De Vakbeweging
Ds. J. van Drent Ooltgensplaat
Wanneer de redactie van ons blad dit onderwerp aan de orde stelt, kan de lezer daaraan allerlei veronderstellingen verbinden, die wij maar niet zullen trachten te noemen.
Op zichzelf genomen behoeven wij over dit onderwerp niet te gaan schrijven in dit orgaan, omdat er elders niets over te vinden zou zijn. Want er verschijnen allerlei organen en periodieken in de kringen der vakbewegingen, die ongetwijfeld aan vele lezers van De Waarheidsvriend bekend zijn. En de voorlichting daarin is uiteraard veel deskundiger en breedvoeriger dan het hier kan gebeuren.
Het is echter vrij zeker, dat een belangrijk aantal anderen met deze dingen zeer weinig op de hoogte is. Dat moeten wij als predikanten in onze gemeenten nogal eens opmerken. Nu kan een mens niet alles weten of bijhouden, maar het gaat hier toch om een aspect van ons maatschappelijk leven, dat wij zeer zeker enigszins dienen te kennen. En wél vooral vanwege het feit, dat velen hiermede iets te maken hebben in hun dagelijks werk.
Aangezien wij ook hier onze plaats hebben te bepalen, dienen wij toch er mede op de hoogte te zijn. En hoewel als predikant geenszins de kwaliteit van een deskundige bezittende, hoop ik toch door het onderstaande iets te mogen bijdragen ter oriëntering op dit terrein.
Dat sommigen de betekenis van de vakbeweging niet verstaan of onderschatten is eigenlijk onbegrijpelijk. Practisch dagelijks immers valt er in de dagbladen iets te lezen uit deze kringen.
Het zou nuttig zijn een en ander over de geschiedenis van de vakbeweging te zeggen, maar dat zou wat ver voeren en veel plaats vergen. Wel moeten wij memoreren, dat deze beweging in zijn moderne vorm ontstaan is in de vorige eeuw. Er waren toen toestanden op het gebied van de arbeidsverhoudingen, die rustig als hemeltergend te bestempelen zijn.
Dat dit alles door het optreden van de enkeling niet te veranderen viel was zonder meer duidelijk en in een langdurig proces zijn de grote vakbonden geworden tot wat zij nu zijn. Was vroeger de arbeider haast rechteloos, tegenwoordig vormen de vakbonden met hun millioenen leden over de hele wereld factoren, waarmede overal rekening wordt gehouden. Ja, als een ontaarding van dit alles, zien wij soms in het buitenland een overwicht der vakbeweging tegenover de regering des lands, dat beslist verwerpelijk is en tot funeste toestanden leidt.
Niet te ontkennen valt, dat in kerkelijke kring heel lang en misschien ook heden nog wel een zekere afkeer van alles wat vakbeweging ds, de overhand had. Omstreeks 1900 moesten verschillende leidinggevende kerkelijke figuren er niets van hebben. Ja er werd goed voor gewaarschuwd soms ! Dit kwam voort uit het misverstand (dat ook nu nog wel opgeld doet) dat alles wat vakbeweging is socialistisch en daarom revolutionnair en anti-christelijk is.
Dit wanbegrip is dan ook jaren lang bevorderd, door de uit socialistische kring steeds weer geponeerde stelling, dat juist zij het zijn geweest, die het voor de arbeider hebben opgenomen en dat de christenen eigenlijk hoorden tot de heersende klasse, die voor het leed der lagere klasse geen oog had. Hoewel heiaas, zoals boven reeds aangeduid, niet terstond in kerkelijke kring algemeen begrip is geweest voor de maatschappelijke nood, waarin velen verkeerden, hebben toch gelukkig ook vele oprechte christenen, terstond in deze strijd in de voorste gelederen gestaan.
En daarbij hadden zij het dubbel zwaar, want bij vriend en vijand moesten zij pleiten voor het gezag van Gods Woord ook op het terrein van het maatschappelijk leven. Daarvan moest het socialisme niets hebben, want het streefde niets anders na dan lotsverbetering in stoffelijke zin, zonder zich veel gelegen te laten liggen aan de geestelijke achtergrond van het aardse leven. En bij vele kerkelijke mensen was geen begrip voor dit hoge doel, dat Gods getuigenis ook in de arbeidsverhoudingen maatgevend moest zijn.
