DIE POOLSE JONGEN
Feuilleton
DOOR JAC. OVEREEM
De kleine Mika was intussen ook wakker geworden.
— Ja ja, lachte de boerin tegen hem. Die vette koeienmelk is jou ook best bekomen.
Clauda rees overeind.
— Och, smeekte ze, mag ik hem even vasthouden.
De boerin pakte de kleine boy bij z'n armpjes en zette hem op Clauda's schoot.
Toen liep ze snel weg. Ze was een dappere vrouw, maar hiervoor was ze te teer. Ze wist zo goed, wat dit groot geluk moest betekenen, in zulk een omstandigheid.
Denk daarbij aan Siberië ! Ze vocht met haar aandoening, terwijl ze haar uiterste best deed de straat te schrobben. Maar hóé zij schrobde en werkte, de inspanning was niet sterk genoeg om haar innerlijkste aandoeningen in bedwang te houden. Ze gooide haar bezem tegen de muur, holde haar slaapkamer in, verborg haar gelaat in het kussen en huilde lang.
Dit is de stille, ongeweten strijd tegen het onrecht. Dit is het diepst gevoelde medelijden. Dit is leven in haar zuiverste zin, in haar reinste ervaring.
Snel keerden Clauda's krachten terug. De dagen vlogen voorbij. Een week scheen een dag, de maand een week. En niemand kwam opdagen.
Niet éen ogenblik beklaagde Clauda zich hier in dit huis, bij deze boerin te zijn terecht gekomen. De donkere achtergrond, haar man in de oorlog, wellicht krijgsgevangene, misschien wel dood, versomberde wel een moment haar bestaan, maar de toewijding, de liefde en de genegenheid van de boerin vergoedde veel.
Totdat op een morgen in de maand November twee soldaten op een motor met zijspan het erf kwamen oprijden. Het waren dezelfde van twee maanden geleden.
Luidruchtig sloegen ze met de kolf van hun geweer op de achterdeuren van het boerenhuis.
De boerin zag, dat er nu geen praten aan hielp. Geen zachte drang of harde woorden. Het was de laatste maal, dat zij kwamen. Ze had het al gezien.
— Clauda, zei ze, we moeten afscheid nemen. Beloof mij, dat u dapper zult zijn. Mij moogt ge wel vergeten, maar wees dapper voor uzelf en voor Mika en voor.... Jolchi.
Clauda gehoorzaamde. Ze hield zich dapper, alsof wat nu ging gebeuren de gewoonste zaak van de wereld was.
Toen de boerin dat zag, zei ze : Goed zo, Clauda. Ze hielp haar alles inpakken.
De soldaten stonden een sigaret te roken en zagen onverschillig toe.
Ze hadden zich er op ingesteld de boerin van katoen te geven, indien dit nodig mocht zijn. Maar het bleek dat het helemaal niet nodig was. Diep in hun hart bewonderden ze de rustige kalmte van de beide vrouwen.
— Dat is een potig wijf, zei de jongste, — die vrouw van dit huis.
— Daarom gaf ik haar de vorige keer haar zin. Beter gezegd, ik gehoorzaamde gewoon. Ja, heel gewoon! Alsof 't zo hoorde.
De vrouwen sloegen geen acht op de soldaten.
Toen ze klaar waren, namen ze afscheid. Na een flinke omhelzing gaven ze elkaar de hand en keken elkaar enige ogenblikken lang in dé ogen.
— Wanneer twee harten scheiden,
— Die eens elkaar geleidden,
— Hoe smartelijk, klinkt 't, hoe fel,
— Dat laatst, voorgoed, vaarwel I
Eenmaal begonnen, was er geen traagheid meer. Resoluut pakte Clauda haar spullen bij elkaar. De kinderwagen werd op het zijspan gebonden. Clauda duwde de wagen stevig met de wieltjes over de rand en ging zelf op haar aangewezen plaats zitten.
In een ogenblik waren de soldaten op de motor gezeten.
Clauda wuifde nog eenmaal. Zij wist dat de boerin haar na zou turen tot ze achter het bos verdwenen zou zijn.
10)
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's