De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

Evanston 1954, Rapporten van de tweede vergadering van de Wereldraad van Kerken. Uitg. Boekencentrum N.V., Den Haag ; 204 pag. Pocketuitgave ƒ 1.50.

Kampvuur der Kerken, Evanston 1954, door G. P. Klijn. Uitg. Boekencentrum N.V., Den Haag. ; 94 pag., prijs ƒ 1.50.

De officiële rapporten van de vergadering van de Wereldraad van Kerken worden ons hier aangeboden. De Oecumenische Raad van Kerken in Nederland spreekt bij een woord ter inleiding de hoop uit, dat deze rapporten zullen bestudeerd worden door allen, die de samenwerking en eenheid der Kerken ter harte gaat. Ds. Klijn doet een greep uit de bonte veelheid van de herinneringen van Evanston.

Voor de catechisatie.

Weinige woorden van W. a Brakel zijn zo bekend als zijn opmerkingen over de catechisatie : Ik kan niet zien, hoe een predikant met een goed gemoed kan leven en sterven, die zijn werk niet maakt van catechiseren. Dat geldt óok voor deze tijd met zijn steeds minder oog hebben voor geestelijke waarde en met het, over 't geheel der Kerk, slinkend aantal leerlingen. Het is daarom een goed werk, als aan de velen, die geroepen worden tot 't moeilijke werk van de catechese, hulpmiddelen worden aangeboden. De Raad voor de Catechese gaf 'bij het Boekencentrum, Den Haag, uit een serie boekjes voor catechisatie : I. Op nieuw spoor I, Oude Testament '52 pag., geïllustreerd, prijs ƒ 0.90) ; II. Op nieuw spoor, II, N. 'Test. (40 pag., prijs ƒ 0.75); III, Handleiding voor de onderwijzer en catecheet, bij deze deeltjes, 32 pag., ƒ 0.75) ; IV. Tot aan het uiterste der aarde (30 pag., ƒ 0.80). Werkschrift hierbij ƒ 0.60. Dit laatste uitgegeven in samenwerking met de Raad voor de Zending. Deze boekjes geven een volkomen nieuwe opzet voor de catechese; de bedoeling is om de werkzaamheid der leerlingen te stimuleren. Dat ook de Zending een aparte plaats ontvangt in de catechese, is zeer te loven.

De boekjes maken een keurig verzorgde indruk, zijn op zeer goed papier gedrukt en ik denk wel, dat zij hun weg zullen vinden. Ettelijke dingen zouden wij wel anders willen lezen. Ik noem slechts het begin : na een kort overzicht over de betekenis van de Bijbel, een uitnemend uitgangspunt is Joh. 5 VS. 39, begint het Oude Testament bij Genesis 12.

In de zomertijd, waarin de catechisaties stilstaan, althans op zeer veel plaatsen, zal het een goed ding zijn, als wij ons op onze methode van catechiseren bezinnen met behulp van de nieuwste hulpmiddelen ; het werk kan het alleen maar ten goede komen.

De Psalmen, vertaald en verklaard door dr. J. Ridderbos-. N.V. Uitg. Mij. J. H. Kok, Kampen, 424 pag. Prijs geb. ƒ 18.50.