Aan deze roeping kunnen wij ons niet onttrekken met er op te wijzen, dat deze wereld in het boze ligt. Want al is dit ongetwijfeld waar en al zal de zonde nooit in deze bedeling kunnen - worden uitgebannen, onweersprekelijk is de eis der Schrift aan ons om de zonde te bestrijden. Veelvuldig is in de loop der jaren in dit verband ter sprake gekomen de tekst: , , Zoek eerst het Koninkrijk Gods en Zijne gerechtigheid, en alle andere dingen zullen u toegeworpen worden". Door sommigen wordt dit woord aangevoerd als een reden, waarom de ware christen zich niet zo druk moet maken op het sociale terrein. Dit lijkt terecht ; het is echter in wezen een ongeoorloofde beperking van dit woord. Want duidelijk leert Jezus Zelf, dat het wezen van het Koninkrijk Gods bestaat in het doen van de wil des Vaders. (Het Koninkrijk Gods wordt of is elders in De Waarheidsvriend breder 'behandeld). Uit dit tekstwoord is dus geen wapen tegen het voeren van de sociale strijd te smeden, maar wel wordt hierdoor als doel gesteld, niet in de eerste plaats lotsverbetering, maar om ook op dit levensterrein de wil Gods uit te dragen en te doen eerbiedigen.
En dan heeft de christen nooit te vragen of hij in aantal wel tegen anderen opgewassen is. Dat is volgens Gods Woord nooit het geval. Want het gaat niet door kracht of geweld (dat is het beginsel van deze wereld), maar wij hebben toe te zien, dat wij naar dit Woord Gods overal spreken en Hij zal door Zijn Geest doen geschieden hetgeen Hem behaagt.
Vanwege het bestek van dit artikel •zullen wij ons verder tot de situatie in ons land bepalen.
Hoe is de feitelijke toestand hier ? Algemeen bekend en erkend als legale verenigingen zijn het C. N. V. (Christelijk Nationaal Vakverbond), de K. A. B. (Katholieke Arbeiders Beweging) en het N. V. V. Nederlands Verbond van Vakverenigingen). Hoewel practisch terzijde staande, kan nog genoemd worden de E.V.C. (Eenheidsvakcentrale), die zuiver communistisch is.
Hoewel deze grote lichamen naar buiten als eenheid optreden, zijn zij elk op zichzelf een samenbundeling van vele bedrijfsbonden. In élk van deze grote bonden treft men b.v. aan : een metaalbewerkersbond, een bouwvakarbeiders'bond, een landarbeidershond, een transportarbeidershond, een bond van spoor- en trampersoneel, •een bond van werkers in de grafische industrie.
Ieder, die georganiseerd is, is dus lid van een vakbond en al deze vakbonden samen vormen het grotere verband, dat zodoende een nogal uitgebreid bestuur krijgt. In het grotere verband worden uiteraard de bredere belangen van de betrokkenen behandeld, terwijl speciale kwesties in de metaalnijverheid b.v. in eerste instantie door de metaalbewerkersbond worden behandeld.
Het is nodig zich deze opbouw even goed in te denken, anders wordt het onmogelijk in bepaalde gevallen de verschillende instanties en personen uit elkaar te houden. Want wij hebben nu alleen nog maar gesproken over organisaties van werknemers, hoewel er ook verschillende verenigingen zijn van werkgevers. In het spraakgebruik is echter tot nu toe het woord vakbeweging practisch beperkt gebleven tot de bonden van werknemers. Mogelijk zal deze eenzijdigheid door de ontwikkeling der verhoudingen worden opgeheven. In onze bespreking zullen wij ons voorlopig bepalen tot de vakbonden van werknemers.
Deze grotere verbanden willen wij nu eens nader bezien. Straks hebben wij ze in alphabetische volgorde genoemd. Naar grootte gerekend, moeten wij echter beginnen met het N.V.V,
Het N. V. V. is niet confessioneel, d.w.z. heeft geen bepaalde op een kerkelijke confessie gebouwde levensbeschouwing als uitgangspunt en noemt : zich daarom algemeen en neutraal ; liefst zó te verstaan, dat ieder daar zich thuis kan voelen, van welk gevoelen hij ook is op godsdienstig terrein. Deze vakbond wil er gaarne op aangezien worden, dat hij bij uitstek voor de , , , vooruitgang" is.
