Kerknieuws
Tweetal te
Oosterland-den Oever C. J. Pak, cand. te Ouderkerk a.d. Amstel en P. C. Schoonenboom, cand. te Zutphen.
Beroepen te
Gieterveen J. J. v. Embden, vic. te Terneuzen — Kampen J. v. d. Velden te de Bilt — Overschild M. Brinksma, godsdienstleraar, wonende te Maarssen (U.)
Aaangenomen naar
Utrecht (toez.) (als studentenpredikant) E. J. Beker te Workum —. Ammerstol H. W. Colstee, cand. te Winterswijk — Wezep J. van Dijk te Woubrugge.
Bedankt voor
Ouderkerk a.d. IJssel G. Boer te Gouda — Alblasserdam J. C. Koolschijn te Ommen — Ede (wijkgemeente I) J. de Lange te Nunspeet — Gorinchem J. W. de Bruijn te Harderwijk — Hoogeveen (vac. G. Taverne) H. A. Labrie te Den Ham (Ov.) — Putten J. Wieman te Oudewater — St. Maartensdijk J. v. d. Haar te Waddinxveen.
Afscheid en intree.
De heer G. Mouw, godsdienstonderwijzer te Moordrecht hoopt D.V. 17 Mei a.s. afscheid te nemen van de evangelisatie te Moordrecht. D. V. Hemelvaartsdag hoopt ds. V. d. End Braat hem in te leiden in de evangelisatie te Vriezenveen. In zijn plaats is in de evangelisatie te Moordrecht als voorganger benoemd ds. Leenmans, emeritus-predikant te Driebergen.
Afscheid ds. Tukker.
Maandag 18 April. Gisteren was het voor onze Delftse gemeente een droeve dag. Onze herder en leraar ds. W. L. Tukker zou 's middags n.l. in de Nieuwe Kerk afscheid van ons gaan nemen. De prachtige, monumentale kerk met haar hoge gewelven, was om tien vóór vijf reeds geheel gevuld. Verschillende mensen moesten dan ook met een staanplaats genoegen nemen. Naar schatting waren er 1700 mensen aanwezig ; een bewijs er van, hoezeer ds. Tukker in veler hart een plaats gekregen had, en dit vooral ook door zijn welgemeende hartelijkheid en zachtmoedigheid. Zijn streven was het geweest niet een dominé te zijn voor een bepaalde groep, maar voor onze hele Delftse Hervormde gemeente. Rechts en links, beide heeft hij gepoogd samen te brengen rondom het Woord en de belijdenis.
De tekst voor de prediking had ds. Tukker gekozen uit Jeremia 17 VS. 16 : „Ik heb toch niet aangedrongen, meer dan een herder achter u betaamde, ook heb ik de dodelijke dag niet begeerd, . Gij weet het : wat uit mijn lippen gegaan is, is voor Uw aangezicht geweest".
In een als altijd goed bestudeerde preek riep ds. Tukker de gemeente voor het laatst op tot geloof en bekering. Niet anders . had hij in deze 6 1/2 jaar willen doen dan alleen maar te dringen als onderherder achter de grote Opperherder Jezus, aan, daarbij de gemeente wijzend op de dodelijke .dag, hoewel hij deze nooit begeerd had. De dodelijke dag, door Jeremia niet alleen gezien als de dag der ballingschap, maar ook escliatologisch als de , dag van het gericht, het oordeel.
Deze schaduw van het Evangelie preekte ds. Tukker alleen om de bediening der verzoening des te heerlijker te doen uitkomen. De Heere God weet het. Het Woord Gods, dat gegaan is uit onreine lippen, is voor Zijn aangezicht geweest !
Aan 't eind van de dienst sprak ouderling Soetekouw een vriendelijk woord namens wijkgemeen te 1 en voerde ds. G. van Hoegee het woord, als voorzitter van Classis en Centrale Kerkeraad. In een hartelijke toespraak zei ds. Van Hoegee, dat alle predikanten het jammer vonden, dat ds. Tukker wegging, al wilden ze nu niet zeuren en treuren. Ds. Tukker heeft gepoogd een synthese te vinden tussen het objectieve en subjectieve en daar hadden ook de Delftse collega's nog wat van kunnen leren — aldus ds. Van Hoegee.
De gemeente zong de scheidende leraar Psalm 134 vs. 3 toe, waarna ds. Tukker voor de toespraken bedankte en voor het laatste als Delfts' dominé de gemeente de zegen oplegde.
Kockengen.
