De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE VROUW EN HET AMBT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE VROUW EN HET AMBT

DE JAARVERGADERING.

8 minuten leestijd

VAN DE GEREFORMEERDE BOND ZAL D.V. WOENSDAG 20 APRIL IN UTRECHT GEHOUDEN WORDEN

Vervolg van het artikel van dr. Volger in , , Hervormd Amsterdam" d.d. 19 Februari j.l. :

8. De lijn Bruidegom-Bruid, waarop dr. Haitjema op blz. 149v. van zijn Nederlands Hervormd Kerkrecht heeft gewezen wil ik heel voorzichtig doortrekken naar de Drie-eenheid. Dit doe ik, omdat ook in de Synode (Handelingen van de Synode, 1950, blz. 583) in die richting is gesproken : de man is het teken van de Zoon, de vrouw van de Heilige Geest; de man beeldt uit het ambtelijke, het God representeren, dus hij beeldt Christus af ; de vrouw beeldt af het persoonlijke, het gemeente-zijn. (Iblz. 582).

Dat de Vader mannelijk is, is voor geen discussie vatbaar. De naam Vader zegt reeds, dat hier geen vrouwelijk element aanwezig is.

Dat moet ook van de Zoon gezegd worden. De Zoon is geen Dochter, geen vrouw. Hij is man. Daarom is Hij ook bij zijn mens-wording besneden. Deze ceremonie werd in Israël — bij sommige andere volken ligt de zaak anders — niet gehandhaafd ten opzichte van de vrouw.

Over blijft de Heilige Geest. Men kan er over tiwisten, waar in het Oude Testament Ruach mannelijk of vrouwelijk genomen moet worden, zeker is, dat in het Nieuwe Testament pneuma onzijdig is. Nu kan de naam een ander geslacht hebben dan de drager daarvan. De Schrift geeft duidelijk aan, dat ook de Heilige Geest mannelijk moet genomen worden. In Johannes 16 : 13 staat, dat de Geest der waarheid zal komen. Bij het onzijdige woord Geest staat het pronomen demonstrativum masculinum ekeinos, Hij ! En het goddelijke Wezen? In Israël is God de man van zijn volk. Ik behoef hier geen teksten te citeren. Wie iets van de Schrift afweet, weet deze zaak.

Dit zal in het ambt als representatie Gods moeten uitkomen. Dat kan niet door een vrouw geschieden. Hier ligt de taak voor de man.

In dit opzicht wordt klemmend het woord van Paulus in I Corinthiërs 11, 7 : de man is het beeld en de heerlijkheid Gods, maar de vrouw is de heerlijkheid van de man. In dit gedeelte van deze brief gaat Paulus ordenen. Hij zet alles op zijn plaats in de gemeente. Deze orde geelt hij aan : God, Christus, man, vrouw.

God is het Hoofd van Christus. Niet ten aanzien van diens godheid, maar naar zijn menselijke natuur. Zo is Christus het hoofd van de man, en de man weer het hoofd van de vrouw.

Dat had reeds duidelijk kunnen zijn uit de geschiedenis van de schepping. De vrouw is uit de man, niet omgekeerd. De vrouw is er om de man, en ook dit niet omgekeerd. Het geloof in de Here Jezus maakt dit niet anders.

Deze orde, door God zelf zo gesteld, blijve ook in de gemeente van Jezus Christus.

Dat haalt niet man en vrouw van elkander, alsof ze niets meer met elkander zouden te maken hebben. In de Here Christus zijn zij aan elkander verbonden en kunnen zij niet zonder elkander. Zij hebben elkander nodig en hebben elkander te dienen. Samen hebben zij deel aan de genade. Samen genieten zij de geestelijke zegeningen. Samen staan zij in de gemeenschap der heilige dingen en personen. Maar in dat samen-zijn-in-de-'Here wordt de door God gestelde orde niet opgeheven.

In de gemeente te Corinthe verwerpt Paulus alle ordening, die de ordening Gods verwerpt.

In de gemeente, vooral in de gemeente, de door God gestelde orde !

9. 't Is merkwaardig, dat de Roomse, Kerk met dit zuiver mannelijk element geen genoegen heeft willen nemen. Zij heeft een vrouwelijk element er bij gehaald in de figuur van Maria. Als Koningin des hemels, als allerwaardigste Koningin der wereld, als Middelares (Denziger 1940a, 1978a, 1978n) trekt zij Maria binnen in het goddelijk leven. Dit wordt terecht door ons afgewezen. Wij, hebben geen Magna Dea nodig. Dat laten wij over aan de "heidense godsdiensten.

Maar, gaan wij niet eenzelfde gevaar lopen, als wij het ambt voor de vrouw openzetten en haar opnemen in de representatie Gods ? Is het dan niet zó, dat ook wij dan geen genoegen nemen met het mannelijke element alleen ? Trekken wij dan geen heidendom in de Kerk ? Op andere wijze dan de Roomse Kerk dat doet. Natuurlijk op andere wijze, want wij zijn niet Rooms. Maar dan toch heidendom ?

10. Men kome, niet aan met de opmerking, dat het in de Schrift toch niet verboden is de vrouw in het ambt op te nemen. Er is in de Schrift méér niet verboden. Waar is een duidelijk verbod van polygamie ? Ik meen nergens. Dus is polygamie ook tegenwoordig toe te laten ? Er zijn toch in de Schrift voorbeelden genoeg van polygaam levende , , Bijbelheiligen".