Op het terrein van de vakbeweging doen zich echter vele geestelijke, vragen voor. En in geestelijke zaken is neutraliteit een onmogelijkheid. Daar moet een standpunt worden ingenomen. Uiteraard ontkomt het N.V.V. daar niet aan. Onmiskenbaar is dan de inslag van deze grootste vakbond zuiver socialistisch. Dit brengt met zich mede, dat men zich wel niet zo openlijk meer als vroeger, maar practisch toch nog stelt op het standpunt der klassenstrijd en verder veelal als belangrijkste doel zoveel mcgelijk materieel voordeel voor haar leden te. bewerkstelligen. Gezien het karakter van algemeenheid, dat het N.V.V. zich aanmeet, wil men ook zo mogelijk allen, die zich christen noemen, in deze kring betrekken. Waar de meerderheid echter de beginselen van Gods Woord niet erkent, is het niet moeilijk te begrijpen, dat er van de doorwerking van de geboden des Heeren niets te verwachten is. En toch draagt ieder lief medeverantwoordelijkheid voor wat het grote lichaam mede in zijn naam beslist en voorstaat op maatschappelijk gebied.
Dit laatste (dat ieder lid medeverantwoordelijk is voor wat het geheel doet), geldt natuurlijk óok van de 'beide andere bonden, K.A.B, en C.N.V. Deze 'beide zijn confessioneel gebonden, d.i. zij gaan uit van een uitgesproken levensbeschouwing, waaraan de leden zich binden.
De K.A.B, is haast kerkelijk te noemen, aangezien zij haar leden uitsluitend uit de kring der Rooms Katholieke kerk betrekt. Derhalve is de instelling hier geheel anders dan bij N.V.V. en C.N.V. Er is geen werving naar de kant van niet-roomsen, maar de R.K. geestelijkheid laat daartegenover niet onduidelijk blijken dat de leden der kerk zich bij de K.A.B, behoren aan te sluiten (denk aan de betreffende passage uit het mandement !). Hiermede is tevens aangegeven dat de beginselen van de K.A.B, als zuiver Roo'ms-Katholiek zijn te betitelen en dus hier niet nader 'besproken behoeven te worden.
Tenslotte dienen wij het C.N.V. wat nader aan te duiden. Ook deze organisatie is confessioneel bepaald, maar bindt zich zeer bepaald niet aan enige kerk en wenst zich daarmede ook beslist niet vereenzelvigd te zien. Dit betekent allerminst, dat goede relaties met de Protestantse kerken niet op prijs gesteld worden. Juist wil men gaarne alles doen voor een zo goed mogelijke verstandhouding, met behoud echter van de wederzijdse zelfstandigheid. Dit punt wordt echter in de verschillende Protestantse kerken niet altijd evengoed begrepen en behandeld.
Het C.N.V. is gegroeid uit de aanvankelijk zeer beperkte kring dergenen die verstonden, dat ook op maatschappelijk terrein Gods Woord maatgevend moet zijn voor ons handelen. En tot heden is dit het uitgangspunt gebleven bij alle arbeid, die verricht is. Hoeveel verscheidenheid wij op kerkelijk terrein ook kennen, met scherpe tegenstellingen vaak, op het terrein der vakbeweging blijken christenen van verschillende kerkelijke afkomst wonderlijk goed met elkander te kunnen samenwerken.
Zoals boven reeds gezegd, moet de christen niet lotsverbetering voorop stellen (al mag hij dit zeer zeker niet verwaarlozen, vooral niet als het de naaste betreft), maar het gaat er vooral om, het gezag van Gods Woord ook op dit terrein te doen eerbiedigen. Dat is ter ere Gods, maar ook tot heil van de mens zelf. Immers dan gaat het er niet allereerst en alléén om of de mens het stoffelijk beter krijgt, maar of hij als mens, dit is als 'beelddrager Gods, kan leven en tot ontplooiing komen. Tevens is er dan een geopend oog voor de verwoestende kracht der zonde, ook op dit terrein, waardoor een , , heilstaat" op aarde nooit te verwezenlijken valt.
Naar ons gevoelen is het niet onduidelijk, bij welke organisatie een man of vrouw van positieve belijdenis zich zal hebben aan te sluiten, wil hij althans ook zijn stem doen medewerken aan de doorwerking van Gods Woord op sociaal terrein. Begrijpelijkerwijs is dit punt allerminst onbetwist, terwijl velen hienbij vrij lauw terzijde staan. In verdere artikelen hopen wij dit terrein nog eens nader te mogen verkennen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's