De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De komst van het Koninkrijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De komst van het Koninkrijk

11 minuten leestijd

Ingang in het Koninkrijk

Wat is de zaligheid ? God is onze Vader. De vergeving is het fundament van de verhouding Vader-kind. De gedachte van het Vaderschap Gods komt ook bij de heidenen voor. Israëlieten heten Gods kinderen als volk. Bij de Joden na de ballingschap wordt de enkeling kind Gods. In oude Joodse gebeden vindt men ook de aanspraak : Onze Vader of mijn Vader. Alleen bij Jezus echter de dimensie der vervulling. Onze Vader stelt een relatie tussen God en zijn volk in de eerste plaats, waarbij ingesloten de persoonlijke relatie. Dit kindschap komt tot stand door de Zoon. Het is geen natuurlijke verhouding. God is niet de Vader van alle mensen. Het evangelie is niet vrijzinnig. De Vader is Koning en de Koning Vader van zijn uitverkoren volk en Koning der aarde. Dit is het bijzondere in het evangelie. De Vader geeft aan zijn kinderen het Koninkrijk.

Wat is de wil des Vaders ? Radicale liefde en zelfovergave. Hoe hangen indicatieven en imperitieven samen ?

Ritschl: het heil bestaat in ethische vernieuwing.

Schweitzer : de geboden zijn voorwaarden voor het Rijk.

Anderen : de geboden brengen de onmogelijkheid om Gods wil te doen tot openbaarheid,

Bultman : de geboden roepen op tot Entscheidung,

Op vele plaatsen zijn ook de geboden voorwaarden voor het ingaan in het Rijk. Ieder mens, die met de geboden geconfronteerd wordt, zal erkennen dat hij het niet kan. Het doel van de wil Gods is echter ook gave. De gehoorzaamheid mag van God gebeden worden. God maakt de Zijnen tot andere mensen. Eerst zaligsprekingen, dan geboden. Dat is de structuur der bergrede. De zondares : eerst vergeving, dan liefde. Het evangelie heeft een zedelijke inhoud, doch het is een geschonken zedelijkheid. De vermoeiden zijn zij, die zudhten onder de Farizeeuwse wet.

Wie kan de wil Gods doen ? Die een goede boom is. De onbekeerde is dood en moet levendgemaakt worden. Alleen een radicale en totalitaire verandering stelt in staat tot het doen van Gods wil. Het leven van Gods kinderen berust op de gave van de Heilige Geest.

Het samengaan van Koninkrijk Gods en Heilige Geest vormt een der grote veronderstellingen van het evangelie. Zorgt God ook voor het tijdelijk Ieven ? Stamt dit uit het Koninkrijk ?

Volgens sommige uitspraken zorgt God voor alle mensen. Ook ziet Jezus een openbaring van Gods gericht in alle rampen, die de mensen overkomen. De natuur echter leert de onbezorgdheid niet. Vanwege het Rijk hoeft Gods volk niet bezorgd te zijn voor voedsel en kleding. Voor zijn leven (ziel) moet het echter zeer bezorgd zijn. Niet alle mensen kunnen onbezorgd daar heen wandelen, omdat God hun Vader is.

Het heil van het Koninkrijk Gods is voorts zeer bepaald een zaak van de toekomst. Het heil is er, de schatten zijn er, doch in de hemel. Het uiteindelijk heil is evenwel op aarde. Lichaam en ziel zullen verenigd worden. De moordenaar vroeg voor de toekomst en kreeg het heil voor heden, dus tussentoestand.

Wat zijn de geboden ? Het doen der gerechtigheid. Hoe is het verband van gerechtigheid en Rijk ? Niet enige waarde in de mens is het voornaamste, maar het Koninkrijk beheerst alles. Daar is geen Interimsethiek. De goede werken demonstreren de tegenwoordigheid van het Rijk. De ethiek van Jezus is gehoorzaamheidsethiek. Vervulling der wet is het doel van Jezus' komst. Hij houdt zich aan de voorschriften der wet. Jezus bindt er anderen aan. Wat betekent dat Jezus gekomen is om de wet te vervullen ? De wet handhaven en tot effectieve geldigheid brengen. In de uitdrukking : , , Wet en profeten" bedoelen beide de eis Gods. Niet is bedoeld het vervullen door zijn leven, doch door zijn leer. De woorden uit Matth. 5 VS. 21—48 bevatten geen critiek op de wet Gods. De ouden zijn de overleveraars. Ook de onderhouding van cultusvoorschriften veroordeelt Jezus niet, maar acht ze van onwaarde, wanneer het hart onbekeerd is. Godsdienst is goed, doch niet een dienst, waaraan slechts het uiterlijke is overgebleven. De Heere Jezus is evenmin tegen de sabbat en tegen het vasten. De vervulling der wet wordt genormeerd door de letter der wet en de betekenis van het in Christus verschenen heil.

De vervulling der wet is niet, dat Jezus de wetsethiek vervangt door gezindheidsethiek. De wet blijft kenbron van Gods wil, doch de goede gezindheid hoort bij de vervulling.

