De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEZAG VAN DE SCHRIFT EN GEREFORMEERDE ZEDE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEZAG VAN DE SCHRIFT EN GEREFORMEERDE ZEDE

7 minuten leestijd

Wars van geleerd vertoon en eenvoudig om het de kinderen te openbaren, zo sprak onze Hoogste Profeet en Leraar. Zo koos Hij positie in het theologisch, debat van zijn dagen. Hij vroeg: „De Doop van Johannes vanwaar was die? Uit de hemel of uit de mensen?

In de huidige discussiën — immers de godgeleerde gedachtenwisseling zal op de bruiloft (Matth. 22 : 12) eerst verstommen — stuiten we gedurig op het tedere vraagstuk van het Schriftgezag. De Heilige Schrift vanwaar is die ? Uit de hemel of uit mensen ? Dit dilemma scheidde jarenlang de geesten.

Momenteel is er een sterke stroming bereid tot synthese. Het compromis is gevonden : uit de hemel en uit de mensen ! Er is een goddelijke en menselijke factor. Het patroon van de „vereniging en het onderscheid van de beide naturen" uit de Christologie wordt gretig aangegrepen om ook op dit terrein de nevelen op te klaren. Wel zeer verdeelt de gemoederen de gevoelige vraag, waar we de demarcatielijn precies dienen te trekken tussen al wat van hemelse herkomst en wat van menselijke oorsprong gelden onoet. Scholen en theologen, die hun eigen weg gaan, zwalken tussen de twee aangeduide polen. Zoals de navigatie van een stomer op de oceaan de postie opgeeft, zo mogen ook de deelnemers aan het theologisch debat elkaar hun plaats wel opgeven, opdat ze niet tegen elkaar opvaren of liever opdat ze niet mijlenver langs elkaar heenvaren.

Schrittcritiek.

In de geschiedenis van de Schriftcritiek zouden we phasen kunnen aanwijzen, die overeenkomen met perioden in de ontwikkeling van een mensenleven.

, , Toen ik een kind was, was ik gezind als een kind". Alvorens de Schriftcritiek inzette, gold het Schriftwoord als onomstotelijk. Bij de jongste generatie is het woord van de ouders en het oordeel van juffrouw en meester absoluut autoritair. Zelfs wanneer de juffrouw in haar bijbelles afwijkt van wat de Bijbel zelf zegt, dan zal toch de laatste ongelijk hebben. Zo onvoorwaardelijk gold het gezag van de Bijbel onder de mensen.

Er volgt een soort puberteits-periode, Hyper-critisch en lichtgeraakt vitte men op in doorsnee zeer peripherische gebreken. Tegenstrijdigheden en belachelijke onwaarschijnlijkheden werden alleronvoordeligst naar voren gehaald. De critiek werd een manie. Geen tekst bleef onaangetast.

Ondertussen bereikten we de maat der volwassenheid. Het oordeel is weliswaar meer bezonnen en met stellig congenialer begrip. De instelling evenwel bleef critisch, ja nu zelfs is de critische zin veel duidelijker gericht op de innerlijke kwaliteiten. Volwassen kinderen vitten lang niet zoals in de puberteitsperiode, maar ze bezien hun ouders toch met oordeel.

Schrift en zede.

Het gezag van de Heilige Schrift is in geding, wanneer we ons bezinnen op de vorming van onze zeden en gewoonten. Immers , , wij geloven, dat deze Heilige Schrift de wille Gods volkomen vervat, en dat al hetgeen de mens schuldig is te geloven om zalig te worden, daarin genoegzaam geleerd wordt". (N.G, B, art. 7). De wil Gods en wat we schuldig zijn te geloven. We hoeven de wil Gods niet uitsluitend te betrekken op de wetten en ordinantiën, die ons leven bepalen, juist ook als we denken aan Zondag 12 van de Catechismus, waar gesproken wordt over de verborgen raad en wil Gods van onze verlossing. Maar in ieder geval vervat de Heilige Schrift het antwoord op de bede : , , Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal".

Prof. Schippers zal als gereformeerd theoloog artikel 7 van onze belijdenis ongetwijfeld onderschrijven. Toch ontwikkelt hij in zijn onlangs verschenen studie , , De Gereformeerde Zede", een gevaarlijke theorie waimeer hij inzake het normerend gezag van de Heilige Schrift voor de vorming van de gereformeerde zede verwijst naar de overigens gangbare onderscheiding van historisch en normatief gezag van de Heilige Schrift.

Tweeërlei gezag.

