De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

6 minuten leestijd

Lucas 12 VS. 50.„MAAR IK MOET MET EEN DOOP GEDOOPT WORDEN, EN HOE WORD IK GEPERST, TOTDAT HET VOLBRACHT ZIJ !"

Dit woord is geen tekst uit de lijdensgeschiedenis, zijn wij geneigd te zeggen. Dan zijn wij immers geneigd om veel meer te denken, aan de laatste hoofdstukken van de verschillende evangeliën. Toch weten wij hoe eenzijdig dat is, want wij belijden met onze Catechismus dat Hij naar lichaam en ziel de ganse tijd Zijns levens, geleden heeft. Zo is het leven van Jezus door lijden bepaald geweest. En ondanks alles wat over het leven van Jezus reeds geschreven is, wordt deze trek maar ai te gemakkelijk verwaarloosd.

Herhaaldelijk kunnen wij echter bij Jezus Zelf bemerken, hoezeer Hij bij Zijn lijden en sterven bepaald is geweest. Daarvan spreekt ook bovengenoemde tekst. De woorden die er aan voorafgaan en er op volgen, zijn voor veler oren onwelluidende klanken, want de Heiland spreekt daar over het feit, dat Hij gekomen is om vuur op de aarde te werpen en Hij voegt er zelfs aan toe : , , Hoe zou Ik willen, dat het reeds ontstoken was !" (In tegenstelling met de Statenvertaling, die hier een vraag ziet). Hij is zelfs niet gekomen om vrede op aarde te torengen (althans niet, zoals de mensen dat toen graag zagen), maar verdeeldheid. Daar volgen zelfs diepingrijpende woorden, dat er tegenstellingen in het gezinsleven zullen ontstaan om Zijnentwil.

En dit alles gaat niet buiten Hem om of langs Hem heen, zoals de zondige mens soms anderen in ellende stort, zonder dat het hem raakt, maar Jezus is er ten nauwste bij betrokken. Hij is van-deze ontwikkeling het brandpunt. In het brandpimt komen alle stralen samen, maar wat in het brandpunt komt, wordt ook zelf verteerd. Dat duidt Hij aan in de woorden : , , Ik moet met een doop gedoopt worden".

Wij beluisteren hier de beklemming, die Jezus heeft aangegrepen. Toch is Hij daarvan niet het lijdend voorwerp. Bij alles wat Hem overkomt, treedt Hij handelend op. Dat blijkt ook uit hetgeen hier letterlijk staat, n.l. „Ik heb een doop " Wat Ik heb, is mijn bezit, datgene, wat Ik verworven heb. Zo is dus deze doop voor Christus een zaak van vrijheid en eigen wil. Er is geen sprake van noodlot of dwang, al zouden wij daaraan denken, als wij het woord , .moeten" lezen. En deze niet benijdenswaardige taak heeft Hij krachtens Zijn roeping door de Vader op Zich genomen.

Dat wij desniettegenstaande 'n soort beduchtheid beluisteren in dit woord, is niet te verwonderen. Het is geen angst als van een beschuldigd geweten, want Hij stelt zich zeer vast voor ogen wat Hem te wachten staat. Een doop om gedoopt te worden. Doop is onderdompeling, een algeheel ondergaan. „Ik ben gezonken in grondeloze modder, waar men niet kan staan ; ik ben gekomen in de diepten der wateren, en de vloed overstroomt mij", lezen wij in de Lijdenspsalm 69.

Weliswaar was Hij gedoopt in de Jordaan door Johannes. Daarmede onderwierp Hij zich aan de doop der bekering, die het volk Israël was gegeven, hoewel Hij zelf zonder zonde was. Nu zal Hij de dood voor Zijn volk ondergaan. En nu is 't niet zozeer de dood, maar de oorzaak des doods, de zonde, die Hem benauwt.

