DIE POOLSE JONGEN
Feuilleton
DOOR JAC. OVEREEM
— Mensen zonder enig gevoel. Die hebben geleerd mechanisch, op gezag te denken, stelde Clauda bij zichzelf vast.
Ze reden een paar grote bedrijven voorbij. Naar de meest afgelegen boerderij, scheen het doel van de tocht.
— Meneer, vroeg Clauda plotseling, word ik zo nu en dan in de gelegenheid gesteld mijn kleine jongen te zien?
— Als u een verzoek indient bij de directeur, zal dit wel worden toegestaan.
— Duizendmaal dank, meneer ! zei Clauda uit de grond van haar hart.
Even voorbij een kleine bossage lag de grote boerderij. Werklieden waren juist bezig 'n paar koeien op transport te stellen. De dieren maken allerlei gekke sprongen en de drijvers moesten drommels goed uitkijken om niet ondersteboven te worden gelopen.
De chauffeur reed de jeep tot vlak bij een nieuw gedeelte van het huis.
Daar stond een oudere dame in de poort. Zeker de leidster van het vrouwelijk personeel. Clauda stapte uit.
— Dit is : mejuffrouw Clauda Tomkiewis. Om u te dienen, mevrouw, zei de chauffeur.
De dame knikte en de chauffeur reed weer naar het hoofdgebouw terug.
Daar stond Clauda Tomkiewis. De grijze mevrouw leek haar op 't eerste gezicht niet onsympathiek. Haar naam was Kathé Doewitza.
Het zou in veel van haar afhangen of het leven hier dragelijk zou zijn.
— Komt u verder, juffrouw Tomkiewis, zei ze tamelijk gereserveerd.
Ze ging Clauda voor naar een gezellig, verwarmde kamer.
— Neemt u plaats, zei ze en wees een eenvoudige rieten stoel aan.
— We maken eerst even kennis samen, u en ik, vervolgde ze. Clauda zweeg nog steeds.
— Ik heb begrip voor uw moeilijke omstandigheid. U is uit uw huis, uit uw omgeving weggevoerd en uw man is in de oorlog. Maar wees ook dankbaar, dat u, niettegenstaande dit alles, hier een goed tehuis wordt aangeboden. Clauda knikte.
Een dienstmeisje bracht thee. — Er zijn héél veel jonge mannen onder de wapenen. De vrouwen worden in geschakeld in het productieproces, ging de dame voort.
— Houdt u van koeien en varkens ?
— O, mevrouw ik heb helemaal geen verstand van de boerderij, verzuchtte Clauda.
— Zo, ja, u komt misschien van het dorp ! — Juist, mevrouw, maar ik stel me voor de naaikamer. Hier is toch veel verstelgoed, met zoveel personeel. — Daar zegt u zo wat. Dit is een goed idee !, zei de oude dame. — Ik heb altijd veel genaaid, ziet u, lichtte Clauda in. — Er is een meisje in de naaikamer, dat daar niet thuis hoort. In haar plaats komt u.
Clauda slaakte een zucht van verlichting. Indien het enigszins kon, geen zwaar mannenwerk.
Ze dronk haar thee, met een hart, verlicht van zorgen.
Het werd echter geen thee-uurtje. De oude dame stond op en zei : Ik ga u voor naar de naaikamer.
Clauda naim haar zware tas weer op en volgde haar meesteres.
— Laat die tas maar even staan. Zo aanstonds gaat er een collega van u, met u, naar jullie nachtverblijf. Dan kunt u een en ander opbergen.
Clauda zette haar tas tegen de muur. Een paar voorbijgaande vrouwen groetten haar met een blik van goede verstandhouding.
Een der onzen, las Clauda uit hun gedachten.
In de naaikamer was het niet ongezellig. Er zaten in 't geheel vier vrouwen en twee meisjes.
Een paar zaten er achter de machine ; de anderen waren met verstelwerk bezig.
Toen de leidster Clauda had voorgesteld, groette deze minzaam.
— Pedra, wil jij even de tas halen van deze juffrouw. Ze staat in de hal.
— Goed, mevrouw ! zei het meisje en stond onmiddellijk op.
— Kijk, juffrouw Tomkiewis, dit is onze naaikamer. U zult voortaan hier uw werk hebben. Ik hoop dat het u goed zal bevallen en u met plezier hier werken zult.
— Ik hoop 't met u, antwoordde Clauda.
— Ga jij, Colbi, met mij mee. Voor jou heb ik werk dat je beter past.
De vrouwen knikten tegen elkaar, alsof ze zeggen wilden : — Goed zo. Dat wordt tenminste hoog tijd.
Kolbi smakte het verstelgoed naast zich op de vloer en stond op. Ze keek boos.
— Zeker mest uit de stallen halen, zei ze schamper. — Je handen zijn er groot genoeg voor, merkte een der meisjes op.
De leidster zei niets, liet Clauda in de naaikamer achter en ging Kolbi voor naar diens nieuwe chef. In de gang gaf ze haar instructies aan het meisje, dat de tas van Clauda had opgehaald.
— Ik zal er voor zorgen, mevrouw. — Gaat u even met mij mee, juffrouw Tomkiewis, zei het meisje. — Dan zal ik u de slaap- en eetkamer wijzen. Clauda rees op. — Graag, zei ze. — Hoe is uw voornaam, als ik vragen mag? — Mijn naam is Clauda. Ik ben geboren en getogen in mijn geliefd Polen. — In welk dorp? Uw spraak is mij zo bekend. — In Joegvallee ! — Komt u van Joegvallee, en ik van Romanes. — Jij van Romanes ! Dat ligt een uur van ons dorp verwijderd. Ongelovig keek Clauda het meisje aan. — Ik ben vaak in Joegvallee geweest ; op de jaarmarkten. Weet u wel. Een intense blijdschap vaart door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's