkrijk dat komt en dat er in Christus en door de Geest alreeds is". Het lijkt mij, dat het niet helemaal juist is, dat de prediking van het Koninkrijk Gods in de Belijdenisgeschriften sterk op de achtergrond staat. Daar wordt in de Belijdenis minstens zo goed van God en van de heerschappij van Zijn Woord en van de heilsdaden gesproken als in de Fundamenten en Perspectieven.
Maar dat is nu niet aan de orde. Ik wilde met een enkel woord naar voren brengen, dat het Koninkrijk Gods ook formeel de laatste tijd alle aandacht heeft. En nu geniet ik het voorrecht uit een wel zeer leerzaam boek de voornaamste problemen van dit onderwerp in uw midden te mogen neerleggen. Ik vermoed, dat het de bedoeling van ons Hoofdbestuur is, dat in elke pastorie in 1955 dit boek drie keer gelezen wordt. Ik behoef dus niet volledig te zijn. En hoor nu wat dr. Herman Ridderbos ons te zeggen heeft.
Waar gaat het om in het Koninkrijk Gods ? Om het geheel van de verkondiging van Jezus Christus en de Apostelen. Om de Godsopenbaring van het Nieuwe Testament te kennen is er geen thema van zó groot gewicht als dat van het Koninkrijk, doch er is ook geen onderwerp, waarover meer verschil van mening bestaat.
Daar hebt ge A. Ritschl, voor wie het Koninkrijk meer een rijk der deugd is. Hier is het Rijk geheel immanent, behoort tot de tegenwoordige wereld, is gebouwd op ontwikkeling en menselijke inspanning.
Daartegenover Joh. Weiss. Het Rijk is zuiver toekomstig, kan zich niet in deze wereld openbaren, want eerst moet deze wereld vergaan. De kracht, waarmede de eschatologische richting sprak, maakte indruk, doch haar aanhangers hadden voorlopig weinig invloed. De liberale theologie van het begin dezer eeuw zag in de eschatologische formuleringen van het Evangelie de vorm en in de geestelijke verandering, die het Koninkrijk Gods in de mens bracht, de inhoud van Jezus' prediking. Toen ontstond een dualistische beschouwing van het Evangelie : de prediking van het gericht en de prediking van de deugd.
Zo is het niet gebleven. In de overtuiging van de meerderheid der theologen zag men een ontwikkeling van de ethisch-immanente opvatting naar de existentieel eschatologische.
Bultman en K. L. Schmidt zien het Koninkrijk Gods als de eeuwigheid, die de tijd in spanning houdt en de mens tot de Entscheidung oproept. De proclamatie : het Koninkrijk Gods is nabij wil zeggen : de eeuwigheid is nabij. Dit is meer allegorie, dan exegese van het Evangelie. Karl Barth heeft dit een tijd lang aangehangen. Het is Cullmann die weer met nadruk heeft gesteld, dat het evangelie een Koninkrijk predikt, dat in de tijd ingaat. Het N. Testamentische tijdsbegrip is lineair niet cyclisch, gelijk het Griekse.
Het is niet vol te houden, dat het Koninkrijk Gods en de prediking van Jezus alleen maar toekomstig is. Het evangelie predikt, dat er iets gekomen is en iets vervuld is.
Wat is er gekomen ? Dit probleem' wordt beheerst door de vraag: wat dunkt ge van de Christus ? Het probleem van het Koninkrijk is ten diepste een Christologisch probleem.
Schweitzer heeft al gezegd : waar de Christus is, daar is het Koninkrijk. Wendland : Het eeuwige rijk is doorgebroken in de tijd in Christus. Deze gedachte is in de litteratuur der laatste 30 jaar op allerlei wijze tot uitdrukking gebraoht. De tegenwoordigheid van het Koninkrijk en het vervullingskarakter van het evangelie pleegt men christologisch te funderen. De heilshistorische betekenis van de komst van het Koninkrijk komt krachtig op de voorgrond. Jezus brengt niet een tijdloze waarheid, niet een nieuwe gezindheid, niet een nieuwe maatschappijvorm, Christus brengt de overwinning op de duivel.
Hoe staat het nu ? Het principieel eschatologisch karakter van het Koninkrijk en zijn presentie, het wordt beide aanvaard en wel door de meerderheid. Daarnaast bij Buri en Werner de consequent eschatologische opvatting en bij Dodd de gedachte van het volstrekte tegenwoordigheidskarakter.
En wat leert nu de Schrift ?
Daar hebben we eerst 't Oude Testament. Daar is de gedachte van het komende rijk Gods, d.w.z. Gods koningschap over heel de wereld, tot heil van zijn volk en tot nederwerping van zijn vijanden een centraal motief. God is Koning en zal als Koning openbaar komen in volkomenheid.
Het jodendom kent de malkoeth sjamaim, d.w.z. de komende universele openbaring van het Koninkrijk Gods en de Messias. Gezien de Oud-Testamentische voorzegging en de toekomstverwachting van Israël, moet men zeggen, dat de proclamatie : „Bekeert u, want het Koninkrijk is nabij gekomen" de aankondiging was van een allesomvattende heilshistorische werkelijkheid. Wat dat betekent moeten we lezen uit de eigen prediking van Jezus.
Het Nieuwe Testament leert ons dan allereerst dat het Koninkrijk Gods theocentrisch is. God komt tot de wereld om zich te openbaren in zijn Koninklijke majesteit, kracht en recht.