Het vooruitzicht van een onderdompeling is voor ieder benauwd. Daarom zien wij tegen een operatie op. En wie zal de angsten beschrijven die een drenkeling doorstaat, alvorens hij de strijd op moet geven ? Wie het water in de rampnacht heeft zien stromen, toen het duister was rondom, weet hoe verschrikkelijk de gedachte was aan een dreigende onderdompeling daarin. Dat water was onheilspellend van kleur ; het kolken en woelen ademde de dood.

Zo is óok Christus benauwd geweest in Zijn leven als Hij dacht aan de toorn Gods die zich tegen Hem zou ontladen. Hij wordt daardoor geperst, en wel van twee kanten. Innerlijk door de liefde waarmede Hij bewogen is tot deze wereld, om de zonde en het oordeel bewust te dragen als de plaatsvervangende Middelaar. Want daartoe is Hij in de wereld gekomen. Maar ook van buitenaf wordt Hij geperst, wanneer Hij alle vijanden op zich aan ziet komen, ja. Zich daardoor dagelijks belaagd weet, in 't bijzonder de satan.

Eigenlijk vangen wij in deze woorden slechts een glimp op van de verschrikkingen, die onze Heere Jezus Christus heeft moeten doorstaan om der zonde wil, eigenlijk om der zondaren wil.

En wat heeft Zijn getuigenis ons te zeggen ? -

Wat dit voor ons is, vinden wij in onze eigen doop. Paulus zegt er van, dat wij door de doop begraven zijn in Zijn dood. Ons formulier begint daarom ook met er op te wijzen, dat de doop allereerst is een ondergang, een bevestiging van het volkomen aan de zonde ten prooi zijn. Daarom is Zijn benauwdheid ook onze schuld. Dan rijst de vraag, of wij Hem zo ook wel waarlijk zien en aanschouwen in Zijn priester­lijke gestalte, daar Hij in alles is verzocht geweest, gelijk als wij.

Hoe is het mogelijk, dat wij mensen vaak zo oppervlakkig over de zonde heenleven, terwijl onze Heere Jezus het er zo benauwd onder heeft gehad ? Al spreken wij ernstig over de zonde, daarom nemen wij het veelal nog niet ernstig.

De tekst spreekt echter niet alleen van de benauwdheid, die deze doop kenmerkt, maar ook van de doelbewustheid.

, , Totdat het volbracht zij". Hier hebben wij een duidelijke voorzegging van het kruiswoord en daarom van Zijn kruisdood. Menselijk gezien, was Zijn kruisdood het einde, maar hier wijst de Heiland er reeds op, hoe Zijn hele lijden een welomschreven doel heeft. En wij mensen staan daarbij als degenen, die hun doel gemist hebben.

Voor Jezus was de zin van het leven geen vraag. Hoe vreemd het in mensenogen mocht wezen, dit hele leven van lijden, eindigende in een doop, was welbepaald en voltrok zich volgens vasl plan. Wij leven in een wereld van plannenmakers. Alles moet tegenwoordig , , volgens plan" verlopen. Maar intussen raken steeds meer mensen in de knoop met de vraag naar de zin van hun eigen leven. Daarin zien ze geen plan. Dat kan ook niet, want wij zijn mislukt en hebben ons doel gemist. Maar Christus heeft het doel van Zijn leven geweten en bereikt, ondanks alle verschrikkingen en benauwdheden, die daaraan verbonden waren. En ondanks alles wat de mens in deze wereld weet klaar te maken, zal hij met zichzelf nooit klaar komen. Dat kan alléén, als die mens gaat tot Hem en wordt ingelijfd door het geloof in Hem, die Zijn doel heeft bereikt. En Zijn doel, daarin was de mens begrepen, opdat zo de eer des Vaders vergroot zou worden.

Voor Hem was de benauwdheid totdat het volbracht was.

Voor ons blijft het benauwdheid, totdat wij in Hem zijn, Die alleen heeft kunnen uitroepen: „Het is volbracht!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's