Evenmin verdringt het ethische het cultische. Ook wordt niet de burgerlijke wetgeving door het gebod der radicale liefde vervangen. Jezus' houding tegenover de wet is doorlopend en uitsluitend positief. In Matth. 5 geeft Hij voorbeelden van wetsvervulling. Een schijnbare negatieve houding is altijd gegrond in een heilshistorische vervulling der wet. De Heere Jezus leert een nieuw verstaan van de wet. Van groot belang is, dat wij telkens weer voor een verantwoorde beslissing staan. Het bijzondere en kenmerkende van Jezus' wetsvervulling is gelegen in de handhaving van het totalitair en alomvattend karakter van de eis der wet.

Wat verstaat de Heere Jezus onder liefde ? Een radicale keuze : bekering. Zonder enige wederhouding bereid zijn tot de dienst Gods : gaaf=haploes-zijn. Geen algemene naastenliefde, maar wel een liefde, die niet uitkiest, doch zich laat binden aan de leiding Gods. De Heere Jezus heeft 't liefdekarakter der wet in het licht gesteld. Liefde als een alomvattende totalitaire overgave. Waarom zijn de Farizeen geveinsden ? Omdat zij hebben een pijnlijk nakomen van voorschriiten, waarbij de zelfovergave aan God ontbreekt. Deze liefde is de voorwaarde voor het doen en voor de kennis van de wil Gods.

Wat is het specifieke van de wetsvervulling van Jezus ? Hij verdiept het Oude Testament en plaatst haar in het hart zijner discipelen. Dat is de Messiaanse vervulling.

Bij de concrete geboden, die Jezus gaf, bedenke men, dat ze voorbeelden zijn van toepassing der wet in een concrete situatie. In een andere situatie deed de Heere Jezus het soms zelf anders.

Welke plaats nam de gedachte van de Kerk bij Jezus in ?

Geen enkele, zeggen vele liberale theologen, want Jezus zocht slechts een geestelijke gemeenschap. Zo ook de eschatologen, want het einde was vlak bij. Een Kerk kon ook nooit op Petrus worden gebouwd, zegt men, want hij was te onbestendig en had ook niet zo'n vooraanstaande plaats in het oudste Christendom. Dan zeggen de critici : De ecclesia-uitspraken zijn niet echt: 1. bij Jezus geen ecclesia-uitspraken, dan in Matth. 16 en 18 en die zijn : 2. in strijd met de eschatologie.

Rattenbusch heeft er een grote stoot toe gegeven om de ecclesia-gedachte te aanvaarden. Tegenwoordig velen, die de Kerk-gedachte in het evangelie een plaats geven. De Basileia is de Ecclesia niet, doch de laatste hoort bij de eerste. Immers bij de Messias hoort een volk en bovendien, nu Israël als volk is verworpen, is een nieuw volk Gods nodig. De Basileia (Koninkrijk) is alzo het grote goddelijke heilswerk der vervulling en der voleinding in Christus, de Ecclesia (Kerk) is het door God verkoren en geroepen volk, dat in het heil der Basileia mag delen.

Hoe zijn de ecclesia-uitspraken te verstaan? Petra=Petrus. Petrus is het fundament als Apostel en als de belijder der heerlijkheid van Christus. Petrus krijgt ook de sleutels als huisbezorger. Hij opent en sluit 't Koninkrijk. Binden en ontbinden is : met autoriteit bepalen.

In hoeverre heett de Kerk de volmachten van Petrus geerfd ? Wel, Petrus is de vertegenwoordiger der anderen als fundament en als drager der volmachten. Efeze 2 vs. 20 wijst immers al de Apostelen als fundament aan. Maar de functie van fundament kon niet worden overgedragen. De volmachten echter waren niet alleen voor Petrus en de Apostelen. Zij waren voor de hele gemeente vgl. Matth. 18 VS. 18. Daarmee hangt de hiërarchie in de lucht. Wat betekenen die twee of drie, die ergens in samenstemmen ? Dat zijn niet elke twee of drie. Het betekent: Al is Gods Kerk niet groter dan twee of drie.

Men moet rekening houden met de mogelijkheid, dat de evangelist gedreven door de Heilige Geest een zekere invloed heeft gehad op de formulering van onderscheiden woorden van Jezus.

Een enkel woord over Apostolaat en Doop volge.

Wat is een Apostel ? Een gevolmachtigde, die iemand met autoriteit vertegenwoordigt. De eerste zending der twaalf en der zeventig was voorlopig, Na de opstanding de blijvende opdracht. Hun taak is de blijvende taak der kerk en voor de inhoud der prediking is de kerk van de Apostelen afhankelijk. De kerk heeft een dienst aan de wereld. Het doel van de opdracht is de vergadering van het Messiaanse volk uit alle volken. De zending vóór de kruisiging was voorlopig.

De Doop van Johannes was eschatologisch. De Doop, die Jezus onderging was een „Generaltaufe" volgens Cullmann. In Jezus' doop en dood zijn alle mensen gedoopt eens en voor goed. Maar dit is constructie van Cullmann, niet naar de Schrift. De Doop door Jezus bevolen veronderstelt het geloof. Zij heeft niet een causatieve doch eer representatieve betekenis voor het heil. De Doop van Johannes heeft betrekking op de voleinding van het Rijk Gods, die-van Jezus ook op de intrede der vervulling.

