EEN ONGEZOCHT GETUIGENIS
Het jongste geschrift van de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden in Nederland, dat elders in dit nummer wordt besproken, laat ons althans op één punt niet in het onzekere, n.l. dat de na-oorlogse situatie in de Hervormde Kerk de vrijzinnigen niet onwelgevallig is.
, , De positie van de Vereniging van Vrijz. Hervormden is in de Kerk en voor de Kerk, niet er naast en zeker niet er tegenover", zo schrijft men, nog een terug komende op de Haagse vergadering van 1937. Men wil dat met nadruk nog eens zeggen, , , opdat het iedereen duidelijk worde, dat de kerkelijke oriëntering van in en na de laatste wereldoorlog en het van ganser harte meedoen in een beweging als , , Gemeente-opbouw" geen verloochening is (cursivering van mij, S.) , , van de bedoelingen der oprichters" (van de Vereniging van Vrijz. Hervormden in Nederland).
Veeleer wordt dit standpunt als , , orthodox" Vrijzinnig Hervormd aangekondigd (blz. 5).
Het schijnt dus wel, dat de huidige situatie van de Hervormde Kerk niet zo heel ver afstaat van het Vrijzinnige kerkideaal, zijnde , , niet een uitsluitend vrijzinnige kerkorganisatie, maar een kerk, waar de verschillende groepen naast, en waar mogelijk met elkaar in verdraagzaamheid werken kunnen", (blz. 4).
Wij laten thans de vraag maar rusten wat de vrijzinnigheid onder een kerk verstaan wil hebben en in hoeverre met recht van een 'vrijzinnige' kerk kan worden gesproken. Maar die vraag dringt zich op, aangezien de kerk naar haar aard confessioneel bepaald is en de vrijzinnigheid dat toch in de grond der zaak niet wil,
Schenken wij eerst aandacht aan de nadere verklaring. Men moet de bakens verzetten, als het getij verloopt. Dat is ook goed vrijzinnig.
En nu „was, en is in enkele gevallen nog steeds (cursivering van mij, S.) het bezwaar tegen de orthodoxie, dat zij haar waarheden teveel als tijdloze poneerde, dat zij het verband verbrak met de werkelijkheid, waarin zij geplaatst was, dat zij daardoor bezig was, het geloof te maken tot iets, dat alleen in een beschermd, afgesloten Christelijk ghetto nog een beetje bewaard kon worden".
De , , orthodoxie" is dus in beweging gekomen en de vrijzinnigheid moet zorgen dat zij in beweging blijft. De vrijzinnigheid maakt zelfs aanspraak op de dankbaarheid der kerk, want het zou een , , wezenlijke verarming voor de kerk zijn, indien zij zich daaruit terugtrokken", (blz. 6).
Overgaande tot de , , versdhuivingen" in het kerkelijk leven, wordt opgemerkt dat een verschuiving bij de orthodoxie een , , veel frappanter verschijnsel is, omdat deze tegen het eigen wezen ingaat", (blz. 7).
Inderdaad zijn wij van mening, dat er gegronde aanleiding is om te vragen : , , Waarom noemen de orthodoxen van vandaag zich nog orthodox? " En wij zijn het ook eens met de steller van deze vraag, dat er meer aanleiding is voor deze, dan voor de vraag van ds. Nieuwpoort : , , Waarom noemen de tegenwoordige vrijzinnigen zich eigenlijk nog vrijzinnig ? "
Ook zijn wij het met hem eens, dat men er goed mee doet de vraag nadrukkelijk te stellen, niet om het fabeltje te weren, dat de vrijzinnigen bezig zijn zich te bekeren tot de orthodoxie, maar om het gewicht der zaak op zichzelf.
Wij betreuren het daarom, dat de schrijver ten aanzien van de door hem bedoelde , , orthodoxie in beweging", nog van orthodoxie blijft spreken.
Hij merkt n.b. op, dat er van een verschuiving in deze , , orthodoxie" sprake is, die tegen het eigen wezen ingaat. Dat is duidelijke taal, naar wij menen ook juist. Voorts onderscheidt hij deze bewegende orthodoxie van een orthodoxie zonder meer, die hij dan met het , , geïmporteerde" woord fundamentalisme aanduidt.
En hij ziet ook heel goed dat de bewegende orthodoxie onder de invloed van de , , vrijzinnige kritiek" staat, getuige „De leer van de Heilige Schrift". (Zie blz. 7).
Een en ander is waarlijk voldoende grond om aan de , , bewegende" orthodoxie de waardering orthodoxie te onthouden en radicaal te betwisten, omdat zij verraad pleegt aan het wezen der orthodoxie.
Juist de leer aangaande de Heilige, Schrift, door deze scribent aangehaald, geeft 'n doorslaand en overtuigend bewijs, dat een Synode, die zulk een geschrift aan de kerk voorstelt, het meest fundamentele stuk der orthodoxe belijdenis verlaten heeft.
