GEREFORMEERD OF HETERODOX
Wij hebben wel eens de vraag gesteld bij de aanvang van de kerkelijke situatie onder de nieuwe kerkorde, of wij nu een echte Synode hebben.
Sommigen hebben dat zeer kwalijk genomen, alsof er waarlijk geen redenen waren om zulk een vraag te stellen, — en, alsof die vraag op zich zelf ongeoorloofd ware.
Sedertdien heeft de Synode weinig gedaan om een bevestigend antwoord op die vraag af te dwingen — en, als zij dat al mocht bedoeld hebben, is zij daar naar onze overtuiging niet in geslaagd. En dat, terwijl zij meer episcopaals dan presbyteriaals heeft gehandeld. Nog in het laatste voorstel ten behoeve van midden-orthodoxe minderheden, althans naar aanleiding van een verzoek uit die hoek, heeft zij getoond weinig eerbied te hebben voor de presbyteriale orde.
Mogelijk zal iemand in het midden brengen, dat deze opmerkingen toch wel zeer aan de formele kant liggen en dat er zakelijk toch te veel is gebeurd tot sanering van het kerkelijk leven om over verschillende formele bezwaren niet te kunnen heenstappen.
Zeker, wij zouden de Generale Synode die lof niet onthouden, indien wij ook maar enige stappen genaderd waren in de richting van een gesaneerd kerkelijk leven.
Weer hoor ik iemand opmerken, dat de beoordeling van het al of niet op weg zijn naar een gezond kerkelijk leven tamelijk subjectief is. Mogelijk, dat de mannen, die merendeels de leiding hebben en gehad hebben bij de invoering en de doorvoering van de nieuwe kerkorde van mening zijn, dat zij reeds grote vorderingen hebben gemaakt in de richting van een kerkelijk leven, zoals zij zich dat hebben voorgesteld.
Dat is mogelijk, maar, eerlijk gezegd, ik kan het niet aannemen, dat deze mannen zo maar unaniem vinden, dat het goed gaat.
Voorts is het ook waar, dat er onder hen kunnen zijn, wier voorstelling van gezond kerkelijk leven niet wordt verstoord door leeggepreekte kerken..
Wij handhaven daarentegen de mening, en zelfs onze overtuiging dat leeggepreekte kerken beide, zowel de leiding der gemeente als de prediking veroordelen, want, of men hef wil erkennen of niet, feit is, dat de menigte wordt vergaderd, waar de rechte prediking wordt gehoord, welke het Woord bedient in overeenstemming met de belijdenis der kerk.
In die richting nu gaan de handelingen der Synode niet, en zij maken ook niet de indruk, dat dit toch desondanks de bedoeling is. Integendeel, de Synode zelf is door hetgeen zij naar buiten openbaart, oorzaak, dat wij het niet meer ernstig nemen, als wij uit de mond van hoogwaardigheidsbekleders vernemen, dat naar de belijdenis toe wordt gestreefd.
Misschien hebben zij dat persoonlijk eerlijk gemeend en worden zij medegezogen door een geest, die zij zelf niet wensen, doch wij kunnen niet aannemen, dat zij gezien de loop der dingen het er zelf voor houden, dat in die richting vorderingen worden gemaakt.
Dat zou ook wel heel moeilijk zijn, want het kan toch voor iedereen duidelijk wezen, dat de leidende figuren, hoeveel zij ook onderling mogen verschillen, hierin toch schijnen overeen te komen, dat zij in geen geval een kerkelijk leven wensen te bevorderen in overeenstemming met wat de gereformeerde geloofsbelijdenis als zodanig onderstelt.
De Synode kan het niemand kwalijk nemen, als hij het er voor houdt, al ging hij slechts af op de voorstellen, welke in de kerk werden gebracht gedurende de jaren onder de nieuwe kerkorde.
