De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HEEFT ISRAEL NOG EEN TOEKOMST?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HEEFT ISRAEL NOG EEN TOEKOMST?

9 minuten leestijd

I. Op de vraag, door ongelovigen gesteld: Bewijs mij het bestaan van God !, is niet eenmaal, maar meermalen door christenen  ten antwoord gegeven : De Joden, de Joden, die zijn een levend teken dat God bestaat.

Dit antwoord is zeer juist. Als er toch geen God was, dan zouden alle Joden reeds lang van de aardbodem zijn verdwenen. Dat het Joodse volk nog altijd bestaat, dat spot toch met alle wetten van natuur en geschiedenis. Naar het gewone verloop van de dingen had er van dit volk allang niets meer over moeten zijn. Het is toch meer dan enig ander volk verstrooid over de gehele aarde, bovenal is het meer dan enig ander volk vervolgd, dodelijk vervolgd.

Alles, alles heeft men in de wereldgeschiedenis gedaan om dit volk met wortel en tak uit te roeien. En terwijl andere volken uit de oudheid, die helemaal niet verstrooid of vervolgd zijn, allang zijn ondengegaan, bestaat het volk van Israël nog altijd, maar dat niet alléén, maar het is ook nog levenskrachtig, levenskrachtiger dan ooit, het heeft zelfs kans gezien, ondanks alle mogelijke verzet daartegen, een groot deel van het oude vaderland, Palestina, weer in bezit te krijgen.

We staan hier eenvoudig voor een raadsel, waarvan we alleen maar met de psalmist kunnen uitroepen : Wij zien het, maar doorgronden het niet.

Wie echter zijn Bijbel kent, verbaast zich niet al te zeer, die weet dat dit ook naar de Schrift is, dat het volk der Joden er nog altijd is. Hij moet o.a. denken aan 't woord dat Christus eens sprak, toen Hij het had over de wederkomst en alles wat daaraan voorafgaat, namelijk dit woord: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat dit alles zal zijn geschied. En als Christus het heeft over dat geslacht, dan staat Hij midden onder het Joodse volk en dan kan Hij met die woorden , , dit geslacht" alleen maar dit volk op het oog hebben gehad.

Maar nu de vraag : Waarom heeft God, ja God — want dit is toch Zijn werk alleen — toch dat volk, ondanks alle pogingen van de mens om het uit te roeien, nog in het leven behouden?

Soms alleen maar om het onafgebroken te straffen voor het verwerpen van de Messias en om ons te waarschuwen: O, mens, zie toch naar Israël en leert' wat u wacht, als óok gij de Christus verwerpt? Zeker laat God Israël alle eeuwen door voortbestaan en gekweld worden, ons tot een vermaning. Denk maar aan Paulus' woorden uit Romeinen 11: Want indien God de natuurlijke takken, dat zijn de Joden, niet spaart, ziet toe, dat Hij ook u, dat zijn de dhristenen uit de heidenen, niet spare. Maar God houdt Israël waarlijk niet alleen in stand om tot een afschrikwekkend voorbeeld te dienen. Is God heilig en rechtvaardig, die het kwade straft. Hij is bovenal de Barmhartige. En als de barmhartige koestert Hij nog gedachten des vredes over Israël. Hij heeft voor dat volk nog een toekomst, een geestelijke toekomst weggelegd.

Gelukkig begint deze gedachte meer en meer veld te winnen. Eeuwenlang zijn de ogen der kerk (en ik geloof dat hier ook Gods raad achter staat) hiervoor gesloten geweest. Van jongsaf zijn wij vaak groot gebracht bij de gedachte, dat de Joden in geestelijk opzicht niets meer te betekenen hebben. De kerk, dat is het ware Israël, en de rol van het oude Israël is uitgespeeld,

Christus heeft eens tot de Samaritaanse vrouw gezegd : De zaligheid is uit de Joden. Een eenvoudig gemeentelid legde dit, lijnrecht in strijd met de betekenis, aldus uit: De zaligheid zit niet meer in de Joden, die is er uit, zij bezitten niets meer.

Deze verklaring doet min of meer komisch aan, maar het tragische is dit, dat deze gedachte bewust of onbewust toch maar bij menigeen leeft.

Maar het is met Israël niet gedaan, óok niet in geestelijk opzicht. Israël heeft nog een rijke toekomst. Israël zal zich eens tot Jezus van Nazareth als de Messias bekeren.

Zij, die zolang de naam van de Nazarener alleen maar als een vloek hebben gebruikt, zullen die naam eens prijzen. Wat Israël eens geroepen heeft op Paaszondag, dat zal het eens op veel grootser wijze herhalen : Gezegend is Hij, die komt in de naam des Heeren.

Ge vraagt om bewijzen uit de Schrift? Goed. Dan komen we allereerst te staan voor Rom. 11 vs. 25 en 26 : Want ik wil niet, broeders, zegt Paulus, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israël is gekomen, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn. En alzo zal geheel Israël zalig worden.

