De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET TEKORT AAN ONDERWIJZERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET TEKORT AAN ONDERWIJZERS

5 minuten leestijd

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen heeft aan de Eerste Kamer mededelingen gedaan over het tekort aan onderwijzers.

We geven eerst een overzicht over de te verwachten tekorten in de eerste jaren. Bij deze cijfers moet u er echter even aan, denken, dat het niet zó is, dat nu zo'n groot aantal schoolklassen zonder meester of juffrouw zitten, en dus maar naar huls gestuurd worden. Zó erg is 't nu ook weer niet, maar zonder dat is de toestand al erg genoeg. Deze cijfers hebben betrekking op de open plaatsen, die niet door vast personeel zijn vervuld. Zo zijn b.v. op het ogenblik 1950 plaatsen onbezet. Lees evenwel : onbezet door vast personeel. Werkelijk helemaal vacant zijn 't er 680, omdat de andere een tijdelijke leerkracht hébben, of vervuld zijn door hen die vrijstelling hebben gekregen van militaire dienst.

Daarmee moet u ook rekening houden, als de Minister raamt :

1955 : tekort 2590 1957 : „ 2310 1958 : „ 2350 1959 ; „ 2210 1960 : „ 1885 1961 : „ 815 1962 : , , gèèn.

Volgens de berekeningen van het Departement begint 1964 weer met een hoger geboortecijfer (hoe zou men dat berekenen? ) en rekent men na een paar jaar weer met onderwijzerstekorten van 2600 en meer, vooral als ook het klassegemiddelde nog wordt verlaagd tot 30. Iets, wat reeds lang als een dringende eis is gevoeld.

De Minister zal nu op korte termijn maatregelen nemen om te trachten in de eerste nood zoveel mogelijk te voorzien. Deze maatregelen zijn ;

Ie. Het oprichten van spoedcursussen (van 1 jaar) voor bezitters van einddiploma H.B.S. 5-jarige cursus. Middelbare Meisjesschool en Gymnasium. Deze cursussen beginnen reeds 1 April a.s. Er zijn ongeveer 1000 aanmeldingen voor, maar omdat de leeftijdsgrens 30 jaar is, moesten + 250 afvallen. Blijven dus nog 750 over, die deze cursussen zullen doorlopen. De Minister raamt, dat volgend jaar ± 500 leerkrachten van deze cursussen zullen komen, om een vaste plaats 'bij het onder­ wijs in te nemen. Zij zullen het staatsexamen onderwijzer volgens de oude regeling afleggen.

2e. De mogelijkheid te scheppen dat gehuwde onderwijzeressen in 't algemeen dispensatie krijgen voor het vervullen van tijdelijke diensten ook voor langere duur. Zoals men weet, moet thans voor elke gehuwde onderwijzeres voor elke tijdelijke betrekking apart dispensatie worden aangevraagd.

3e. Terwijl de Minister in een vorige nota vreesde dat in 1956 zeer weinig nieuw personeel van de Kweekscholen zou loskomen, omdat het grootste deel liever ook de 3e leerkring zou willen volgen, nu zegt de Minister, dat wellicht na het doorlopen van de 2e leerkring der Kweekschoólopleiding, leerlingen als hulponderwijzer enkele jaren voor de klas komen te staan. Of en zo ja, of dit door één of andere maatregel zal worden bevorderd, is mij niet bekend. Zeker is, dat niet aan de nieuwe opleiding zal worden getornd en dus de 3e leerkring blijft.

Of deze maatregelen voldoende zullen zijn, daar zal ook het Departement wel een vraagteken zetten. In elk geval is de noodzaak gevoeld, ook met meer definitieve plannen voor de dag te komen, speciaal zulke, die het ambt van onderwijzer meer aantrekkelijk maken.

Als zodanig worden genoemd :

Ie. Eventuele correcties in de onderwijzerssalarissen maken onderwerp van overleg uit in de Bijzondere Commissie van Georganiseerd Overleg in Onderwijszaken, Dit lijkt me een heel voorzichtige formulering voor de term : salarisverhoging — dus groter toeloop.

2e. De nieuwe Kweekschoolopleiding zal volgens de Minister het aanzien van de onderwijzersstand verhogen — dus meer animo.

3e. De mogelijkheid zal geopend worden, dat de bezitters van het einddiploma 3e leerkring, universitaire examens in bepaalde faculteiten kunnen afleggen.

4e. De Minister zal er naar streven de leerlingenschaal te verlagen, waardoor dus het aantal leerlingen per onderwijzer lager wordt.

5e. In ruimere mate zullen studietoelagen worden verstrekt aan hen, die de Kweekschool bezoeken. Was daar in 1954 ƒ 670.000.— beschikbaar, voor

1955 is voor dit doel een bedrag van ƒ 1.000.000.— uitgetrokken. Dit zal een mogelijkheid scheppen voor hen, die om financiële redenen niet voor onderwijzer konden studeren, 't Zelfde geldt voor :

6e. De spreiding van Kweekscholen over het land, -waardoor de reiskosten zouden verminderen.

7e. Voorlichting over het onderwijzersambt en over de opleiding staat eveneens op het programma. Dit lijkt me niet overbodig. Laten we hopen dat 't helpt, want de animo om voor onderwijzer te leren is op 't ogenblik niet zo héél groot. (Zie Corr. blad van 14 dagen geleden).

8e. De Minister heeft ook kennis genomen van het idee, dat drs. C. v. d. Zwet uit Nijmegen aan de hand heeft gedaan. Dit komt hierop neer, dat de kinderen een jaar later dan thans gebeurt, tot de lagere school worden toegelaten. Gedurende dit jaar moeten ze dan verplicht kleuteronderwijs volgen. Daardoor zou het aantal leerlingen der lagere scholen gedurende 6 a 7. jaar met 1/6 of 1/7 worden verminderd. Maar.... het kleuteronderwijs is nog niet overal en waar het is, daar is het niet overal van dezelfde kwaliteit en niet overal , , gepacificeerd". Bovendien wordt zodoende het leerlingenteveel op de kleuterschool afgewenteld, die daarvoor geen personeel en geen lokaliteit genoeg heeft. En óok nog geen wettelijke regeling.

Misschien zou, wat het leerlingenaantal betreft, een oplossing gevonden kunnen worden, door ook de toelating tot de kleuterschool op een jaar later te stellen. Ik vermoed evenwel, dat heel wat ouders, vooral van grotere gezinnen in de volkswijken, voornamelijk in de steden, met zulk een maatregel weinig ingenomen zouden zijn.

De Minister schrijft, dat hij deze suggestie zal overwegen, als het ontwerp Kleuteronderwijswet vóór 1 Jan. 1956 wet mocht worden. Tegelijk zal dan een wijziging van de leerplichtwet nodig zijn.

Of dit alles voldoende zal zijn om tot een oplossing te komen ?

Ik heb ernstige twijfel, 't Schijnt dat de Minister ook niet zo erg gerust is, want hij blijft zich bezighouden met het zoeken van verbetering in de situatie.

U kunt dit pleiten-achteraf noemen, maar 't is en blijft jammer, dat niet reeds enkele jaren geleden, toen men de ellende kon zien aankomen, maatregelen zijn genomen. Immers reeds in 1946 en '47 was te voorzien, wat nu zoveel zorg baart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET TEKORT AAN ONDERWIJZERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's