We zijn het erover eens, dat niet alles wat in de Schrift staat door ons moet nageleefd worden. De duivel heeft gezegd — dat is historisch juist — , , gijlieden zult de dood niet sterven ; maar God weet, dat, ten dage als ge daarvan eet, zo zullen uwe ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad". Zo lezen we tal van uitspraken van de Satan en woorden en daden van goddelozen, die het ons geraden zijn niet op te volgen. Ook zelfs niet alle uitingen en verrichtingen van heiligen van Oude en Nieuwe Testament zijn niet geboekstaafd, dat wij daarnaar handelen zouden. Immers ze hebben gezondigd in gedachten, woorden en werken. Sterker nog zelfs hun goede werken mogen we niet zonder meer naleven. God gaf bevel, dat Abraham Izak moest offeren op een der bergen. Geenszins mogen wij ons kind binden en onder het opgeheven mes brengen louter omdat ook Abraham 'dit kreeg te doen.

Met dr Bavinck — in zijn Gereformeerde Dogmatiek — kunnen we het wel eens zijn, als hij schrijft: „het dogma der Schrift is op deze punten nog lang niet afgewerkt en laat nog vele speciale onderzoekingen toe".

We zijn maar zo niet klaar.

Maar dan is er inderdaad onderzoek voor vereist. Zo licht wordt voor de onderscheiding van normatief en historisch gezag een heel sprekend en argeloos voorbeeld aangehaald. Daarna echter trekt men soms een conclusie, dit of dat is ook maar historisch ergo heeft het voor ons geen geldigheid meer. Prof, Schippers wijst bijvoorbeeld op het besluit van het zogenaamde Apostelconvent, waarvan Handelingen 15 gewag maakt. Ik ben eerlijk gezegd, toch wel een beetje huiverig, wanneer we, zonder nauwkeurig eerst bepaalde regels vast te stellen, op ruime schaal gaan opereren met de onderscheiding ; historisch-normatief. Allereerst is hier van geen absoluut onderscheid sprake. Bovendien heeft 't historische toch wel degelijk normatief gezag. , , En deze dingen zijn geschied , ons tot voorbeelden, opdat we geen lust zouden hebben tot 't kwaad". , , En zijn beschreven tot waarschuwing van ons". (I Cor. 10). Laten we ook denken aan het betekenisvolle gezichtspunt, dat de Apostel opent als hij zegt, dat goddeloze en onrechtvaardige mensen , , de waarheid in ongerechtigtheid ten onder houden". Romeinen 1 bevat genoeg ter overweging als het gaat over de kenbaarheid van Gods wil in een gevallen wereld. Ja ons is nu ook duidelijk, dat we feitelijk in artikel 2 van onze belijdenis ook nog niet alles gezegd hebben, als we belijden dat we God kennen door twee middelen. Immers van de regering der wereld vinden we ook in de Schrift, Alle historisch gezag is per se niet a-normatief.

Het risico.

Juist in een studie als van prof. Schippers is het zo riskant om deze kwestie aan te snijden. De zeden zijn nu eenmaal in deze eeuw van ontkerstening en wereldgelijkvormigheid zeer ontaard en ontadeld. Menigmaal is me niet helemaal duidelijk of prof. Schippers gereformeerde zeden - wil beschrijven of voorschrijven. Een beroep op het verschil van historisch en normatief gezag lijkt in dit klimaat zo spoedig gedaan pour besoin de la cause (om zich te redden).

Waar komen we terecht ?

Binnen de omtrek van een cirkel kan men door vier punten van die omtrek te verbinden een vierhoek tekenen. Nog vier punten en men tekent een achthoek. Zo kunnen we voortgaan door meerhoekige veelhoeken te construeren. Op het eerste gezicht is duidelijk, dat men zodoende hoe langer hoe meer de oppervlakte van de cirkel benadert. Zo vrees ik, dat deze manier van onderscheiden van historisch en normatief gezag hoe langer hoe meer zal gaan dekken het resultaat van het critisch hanteren van de Schrift. In theorie buigt men voor het gezag van Gods Woord, maar practisch heeft dat Getuigenis niet zoveel meer te zeggen.

Grondige bezinning is metterdaad geboden. Met een weinig aarzeling geef ik dit parool uit. Het is een beetje mode om te concluderen : deze dingen moeten eens ter dege worden doorgesproken, dit en dat moet fundamenteel bestudeerd, met gene en gindse vraagstukken zijn we bij lange niet klaar, de hele materie moet op de helling enzovoort. Maar wanneer we merken hoe erg vlot een dergelijk motief toegepast wordt, mogen we toch om te beginnen wel in appèl gaan. Ook voor het vraagstuk van de vrouw in het ambt beroept men zich op dit tweeërlei gezag. We moeten waken tegen wat van buitenaf, maar ook tegen wat van binnenuit het gezag van de Heilige Schrift aanvreet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GEZAG VAN DE SCHRIFT EN GEREFORMEERDE ZEDE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's