Een hoofdstuk over H. avondmaal volgt.

Dit was van meetaf een der belangrijke instellingen in de Christelijke gemeente. In de instellingswoorden zijn twee motieven : het zoendoodmotief en het eschatalogisch motief. Over twee vragen gaat de strijd: 1. Heeft het zoendood-motief van meet af het karakter van het Avondmaal bepaald ? 2. Welke functie vervult het Avondmaal in de komst van het Rijk ?

De meeste nieuweren erkennen dat het zoendoodmotief tot de kern van het evangelie behoort. Evenwel zoeken toch weer de meesten het specifieke van het Avondmaal in de eschatologische sfeer. Voor hen moet bij het H. Avondmaal het jubelende overheersen en de zondebelijdenis plus de begrafenisstemming worden geweerd. De ouderwetse profetisch Avondmaalsopvatting moet door de koninklijke worden vervangen. Het nieuwe Rijk is immers aangebroken. Allen zijn gered. Het gevaar der hel is geweken voor ieder. Zo spreekt een bepaalde groep.

Het Avondmaal is een gerealiseerde eschatologische maaltijd.

Wat zegt de Schrift ?

Waarschijnlijk geeft Lucas nauwkeuriger verslag van het gebeurde dan Marcus en Mattheüs. Uit zijn verhaal blijkt, dat het eschatologisch gezichtspunt van grote betekenis is. Jezus ziet uit naar de maaltijd in het Koninkrijk, dat komt. Het Avondmaal van nu heeft een voorlopige en tijdelijke betekenis. Jezus heeft zelf niet van brood en wijn gebruik gemaakt. Hij heeft niet, ook niet zinnebeeldig Zijn eigen lichaam gegeten. In de tijd vóór de komst van het Rijk leven de discipelen van het lichaam en bloed des Heeren. Er is iets volbracht door de kruisdood. Er gaat iets komen n.l. het Rijk. Het zoendoodmotief praevaleert. Alles is nog voorlopig. Het grote oordeel moet nog komen. Op welke wijze geeft Jezus Zijn lichaam als spijze en drank ? Het maal was een Paasmaal. Het brood dus ongezuurd. Dit is mijn lichaam, zei Jezus. De Avondmaalswoorden staan in verband met de offerterminologie. Jezus wijst zich echter niet aan als het ware Paaslam. Als Hij zegt: dit is Mijn verbondsbloed, doelt de Heiland op de hele offerdienst, niet alleen op het Paaslam. Het Avondmaal is de offermaaltijd van het Nieuwe Verbond. Brood en wijn zijn de offerspijzen van het Nieuwe Verbond. De vruchten van het Nieuw Testamentisch offerbloed. Aan het Avondmaal wordt het lichaam van Christus niet geofferd. Het gaat niet om de breking des broods, maar om de uitdeling, ook niet om het uitgieten van het bloed. Niet de zelfovergave van Christus wordt gesymboliseerd, doch de vrucht daarvan voor het leven der zijnen.

Het Avondmaal is een verlossingsmaal, een vreugdemaal vanwege de zoendood. De „Goede Vrijdag" staat in het middelpunt. Wat betekent: dit is. Geen wezensverandering. Daarover staat de exegese wel vast. Slauffer noemt zeven exegetische gronden tegen die wezensverandering. In brood en wijn ontvangen de discipelen op zinnebeeldige wijze lichaam en bloed. Brood en wijn vertegenwoordigen Jezus' lichaam en bloed.

Zij representeren niet het kruis, doch de vrucht van het kruis. Niet de verwerving doch de toepassing. Welke realiteit is er in ? De realiteit van de toezegging van Christus.

In een laatste hoofdstuk wordt behandeld het probleem van de toekomst. Hier blijkt dat profetie geen historiebeschrijving is. De aanwijzingen zijn zeer fragmentarisch. Het gaat telkens niet om de kennis der toekomst, maar om de vertroosting en vermaning.

De discipelen moeten letten op de tekenen der tijden. Daar komt een „begin der weeën", daarna de grote verdrukking. De gruwel der verwoesting komt als een gericht over de joden. Doch ook als zeer grote vijandschap tegen God onder de heidenen.

Sommige Joden zullen de machtsopenbaring van Jezus nog bij hun leven zien. De discipelen moeten blijven bidden, waken en werken. God is bezig met haast te komen. De nabijheidsuitspraken moeten in gedifferentieerde zin worden verstaan.

Het is heel moeilijk om te zeggen, dat de Heere Jezus toch eigenlijk de jongste dag veel eerder heeft verwacht. Hij kan niet beoordeeld worden vanuit onze menselijke subjectiviteit doch alleen vanuit het voor ons verborgen Messiaans volmachtsbewustzijn. In de gemeente leve het gebed : Maranatha, kom Heere Jezus. En elk der predikers roepe : Kom.

L, V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1955

De Waarheidsvriend | 1 Pagina's

De komst van het Koninkrijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1955

De Waarheidsvriend | 1 Pagina's