de bijbelcritiek. (Vgl.
de bijbelcritiek. (Vgl. Roessingh Verz. Werken IV, blz. 405).
De moderne wijsbegeerte !
Wat heeft de moderne wijsbegeerte van doen met het geloof in de Christus der Schriften ? En wat wil zij oordelen over de dogmata der kerk ? Dat is zelfs een aanmatiging, waarover zij zich dient te schamen, omdat zij, althans in haar critische ogenblikken zegt te verstaan, dat zij niet vermag in te dringen in God en de goddelijke dingen. Overigens — wij hébben daarop reeds gewezen —- de moderne wijsbegeerte bewijst dat niet alleen, maar zij spreekt het ook uit, dat zij niet kan geven, wat de religie geeft. Hoe zou het ook ?
Hoe ver gaat dan de wijsgerige aanmatiging en hoogmoed, als daar iemand komt vertellen, dat de moderne wijsbegeerte de radicale verbreking van deze oude èn sterke en zegenrijke banden noodwendig heeft gemaakt !
En hoevele mensen, die deze dingen niet eens kunnen beoordelen, worden daardoor gesterkt in de zondige eigenwijsheid, die ons mensen van de geboorte af eigen is, en die zulke leraren der autonomie nabouwen, dat een moderne mens die , , ouderwetse" leerstellingen aangaande de Bijbel, de Christus en de zaligheid Gods in Christus. niet meer kan geloven.
Nu weet ik wel, dat de Heilige Geest daaraan te pas komt, maar dit vermindert de dwaasheid van het zoeven gememoreerde oordeel niet.
De Bijbelcritiek ! Ook een stokpaard en struikelblok voor de , , moderne" mens.
De achttiende eeuw, de eeuw van het rationalisme, geloofde nog aan een Godsopenbaring, of eigenlijk moet dit anders gezegd. Het geloof in de Godsopenbaring was nog zó sterk in het algemeen bewustzijn, dat ook het rationalisme er mede rekenen moest. Men erkende dan de Godsopenbaring wel, maar als een voorlopige gave Gods, een tegemoetkoming aan de menselijke rede, die nog zo ver niet was gevorderd, doch weldra in staat zou blijken de taak der openbaring over te nemen, zodat zij uit haar zelf zou voortgaan de veriborgenheden Gods te ontdekken.
De negentiende eeuw is verder gegaan en de rede heeft zich veroorloofd de Heilige Schrift aan haar critiek te onderwerpen, haar gezag grondig te ondermijnen, haar voor een deel te verhuizen naar het terrein van mythen en legenden en de Christus van Zijn Messiaanse heerlijkheid te beroven.
Hoe zij daartoe kwam ? In de weg harer zelfmisleiding. Was zij het niet, die de mens diets maakte zijn eigen wetgever te zijn ?
Als de menselijke rede zich toeeigent om ook over de openbaring te kunnen oordelen, matigt zij zich ook een oordeel aan over wat al of niet echt is, wat al of niet tot de kern van het Evangelie moet worden gerekend en wat de mensen er bij zouden hebben gemaakt.
Zo wordt het Evangelie ontdaan van alles wat met de autonomie van de mens, d.i. met de , , zuivere rede", niet schijnt verenigbaar te zijn. Het Evangelie wordt pasklaar gemaakt voor de moderne mens.
De vrijzinnigheid, die wij boven aan het woord hebben gebracht, wil zich wel Christelijk heten, maar van de historische Christus blijft niets dan een van alle goddelijke heerlijkheid en wonderen beroofde Jezus van Nazareth of de idee van een , , waarde-centrum" over.
't Misleidende van dit „Christelijke" modernisme springt in het oog. Het schijnt er op bedacht te zijn de mening te doen postvatten, dat een Christelijk geloof mogelijk zou zijn zonder het geloof in de Christus, die ons in de Heilige Schrift wordt voorgesteld.
Dat is erger dan openlijke bestrijding.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's