De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEEN EPISCOPALISME!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEEN EPISCOPALISME!

6 minuten leestijd

Onze Ned. Herv. Kerk kent het minderhedenvraagstuk.

Hier is een gemeente van middenorthodoxe signatuur met meerdere predikanten, waaronder echter niet èèn van gereformeerde richting: de gereformeerden komen in een zaal bijeen en hebben hun eigen kerkdiensten, catechisaties enz. Het omgekeerde komt ook veelvuldig voor. Een dergelijke situatie kan zeer pijnlijk zijn, pijnlijker dan wanneer rechtzinnig en vrijzinnig tegenover elkaar staan. In het laatste geval (als het maar geen kwestie van , , modaliteit" doch van , , richting" is) kan 'n rechtzinnige kerkeraad moeilijk aan de vrijzinnigen een predikant geven. Anders is het in grotere gemeenten met meerdere predikantsplaatsen .... soms gemeenten, die naast de oude stads- of dorpsbevolking een groot aantal nieuw-ingekomenen erbij gekregen heeft, die andere vormen (en een andere liturgie) gewend waren en zich niet thuis gevoelen in het kerkelijk leven van him nieuwe woonplaats. Hier zullen kerkeraden naast beginselvastheid ook ruimheid van inzicht moeten kunnen opbrengen: wij kunnen anders-gelegerden, ook al delen wij hun inzichten niet, niet zonder meer aan hun lot overlaten. Twee dingen hebben wij te bedenken: 1) een predikant kan toch wel een oprecht christen zijn (en gemeenteleden ook), ook al zouden wij niet bij voorkeur bij hem kerken; 2) ook een Gereformeerde Kerk kent in haar meest-zuivere vorm, die maar denkbaar is, „modaliteiten", onderscheid in , , ligging" of hoe u dit maar wilt uitdrukken.

Wij zijn dus niet blind voor de feiten en weten wel iets van de moeilijkheden in vele gemeenten. Doch wij menen, dat deze nooit tot een werkelijke oplossing zullen worden gebracht, als wij in onze kerk niet weten, waar we met art. X der kerkorde (, , van het belijden der kerk") aan toe zijn. Dit artikel kan gereformeerd gehanteerd worden; doch de practijk van 4 jaren heeft bewezen, dat het óók anders kan. Dan blijkt het zó elastisch, dat we het gevoel krijgen nog niet zo heel veel verder gekomen te zijn dan het befaamde , , geest en hoofdzaak" van voorheen: d.w.z. ieder maakt ervan, wat hijzelf wil. Menigeen die indertijd vóór de nieuwe kerkorde gestemd heeft, zou zich wel tweemaal bedenken om dat nog eens te doen, wanneer dat nu gevraagd zou worden !

Dit ter inleiding nu wij enige kanttekeningen willen maken bij de laatste missive der' generale synode aan de kerkeraden en classicale vergaderingen.

Wij zijn van de inhoud geschrokken. De voorgestelde wijziging en aanvulling van de overgangsbepalingen bij de kerkorde moge misschien hier of daar een gereformeerde minderheid aan een predikant helpen, wij vermoeden, dat menige groep van vrijzinnig-hervormden hier dankbaar gebruik van zal willen maken en hier baat bij zal vinden.

De synode betreurt het ten zeerste, dat deze noodoplossing noodzakelijk is gebleken en wil hier geen consolidatie van de bestaande toestand bewerken: intussen ontrechten deze voorgestelde wijzigingen en aanvullingen de kerkeraden, zodat wij dit kerkrechtelijke novum een monstrum achten.

We zouden een presbyteriale kerkorde krijgen, doch wat nu voorgesteld wordt, riekt al te zeer naar episcopalisme. De prov. kerkvergaderingen krijgen hier o.i. bisschoppelijke bevoegdheden, die niet gering zijn !

Wat toch is het geval ?

