De komst van het Koninkrijk
Tegenwoordig en voorlopig
ligt niet in de waarde, doch in de schuld van de mens. De vergeving, die in het Oude Testament is beloofd, wordt nu
in Jezus' naam gegeven. Het is vervuld. Ook staat de Zaligmaker in antithese tot de Joodse leraars dóór het volstrekte genadekarakter van Zijn prediking. In de Joodse verlossingsleer heerst de gedachte van vergelding, der goede werken en de verdienstelijkheid der wetsvervulling. De mens kan volmaakt leven. De zonde beschouwde men quantitatief. Als het getal der wets vervullingen
het getal der overtredingen maar overtreft. Die één vervulling meer heeft is een rechtvaardige. Daarnaast is erook een hulplijn van vergeving voor die zich bekeren. Jezus leerde anders. Hij sprak vanuit de algemeenheid der zonde en de noodzakelijkheid der bekering. Als de Zaligmaker onderscheid,maakt tussen rechtvaardigen en zondaars neemt Hij een Joodse onderscheiding
over, die relatief geldig was, doch ongeldig voor Gods gericht. Jezus doelde op de rechtvaardigheid, die de Parizeenzich toekenden en die was in Jezus' ogen ontoereikend. De Heere Jezus kent geen absoluut rechtvaardigen. Hij kent alleen bozen, uit wier hart dieverij,
hoererij, moorden en verdere narigheidvoortkomt. Daarom moesten de discipelen dagelijks om vergeving bidden.Hij sprak ook : ,,Indien gij, die boos zijt", Lucas 11 vs, 13, Waarom was in Jezus' oog ieder zondig en schuldig ? Dat volgt uit Matth. 5, Hij heeft geen quantitatieve opvatting der zonde, maar een qualitatieve. De minste overtreding brengt in het helse vuur. Het zalig worden is onmogelijk bij de mensen en alleen mogelijk bij God. Dit is een sleutelwoord van het evangelie. Al had de Jood ook een notie van vergeving, bij Jezus lag het veel dieper. De gelijkenis van de tollenaar en de Parizeer drukt dit helder uit. Bij de Joden bleef de bekeerde zondaar achterstaan bij de rechtvaardige. Bij Jezus gaat hij voor. De Joden hebben Hem gehaat, omdat bij de Heiland vergeving de enige weg was tot de zalig'heid. Pas na het ontvangen der vergeving is er sprake van loon. In degelijkenis van de verloren zoon komt het diepste van het evangelie openbaar,doch het is geen tijdloze prediking.Zo kan de Vader alleen doen, omdat Jezus er is. Het is een christologische gelijkenis. Daar is geen evangelie zonder Christus. Het heil, ook de vergeving der zonden, rust in de persoon van Jezus, in de vervulling van Zijn opdracht,in Zijn gehoorzaamheid.
G. L. V.
(Daarom nu even stilgestaan bij de voorlopigheid. Men kan niet zeggen : dit stukje Koninkrijk is er nog niet en dat stukje wel. Het Koninkrijk is er in zijn geheel, doch op een voorlopige wijze. De vervulling is er. En toch moet het Rijk nog komen. Dat was reeds voor Johannes een probleem. Doch wij moeten de eenheid van gekomen zijn en zullen komen vasthouden.
Neem de Boze. Hij is gebonden. En toch bedreigt hij Jezus en bijzonder de discipelen. De Heiland leerde ons bidden : Geef ons niet in de handen van de Verzoeker, opdat hij ons niet het Koninkrijk ontrove. Satan eiste Petrus op volgens het grondwoord in Lucas 22 VS. 31, en Jezus kon niet zeggen ; zijn macht is uit. Hij kon alleen voor hem bidden. De duivel zaaide onkruid. Dat is een vijandschap, die in het boerenbedrijf zelden voorkomt. De duivelen van Gadara kregen verlof om niet naar de poel des vuurs te gaan, doch op aarde te mogen blijven. Het was alsof Jezus hun tijd en hun recht om voorlopig te blijven erkent. De wonderen zijn geen blijvend herstel van de schepping, doch tekenen. Zij zijn geen begin van het Rijk. Jezus doet deze tekenen alleen in opdracht van de Vader. Die wonderen hebben geen doel in zichzelf. De prediking is de hoofdzaak. Hij wil niet allereerst het Koninkrijk brengen door genezing, doch door prediking. Dit blijkt heel duidelijk uit Marcus 1 vs. 38. Deze dingen zijn van groot belang voor de problemen van de gebedsgenezing, waarvan men in onze dagen een systeem wil maken. Tekenen zonder geloof deed de Heiland niet.
