DE PREDIKING
Het is een gelukkig teken dat ook onder ons de prediking de aandacht heeft, zoals o.a. gebleken is op onze laatste contio.
De prediking is zonder twijfel het allerbelangrijkste stuk van de Dienst, welke aan de gemeente is opgedragen, en zij voldoet aan haar bestemming, als zij bediening des Woords, Dienst des Woords is.
Zó hebben de apostelen het verstaan en zó hebben zij het bevolen aan degenen, die na hen zouden dienen. Vgl. 2 Tim. 4:2: „Predik het Woord, houd aan tijdelijk en ontijdelijk; weerleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer". Zie ook 2 Tim. 2:1: „Gij dan, mijn zoon, wordt gesterkt in de genade, die in Christus Jezus is; en hetgeen gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, betrouw dat aan getrouwe mensen, welke bekwaam zullen zijn om ook anderen te leren".
Als zij bediening des Woords is ! Dat onderstelt een en ander.
In de eerste plaats, dat het Woord der bediening er is, m.a.w. dat God ons Zijn Woord gegeven heeft, dat wij dat Woord als Gods Woord ontvangen en kennen, zodat wij in Zijn Woord geloven.
Wij zelf zijn zonder de prediking niet tot het geloof gekomen en hoe zullen anderen geloven, zo hun niet gepredikt wordt ?
Dat heeft de apostel Paulus trouwens met woord en daad betuigd. (Rom. 10 VS. 14, 15). Door de dienst des Woords hebben de apostelen het Evangelie over de wereld verbreid en door de Dienst des Woords wordt nog altijd de gemeente vergaderd over het ganse rond der aarde.
De Dienst des Woords heeft het bevel van de Koning der kerk achter zich : Gaat dan henen onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam . des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.
De Christus zelf getuigt voor de oren van Zijn discipelen, dat Hij hun des Vaders Woord gegeven heeft. (Joh. 17 vs. 14). Voorts zegt Hij : „Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden. (Joh. 17 : 18).
Het bevel van de prediking en de zending der apostelen in de wereld behoren bij elkander. Het is één daad van Christus, door welke Hij Zijn kerk wil vergaderen. En daarom belooft Hij ook, dat Hij de bediening van het Woord maar niet zonder meer overlaat, doch Hij zal die met Zijn tegenwoordigheid vereren : En ziet, Ik zal met ulieden zijn al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen. (Matth. 28 : 20).
Daarmede treedt tevens het ambtelijk karakter van de bediening des Woords naar voren. Het gaat n.l. om het Woord, dat Christus Zijn discipelen heeft gegeven.
Zoals aan Israël de wet en de belofte van de Messias, die komen zou, werden toebetrouwd en het volk Israël als de drager der Godsopenbaring in de geschiedenis onderscheiden staat van alle andere volken, die slechts door aanraking en omgang met Israël iets van die gunst mochten zien en deelachtig worden, zo heeft Christus Zijn Woord, dat Hij van de Vader ontvangen heeft, aan Zijn discipelen toevertrouwd, opdat zij het zouden verkondigen en bewaren.
De Christus handelt met het Woord als met een schat en Hij maakt Zijn discipelen tot schatbewaarders en uitdelers daarvan.
Het is met die schat evenals bij de spijziging van de duizenden. Christus beveelt, dat zij zullen uitdelen en de schat is onuitputtelijk, terwijl er nog overblijft als zij allen verzadigd zijn.
Ziet eens, wat er uit die schat al voortgekomen is. De bibliotheken der aarde zijn er vol van. En dat is nog maar een uitwendige vrucht, dikwijls gemengd met menselijke zwakheid, twist, strijd en ongerechtigheid.
De ganse aarde is overdekt met tekenen, die van de heerlijkheid des Woords getuigen.
En wie zal de heerlijkheid beschrijven van de vrucht des Woords in de hemel, waar de kinderen Gods uit de •geslachten der aarde door het Woord herboren en getogen vergaderd worden?
Zo staat dan de Christus zelf achter het Woord en wij doen goed, tegen alle drijvers om de prediking des Woords te verdringen van de volle ereplaats in de samenkomst der gemeente door allerlei menselijke vindingen, die het bevel van de Christus in de schaduw stellen, om zichzelf en de mensen te behagen.