In een overvol kerkgebouw nam ds. H. K. van Wingerden j.l. Zondagmiddag 17 April afscheid van de Ned. Herv. gemeente alhier, na bijna 6 jaar met de liefde van zijn hart temidden van deze gemeente werkzaam te zijn geweest. Nu bij dit afscheid maar al te vaak gevoelens van weemoed overheersen en alles wijst op de veranderlijkheid in dit leven, wilde hij de gemeente bepalen bij de onveranderlijkheid van de Koning der Kerk en had bij als tekstwoord gekozen Hebreen 13 vs. 8 : , , Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid". Op de hem zo eigene en vurige .wijze bepaalde ds. Van Wingerden de gemeente bij de betekenis van de Naam „Jezus Christus", na eerst het tekstverband te hebben toegelicht. Hoe hij de gemeente steeds voorgehouden had de noodzakelijkheid van de wedergeboorte, daar de mens in zijn val van God is afgevallen. In het verlossingswerk wil de Drieënige God de mens weer brengen van het grootste kwaad tot het hoogste goed. In het gisteren van de hele raad des vredes verkoor Hij zioh een gemeente ten eeuwige leven, in het heden volbracht Christus Jezus zijn verlossingswerk door Zijn borgwerk aan het kruis op Golgotha, en de Paasmorgen toe te passen aan de harten van Zijn volk, en niettegenstaande de ontrouw van het volk, zal Hij ook in de eeuwigheid Zijn trouw blijven betonen. Hij is en blijft dezelfde.
Op schone wijïze stelde ds. Van Wingerden de gemeente voor het laatst als eigen herder en leraar voor de ambtelijke bediening van de Heere Jezus Christus en Zijn werk als Profeet, Priester en Koning, daarbij verklarende, dat hij steeds getracht had, zij het met veel zonde en zwakheid, de volle raad Gods te verkondigen, daarbij niets achterhoudende en naar hij mocht geloven was z'n arbeid niet ongezegend gebleven, zij bet, dat zijn arbeid wel eens ploegen op rotsen bleek en ogenblikken van moedeloosheid zijn deel waren, kennelijk toonde de Heere hem op dat moment dat zijn arbeid niet ijdel was in de Heere. Uiteindelijk heeft een predikant niet naar de vruchten te zoeken. Die oordeelt, is de Heere. Doch, gemeente van Kockengen, wat hebt gij met die verkondiging gedaein ? Indien men onder al die roepstemmen Gods onbekeerd is gebleven, is dat smaadheid jegens Hem, Die u de noodzakelijkheid van bekering en geloof in Hem prediken liet. Met de liefde van zijn hart, ja tot tranens toe, heeft hij getracht de mensen te waarschuwen, te wijzen op de noodzakelijkheid yan het ontdekkende werk des Geestes en daarbij de gemeente voorstellende de dierbaarheid van de Priesterlijke bediening van de Heere Jezus Chris. tus. Nog is het het heden der genade. Zo gij Zijn stem dan heden hoort. Gelooft Zijn heil- en troostrijk Woord, Verhardt u niet maar laat u leiden.
Onder grote stilte en met diepe ernst werden de zo vermanende en troostvolle woorden van de scheidende predikant aangehoord. Na het dankgebed sprak ds. v. Wingerden vervolgens op hartelijke wijze toe de kerkeraad, de kerkvoogdij, de notabelen, de talrijke opgekomen ringcollega's en in het bijzonder de consulent ds. Th. van der Smit, van Maarssen, de plaatselijke Geref. predikant, ds. Hakman, de burgemeester en de gemeente, daarbij de gemeente ernstig vermanende dat zij toch niet gelijk de, gemeente van Laodicéa mocht zijn, noch koud, noch heet. Ook de verenigingen werden door hem toegesproken, waarbij hij in het bijzonder memoreerde hoe de Mannenvereniging wel de bijzondere liefde van zijn hart had. Ook de organist, koster, enz., werden toegesproken. Na de beëindiging van zijn toespraken werd ds. Van Wingerden toegesproken door ds. H. Pol, van Wilnis, namens de Classis, ds. Hakman als plaatselijk Geref. collega, die ds. Van Wingerden liet toezingen Psalm 119 vs. 9 (gewijzigd). ,
Ds. Th. V. d. Smit als praetor en consulent, die gewaagde van de vriendschapsbanden, die reeds eertijds in Brabant waren gelegd en nu verstevigd, terwijl tenslotte op ontroerende en gevoelvolle wijze ouderling Romein het woord tot ds. Van Wingerden richtte. Hij gewaagde van de zegen, die de Heere had willen schenken op de arbeid van de. scheidende predikant; hoe de Heere zich kennelijk niet onbetuigd had gelaten in de Avondmaalsbedieningen, hoe ds. Van Wingerden de gemeente steeds op klare wijze de twee wegen had gepredikt en met de hartelijke bede, dat God de Heere ook zijn arbeid in Harderwijk zal mogen zegenen, eindigde ouderl. Romein zijn welgemeende en hartelijke toespraak, terwijl hij de gemeente ds. Van Wingerden verzocht toe te zingen Psalm 37 vs. 2.
Van de gelegenheid om na de dienst van ds. en mevr. Van Wingerden afscheid te nemen, werd door zeer velen gebruik gemaakt.
Na een gezegende ambtsperiode van bijna 6 jaar door ds. Van Wingerden, wiens werk in de gemeente alom werd gewaardeerd, en die door zijn persoon zich de volle sympathie van z'n gemeente had verworven, ziet Kockengen thans weer met zorg de tijd van herderloosheid tegemoet.