, , Fundamenten en Perspectieven" een compromis geschrift, waarin men de vrijzinnigen tegemoet komt en de rechtzinnigen niet al te veel aanstoot wil geven, doch, waarin het voornaamste stuk van het geloof onzer gereformeerde vaderen, n.l. het geloof aangaande de Heilige Schrift, zoal niet genegeerd, toch in het onzekere blijft,
Voor zover dit opheldering mocht verwachten in , , de leer aangaande de Heilige Schrift", kan daarvan alleen sprake zijn in negatieve zin.
Wat zal men dan zeggen moeten van het voorstel der Synode aangaande de vrouw in het ambt ? Met 32 stemmen voor en 18 tegen de vrouw toegelaten tot alle ambten !
Een voorstel, dat zonder beding in strijd is met de belijdenis der kerk en de liturgische formulieren en ook met de kerkorde.
Niemand onderstelt, dat de Commissie, welke dit voorstel heeft voorbereid, niet heeft ingezien dat haar voorstel in strijd zou zijn met belijdenis en kerkorde, zodat het haar op die grond reeds had moeten weerhouden zulk een voorstel te doen.
Niemand ook neemt aan, dat het moderamen van de Synode dat niet heeft ingezien en deswege had behoren terug te komen op haar weg, of een andere methode had moeten volgen.
Het is volstrekt niet overdreven dit voorstel onbehoorlijk en der kerkelijke regering onwaardig te kwalificeren.
Zij veroordelen o.i. terecht de grond van belijdenis en kerkorde de door half roomse lidmaten gevraagde , , wijding" en doen, alsof het een doodgewone zaak ware, de kerk voor een besluit te zetten, dat tegen belijdenis en tegen kerkorde ingaat.
Als de hoogste kerkvergadering zó handelt, wat verwachting kan er dan zijn, dat zij de rechten der belijdenis in het kerkelijk leven zal herstellen ?
Hoe komt 't, vraagt wellicht iemand, dat de heersende stroming klaarblijkelijk gekant is tegen een kerkelijk leven naar de belijdenis ?
Dat kan zeker niet uit liefde voor de gereformeerde belijdenis worden verklaard. En zij, die de gang van zaken in de kerk toejuichen, moeten ook niet zeggen of' schrijven, dat zij die belijdenis liefhebben, want dan misleiden zij zichzelf of spreken uit een begrip , , gereformeerd", waaraan de hoofdzaak ontbreekt.
Welke die hoofdzaak is ?
Het Schriftgeloof der belijdenis. (Vgl, Ned. Geloofsbelijdenis, art. 3—7).
Dat is het fundamentele stuk der gereformeerde belijdenis en het kenmerk van het geretormeerd geloof, — niet maar een traditie, waarmede men kan breken en toch gereformeerd blijven, — neen, geloof in de Godsopenbaring, zoals die daar in de met name genoemde boeken voor ons ligt.
De onderscheidene gereformeerde belijdenisgeschriften kenmerken zich o.m. door dit fundamentele stuk en met al de gereformeerde kerken in binnen en buitenland belijden wij dat.
In onze tijd echter stemmen de meeste beoefenaars van het Schriftonderzoek met die belijdenis niet in. Zij maken onderscheid tussen openbaring en Heilige Schrift en de Schrift als zodanig behoort niet tot de openbaring, maar is slechts menselijke oorkonde.
Velen gaan in deze gedachtengang mede en sommigen menen zelfs dat zij daarmede beter gereformeerd zijn dan de belijdenis zelf.
Doch een ieder, die uit het Schriftgeloof leeft, kan verstaan dat dezulken hun geloof niet reguleren naar de Schrift, het daarop gronden en daarmede bevestigen, maar dat zij omgekeerd de Schrift draaien naar hun eigen geloof en inzicht.
De methode van Schriftverklaring dergenen, die een, weg voor de vrouw naar het ambt willen openen, geeft daarvan een klaar bewijs.
En het voorstel, dat de Synode aan de kerk voorlegt, kan er niet voor pleiten, dat wij een orthodox gereformeerde Synode hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's