WAT HEBBEN WIJ ONDER BEVINDING TE VERSTAAN?
De belangstelling voor dit onderwerp, dat van betekenis is voor prediking, zielzorg en liturgie, is groeiende.
Het is echter uitermate moeilijk een juiste definitie te geven van , .bevinding". Wie over een onderwerp als dit iets naar voren wil brengen, ziet zich onmiddellijk geplaatst voor deze penibele zaak. ledere bepaling is nog altijd een benadering, die niet ten volle kan weergeven, wat nu eigenlijk onder bevinding verstaan moet worden en wat bevinding eigenlijk is. Het is iets. dat zich afspeelt in het hart van de mens.
Vandaag de dag is er een merkbaar groeiende belangstelling waar te nemen voor de bevinding. Men is er allerwegen mee bezig. Het kan ook niet anders. Een eeuw als de onze, waarin de geest van de mens vraagt naar verdieping en naar realisering der dingen ook op religieus gebied, is bij uitstek geschikt, de aanraking van God met de ziel meer in het middelpunt te plaatsen. Dit wil echter niet zeggen, dat er in de geschiedenis van het Christendom geen , , bevinding" naar voren komt. Integendeel. Neem slechts in ons vaderland de , , Nadere Reformatie" en ge merkt dat deze een invloed heeft gehad, die in verschillende streken van kerkelijk Nederland, ook thans nog, niet te loochenen valt.
Wie dan ook het voorrecht heeft in een bevindelijke getint oord de herdersstaf te mogen opnemen, komt vanzelf in de zielzorg te staan voor de vraag :
, , Wat mag dit wonderlijk fenomeen van bevinding wel zijn ? " En op het antwoord zal hij moeten wachten.
Er zijn, zoals reeds gezegd, geen grenzen te trekken, waartussen men het geestelijk gebied van de bevinding kan aantreffen. Dit neemt niet weg dat in dit , , klimaat" wel enkele typische dingen zijn aan te wijzen die een stempel drukken op de bevinding. Het gehele complex vindt zijn bron in de , , Nadere Reformatie" (beter bekend onder de naam , , de Oude Schrijvers") en daaruit wordt te pas en te onpas geput. Vandaar dat de bevinding in discrediet geraakt is. Men , , zakte-te-diep-door" en men praatte te veel na. De Doperse stroming heeft hieraan niet veel goed gedaan, met alle onaangename gevolgen van dien. Er is veel valse bevinding. Het is hier echter de plaats niet om theologisch te bevinding een plaats te geven in het geheel der Christelijke religie - , wij willen slechts wijzen op het verschijnsel.
Evenwel mag en moet gezegd worden dat voor de bevinding geldt, dat de Heilige Schrift alleen norm en vorm is. Daaraan valt niet te tornen. Bevinding mag niet los gezien worden van de Bijbel als het Woord van God. Geestelijke kennis is alleen te verkrijgen in het Woord. Hiermee is reeds een belangrijk element ingevoerd, zo niet het allerbelangrijkste.
Wanneer we bij Voetius lezen : , , Het gaat om de, van mystiek leven doorvoede oefeningen der vroomheid, die ons het nauwst met God verenigen en de mens geestelijk maken. Die mystiek legt op Gods souvereiniteit de nadruk en bindt zich aan de Heilige Schrift. Zij toont een betrekking tussen het subject, de levende, begenadigde mens, en het object, de vrijmachtige God, Die in Christus genadig is", dan komen we reeds aardig in de richting van een soort bepaling.
Er zit dus werking in het geloof. Het geloof zegt amen op een waarheid, die voor het gehele leven van de mens te sterk is geworden. Zó sterk zelfs, dat er. een kiem gelegd is. om eigen leven gericht te zien door God Zelf. Dat is een winstpunt in het leven van de mens.
Bij Amesius lezen we de woorden : , , Het geloof is in wezen eigenlijk het uitrusten van het hart in God. Het geloof leert zich verlaten op de genade Gods in Christus".
Aan dat amen-zeggen van het geloof is iets voorafgegaan en er is iets op gevolgd ; de uitwerking blijkt uit de bloei van het geloofsleven. Er wordt iets ervaren ; er wordt iets bevonden ; er zit een mystieke ondergrond in.
Wat zegt de Bijbel van dit alles ? De enige tekst, waarin het woord „bevinding" voorkomt, als vertaling van een Grieks woord , , dokime", is te vinden in Romeinen 5. Romeinen 5 vs. 4, dat is de tekst, luidt namelijk : , , en de lijdzaamheid bevinding en de bevinding hoop". Het Griekse woord is weer afgeleid van een werkwoord, dat betekent; beproeven, toetsen, iets onderkennen, de deugdelijkheid van een zaak onderzoeken.