Mede bij dit afscheid waren aanwezig de ringpredikanten ds. T. Langerak (Vinkeveen), ds. Th. van der Smit en ds. J. Vermaas (beiden te Maarssen), ds. P. Six Dijkstra (Breukelen), ds. H. Pol (Wilnis), ds. J. Kerekes (Waverveen) en de Geref. predikant te Kockengen, ds. Hakman.
Bevestiging en intrede Cand. J. Vos.
Het was een ongekende drukte in Goudriaan en Ottoland, toen cand. J. Vos, van Huizen, daar Zondag 17 April bevestigd werd en zijn intrede deed. In het overvolle kerkje hield ds. J. Vermaas, van Bodegraven, in Ottoland de bevestigingspreek. De tekst was 2 Tim. 2 VS. 8 : „Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, welke is uit den zade Davids, naar mijn Evangelie". Dit is het centrum van Gods Woord. Jezus staat hier vóór de naam Christus. Zeer bijzonder voor Timotheüs. Het is de bedoeling daarom om nadruk te leggen op het feit dat Hij is ingedaald in de verlorenheid van het menselijk geslacht. Maar Gods Kerk houdt geen dodencultus rondom 't graf van Jezus. Neen, Hij leeft. Dat Goudriaan een predikant krijgt is geen oppervlakkig voorzienigheidsidee, maar komt door Hem, Die tussen de kandelaren wandelt. In dit geestelijk testament van Paulus aan Timotheüs zegt Christus als het ware tot de gemeente : Gedenk Mijner. Wanneer èn Goudriaan èn Ottoland èn Cand. Vos hier gehoor aan zullen geven, zullen ze tezamen 'n blijde tijd tegemoet gaan. Deze gloedvolle, vurige prediking, ds. Vermaas zo eigen, werd onder doodse stilte aangehoord. Aan de plechtige handoplegging namen deel : ds. J. Vermaas te Bodegraven, ds. S. Julius te Streefkerk, ds. F. Anker, emer. predikant te Utrecht, tevoren te Goudriaan, ds. E. J. Eichhorn te Sliedrecht, ds. J. Zwijnenburg te Kinderdijk, ds. P. Westland te Waarder en ds. M. Bergsma te Eemnes-Buiten. De gemeenten zongen haar nieuwe predikant Psalm 20 vs. 1 toe.
Temidden van vele vrienden en bekenden, o.a. zeer velen uit Huizen, deed ds. J. Vos om 2 uur intrede te Goudriaan. Velen moesten de dienst staande volgen. Ds. Vos verbond zich aan zijn gemeente met Hand. 10 vs. 42 en 43 : „en heeft ons geboden den volke te prediken en te betuigen, dat Hij is degene, die van God verordineerd is tot een Rechter van levenden en doden. Deze geven getuigenis al de profeten, dat een iegelijk die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangen zal door Zijn Naam". Prediken geschiedt in goddelijke opdracht. Hij heeft het initiatief genomen om mensen in Zijn dienst te gebruiken. Petrus begint met een oordeelsprediking : Rechter van levenden en doden. Deze Rechter kan echter een Redder worden. Ontdekkende prediking mag nooit doel in zichzelf hebben. Van ellende alléén kan de mens niet leven. Er moet een wanhoop zijn aan zichzelf, maar tevens wanhoop naar het Leven. We moeten Christus in ons leven als Rechter leren kennen. Dan kan Hij tevens onze Redder worden. Anders zullen we Hem na dit leven als Rechter ontmoeten en dan zal 't te laat zijn.
Bewogen luisterde de grote schare naar deze uitnemende Schriftuurlijk-bevindelijke prediking.
Na het dankgebed volgden de toespraken tot de bevestiger, ds. Vermaas, de consulent ds. Julius, ds. Anker, tot de afgevaardigden van ring en classis, vooral ds. Zwijnenburg, kerkeraad, kerkvoogdij, burgemeester en wethouders, afgevaardigden der Geref. Kerk van Ottoland, G. T. S. V. , Voetius", catechisanten en jeugdverenigingen, ouders en gemeente
Ds. J. Vos werd op zijn beurt toegesproken door de consulent, ds. S. Julius, ds. J. Zwijnenburg namens classis Gorinchem, ds. F. Anker, cand. G. Westland, namens „Voetius", Burgemeester R. D. C. M. van Slijpe, tevens ouderling der gemeente, de heer C. Bons, namens Geref. Kerk van Ottoland en tenslotte door ouderling C. Korevaar, die verzocht de nieuwe herder en leraar toe te zingen Psalm 119 vs. 9 (gew.).
Deze onvergetelijke dienst werd tevens nog bijgewoond door ds. P. M. van Galen van Papendrecht, ds. D. V. d. Berg van Oud-Alblas en ds. J. C. Schuurman van Bleskensgraaf.
Goudriaan en Ottoland mogen wel zéér dankbaar zijn, zoals ds. Vermaas en ouderling Korevaar dat uitdrukten, voor zo'n Hemelvaartsgeschenk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's