Overgangsbepaling 235 is op teleurstelling uitgelopen. Daar wordt bepaald dat visitatoren-provinciaal, wanneer ergens 'n groep van andere , , modaliteit" is, die niet accoord kan gaan met de prediking enz. van de plaatselijke predikant(en), de kerkeraad moeten zien te bewegen om een neven-voorziening in het pastoraat te willen laten treffen. Hij is ten dele verantwoordelijk ; de meeste verantwoordelijkheid draagt het breed moderamen van de provinciale kerkvergadering. Er kan dan een predikant voor buitengewone werkzaamheden beroepen worden (b.v. voor de geestelijke verzorging van de vrijzinnige leden (of de orthodoxe) der gemeente) .

De kerkeraad draagt dus enige verantwoordelijkheid.

Nu erkent de synode in de toelichting, dat verreweg de meeste hierbij betrokken kerkeraden geen enkele medeverantwoordelijkheid willen dragen.

Toen dit destijds in Harderwijk het geval was, heeft de synode zelf de gehele verantwoordelijkheid op zich genomen en beriep een predikant in Algemene Dienst. Die weg wil men blijkbaar in het algemeen niet op, doch komt nu met een nieuwe figuur, die zo mogelijk nóg wonderlijker is in een presbyteriaanse kerk : uit angst, dat in menige gemeente groepen leden van de Ned. Herv. Kerk zullen vervreemden om elders hun heil te zoeken, wordt nu voorgesteld aan de prov. kerkvergaderingen wel zeer uitgebreide bevoegdheden te verlenen.

Wanneer een kerkeraad weigert medeverantwoordelijkheid te dragen voor een neven-pastoraat, kan zij geheel uitgeschakeld worden en doet de prov. kerkvergadering wat des kerkeraads is. Ten behoeve van de malcontente groep lidmaten (die de kosten moeten dragen) en in het belang der gemeente (een belang, dat de plaatselijke kerkeraad niet ziet!) kan telkens voor een periode van vijf jaren doch uiterlijk tot 1 Januari 1965, een noodvoorziening getroffen worden voor de bediening van Woord en Sacramenten, de opneming onder de belijdende leden en de bevestiging en inzegening van huwelijken. Deze „noodgemeente'J krijgt ook een soort kerkeraad, zij het een wonderlijke : de prov. kerkvergadering beroept een predikant, en wijst nevens een commissie aan, aan welke zij de overige werkzaamheden delegeert, , , welke commissie wordt samengesteld uit lidmaten dier kerkprovincie, waarvan tenminste één lid dient te zijn van de prov. kerkvergadering".

Presbyteriaal zou o.i. zijn, wanneer die groep van leden zelf en uit eigen kring zich een noodkerkeraad verkoos. Neen, zij staan volledig onder voogdij van de prov. kerkvergadering.

Kerkrechtelijk is het interessant, dat twee nieuwe figuren zullen optreden : jDe leden van deze commissie fungeren als buitengewone ambtsdragers, n. 1. twee van hen als buitgewone ouderling en twee van hen als buitengewone diaken, en worden in dit ambt bevestigd vanwege de prov. kerkvergadering in een kerkdienst, daartoe beschikbaar gesteld door één der gemeenten uit de kerkprovincie". De aanwezigheid van tenminste één van deze buitengewone ouderlingen is vereist, zal een samenkomst werkelijk kerkdienst zijn.

We moesten werkelijk even denken aan de Convent-gedachte uit de 20-er jaren, doch dat zal wel verkeerd zijn. Dit is noodmaatregel. De wettige kerkeraad dient op de hoogte gehouden te worden met hetgeen in de kring der noodgemeente geschiedt, terwijl het , , kerkelijk gesprek" voortgezet wordt : visitatoren bereiden , , een gesprek voor tussen de betrokken kerkeraad enerzijds en de commissie anderzijds, eventueel aangevuld met enkele lidmaten uit de betrokken kring. Zulk een gesprek wordt tenminste éénmaal per jaar gehouden, en de leiding daarvan berust bij twee door de praeses van visitatoren-provinciaal aan te wijzen lidmaten". Uit elke partij één ? Enfin, dat is slechts een detail.

Verwacht men in synodale kringen nu werkelijk, dat per 1 Januari 1965 door deze remedie de Kerk gezond zal geworden zijn ?

Wij zijn daar niet zeker van, zolang er geen duidelijker koers gevaren wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GEEN EPISCOPALISME!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's