In de vorige eeuw schreef Vigouroux, dat er ongeveer 1200 verklaringen waren op het boek der Psalmen. Ook al houden we er rekening mede, dat vele van deze commentaren slechts een deel der psalmen behandelen, toch blijft waar, dat het boek der Psalmen het meest verklaarde gedeelte is van het Oude Testament. In de laatste tijd is de belangstelling voor de psalmen niet afgenomen, getuige, afgedacht nog van de vele monografieën over vragen aangaande de psalmen, b.v. de commentaren van Eerdmans (1947), Leslie (1949), Podechard (1949), Kissane (1953). Een grote Nederlandse commentaar hadden we tot nu toe niet. In deze leemte voorziet het grote werk van prof. Ridderbos, dat in de serie Commentaar op het Oude Testament bij Kok te Kampen verschijnt en, waarvan we hier het eerste deel hebben, dat de psalmen 1-41 behandelt. Het gehele werk zal in drie, delen compleet zijn en in het derde deel zal een algemene inleiding worden opgenomen. Ik heb diep respect voor de ernstige, degelijke, wetenschappelijke behandeling van de veelseins moeilijke vragen van vertaling en verklaring. Wat Haller van Kónig zegt: hij kleeft aan de masoretische tekst, zouden we ook van Ridderibos kunnen zeggen. De schrijver heeft daarin de wind mede, want de geleerden hebben in deze tijd veel meer vertrouwen in de overgeleverde tekst dan vroeger wel het geval is geweest. Schr. is zeer zuinig met afwijkingen. Met de Statenvertaling en de nieuwe vertaling van het Ned. Bijbelgenootschap houdt schrijver vast aan de oude tekst van b.v. Ps. 38 : 20 ; ook Ps. 2 : 12 vertaalt hij met het N.B.G. : Kust de zoon opdat hij niet toorne, — tegenover bijna alle modernen. Met de nieuwe vertaling leest hij Ps. 35 : 3 strijdbijl, in plaats van sluit de weg toe van de Statenvertaling. Terecht heeft hij het „ons" in Ps. 12 : 8 van de nieuwe vertaling niet overgenomen. Uit de aard der zaak vinden we wel afwijkingen en veranderingen, dat kan moeilijk anders. Tegen Statenvertaling en vertaling N.B.G. leest schrijver : mijn tong was veranderd als zomerdroogte (Ps. 32 : 4). Anders ook dan Statenvertaling en N.B.G. Ps. 22 : 16 : Droog als een potscherf is mijn keel. Ik geloof niet, dat de vertaling van het moeilijke vers Ps. 32 : 9b opgaat: die met hun tuig, met toom en gebit moeten worden beteugeld. — Het woord woekerplant van de N.G.B, heeft schr. niet overgenomen. In Ps. 29 : 9 heeft schrijver met het N.B.G. het lelijke : ontschorste wouden. Met Bertholet e.a. vertaalt schrijver in Ps. 7:6; 16 : 9, 30 : 13 (zie ook 57 : 9, 108 : 2) mijn ziel, mijn gemoed, in plaats van mijn eer van de Statenvertaling. Of hier wel tekstwijziging nodig is, betwijfel ik met Pedersen ; ik denk ook aan Ps. 4 : 3. Schrijver gaat zelfstandig zijn weg. Hij legt sterke nadruk op het canoniek gezag van de opschriften en gaat uit van 't Davidische auteurschap van de Psalmen met het opschrift van David. Hierover handelt schrijver vrij uitvoerig in een appendix. Ook de andere aanhangsels, die bedoelen vooruit te grijpen op de inleiding zijn van grote betekenis : over de nieuwere opvattingen, inzake de psalmen en over de vloekgebeden in de Psalmen. Bij dit laatste miste ik verwijzing naar en uiteenzetting met H. Ubbelohde, Die Fluchpsalmen und Alttest. Sittlichkeit (Breuslau, 1938). Ik geloof, dat achter de vloekgebeden iets ligt van de belofte : Ik zal zegenen, wie U zegenen en wie U vervloekt, zal ik vervloeken. — Telkens komt aan de orde de vraag naar de verhouding van de Psalmen en het N.T. in verband met het rijkere licht, dat in de Nieuwtestamentische heilsibedeling aan de Kerk is geschonken. Ik denk aan wat Luther zeide, hoe elk woord in het Oude Testament boven zichzelf uitgrijpt  terecht beroept schrijver zich op Calvijn, voor wie de uiterlijke waarden , , voorbeelden" zijn. In dit verband kunnen we hier niet op ingaan. Wel heb ik voortdurend het gevoel, dat we hier niet klaar zijn, ook als ik zie, hoe b.v. Calvijn over verwarring des Geestes bij deze en gene psalmist spreekt (schrijver noemt Ps. 39).

Dit boek betekent een aanwinst voor onze theologische bibliotheken ; het ontbreke in geen enkele pastorie. Het stimulere velen tot voortdurende schriftstudie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's