De gedachtengang van Paulus, geleid door de Heilige Geest, is als volgt : God heeft Israël een tijdlang overgegeven aan de verharding, om met het Evangelie naar de heidenen te gaan. Als echter de volheid der heidenwereld is ingegaan, dan zal geheel Israël, heel het volk der Joden, zalig worden. Vaak heeft men beweerd, dat die woorden, heel Israël zal zalig worden, slaan op die Joden, die in de loop der eeuwen tot bekering zijn gekomen ; maar als wij letten op het geheel van Rom. 11, dan is deze verklaring niet te handhaven en bijna alle uitleggers van deze tijd verwerpen dan ook deze verklaring en zeggen onomwonden: Hier wordt duidelijk geleerd dat eens de tijd zal aanbreken dat heel het volk der Joden Jezus Christus als Messias zal huldigen. Natuurlijk wil dat niet zeggen, dat in die toekomst iedere Jood een waarachtig gelovige zal zijn.

Als wij spreken over een christenvolk, dan bedoelen wij daarmee een volk, dat in 't algemeen voor Christus buigt, wat echter niet uitsluit, dat er onder dat volk velen zijn, die alleen maar in naam christen zijn.

En meen nu niet, dat Rom. 11 vs. 25 en 26 het enige Schriftgedeelte is dat spreekt over een toekomstige bekering van Israël. Dan zouden wij met deze woorden erg voorzichtig moeten zijn. Er zijn echter vele woorden, zowel in het Nieuwe Testament als in het Oude Testament, die op de toekomst van Israël wijzen.

Paulus heeft zijn visie op Israël van Christus zelf geleerd. Als Christus tot het volk van Israël, met het oog op de tempel gevestigd, zegt in Mattlh. 23 vs. 38 en 39 : Zie, uw huis wordt u woest gelaten. Want Ik zeg u : Gij zult Mij van nu aan niet zien, todat gij zeggen zult: Gezegend is Hij, die komt in de naam des Heeren, ligt dan daarin door Christus niet duidelijk uitgesproken dat het volk van Israël Hem eens als Messias zal begroeten?

En als Christus in Lukas 21 uitroept : En Jeruzalem zal door de heidenen vertreden worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn, ligt dan daarin niet besloten dat eens aan die tijden deir heidenen een einde komt en Israël dan weer een rol zal gaan spelen ?

Nóg een woord van Christus.

Als Christus vlak vóór Zijn hemelvaart op weg is van Jeruzalem naar de Olijfberg, dan zeggen de discipelen op een gegeven ogenlblik : 'Heere„ zult Gij in deze tijd aan Israël het Koninkrijk weer oprichten? Ons is meestal geleerd te denken, dat dit een domme vraag van de discipelen geweest is om nog te spreken over een koninkrijk, dat is een toekomst voor Israël.

Maar weet ge, wat zo merkwaardig is? Dat Christus ze daarover helemaal niet bestraft. Hij zegt niet, zoals wij zouden moeten denken : O, onverstandigen en tragen van hart om niet te geloven dat Israël helemaal geen toekomst meer heeft, maar heel eenvoudig : Het komt u niet toe te weten de tijden en gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft. Dus niet weg met die gedadhte aan dat Koninkrijk voor Israël, maar alleen, de tijiden en gelegenheden gaan u niet aan.

Zo wijst het Nieuwe Testament niet op één, maar op verschillende plaatsen heen naar een toekomst voor de Joden in geestelijk opzicht, dat zij eens Christus zullen aannemen, en dit is ook geheel in overeenstemming met het Oude Testament.

Lees b.v. eens Hosea 3 vs. 5 : Want de kinderen Israels zullen vele dagen blijven zitten zonder koning en zonder vorst en zonder offer en zonder opgericht beeld en zonder afgod en zonder terafim en dan : En daarna zullen de kinderen Israels zich bekeren en zoeken de Heere, hun God, en David, hun koning ; en zij zullen vrezende komen tot de Heere en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen,

In het laatste der dagen dus zal Israël zich bekeren tot de Heere en David, hun koning. Met David, hun koning, kan alleen de Messias bedoeld zijn.

En dan niet te vergeten Zach. 12 vs. 10 : Doch over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik uitstorten de Geest der genade en der gebeden en zij zullen Mij doorschouwen, dien zij doorstoken hebben en zullen over Hem rouwklagen als met de rouwklacht over een enige zoon en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.

Hier duidelijk het beeld van een Israël dat eens de verwerping van de Christus zal betreuren.

Aan de hand van al deze gegevens uit de Schrift kunnen wij toch niet anders dan vasthouden aan een toekomstige bekering van Israël.

Wat die bekering voor Israël tengevolge zal hebben, misschien mogen we daar later nog eens over schrijven. Dit is voorlopig genoeg om meer dan ooit aan de Zending onder Israël te denken en bovenal voor dat oude volk dagelijks te bidden : Heere, vervul Uw beloften tegenover de Joden, leer het roepen, maar in de goede zin : Zijn bloed kome over ons en onze kinderen.

*) In het volgende nummer hoop ik op dit artikel van ds. Bousema terug te komen. Bt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HEEFT ISRAEL NOG EEN TOEKOMST?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's