Lekespelen
U weet wat onder „lekespelen" wordt verstaan ?
In het algemeen verstaan wij hieronder toneelstukken, geschreven om door leken (in dit geval: geen beroepstoneelspelers; thans: gewone gemeenteleden) te worden opgevoerd. Na de eerste wereldoorlog zijn deze spelen weer in zwang gekomen en dienden om bepaalde idealen of 'n wereldbeschouwing van bepaalde religieuze of sociale groepen uit te beelden. Het eerst kwamen zij bij de vrijzinnige jeugdbeweging in zwang.Oosthoeks Encyclopaedie maakt melding van de navolgende spelen:
Henriette Roland Holst-van der Schalk, „Kinderen van deze tijd" (1931 geschreven voor de Vrijzinnig Chr. Studentenbond); haar „De Moeder" (1932 in opdracht van de Centr. Commissie voor het religieus-socialisme); van dezelfde hand „De roep der stad" (1933).
Voor de Vrijz. Chr. Jeugd Centrale schreef Anthonie Donker in datzelfde jaar zijn , , Maar wij. ... ? "; het spel wil symbolische uitdrukking zijn van de eenheid der betreffende groep: vertolkt dus 'n boodschap. In 1931 beantwoordde de R. Kath. Graalbeweging mevr. Roland Holst's eerste stuk met de opvoering van een Paasspel in het Amsterdamse stadion.
Sindsdien heeft men ook in orthodoxprotestantse kringen het lekenspel willen bevorderen. De uitgave , , Samenspraak en Samenspel" onder redactie van dr. J. Haantjes en P. H. Muller (een serie merendeels vertaalde spelen) kunnen ten bewijze worden vermeld. Was het eerst zo, dat wij met enige verwondering lazen van lekespelen, die in vrijzinnige gemeenten soms in de kerk voor de gemeente (als vervanging van de prediking) werden opgevoerd, thans is het zo, dat menige Jonge-Kerk-groep haar lekenspelers heeft en dat hier en daar de begeerte uitgesproken wordt, dat ook in niet-vrijzinnige gemeenten deze vorm van prediking een plaats zal ontvangen. Onze tijd is nu eenmaal sterk visueel aangelegd ; men bespeurt "n zekere , , preek-moeheid" en wil naast het luisteren ook graag wat zien : welnu, waarom zouden wij deze middelen (die allerminst nieuw zijn) niet aangrijpen om apostolair werkzaam te zijn en de tanende belangstelling in het midden der gemeente weer wat te verlevendigen ? Bovendien : zo kunnen wij de jeugd activeren. Het meedoen aan het lekespel heeft alzo een religieuspaedagogische waarde : het op de lippen nemen van gewijde woorden kan zoveel , , doen" in het jeugdig gemoed.....
Hoe moeten wij daar tegenover staan ?
Wij beperken ons nu dus tot het lekespel met godsdienstige strekking en spreken nu niet over het toneel in het algemeen.
Vroeg of laat worden wij vooral in onze steden met het vraagstuk van het lekespel geconfronteerd en zijn dan niet klaar met er kortweg , , tegen" te zijn.
Wanneer wij de veelgeprezen lekespelen van Martinus Nijhoff in aanmerking nemen ('t Kerstspel , , De Ster", het Paasspel , , De Dag des Heren" en 't Pinksterspel , , Des Heilands Tuin"), dan beginnen we op te merken, dat Nijhoff 't schrijven van deze zag als de voortzetting van het levenswerk van zijn Moeder, die als heilssoldate voor meetings bijbelse stukjes schreef, die dan door de jeugd werden opgevoerd. Wij zijn toch ook niet tegen een flanelbord ter vervanging van de meer ouderwets bijbelse platen ten dienste van het Bijbelonderricht onzer kinderen? Welnu dan, waarom dan tegen het lekespel?
In , , Wending", het Herv. maandblad (nieuwe koers) voor Evangelie en Cultuur, van April 1949, staat het Paasspel van Nijhoff afgedrukt, voorafgegaan door een enthousiast pleidooi voor het lekespel n.a.v. , , De Bijbelse spelen van M. Nijhoff" door J. M. de Jong (vermoedelijk de a.s. conrector van ons Theol. Seminarium, vrijzinnig predikant te Amsterdam). Hij waarschuwt tegen onverantwoorde opvoeringen van menig af te keuren spel, doch heeft alleen maar waardering voor Nijhoff's werk. Wie De Jong leest, zou bijna geloven, dat de bijbelse gegevens hier verwerkt zijn op zodanige wijze, dat het* bijbelverhaal opgevoerd wordt. Ge vraagt u af, hoe dat mogelijk is. Wanneer ge dan het spel lezen gaat, waar naast Maria Magdalena ook enkele Romeinse militairen in optreden, twee rouwengelen en twee blinkende engelen, doch ook Adam, Sem, Cham en Jafeth, dan blijkt wel dat waar het onmogelijk is het Opstandingsevangelie uit de H. Schrift op te voeren, er een vertekening hiervan moet worden gegeven. Van een vluchten van de wacht is b.v. geen sprake meer : de officier en de wachtmeester praten rustig met Maria van Magdala.
Wat het Pinksterspel , , Des Heilands Tuin" betreft, vergelijk wat De Jong uit de inhoud mededeelt met de Schriftgegevens : , , De discipelen, voorgegaan door Petrus, belijden schuld voor hun zwakheid en verraad en maken zich op om — Judas vergevend — diens plaatsvervanger te kiezen. De dokter Lucas en de priester Marcus vinden elkaar in hun voornemen te boek te stellen wat zij gehoord en gezien hebben. Maria spreidt een schat van bloemen, die zij geplukt heeft in des Heilands Tuin, uit op de tafel.Tijdens herhaald gebed stort de Geest zich uit. Petrus wankelt naar voren (sic ! KI.) en stamelt (? KI.) zijn Pinksterpreek. Dan waaiert het statisch spel — rond de symmetrische tafel, de Geest daalt verticaal, twaalf stemmen lossen elkaar af om zin na zin te zeggen — uit naar de einden der aarde, waarheen de apostelen vertrekken".
