ALMACHTIGE ONMACHT
ANDEREN HEEFT HIJ VERLOST, HIJ KAN ZICHZELVEN NIET VERLOSSEN. Matth. 27 vers 42a.
Daar hangt Hij dan, Jezus, de Christus, de Koning Israels. Hij hangt aan het kruis. Dit schijnt het laatste te zijn.
Jezus is ter dood veroordeeld. En de dood is een vijand. Er valt met hem niet te spotten. Maar erger dan de dood is het kruis. Wie sterven moet, kan uitzicht hebben. Wie aan het kruis hangt, heeft dat niet. Aan het kruis hangen betekent vervloekt zijn. De kruiseling vindt geen hulp bij mensen en heeft geen heil bij God. Hij hangt tussen de aarde en de hemel en kan bij geen terecht.
Geen hulp bij mensen. Dat blijkt wel. Jezus vindt er smaad. Zijn meest gezworen vijanden, Overpriesters, Schriftgeleerden, Ouderlingen, zijn bezig Hem te haten en te honen. De psalmen worden vervuld : Vele varren hébben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd ; zij hebben hun mond tegen mij opgesperd als een verscheurende en brullende leeuw. Zij gedragen zich als straatjongens, die een ander tarten met veel boze woorden langs hem heen uit te schreeuwen. Ze spreken Jezus niet rechtstreeks aan ; ze achten het beneden hun waardigheid tot Hem zelf nog het woord te richten. Ze bedoelen Hem wel, maar schreeuwen elkaar toe : Anderen heeft Hij verlost. Hij kan zichzelf niet verlossen !
Is het waar, wat ze Hem verwijten ? Neen, het is een leugen. Hij heeft anderen verlost, maar Hij kan het óok zichzelf. Er is voor Hem weinig toe nodig. Hij heeft Zijn macht wel bewezen : anderen heeft Hij verlost. Heel Israël sprak er van. Velen volgden Hem om de tekenen, die Hij deed. Melaatsen genas Hij van hun ziekte, zondaren vergaf Hij hun kwaad, van de duivel bezetenen verloste Hij van de satan, doden gaf Hij het leven terug.
Waar zijn ze nu ? Ze zouden er van kunnen spreken.
Zoekt ze maar niet, want hun aanwezigheid bij het kruis geeft geen baat. 'De vijanden van Jezus erkennen wel, dat zij verlost zijn. Het is ook moeilijk te ontkennen. Ze willen echter maar zeggen, dat hun verlossing niet zoveel betekende. Anders zou Hij zichzelf ook wel kunnen verlossen. Zijn macht was blijkbaar niet zó groot, want op het beslissende ogenblik, nu Hij haar voor zichzelf zo goed gebruiken kan, laat ze Hem in de steek. Nu komt het uit, dat al de wonderen, waardoor Hij het land in beweging bracht, niets dan goochel- . toeren geweest zijn, niets dan ijdel bedrog. Als daar iets anders achter zat, als Hij die gedaan had omdat Hij de Messias was de Uitverkorene Gods, dan zou Hij nu wel zichzelf verlossen.
Heerlijk hebben die Overpriesters, Schriftgeleerden en ouderlingen nu nog even gelegenheid op Zijn wonderen en weldaden, aan het volk bewezen, een blaam te werpen en de goddelijke kracht daarin te loochenen. Hoe houdt Hij dat uit ? Waarom toont Hij nu niet, wie Hij is ? Hij is toch de meerdere Simson. Laat Hij het kruis wegdragen op zijn schouders, als die richter van Israël de stadspoort van Gaza deed weleer ! Alle macht van hemel en aarde staat tot Zijn beschikking. Waarom velt Hij zijn vijanden niet neer en snoert Hij hen niet de mond ? Hun verwijt is een leugen.