Ik zou geen predikant willen adviseren eens een polygaam leven te gaan leiden, om dan af te wachten, wat de Synode in dit geval wel zou doen. Een zaak aanbevelen met de uitspraak : het is toch niet met zovele woorden verboden, verraadt geen sterke stelling. Als wij eerst eens gingen ernst maken met wat duidelijk in de Schrift geboden is. Als wij daarmede klaar zijn, zou er misschien niet eens meer tijd over ijn om te doen, wat dan niet zozeer erboden is.

11. De Synode maakt zelve geen ernst met de uitspraak : in Christus is noch man, noch vrouw. Laat deze tekst eens een grond zijn voor de toelating van de vrouw tot het ambt, dan moet men de zinsnede van Paulus ook zo kunnen lezen: in Christus is noch gehuwde man, noch gehuwde vrouw.

Als men man en vrouw zo elkander gelijk stelt, dat de vrouw evenals de man tot het ambt mag en moet toegelaten worden, moet ook de gehuwde vrouw aan de gehuwde man gelijk worden gesteld. Waarom mag een huwend man wèl in het ambt blijven, maar moet dan, de vrouw, eenmaal tot het ambt toegelaten als predikante, bij haar huwelijk emeritaat aanvragen ? De Synode maakt op deze wijze zelve reeds onderscheid tussen man en vrouw, is inconsequent en ondergraaft eigen positie.

12. Het openstellen van het ambt voor de vrouw is in strijd met de belijdenis van de Kerk. Artikel XXX van de Nederl. Geloofsbelijdenis spreekt van Ministri seu Pastores, Seniores et Diaconi — in de Franse text : les Ministres, Anciens et Diacres —-. Alleen mannelijke namen en persoonsuitganggen worden gebruikt. In dit opzicht blijkt de belijdenis in volkomen overeenstemming met de Schrift te zijn.

Wijziging van de Kerkorde zonder voorafgaande wijziging van de belijdenis brengt de Kerk in conflict met de belijdenis.

13. Ter Synode van 1950 is in het verband met de openstelling van het amibt voor de vrouw gewezen op "het ambt der gelovigen. Dat is niet alleen voor de man, die gelovig is, maar ook voor de gelovige vrouw. Dus de vrouw heeft reeds een ambt. Zij staat reeds in het ambt.

Inderdaad heeft de vrouw dat ambt der gelovigen. Dat staat met evenzoveel woorden in Artikel XXVIII van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Daar leest men, dat het ambt aller gelovigen is, volgens het Woord Gods, zidh af te scheiden van degenen, die niet van de Kerk zijn.

Voor ambt wordt hier het woord officium gebruikt en niet als in Artikel XXXI, waar over de ambten gehandeld woridt, het woord functiones. Ook ten aanzien van het amibt der Overheid wordt officium gebruikt. Het kerkelijke ambt is functio. De vrouw heeft wel een officium, maar geen functio. Ook de belijdenis aanvaardt voor de vrouw niet het kerkelijk amibt.

Het lijkt mij wat gevaarlijk bij het synodale voorstel ook maar te zinspelen op de separatiegedachte van Artikel XXVIII.

14. Als de vrouw tot het ambt wordt toegelaten, krijgt men vragen over de geldigheid van de bediening van de Sacramenten. Als naar de Schrift een vrouw niet in het ambt mag staan, is haar ook niet opgedragen het Sacrament te bedienen en is een eventuele bediening door haar van de Heilige Doop onwettig en ongeldig. Laat men de consequentie daarvan goed onder de ogen zien. Op deze wijze loopt men groot gevaar de gemeenschap der kerken, die tot op zekere hoogte nog bestaat in de erkenning van elkanders doop, te breiken.

15. De vrouw, tot de ambten toegelaten, schept conflicten met die predikanten, die in hun geweten gebonden zijn aan deze nieuwe orde in de practijk van het kerkelijke leven niet mede te doen. Zij zullen vrouwen in het ambt niet kunnen bevestigen en zeker niet volgens een formulier daartoe strekkende in het gebod voor Gods aangezicht verschijnen.

Wat zal de Synode met. deze mannen doen, als zij weigeren vrouwen in het ambt te bevestigen, weigeren ook vrouwen in de kerk als ambtsdraagsters te erkennen in ambtelijke vergaderingen, raden, enz. ?

Wel laat de Synode toe, dat gemeenten tegen hun wil geen predikante behoeven te aanvaarden in tijden van vacature. Zo stelt men een algemene kerkelijke wet niet algemeen. Daarmede breekt men de eenheid van de Kerk, stelt men twee kerken met verschillende orden naast elkander, drijft men in de Hervormde Kerk de leer van de pluriformiteit van de Kerk !

Een kerkelijke wet zij algemeen, voor allen biridend, of zij is geen wet en heeft geen rechtskracht.

16. Het openstellen van het ambt voor de vrouw kan niet geschieden onder het adagium: in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en staande op de bodem van de belijdenis. Het voorstel van de Synode is met Schrift en belijdenis in strijd.

17. De vraag over de openstelling van het ambt voor de vrouw komt niet , zo zeer op uit de resultaten van Schriftstudie, maar is veeleer aan de orde gesteld door de tegenwoordige emancipatiegedachte.

, , Wir verwerfen die falsche Lehre, als dürfe die Kirdhe die Gestalt ihrer Botschaft und ihrer Ordnung ihrem Belieben oder dem Wechsel der jeweils herrschenden weltanschaulichen und politischen Uberzeugungen überlassen", Barmer Thesen 1934, 3.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE VROUW EN HET AMBT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's