Vanwege het volstrekt theocentrische is er zowel van gericht als verlossing sprake. God roept op tot wederkeer, bekering. ledere anthropocentrische en humanistisch interpretatie zij afgewezen. Hamach zei : Jezus leerde de waarde van de mensenziel. Het omgekeerde is meer waar. Jezus predikte dat de mens alle waarde verloren had. Die verlorene redt God. Toch gaat het niet allereerst om de zaligheid van de mens. Het gaat er om, dat God de mens aan de Boze ontrukt tot Zijn eer.
Vanwege dit theocentrisch karakter is de komst van het koninkrijk geheel afhankelijk van 't eigen handelen Gods. Het Koninkrijk der hemelen is daarom — van menselijke zijde bezien — voor alles een zaak van volhardend bidden en verwachten. , , Want van U is het Koninkrijk".
Dit Koninkrijk is dynamisch. Meer heerschappij dan rijk. Het breekt zich met kracht baan en komt in kracht. Het is niet een begrip, maar een Persoon. Het is 't komen van God Zelf, die handelt. Doch het is ook een toestand van geluk en vrede., een schat, een rijkdom, een onpersoonlijk iets.
Dat Koninkrijk is theocentrisch, dynamisch en niet zonder de Persoon van de Messias. Er is in dit Koninkrijk een zeer bijzonder Iemand: de Christus. Hij is de Komende voor Johannes, die met de Heilige Geest en met vuur doopt. De uitverkorenen worden straks met een overmacht van Geesteswerking begiftigd; die verloren gaan, worden met vuur gedoopt. Jezus predikte de Messias, noemde Hem, naar Dan. 7, de Zoon des mensen. De Zaligmaker drukte daarmee uit het algemeen karakter van de Christus: niet alleen Davids Zoon, ook Zoon des mensen. De discipelen hielden vast aan de Davidszoon. Heel veel uitspraken in het evangelie maken het zeker dat dit Rijk toekomstig is, hoe talentvol Dodd dit ook bestrijdt.
Dit toekomstige is geen , , Ubergeschichte" doch Endgeschichte. Niet alleen bekering en , , Entscheidung" doch ook volharding is nodig. Het Koninkrijk is toekomstig in de tijd en universeel kosmisch. Daar is geen dualisme tussen God en wereld. Daar is schepping en val en herschepping. De aarde is des Heren. God heerst over alles.
Dit toekomstige rijk is echter ook een werkelijkheid in het 'heden. De tijd is vervuld, sprak de Heiland. , , Heden is deze Schrift in uw oren vervuld". De Doper sprak: Het Koninkrijk is nabij. Jezus ging verder : „'De Bruidegom is er.
, , Indien ik door de vinger Gods de duivelen uitwerp zo is dan het Koninkrijk tot u gekomen". Lucas 11 : 21. Tussen Johannes de Doper en Jezus ligt een heilshistorisch principieel onderscheid. Wat zijn openbaringsplaats betreft staat Johannes vóór de vervulling en de Christus in de vervulling. Indien ik dan door de Geest Gods de duivelen uitwerp, dan is het Koninkrijk Gods tot u gekomen. Waaruit blijkt de vervulling nog meer ? De vervulling blijkt uit het feit, dat de duivelen voor Jezus openbaar komen en wijken. De wonderen zijn een tweede bewijs van de vervulling. De komst van de heilstijd wordt in hen zichtbaar. Zij hebben heilshistorische betekenis. Trouwens de duivel en de ziekten worden vaak in één gezien. Eén keer is een wonder een gericht n.l. de verdorring van de vijgeboom. Derde bewijs van het Koninkrijk Gods is de prediking van het evangelie. Daarom is heil en oordeel, maar 'het heil overweegt. De prediking van het evangelie is niet enkel aankondiging, maar ook afkondiging. Als Jezus het evangelie verkondigt gebeurt er, wat Hij zegt. Hij vergeeft de zonde van de geraakte. Jezus brengt geen nieuwe leer, Hij brengt Jezus. Het gaat om de zelfopenbaring van Jezus. De enige genoegzame uitlegging van het evangelie des Koninkrijks is de christologische. Het Koninkrijk Gods is echter nie.t alleen kracht of boodschap doch ook gave. Het brengt een verandering in het leven van hen die deze gave ontvangen.
Jezus is de beloofde Messias. Schweitzer zegt: Messias designatus d.i. bestemd tot Messias. Waar is dat Jezus een 'belangrijk deel van de uitoefening van Zijn Messiaanse waardiglieid op de toekomst betrekt.
Paroesie betekent komst, niet: wederkomst. Toch is duidelijk dat Jezus reeds de Messias is. 1) De stem bij de doop in de Jordaan spreekt er van. Zeker is daar door de woorden des Vaders Messiaanse waardigheid, zo niet de zijnsrelatie uitgesproken. 2) Jezus is door de Heilige Geest gezalfd tot Messias. 3) Jezus beroept zich op absolute volmacht: „Alles is Mij overgegeven door mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader en niemand kent de Vader dan de Zoon en aan wie de Zoon het wil openbaren". 4) Hier is Messiaanse opdracht en volmacht, wezensgelijkheid en wezenseenheid. Jezus is gekomen om Messias te zijn.
Wie worden er zalig ? Die in zijn gemeenschap delen. Alles wijst er op dat Jezus Messias is. Het Koninkrijk der hemelen is gekomen, omdat en in zover de Christus gekomen is. Hij tó de autobasileca : het Koninkrijk-Zelf. 'Het is echter in een bepaalde modaliteit. Het Koninkrijk is tegenwoordig en voorlopig.
*) Dit referaat werd gehouden op een contio van predikanten v£in de Gereformeerde Bond op 6 Januari j.l. Het bedoelde niet een volledige weergave te zijn van het boek van dr. H. Ridderbos, en ook niet een kritiek, doch slechts een inleiding in de voornaamste punten om de bespreking op gang te .brengen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's