Misschien zouden we die bende wel eens flink de les willen lezen. Laten we daarmee voorzichtig zijn. Wellicht bevinden wij ons onder haar. Die veronderstelling is naar de Schrift : als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte dat wij Hem zouden begeerd hebben. Wie er aan ontdekt is, weet het. We zien van nature geen heerlijkheid in Zijn schande. Als Hij nu eens wat deed, als Hij nu eens veel deed, als Hij 't nu eens wat anders, wat beter maakte in de wereld. Met een Jezus, die aan het kruis hangen blijft, bereik je niet zoveel ! Toch is Hij heerlijk in Zijn schande. Hebt u dat gezien ? Men spreekt een leugen van Hem. Maar — 't klinkt wonderlijk — die leugen is tegelijk waarheid. Hij heeft anderen wel verlost, maar zichzelf kan Hij niet verlossen. Daartoe is Hij inderdaad onmachtig. Doch dat is juist Zijn almacht. De nagels houden Hem niet vast. Zelf houdt Hij zich vast. Hij houdt zich vast aan de eed, die Hij heeft gezworen. Van eeuwigheid sprak Hij: Zie, Ik kom, Ik heb lust, o Mijn 'God, om Uw welbehagen te doen. Van eeuwigheid heeft Hij zich bereid verklaard om zich voor het volk van Gods verkiezing tot een schuldoffer te stellen en de vloek te dragen. Niemand kan het verlossen. Geen mens kon voldoen aan de gerechtigheid Gods. De vloek was volkomen. Nimmer vond een zondaar nog heil bij God. Hij heeft geen recht meer op de aarde of op de hemel. Van eeuwigheid zit de Zoon Gods reeds aan dit kruis vast. En nu het er op aankomt herroept Hij niet wat Hij beloofde. Wie Hem bemint, aanbidt Hem er om, dat Hij zich niet kan verlossen.
Bemint ge Hem ? Is het door uw ziel heengegaan : Vervloekt is ieder, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen ? Wie oog kreeg voor de ellende van het paradijs, kreeg óok oog voor de verlossing van Golgotha. Dat is het doen van Gods Geest. Hij houdt zich vast aan de liefde, waarmee Hij de Zijnen liefheeft. Die liefde is sterker dan de dood, de vloek. Alzo Hij de Zijnen liefheeft, heeft Hij ze lief tot het einde. Had Hij hen aldus niet lief, dan zou alles verloren zijn. Wie, leerde Hem hierom bewonderen ? Dat is toch een liefde, die verbazing wekken moet. Nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven, maar Christus wil sterven en vervloekt zijn voor de goddelózen. Omdat Hij niet los kan komen van Zijn Kerk, kan Hij niet loskomen van het kruis. Dus is die liefde haar behoud. Dat doet haar hart ontvonken in wederliefde, die echter nooit kan opvlammen als Zijn liefde.
Gelukkig, dat Hij het kruis niet wegdraagt op Zijn schouders. Dat had wel macht geleken, maar was onmacht geweest. Hij had de verzoeking van Zijn vijanden niet doorstaan. Die verzoeking was sterker gebleken dan Zijn eed en Zijn liefde.
Gelukkig, dat Hij, hoewel Hij anderen had verlost, zichzelf niet verloste. Nu kan Hij anderen verlossen van de vloek. Hij verkeert de vloek in zegen, geeft vloekwaardigen een plaats bij God, Hij laat zich-uitstoten om anderen een thuis te geven, Hij wordt verlaten, opdat anderen nimmermeer verlaten zullen worden.
Wat hoont die bende aan de voet van het kruis ? Zijn schande is haar en onze schande. Zijn vloek is haar en onze vloek. Zij en wij moesten daar hangen. Het is de plaats van de gevallen mens. En wie Hem hoont, hoont zichzelf. Inderdaad, een mens, die zich de vloek Gods op de hals heeft gehaald, kan zichzelf niet verlossen. De duivelen mogen hem bespotten : hij kan zichzelf niet verlossen !
Werd ge dat gewaar ? Heeft de Geest u daarvan overtuigd ? Zie dan nog maar eens naar Jezus. Hij weet het, daarom deed Hij alsof Hij zichzelf niet kon verlossen. Vertrouw uw vloek aan Hem toe, hij wordt een zegen. Wie dat niet doet, moet zijn eigen vloek dragen. En dat is erg. Dat blijkt op Golgotha wel. Dat is eeuwig van God verlaten zijn, omringd door de duivelen, die om uw verderf lachen.
Twijfelt ge er aan of Hij u kan verlossen ? Zie dan, het wordt Pasen, De Vader wekt Hem op uit het graf, verklaart Hem verlost van de vloek. Werkelijk, het is goed wat Zijn heilig Kind heeft gedaan. Er valt niets meer van Hem te eisen. Tot het einde heeft het de vloek gedragen. Het mag nu weer thuis komen, maar het behoeft niet alléén thuis te komen. Met Hem komen allen thuis, die geloven : anderen heeft Hij verlost; Hij kan óok mij verlossen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's