Nu de gelijkenissen. Deze hebben heilshistorische betekenis. Het zijn dus niet inkledingen van algemeen geldende gedachten en levenslessen. Zij staan alle in betrekking tot het heilshistorische karakter van Jezus' zending en prediking. Schweitzer zegt : , , Het gaat er over hoe het Rijk zal komen". Dodd: , hoe het gekomen is". Doch alleen beide tezamen zijn juist. Wat betekent het, dat alleen zij de gelijkenissen verstaan, die het gegeven is de verborgenheden van het Rijk te kennen ? Die verborgenheid is de kennis van het Rijk in Jezus, als de Christus gekomen is. De gelijkenissen openbaren voor de een, verbergen voor de ander. Zij openbaren de in vervulling getreden werkelijkheid van hetgeen overlang was verkondigd en op welke wijze dat is geschied. Die echter niet verstaan dat het Rijk in Christus gekomen is, voor hen wordt het nadere inzicht verborgen. Die buiten zijn, mogen nog tot het geloof komen. Doch zolang zij ongelovig blijven, geeft Hij zich alleen in raadselwoorden te kennen.
Neem de gelijkenis van de zaaier. Hier wordt geopenbaard hoe het gaat in het gekomen Koninkrijk der hemelen. De discipelen wisten dat het Rijk gekomen was, doch dachten niet, dat het daar zo zou toegaan. Johannes dacht : Het Rijk dat is oordeelsvuur. Neen, zegt Jezus, het Rijk is zaad. Zaad dat bedreigd wordt, doch de vrucht komt gewis. Het eschatologisch alles overwinnende komen van 't Rijk Gods gaat niet de weg van het vuur, doch van het zaad. Het oordeelsvuur komt hierna. '
De gelijkenis van het onkruid spreekt van de definitieve scheiding in de wereld, die pas aan het einde komt. Eerst vergaderen, dan scheiden, zegt het Visnet. Dit zijn de modaliteiten van het Rijk. Waarom is er uitstel van het gericht ? Opdat het mosterdzaad een grote boom zou worden en het zuurdeeg doorwerken en het zaad vanzelf rijp zou worden. Het zaad is vol kiemkracht en de oogst is zeker.
Nog eens, Johannes predikte van de bijl. Dat omhakken komt gewis. De komst van Jezus gaf echter uitstel. Deze zocht het verlorene. Hij brengt geen boodschap van redding alleen. Hij is Zelf de Redder, de Zaligmaker, Omdat in Hem het Rijk is begonnen, kunnen de verloren zondaren zalig worden. Jezus is dus de vervulling van het Koninkrijk. Doch deze vervulling is voorlopig. De Zoon des mensen uit Dan. 7 is gekomen met macht. Hij kan deze macht slechts uitoefenen in een bepaalde weg : de weg van lijden en gehoorzaamheid aan de wil des Vaders. De Zoon des mensen moet zijn en is de Knecht des Heer en. Waarin bestaat het vervullingsmoment van het evangelie ? In de volmacht, waarmee het heil wordt verkondigd en in de weg, waarin het wordt verworven. Het leven van Jezus staat onder de wet van het moeten. Ten onrechte schrijft men, dat de Heere Jezus nooit of aan 't eind van Zijn leven pas op de gedachte van sterven is gekomen. De noodzakelijkheid van het lijden is een wezenlijk bestanddeel van de' verkondiging der evangeliën. De Bruidegom is slechts tijdelijk bij de gasten. Hij heeft hier geen plaats om het hoofd neer te leggen. Vanwege dit naderend lijden verbergt Jezus zijn Messiasgeheim. Hij is immers de Knecht des Heeren. Zwijg discipelen : Ik moet lijden en sterven. Daar is een terughouding bij Jezus inzake zijn Messiasschap. Hij predikt het evangelie des kruises. Hij is de Man van smarten. De velen, voor wie Jezus het rantsoen betaalt, zijn niet alle mensen, doch de velen uit Jesaja 53. Het is een losprijs voor velen. Losprijs is een betaling, die voor een verbeurd leven wordt aangeboden. Die losprijs wordt aan God betaald. Hij eist het, want Hij wil, dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede. Zonde en vergeving, de diepte daarvan, kan alleen worden verstaan in het licht van de dood des Zoons. Het is een schuldoiier, dus een offer, waarin de voldoening aan 't geschonden goddelijk recht op de voorgrond staat.
