De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE RICHTINGEN ZIJN ER OOK NOG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE RICHTINGEN ZIJN ER OOK NOG

7 minuten leestijd

PROP. DR. J. SEVERIJN

In het officieel Weekblad „Woord en Dienst" onder de rubriek „Jeugdwerk" van deze week kan men een artikel lezen geschreven door A. J. Engels onder de titel : „De toekomst der kerk".

Sprekende over de „Jonge Kerk", haar organisatie, arbeid en moeilijkheden komt ook een paragraaf voor, waarboven werd geplaatst: De richtingen zijn er ook nog.

Dat is een verzuchting van deze scribent of misschien ook van de , , Jonge Kerk".

Wat die verzuchting eigenlijk betekent?

Vooreerst is het een inleiding op de moeilijkheden, die zij ondervindt van die richtingen en met name worden genoemd : Gereformeerde Bond en Vrijzinnigen, want van huis uit is de , , Jonge Kerk" zoveel als midden-orthodox.

Er schuilt nog al wat verbeelding in, als die „Jonge Kerk" zich er over beklaagt, dat zij zo graag wil helpen in de gemeente en dat zij in „hun bijdrage, die zij zo argeloos geven", niet geaccepteerd worden.

, , Ze zien de verdeeldheid als vloek en — zoals zo vele van de jonge generaties — zijn ze beu van alle schotjes en hokjes; dan maakt achterdocht van kerkeraden, het niet-geaccepteerd worden, hen bitter".

Wat moet men nu bij zulk een redenering denken ?

In de eerste plaats van wat voor een soort kerkbesef gaat de „Jonge Kerk" uit, als zij verdeeldheid ziet als vloek en beu is van alle schotjes en hokjes ?

Heeft de , , Jonge Kerk" zich rekenschap gegeven van het feit, dat bij de kerkeraad de verantwoording voor de leiding der gemeente, ja in geestelijke zin voor de gemeente berust? Dat is Schriftuurlijk en daarom echt kerkelijk.

Daaruit volgt verder, dat ook de , , Jonge Kerk" onder de leiding van de kerkeraad staat, althans daaronder behoort te staan, zich daaronder te voegen heeft, en als zij iets kan helpen in de arbeid in de gemeente, dat zij dat zal behoren te doen onder de leiding van de kerkeraad.

Het , , Jonge-Kerkje-spelen" in de gemeente is op zich zelf reeds een onkerkelijk gedoe. Jeugdarbeid is nog heel wat anders dan , , Jonge-Kerk" willen zijn en mede werken in de gemeente, bijdragen geven in het werk, helpen, kan door geen enkele kerkeraad worden begeerd of gedoogd, als dat wordt bedoeld in de zin van wij „Jonge Kerk" zijn eigenlijk eerst de kerk, in ieder geval zijn we de kerk van morgen, wij weten het en wij zullen het eens doen.

Het spreekt van zelf, dat men dan in botsing komt met de kerkeraad, en als de , , Jonge Kerk" voorts meent, dat de midden-orthodoxie de ware kerk vertegenwoordigt, ligt het nog al voor de hand, dat zij juist in Gereformeerde en Vrijzinnige gemeenten op moeilijkhe­den stuit en niet op de medewerkingvan de kerkeraad kan rekenen.

Want zo staat het ten slotte naar wij menen, dat de , , Jonge Kerk" niet zo zeer medewerking aan de kerkeraad wenst te geven dan wel van de kerkeraden zou wensen medewerking in haar . geest te ontvangen.

Intussen kan het voorkomen, dat niet alleen , , Jonge-Kerk-mensen", maar ook andere leden der gemeente van mening zijn, dat de kerkeraad zijn taak niet op de juiste wijze nakomt.

De midden-orthodoxie is van oordeel, dat de Gereformeerde mensen eigenlijk een heel verkeerde opvatting van hun taak hebben, omdat zij zich begeren te houden aan de belijdenis der vaderen, inzonderheid en in de eerste plaats aangaande de Heilige Schrift.

Dit is inderdaad het allervoornaamste punt van verschil en daarop zit heel de richtingskwestie vast. Zij, die dit geloof niet kunnen delen, staan geheel anders tegenover de uitlegging der Heilige Schrift. Dat ligt immers voor de hand.

Als de Heilige Schrift niet in het werk der openbaring door God is opgenomen, maar slechts een meer of minder nauwkeurige oorkonde zou zijn, dan heeft zij als zodanig geen gezag, Dan heerst de Heilige Schrift niet over ons geloof, maar dan heersen menselijk inzicht en gevoelen over de Heilige Schrift om te bepalen, in welk opzicht en in hoeverre aan haar inhoud gezag kan worden toegekend.