Omdat Christus achter Zijn Woord en Zijn bevel der prediking staat, is er geen ander middel om Zijn gemeente te vergaderen, geen ander middel tot geestelijke verzorging en geestelijke tucht dan de Dienst des Woord.3, allereerst in de dienst der prediking, maar ook in de herderlijke arbeid en in de kerkregering.
Het zal alles in de dienst van Christus neerkomen op dienst des Woords, want de gemeente des Heeren leeff uit het Woord.
Daarmede is ook de taak van de prediker bepaald. Hij heeft de Heilige Schrift uit te leggen en te verklaren, met name de weg Gods met de mens, zoals Hij die in Zijn Woord openbaart, bekwamelijk uiteen te zetten.
In geen geval mag de prediker zichzelf prediken, want de gemeente wordt niet gebouwd door een mensenwoord. Het woord van een mens heeft geen wederbarende kracht, maar het levende Woord Gods is een kracht Gods tot zaligheid.
Die zichzelf predikt, of een evangelie naar eigen smaak voordraagt, kan mogelijk voor een tijd de mensen boeien, doch hij zal ervaren dat hij de kerk ledig preekt, terwijl de mensen komen luisteren en blijven komen luisteren naar de rechte verkondiging des Woords.
Iemand zal misschien vragen hoe het dan mogelijk is dat een mens Gods Woord verkondigt. Is het dan geen mensenwoord in de mond van de prediker en in het schoonste geval vertolking, menselijke vertolking van Gods Woord ?
Is dat eigenlijk met de profeten en de apostelen ook niet het geval ? Waren zij geen gewone mensen ? Mensen van gelijke bewegingen als wij ? Hebben wij dan waarlijk zekerheid, dat die mensen het Woord van God hebben ontvangen en dat zij daaraan de juiste vertolking hebben gegeven ?
Zo kan men verder vragen, en gij weet, wat de belijdenis zegt: Heilige mannen Gods, door de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben het gesproken.
Hoe de belijdenis dat weten kan ?
Vraag liever, hoe het geloof dat weten kan, want het is een zaak van geloof. Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods is toebereid. (Hebr. 11 vs. 3).
Zo wordt ook door het geloof verstaan dat de Heilige Schrift Gods Woord is. Dezelfde Geest die het geloof werkt, is ook de Geest, die in onze harten getuigt, dat die heilige boeken van God zijn.
Daarin is nu ook het wonder van de prediking, dat God de Heere, die ons Zijn Woord gegeven heeft en bevolen, dat Woord te prediken aan alle creaturen, belooft heeft, dat Hij de prediking vergezelt. Ik zal met ulieden zijn, alle dagen, tot aan de voleinding dei wereld.
Zo is de Christus door Zijn Geest, de inwendige Leermeester, die de Zijnen onderricht in Zijn Woord, ook in de prediking tegenwoordig, opdat het zijn loop hebbe en doe, waartoe God het zendt. (Vgl. Jes. 55).
Omdat God zelf achter Zijn Woord staat, is het een levend Woord, werkend uit geloof tot geloof.
De prediking des Woords is dus niet een waagstuk, zoals sommigen dit uitdrukken, omdat de Christus zelf over Zijn Woord waakt, dat Hij aan mensen heeft toebetrouwd.
Daarom te meer is het een ernstige en verantwoordelijke taak het Woord te mogen bedienen, aangezien deze wordt volbracht in de tegenwoordigheid van de Heere Christus zelf en de prediker zich moet bewust zijn daarvan en er voor waken, dat hij zich zelf niet in de weg stelt.
Dezer dagen verscheen een lijvig werk van prof, K. Dijk : De Dienst der Prediking. In de inleiding wijst hij op de gevaren die in onze dagen de Dienst des Woords bedreigen : de neiging naar sacramentalisme, de nieuw-liturgische beweging, bioscoop en televisie en zovele verschijnselen, die daarmede saamhangen.
Daartegen moeten wij protesteren en strijden om Christus' wil en het heeft ons tot bezinning te roepen omtrent de eis der prediking en een goede voorbereiding van de preek, die waarlijk ontvouwing der Schrift mag heten.
Wij hopen op het boek van prof. Dijk nog terug te komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's