Dit spel werd Pinksteren 1943 eerst in Amsterdam, een dag er na te Alkmaar in de (Herv.) St. Laurens opgevoerd.
We behoeven er niet veel van te zeggen. Met ds. A. A. Koolhaas (Amersfoort) zijn wij van mening, dat naast het genoemde bezwaar hier geldt: voor wie niet in de Bijbel thuis is, zal veel onbegrijpelijk blijven. Wij voegen daar nog aan toe : iemand, die de Bijbel niet kent, gaat bij vergissing menen, dat hij nu wel weet, wat in de Bijbel staat. Het ontdekkend-verkondigend karakter ontbreekt in deze stukken bijna geheel (Koolhaas). , , Het gevaar, dat wij zo juist noemden, n.l. dat het spel een christelijk gewaad wordt aangetrokken en dat men zo speelt met goddelijke dingen, is in deze spelen inderdaad aan
Zelf zagen we enkele lekespelen i ze hebben ons niet enthousiast gemaakt.
Als laatste „Celestinus èn het wonder", Kerstspel van dr. P. H. Schroder, (uitg. Vrijz. Chr. Jeugd Centrale). De gewone geschiedkundige gegevens zijn hier reeds op ontstellende wijze vertekend : Herodes b.v. lijkt eenvoudig naar niets ! De herders, de wijzen.... Jozef en Maria en hun samenspraak..., de vlucht naar Egypte och, het zou teveel ruimte vragen om detailcritiek te leveren. Alléén dit: dit is geen verkondiging van het Kerstevangelie. Als zodanig : waardeloos surrogaat.
In , , Contact" (uitg, Herv. Jeugdraad, sectie De Jonge Kerk) van Nov, 1952 pleit ds. W. Barnard voor het lekespel. Na een nogal zwaargeladen beschouwing over het beeld Gods en Jezus als een , , levende godsvoorstelling", waaruit enkele , , bijzonder verhelderende gedachten over de kunst, over de werkzaamheid van het uitbeelden in engere zin" worden afgeleid, komt deze schrijver tot het H. Avondmaal als een uitbeelding van een andere werkelijkheid in deze tastbare werkelijkheid. Aangezien het uitbeelden van het Evangelie door de Heere Zelf is ingesteld, concludeert ds. B. tot het goed recht van het lekespel, de uitbeelding van het Evangelie. Verwezen wordt ook nog naar Jezus' spreken in gelijkenissen.
Dit vreemde betoog heeft ons niet kunnen overtuigen, 't Eigenlijke wordt niet uitgebeeld; het kan ook niet. Sacrament en gelijkenis is nog wel iets anders dan het spel, hoe bloedig-ernstig ook bedoeld.
Het drama, het spel moge als specifieke vorm van uitbeeldingskunst in ons werelddeel gegroeid zijn uit de liturgie van de kerk : het is dan toch niet af te leiden uit de Schrift of van de apostelen. Deze laatsten hebben het spel in de cultuurwereld hunner dagen zeker gekend (Paulus !), doch niet als middel aangegrepen om de aandacht te boeien van hen, die buiten zijn. Hij verkoos liever door Athene's geleerden als een praatjesmaker verworpen te worden.
Het spel als vorm van- en poging tot prediking kwam op in een tijd van analfabetisme en bleef in de Middeleeuwen hulpmiddel voor de gewone iman, die weinig bijbelkennis bezat.
Wanneer wij nu terugvallen op het spel, kon dit wel eens bewijs zijn van geestelijke luiheid. Studie en inspanning : men heeft er geen zin in. Dan maar lekespelen-groepen gevormd.
De Reformatie, die het Woord in prediking (auditief) en sacrament (visueel) weer centraal stelde, zette de , , stomme beelden" ook als , , boeken der leken" buiten de kerkdeur. Laten wij ze niet in andere vorm weer binnenhalen !
Wij vonden in het , , Kerkelijk Handboekje" van B. Biesterveld en H. H. Kuyper vermeld, dat de Synode, van Middelburg (1581) en die van Dordrecht (1618) aan de Overheid verzochten om afschaffing van de z.g. kamerspelen".
De Leidse hoogleraar Junius had een milder oordeel dan de synoden, die (1578) oordeelden : „Daar deze geestelijke spelen noch in Israël, noch in de Apostolische Kerk geweest zijn en het ook openbaar is dat de auteurs dikwijls de fimdamenten der christelijke religie niet genoeg verstaan, waaruit gevreesd wordt, dat de vervalsing der leer zoude volgen, daar het ook ontheiliging van het Woord Gods is, zo behoort men te arbeiden dat ze, zoveel mogelijk is, geweerd worden en aan alle lidmaten der kerk afgeraden worden".
Bij dit oordeel en dit advies sluiten wij ons gaarne aan.
Niet door beelden, noch door spelen, doch door de levende verkondiging van Zijn Woord wil de Heere Zijn christenen doen opwassen in de genade en de kennis van de Heere Jezus Christus. En door datzelfde Woord wil Hij die buiten staan roepen !
Wat kenmerkend was voor het verval der Kerk, kan nu moeilijk als een geschikt middel tot opbouw der gemeente beschouwd worden !
KL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's