Zoals gezegd, is de midden-orthodoxie van oordeel, dat de Gereformeerde belijdenis omtrent de Heilige Schrift en omtrent verschillende leerstukken verouderd is, alsof het Christelijk geloof in deze een traditie ware, die haar tijd heeft gehad.

Zou de , , Jonge Kerk" nu kunnen begrijpen, dat de mensen, die uit hetzelfde Schriftgeloof onzer gereformeerde vaderen leven en haar door het getuigenis van de Heilige Geest als Gods Woord belijden, van zulk een veroudering en traditie niets willen weten ?

Dat is misschien wel wat veel gevraagd, maar mogelijk, dat zij wel kan begrijpen, dat gereformeerde kerkeraden in alle stukken de gereformeerde belijdenis begeren te eren.

En dat moest ook de „Jonge Kerk" doen, dan zou zij zich voegen onder de kerkeraad, met welke zij nu ontevreden is.

Intussen is Schriftbeschouwing een verstands aangelegenheid, maar Schriftgeloof een gave van de Heilige Geest.

Ten aanzien van de vrijzinnigheid ligt het onderscheid met de middenorthodoxie weer anders. Met de vrijzinngheid heeft de midden-orthodoxie de afwijzing van het Schriftgeloof der belijdenis gemeen.

Waarin zij van de vrijzinnigheid wil onderscheiden, zijn, komt ten slotte slechts neer op een stukje traditie, waarop zij prijs stelt, hoewel dit ook tamelijk vrijiblijvend blijkt te zijn.

Een andere klacht van de , , Jonge Kerk" komt er op neer, dat niet de ganse kerkelijke jeugd zich onder haar vleugelen laat vergaderen.

, , Vanuit de visie van Gemeente-opbouw, die van het begin af aan de Jonge Kerk heeft bezield, is het eigenlijk onbestaanbaar, dat de , , Jonge Kerk" in richtingen uiteengaat. Toch komt het voor. Wat staat dan voorop ?

Let nu op het antwoord, dat haar in de mond wordt gelegd : „Misschien niet het lid-zijn" van de gemeente, maar het belijdenis-gedaan-hebben bij een bepaalde predikant".

Klaarblijkelijk wordt hier lid der gemeente zijn en lid van de , , Jonge Kerk" zijn op één lijn gesteld. De , , Jonge Kerk" schijnt het voor de meest gewone zaak ter wereld te houden, dat jonge lidmaten zich bij haar aansluiten op grond van de visie van Gemeente-opbouw.

Deze vergissing volgt uit de leer van Gemeenteopbouw, welke uitgaat van een onjuist kerkbegrip.

Bovendien blijkt in deze redenering van de , , Jonge Kerk" nog verwarring tussen de zorg voor de jeugd, welke een gewoon stuk van de pastorale taak van predikant en ouderling is, en het streven, dat zich in de , , Jonge Kerk" vertoont, n.l. dat zij een soort kerk in de kerk wil verwerkelijken.

Dat er geen eenheid in de pastorale verzorging van de jeugd der kerk is, vindt uitteraard zijn oorzaak in heel de situatie der kerk met haar richtingen en er is geen aanleiding, ook niet in het aanwezig zijn van de „Jonge Kerk", waarom men zou mogen verwachten, dat de richtingen zich ook niet in de jeugd zouden voortzetten.

Ook kan het zo langzamerhand voor iedereen duidelijk worden, dat de meth-ode van Gemeente-opbouw heeft gefaald, omdat daarbij de richtingen niet in haar diepgaande verschillen werden gepeild.

En wat het jeugdwerk betreft, de Jeugdraad is er evenmin in geslaagd de richtingen te overwinnen en wel om dezelfde redenen.

Het is daarom maar gelukkig, dat de toekomst der kerk niet van de „Jonge Kerk" afhangt.

Het ware echter te wensen, dat men meer oog had voor de werkelijkheid van het geloofsleven en van de situatie der kerk, met name, dat men meer ernst maakte met de richtingen. Te spreken van modaliteiten ten aanzien van de richtingen, zoals die op fundamentele punten uiteengaan, kan toch geen bewijs zijn van de nodige ernst.

En wie dat er voor houdt, moet wel uit een visie van „Christelijk" geloof redeneren, waarin dat , , Christelijk" zo wereldwijd is geworden, dat ook de grenzen der kerk wegvallen.

En toch de verzuchting : , , De richtingen zijn er ook nog".

Wat denkt men dan ?

Dat zij vanzelf verdwijnen ?

Of, dat de kerk er wat aan doen moet ? : • . ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE RICHTINGEN ZIJN ER OOK NOG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's