Het evangelie wordt misverstaan als men het niet vanuit het lijden en de opstanding verstaat.
Wie tekort doet aan de lijdensgedachte berooft heel het evangelie van zijn kracht. Vóór het sterven en de opstanding is het Koninkrijk zeer ten dele gerealiseerd. De Middelaar brengt het offer, verzoent de schuld, bewerkt verlossing. Hier is het Rijk bijzonder theocentrisch. God handhaaft in Christus Zijn recht en brengt Zijn verlossing koninklijk. Het Rijk moest voorlopig zijn, want eerst moest Jezus veel lijden.
Heeft het lijden en de opstanding uitstel van het gericht bewerkt ?
Ja, want Christus ging in het vuur des gerichts. Aan de gerechtigheid is voldaan. Het leven van Gods volk staat op de grond der vrijspraak, de voleinding kan nog toeven. Dat was goed, want pas na de opstanding kon de prediking van het evangelie tot volle ontplooiing komen. Omdat de velen moeten worden toegebracht,
is er tijd nodig om ze te doen geboren worden en te roepen tot de zaligheid. De getuigen moeten er op uit.
En wat is nu het Evangelie naar zijn inhoud ? Gave en gebod. Het gebod echter is ook gave en de gave houdt een gebod in. Dit evangelie is alleen op de grondslag van het Oude Testament te verstaan. Het is voor de armen. Ridderbos wil dit vooral verstaan van de sociale positie dezer mensen. M.i. niet geheel terecht. Hij moet dan ook de zaligsprekingen bijna allemaal hetzelfde laten zeggen. Die armen zijn het volk, aan wie het door de profeten is, beloofd. Maar dan ook : 't is voor het verbondsvolk voorzover het door wedergeboorte waarlijk het zaad van Abraham is. Dus bet evangelie is voor een totaliteit, die niet door vleselijke afstamming bepaald wordt. Jezus trekt een scheidslijn binnen het Joodse volk. Hoewel Hij het volk zoekt spreekt! Hij toch een wee u uit over hen, die niet de geestelijke kenmerken vertonen. Niet in het toebehoren tot het volk Israël, maar in de bekering ligt het behoud. Dit zijn echter geen losstaande individuen, doch in 'hen wordt het verbond met Abraham voortgezet. De bijzondere relatie tot God, die eerst op de totaliteit van Israël wordt toegepast, -wordt gereduceerd en uitgeibreid tot diegenen, die de prediking van het Koninkrijk in geloof en bekering beantwoorden en door God daartoe zijn uitverkoren. Dat er twaalf apostelen zijn, heeft eilshistorische betekenis. Ook in de gelijkenissen is de gedachte van het volk Gods en van het verbond centraal. Dat het heil alleen voor de uitverkorenen is behoort tot de grondslag van het evangelie. Het evangelie van het Koninkrijk zou men kunnen noemen : het evangelie der uitverkorenen. In de engelenzang komt reeds het welbehagen naar voren. Dat woord limiteert niet, doch qualificeert. ,,Al den volke" is Lukas 2 vs. 10 is niet het empirische volk Israël, maar het Godsvolk (de onzichtbare kerk) in ideële zin, niet het ongelovige, doch het gelovige Israël,
