Kroniek
Achteruitgang Vrijzinnig Hervormden op de Z.-HoUandse eilanden en in Friesland. — Daarover klaagt „Zwingli" Na Abbenbroek en Heenvliet, is ook Hekelingen voor de vrijzinnigheid verloren gegaan, „Zwingli" noemt het een „tragisch verloop". In Friesland begint de „Vrijzinnig Hervormde" beweging te „verbleken en te verslappen", een halve eeuw na het „prachtige begin". De vrijzinnigheid verdwijnt. Predikantsplaatsen zijn ten dode gedoemd. Als er niet gewaakt wordt gaat Friesland , , snel verloren". Groningen en Drenthe wellicht ook. En als de vrijzinnigen geen geld willen offeren vóór de kerk en geen nieuwe lidmaten geven aan de kerk, maar de kerk practisch de rug toedraaien door er nooit te komen, dan is het nog slechts een kwestie van één generatie en dan valt de deur dicht.
, , Dan is onze rol uitgespeeld. Door eigen schuld. Maar : nog is het niet te laat!"
Buitenkerkelijkheid in Friesland. —
Onder deze titel bespreekt , , De Hervormde Kerk" het gelijknamige boek van dr. M. Staverman, O. F. M. Deze Franciscaner pater blijkt vanuit zijn klooster in Drachten een grondige studie te hebben gemaakt over dit onderwerp. Als oorzaak van de buitenkerkelijkheid, die in Friesland vooral onder de arbeiders zéér groot is, wordt niet alleen het modernisme genoemd, maar ook de rechtzinnigheid., en met name dat deel der rechtzinnigen, dat de Hervormde kerk verliet, is in dubbel opzicht verantwoordelijk voor het kerkelijk ontbindingsproces en daarmee voor het verschijnsel der buitenkerkelijkheid.
Laat 't waar zijn, dat de rechtzinnigen binnen de oude kerkmuren niet langer konden leven, en dat er geen andere mogelijkheid voor zelfbehoud aanwezig was, dan heen te gaan, het is óok waar, dat iedere uittocht een verzaking en verzwakking van de volkskerk betekende, die door de reactie nog verder in de stroom der ontkerstening werd meegesleurd.
't Zijn wel scherp-ontdekkende woorden uit de pen van een katholieke geestelijke. Woorden, die ons veel te denken geven
„De Vrouw en het ambt" — In 17 punten heeft ds. W. Vogler in het Hervormd weekblad , , De Gereformeerde Kerk" de bezwaren hiertegen uiteengezet. Kort en bondig en zeer lezenswaardig voor wie er belang in stelt.
„De Vrouw in het ambt". — Ouderling Mulckhuijse, van Waarder, schrijft in het Geref. weekblad (Red. ds. A. Vroegindeweij) dat voor de openstelling der ambten voor de vrouw de kerkorde gewijzigd zou moeten worden. Daarin is slechts sprake van de man. In het burgerlijk recht zou dat de vrouw niet uitsluiten, maar in het kerkrecht ligt dat anders. Temeer daar bij de opstelling van de kerkorde uitdrukkelijk was besloten de kerkorde niet te belasten met de kwestie van de vrouw in het ambt. Nu zou dat wél gebeuren. Maar dan is een wijziging in de kerkorde nodig, of in elk geval een zeer belangtijke beslissing over de interpretatie. En die kan slechts plaats vinden in een Synode in verdubbelde samenstelling en met 2/3 meerderheid van stemmen.
Als het bovenstaande juist is en een desbetreffend voorstel zou worden ingediend, zou dit zeker een geheel nieuwe faze in de strijd met zich brengen.
Modaliteiten. — De kroniekschrijver van het Herv. weekblad , , de Geref. Kerk" bestrijdt op dit punt de tegenwoordige opvatting van prof. Van Niftrik, als zouden de modaliteiten behoren tot de huidige bedeling der Kerk, waarin ze bestaansrecht hebben, terwijl toch haar éénheid in Christus gegeven is. De kroniekschrijver, dr. Streeder, is van mening dat de modaliteiten weinig anders zijn dan de vroegere , , richtingen", en dat het de roeping der Hervormde Kerk is, in nieuwe gehoorzaamheid aan het Woord Gods, niet alleen de richtingen te doorbreken, maar ook voor de figuur der , , modaliteitenkerk" geen halt te houden.
„De dominee zie je nooit.'" — In , , Woord en Dienst" is een levendige discussie aan de gang over de waarde van het huisbezoek. Meerderen geven hun mening ten beste. Soms worden belangrijke opmerkingen gemaakt. Tot hiertoe blijkt, dat de meesten, die aan het gesprek deelnemen, toch wel de grote waarde van het huisbezoek zien. En ook van het systematische huisbezoek. Niet zo maar plompverloren, hier en daar maar eens binnenvallen, maar huis aan huis en vooraf aangekondigd. En de ouderling moet mee.
Deze discussie is toch wel van groot belang. Het huisbezoek raakt steeds meer in onbruik. De meeste dominees maken er maar wat van, hetzij door gebrek aan tijd of om andere redenen. En als ze het nog doen gebeurt het vaak geheel zonder enig systeem : hier en daar maar eens binnenvallen op alle mogelijke en onmogelijke uren, waardoor de mensen niet voorbereid zijn op een gesprek, niet thuis zijn, of niet in de stemming. Het wordt een grasduinen zonder veel vrucht. Ook hier is systeem dringend nodig. En men komt er het verste mee, ook met weinig tijd. Kunnen er één of twee middagen of avonden per week voor gevonden worden, dan gaat het wel niet vlug, maar het gaat toch door, en dan is het verrassend wat er in één jaar kan worden gedaan. In elk geval gebéurt er dan wat. En de gemeente heeft het veilige gevoel, dat ze niet aan zichzelf overgelaten wordt. Daarbij is nodig, dat de gezinnen te voren van het huisbezoek op de hoogte zijn. Dan zijn ze voorbereid. Het bespaart veel tijd, die anders met wachten en terug moeten komen verloren gaat. En de mensen worden niet zomaar plompverloren voor hun eeuwige belangen geplaatst. Dat de aanwezigheid van een ouderling de openheid in de gezinnen af zou remmen, zoals vaak beweerd wordt, is beslist onjuist. Wel komen er wellicht wat minder , , geheimen" voor de dag, maar dat hindert niet. Het huisbezoek is daar niet voor. En voor een echt geestelijk gesprek van hart tot hart vormt de aanwezigheid van de ouderling geen enkele verhindering. Integendeel ! Zijn aanwezigheid kan de predikant tot grote steun zijn. Beide ambtsdragers vullen elkaar aan en kunnen samen het gesprek in de gewenste richting leiden, wat één alleen in zeer veel gevallen mislukken zou. En ook al is het aanvankelijke resultaat vaak allerminst bevredigend, het is toch , , huisbezoek" geweest, iets wat van het onverdachte binnenvallen van de dominee alleen doorgaans waarschijnlijk niet gezegd kan worden. En een ouderling is toch in geen enkel opzicht minder opziener der gemeente dan de dominee. Beiden hebben de plicht het aangezicht der schapen te leren kennen waarover ze gesteld zijn. En geven ze zich met eenvoud en liefde in diepe afhankelijkheid aan hun taak, dan zal er zegen van uitgaan, ook al is die niet direct aanwijsbaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's