Het is onmogelijk om in dit kort bestek een exegese te geven van Romeinen 5. Waar het op aankomt is, om over alles heen te zeggen, dat vele rampen der vromen lot uitmaken. In de wereld zouden zij. naar Jezus' woord, veel verdrukkingen moeten lijden. Door deze verdrukkingen worden de gelovigen gehard. Het hete ijzer des geloofs is gestaald onder de hamer der verdrukkingen. Dit alles nu werkt bevinding, beproefdheid, standvastigheid. Kinderen Gods moeten deze toets kuimen door- - staan. Een enkel voorbeeld zij genoemd met het offer van Abraham op de berg Moria.
„Bevinding" in Romeinen 5 vs. 4 duidt dus een situatie aan, waaruit duidelijk blijkt dat het geloof echt is, ondanks de doorgestane verdrukkingen en beproevingen. En de gelovige weet hiervan mee te praten, het is hem bevestigd geworden.
Er wordt met deze tekst, die als enige spreekt over , , bevinding", veel gesold. Immers, men kan met deze bevinding weinig , , doen" en veel ..doen". Zowel het een als het ander zullen we in rekening moeten brengen. Er is bevinding in ruimere zin en in engere zin. Romeinen 5 VS; 4 heeft ons die in engere zin getoond.
Kennen en weten zijn nauw betrokken bij de bevinding. Zoals het wandelen van God met Henoch is geweest een openbaring van God Drieënig in zijn hart, waardoor hij kennis kreeg ran God en wist wie Hij was en is, zo is er ook in de bevinding een wandelen met God en in dit wandelen wordt het geloof zichtbaar als een geloof met ervaring, keiuils, wetenschap en toevinding. Men kent God zoals Hij gekend wil worden in Zijn rechtvaardigheid en barmhartigheid en de mens kan spreken van Zijn recht en van Zijn genade.
Dit alles zal naar 'buiten moeten treden. De gemeenschap der heiligen zal geoefend moeten worden. En geheel de bevinding cirkelt om Jezus Christus. Een andere „bevinding" moet helaas als vals gekenmerkt worden.
Het is moeilijk, om, wanneer over bevinding gesproken wordt, alles zó te ordenen en voor te stellen, dat het geheel doorzichtig, wordt. Het geestelijk leven is ook niet in stukjes te snijden. Er is een geweldig complex. , , In deze zee verzinken onze gedachten".
Evenwel willen wij gaarne enkele karakteristieke punten opnoemen, die de bevinding stempelen tot een zaak, die voor het geloofsleven belangrijk te noemen is. Door dit te doen, benaderen we slechts de bevinding. Wie met , .bevindelijke" -mensen in de zielzorg een gesprek voert, en nu bedoel ik niet de lompe grootsprekers, maar die zachte karakters, meer direct, dat het in hun leven gaat om God. Van 's morgens vroeg tot 's avonds» laat, zelfs 's nachts is men met God bezig. We kunnen hiervan ook historische voorbeelden noemen, namelijk Theodoras a Brake! en Jodocus Lodensteyn.
Hier staat de „bevindelijke" mens in het volle leven, dat hij overschaduwd ziet door God, voor Wiens aangezicht hij leeft. Hij ziet Gods als de machtige en heilige en ontdekt, krijgt steeds meer te ontdekken, zijn eigen rampzalig hart en het is er hem nu om te doen, dat rampzalig hart geheel en al kwijt te raken. Niet alleen het hart, doch de gehele mens komt in dit wandelen met God te staan voor ontlediging. De oude mens moet worden afgebroken, van steen tot steen gesloopt, opdat er in de overgave aan Christus een nieuwe mens „gebouwd" worde. In dit gehele proces laat men, ondanks de worstelingen met de oude Adam, God vrij. Zover moet het komen met een mens, dat hij werkelijk en hartgrondig instemt met God, zoals professor Van Ruler het uitdrukt.
Het gaat allemaal niet ineens. , , Er moet heel wat gebeuren", hoort men vaak zeggen. Het geloof kan en mag Christus wel omhelzen, doch ook door Zijn ambtelijke bediening zal men moeten komen tot een ontlediging van de mens. Geheel en al, totaal. De nieuwe mens moet echter maar al te vaak het onderspit delven in de strijd met de oude mens. Vandaar ook, dat , .bevindelijke" mensen zoveel last hebben van , , de eerste Adam". Niet, dat zij het een vreugde vinden, te moeten wroeten in de ellende ; maar indien dit niet geregeld gedaan wordt, dan zal Christus niet zozeer , , gepast" zijn en blijven.
Immers, wie verkeert met God in Zijn Woord, leert zichzelf kennen en in deze leerschool is men nooit leerling-af. Niet in één dag is de mens in het reine met God. Tegenover God is de mens geheel verloren. Hij alleen doet alles in deze zaliging van de zondaar.
Dit onderwerp is niet uitgeput in deze enkele regels. Lang niet alles is gezegd, wat er van te zeggen valt. Men mag de bevinding niet onderschatten of overschatten. De betekenis er van is groter dan men denkt en in prediking, zielzorg en liturgie zal men hiermede terdege rekening moeten houden. Het geloof is geen materie.
W. V. Herpen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's