dat zal in de blijdschap delen. Zie Ridderbos, blz. 184. 't Kleine kuddeke ontvangt het Rijk. Het was des Vaders welbehagen het aan de kinderen te openbaren. Daar is een verbondsbetrekking tussen God en Zijn volk, die rust in het welbehagen Gods. Die verbondsbetrekking is de grond van de verkondiging des evangelies. Waarin bestaat de zaligheid ? In de overwinning van schuld en zonde. Geen bevrijding uit de vergankelijkheid van een goed stukje mens, maar verlossing van een totaal verloren, want door God veroordeelde mens. Wie vergeving 'heeft, zo ligt het bij Johannes en ook bij Jezus, gaat vrij-uit in het gericht. Wat is vergeving ? Wegdoen van de schuld. Het is juridisch. De tollenaar ging gerechtvaardigd naar huis. Het uitgangspunt van het evangelie ligt niet in de waarde, doch in de schuld van de mens. De vergeving, die in het Oude Testament is beloofd, wordt nu in Jezus' naam gegeven. Het is vervuld. Ook staat de Zaligmaker in antithese tot de Joodse leraars dóór het volstrekte genadekarakter van Zijn prediking.In de Joodse verlossingsleer heerst de gedachte van vergelding, der goede werken en de verdienstelijkheid der wetsvervulling. De mens kan volmaakt leven. De zonde beschouwde men quantitatief. Als het getal der wets vervullingen het getal der overtredingen maar
overtreft. Die één vervulling meer heeft is een rechtvaardige. Daarnaast is er ook een hulplijn van vergeving voor die zich bekeren. Jezus leerde anders. Hij sprak vanuit de algemeenheid'der zonde en de oodzakelijkheid der bekering. Als de Zaligmaker onderscheid, maakt tussen rechtvaardigen en zondaars neemt Hij een Joodse onderscheiding over, die relatief geldig was, doch ongeldig voor Gods gericht. Jezus doelde op de rechtvaardigheid, die de Parizeen zich toekenden en die was in Jezus' ogen ontoereikend. De Heere Jezus kent geen absoluut rechtvaardigen. Hij kent alleen bozen, uit wier hart dieverij, hoererij, moorden en verdere narigheid voortkomt. Daarom moesten de 'discipelen dagelijks om vergeving bidden. Hij sprak ook : ,,Indien gij, die boos zijt", Lucas 11 vs, 13, Waarom was in Jezus' oog ieder zondig en schuldig ? Dat volgt uit Matth. 5, Hij heeft geen quantitatieve opvatting der zonde, maar een qualitatieve. De minste overtreding brengt in het helse vuur. Het zalig worden is onmogelijk bij de mensen en alleen mogelijk bij God. Dit is een sleutelwoord van het evangelie. Al had de Jood ook een notie van vergeving, bij Jezus lag het veel dieper. De gelijkenis van de tollenaar en de Parizeer drukt dit helder uit. Bij de Joden bleef de bekeerde zondaar achterstaan bij de rechtvaardige.Bij Jezus gaat hij voor. De Joden hebben Hem gehaat, omdat bij de Heiland vergeving de enige weg was tot de zalig'heid. Pas na het ontvangen der vergeving is er sprake van loon. In de gelijkenis van de verloren zoon komt het diepste van het evangelie openbaar, doch het is geen tijdloze prediking. Zo kan de Vader alleen doen, omdat Jezus er is. Het is een christologische gelijkenis. Daar is geen evangelie zonder Christus. Het heil, ook de vergeving der zonden, rust in de persoon van Jezus, in de vervulling van Zijn opdracht, in Zijn gehoorzaamheid.
G. L. V.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's