GRENSVERKEER
....OMTRENT EEN STEENWORP... Lucas 22 vs. 41a.
Deze tekst beschrijft het begin van het lijden van Christus in Gethsémané. De Heere Jezus heeft Zijn discipelen meegenomen naar de hof, maar bij wat daar gebeurt, zullen zij alleen tot op zekere hoogte tegenwoordig zijn. 't Staat er zo onopvallend tussen in : Hij scheidde zich van hen af omtrent een steenworp — maar deze woorden zijn in het geheel van het lijdensevangelie belangrijk. Als wij er goed op letten, beluisteren wij er de diepste en tederste tonen van het Evangelie in. Drie discipelen heeft Hij verder meegenomen dan de anderen, maar als het er helemaal op aan gaat komen, worden zij óok achtergelaten.
Omtrent een steenworp : dat zegt ons dat Christus nu een bepaalde afstand neemt tot Zijn discipelen en dat Hij ze zo op een afstand houdt. Hij zegt als 't ware : tot hiertoe en niet verder ! Wat hier verder ligt is Zijn particulier domein, het kroondomein van Vorst Messias en daar worden de discipelen niet in toegelaten. Zo wordt er tussen Hem en de Zijnen een grens getrokken en dat is in het lijden van beslissende betekenis. Hij gaat alleen, zonder Zijn discipelen, die grens over.
Wat Hij daar vindt, is te zwaar om het ordelijk te verhalen. Het is de toorn Gods in zijn volle gewicht, en wie zal dat onder woorden brengen ? Hij begon er bedroefd en zeer beangst van te worden : hoe zou het anders, als Hij de zonde voor Gods aangezicht draagt en door alle beschuldigers uit de hel, met hun rechtmatige aanklachten, gezocht wordt ? Hebreen 5 spreekt zelfs van sterk geroep en tranen. Wij zouden kunnen zeggen, dat Christus aan de overzijde van die grens in de hel op aarde komt. Hij gaat verder, over de grens, om te doen wat bij God te doen was en dat was voorwaar geen lichte zaak, zo zeker als de zonde geen lichte zaak is !
Als Christus daar Zijn discipelen niet in meeneemt, maar ze op een steenworp afstands van zich verwijderd houdt, dan zien wij daarin de kern van het Evangelie. Aan de overzijde, waar de discipelen niet in worden toegelaten, zijn de helse smarten. Die steenworp wordt steeds meer welsprekend, want die trekt de grens tussen leven en dood en de Zijnen mogen achter die grens blijven, omdat de Middelaar dat voor hen bedongen heeft. Omdat de Borg tot de Vader roept: indien Gij Mij zoekt, laat dezen vrij heengaan! Die steenworp is de grens, die ons behoudt. Als die niet in acht genomen was, waren al de Zijnen levend door de toorn Gods verteerd, want — waarlijk —dat lag aan de overzijde. Die steenworp betekent de grens tussen de allerfelste tegenstellingen die er bestaan. Aan de éne kant, waar Christus alleen verder ging, was de grenzeloze ellende — niet om uit te spreken — en aan de andere kant, die van de discipelen, de grenzeloze liefde, de Middelaarsliefde — onuitsprekelijk. Zó lief had Hij de Zijnen, dat Hij ze genadig op een steenworp afstand hield, opdat ze in de uitgieting van de toorn Gods niet voor eeuwig verloren zouden gaan.
Toch is die afstand niet zó groot : maar 50 a 60 passen, zover men een steen kan werpen. Daarom spraken wij in het opschrift van deze meditatie niet alleen maar over een grens, maar over grensverkeer. Als Christus daar iets verderop God in Zijn grimmigheid over de zondaar moet ontmoeten, dan zijn de discipelen niet heel ver weg, zodat ze er niet het minste contact mee kunnen hebben. Neen, zij zijn zó dicht bij de lijdende Christus, dat ze de kreten kunnen horen in de nacht, dat het zware zuchten tot hen doordringt en dat ze aan deze kant van de getrokken grens kunnen vermoeden, wat er daarginds op een steenworp afstands van hen gebeurt. Zij zijn er zo niet oog-, dan toch wel oorgetuigen van. Christus heeft de pers wel alleen getreden, maar dat bleef toch niet helemaal voor Zijn discipelen verborgen. Er staat immers ook, dat zij niet sliepen van vermoeienis, maar van droefheid. Dat is een kant in het lijden, die wij niet, tot schade voor het geestelijk leven, over 't hoofd mogen zien. Zij het dan zó, dat de discipelen op een afstand worden gehouden, op een genadige afstand, er is toch verkeer over de grens, d.w.z. gemeenschap — juist in het lijden. Ze hebben het lijden van Christus op- een steenworp afstands meegemaakt.
Het gaat er om, dat u die gemeenschap kent, dit grensverkeer, dat u gemerkt hebt, wat daar aan de andere kant van de grens gaande is. Dan leren wij, wat de verzoening Hem gekost heeft, wat de prijs was, die voor onze verlossing werd gevraagd. Paulus zegt: gij zijt duur gekocht, en wie er bij betrokken is, weet dat het inderdaad duur was, zó duur, dat de helse smarten er voor moesten geleden worden. Zeker, Hij heeft de pers alleen getreden, maar zullen wij daar de vruchten van genieten, dan zijn wij daar niet in (Goddank niet!), maar er wel vlak bij geweest. Christus heeft de drinkbeker van het lijden alleen gedronken en tot op de laatste druppel, maar wie. dat ten goede komt, heeft wel geleerd, op een steenworp afstand, wat in die beker zat. Daar wordt de Middelaar juist zo dierbaar, als vrucht van dit grensverkeer.
Toch moeten wij niet denken, dat wij om dat grensverkeer behouden worden. Want uiteindelijk vallen de discipelen op zo korte afstand — hoe is het mogelijk — allemaal in slaap. Het grensverkeer is eenrichtingsverkeer. En voor zover er van onze kant iets over deze grens heendringt, is het alleen de rustige ademhaling, die Zijn lijden en eenzaamheid nog verzwaart. Hoezeer wij er ook bij betrokken mogen zijn, hoezeer de zonde ons ook bedrukt en het lijden van de Borg en Zaligmaker ons hart doet breken, hoezeer wij het ook geleerd hebben, dat het onze zaak is, die daar iets verderop door Hem wordt uitgestreden en hoeveel tranen en verzuchtingen ons dat ook kosten moge (en waarlijk, het kan niet zonder!) —• wij worden, als wij zalig worden, alleen uit genade zalig ! Want het is met alle discipelen, toen en nu, zó, dat ze slapen op de rand van de hel en dat ze er in zouden vallen, al zijn ze dan ook nóg zo bedroefd, als Christus niet op een steenworp afstand verder was, om daar de macht van de vorst der duisternis te breken.
Dat is de diepste zin van het grensverkeer : onverdiende gunst!
Vlak er bij en daar in slaap, maar — o genadig wonder — toch doet dat het grensverkeer niet te niet, want:
God geeft het, hoe een ander schraap', die Hij bemint als in de slaap ƒ
S. Gerssen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's