Het is dan ook volkomen begrijpelijk dat de Vrijzinnige Hervormden niet aan een uittocht denken. En hoewel zij een numerieke achteruitgang constateren (blz. 8), voelen zij zich geestelijk aan de winnende hand.
De Synode komt hen in de officiële stukken aangaande de Heilige Schrift en een z.g. hernieuwd reformatorisch belijden tegemoet. En daarin niet alleen.
De scribent geeft zelf toe, dat hij soms bij de orthodoxie — wat hij dan noemt orthodoxie — moderner ideeën, frisser aanpak en meer worsteling met de typische tijdsproblemen aantreft dan (bij de vrijzinnigen, (blz. 8). Intussen noteert hij die toch in het crediet der vrijzinnigheid, (blz. 8).
Met dat al heeft de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden ons een ongezocht en onverdacht getuigenis gegeven voor de gegrondheid van onze bezwaren tegen de gang van zaken onder de nieuwe kerkorde.
Zij zelf schijnt er echter geen belang bij te hebben verder te gaan dan met nadruk de vraag te stellen, waarom de orthodoxen van vandaag zich nog orthodox noemen.
Wij zijn van oordeel, dat de hier bedoelde orthodoxen dit ten onrechte doen, en geen aanspraak mogen maken op zulk een kwalificatie, aangezien zij het Schriftgeloof der belijdenis hebben prijs gegeven.
Men spreekt tegenwoordig van tijdloos. Dat betekent zoveel als, wat in de loop der tijden niet verandert, wat van de omstandigheden niet afhankelijk is. Nu dan, dat mag zeker gelden van het Schriftgeloof der gemeente van Christus. Deze wordt geboren uit het Woord, leeft uit het Woord en daarin bewaart zij het Woord, terwijl juist dit bewaren van het Woord een harer voornaamste levensfucties is.
Indien het mogelijk ware, dat zij het Woord losliet, zou zij in haar leven gekrenkt zijn.
Nog eens, waarin zijn zij van de vrijzinnigen onderscheiden, die het fundament der Christelijke geloofsbelijdenis wegstoten ?
Welke is de gemeenschap met de belijdenis der vaderen, als zij dat Schriftgeloof niet maar verzaken, doch verwerpen als ware het een verouderde traditie ?
En wat betekent een gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, als die gemeenschap ontbreekt ?
In de religie der belijdenis gaat het juist om het geloof, dat de Heilige Schrift als Gods Woord ontvangt en gelooft, dat zij uit de hemel is voortgekomen, even alsof levende stemmen Gods zelf vandaar gehoord werden. (Inst. I, 7, 1).
Dat is de religie der belijdenis, omdat het hoogste bewijs van de waarheid der Schrift overal wordt ontleend aan de Persoon Gods, die in haar spreekt. (Vgl. Inst. I, 7, 4).
Wie dit fundament des geloofs, ja, van de Christelijke religie verwerpt of ondermijnt, stoot ook de grondslag van de theologie weg en dat moet in onze dagen wel duidelijk worden voor iedereen. Wie het Schriftgeloof negeert, negeert ook de bewijskracht van het Christelijk dogma en geeft de théologie over aan subjectieve beschouwingen.
Het onderscheid tussen midden-orthodoxie en vrijzinnigheid is — getoetst aan dat fundamentele stuk van het Christelijk geloof — slechts betrekkelijk. Dat erkent zij ook zelf door Armenius als haar geestelijke vader te erkennen.
Het is dan ok begrijpelijk, dat de vrijzinnigen zich niet zoveel zorgen maken over de kerkelijke tucht in zake de leer na 1961. (Vlg. blz. 22).
Minder duidelijk is de oecumenische paragraaf, die over de eenheid der kerk spreekt. Het vrijzinnig kerkideaal toch schijnt eenheid uit te sluiten. Het ideaal toch stelt een kerk, waar de verschillende groepen naast, en waar mogelijk met elkaar in verdraagzaamheid werken kunnen. (Vgl. blz. 4).
De wijkgemeente wordt toegejuicht, doch onder voorbehoud van min of meer zelfstandige verbanden (blz. 14, V.), zelfs met doorbreking van de geografische indelingen.
Het kan bekend zijn, dat wij plegen op te komen voor sympathie-gemeenten in de plaats van geografische wijkkerken. In zoverre kunnen wij zulk een doorbreking der geografische indelingen toejuichen, op grond van de eenheid van geloof en belijdenis.
Als nu echter een groepen-kerk ideaal wordt gesteld, waar is dan de grond der eenheid ?
Men gevoelt wel behoefte aan verbanden van , , gelijk gerichte" mensen. Dat onderstelt toch nog meer een geestelijke verwantschap dan een groepenkerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's