De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

6 minuten leestijd

Vacantie. — Zodra het voorjaar in het land is, de zon kracht begint te krijgen en de natuur begint te ontwaken, krijgt jong en oud de vacantie in het hoofd. En zelfs al is deze voor velen nog behoorlijk ver, de plannen worden reeds gemaakt en de voorbereidingen getroffen. Men kan dat aan alles zien. Zelfs kerkelijke bladen en bladen die vooral de geestelijke opbouw van hun lezerspubliek op het oog hebben, verschijnen nu met aankondigingen van vacantiereizen, die ze voor hun bepaalde kring organiseren, ook degenen, die dat voorheen nooit deden en waarvan men zulks het allerminst zou verwachten, 't Zijn vooral dominees en schoolmeesters, die daartoe het initiatief nemen, en misschien is dat wel te verwachten, want, behalve dat zij geacht worden leiding te geven omtrent alle dingen, die het tijdelijke en geestelijke leven aangaan, zijn zij het ook die de vacantie vermoedelijk het hardst van node hebben en er het allermeest naar verlangen. Dat behoorde wellicht alzo niet te zijn, want zij moesten ten allen tijde volijverig en overvloedig zijn in het hun aanbevolen werk, maar zij zijn ook hierin zwak van moed en klein van krachten en stof van jongs af aan geweest. En een tijdelijke onderbreking van de arbeid en van de dagelijkse levenszorgen is voor ieder nodig om uit te rusten en te ontspannen om nieuwe krachten op te doen, maar ook om met nieuwe indrukken verrijkt te worden, die straks de arbeid weer ten goede komen.

In dat opzicht is de vacantie een noodzakelijk en heerlijk ding, al Is dat niet voor ieder zo, want niet ieder kan vacantie houden. Voor velen is ze een moeizaam probleem, ze weten er eigenlijk geen raad mee, ze knoeien er maar wat mee om, worden er nog vermoeider door dan van het gewone werk en zijn eigenlijk maar blij, als ze weer aan de slag kunnen. Zij zijn niet de echte vacantiegangers, omdat ze. er innerlijk niet rijp voor zijn. Ze zijn niet bij machte uit hun dagelijks sleurgang uit te breken, terwijl zij het misschien juist daarom zijn, voor wie de nieuwe indrukken het hardste nodig zijn.

Maar voor anderen is 't juist andersom. Voor hen is de vacantie de heerlijkste tijd van het jaar. Ze leven er a.h.w. op, ze werken er het hele jaar op aan en hebben er meer behoefte aan als aan het dagelijkse brood. Voor hen begint het leven pas als ze preekstoel of school of werkplaats vaarwel kunnen zeggen en de wijde wereld kunnen ingaan.

De beste vacantiegangers zullen wel zij zijn, die een jaar lang met lust en liefde en met inspanning van al hun krachten gewerkt hebben en dan die arbeid voor enkele dagen of weken mogen staken om uit te rusten naar geest en lichaam, niet in de vorm van niets doen, maar om te kunnen ademhalen met blijdschap in de volle levensruimte en nieuwe ervaringen te verwerven om voort te kunnen varen tot de nieuwe levenstaak.

Welk een vreugde dan om na volbrachte arbeid de koffers te mogen pakken, de deuren achter zich te sluiten, de spanning en de sleur van alle dagen te laten varen en op weg te tijgen per auto, bus of trein of misschien zelfs per boot, de schoonheid van het eigen land te gaan zien en van vreemde landen, alle zorgen en vermoeidheden en zelfs bitterheden van de laatste dagen of maanden te voelen afglijden, zodra de trein zich in beweging zet of de boot van de wal losgaat of de landsgrenzen worden gepasseerd, en vrij te zijn van alles wat een mensenhart maar bezwaren kan, vrij, óok van zich zelf. Om dan voort te gaan naar nieuwe en onbekende oorden, landen te zien en zeeën, bergen en heuvels en dalen en afgronden, beken en rivieren, misschien zelfs oceanen en woestijnen. Overal de grote werken van de schepping te aanschouwen en klein te worden onder de majesteit van de grote Schepper aller dingen, die heel deze wondere schoonheid heeft voortgebracht door 't Woord van Zijn almacht. Daardoor verrijkt en verkwikt te worden naar de geest, rust en vrede te hebben en als een nieuw en herboren mens te worden naar ziel en lichaam beide. Uit te staren over mateloze watervlakten, het licht der zon te zien en het eindeloos wisselende kleurenspel op de golven, de wilde kreet der meeuwen te horen, de zon te zien opgaan en weer ondergaan in de zee met onbeschrijfelijke kleurenpracht, haar te zien stralen met haar laatste schijnsel tegen de lichte wolken als op de straten van de gouden ??? ervaren die neerdaalt op de aarde en in 't hart, de maan een brede, gouden vore te zien trekken over het water in de nacht. Telkens weer af te varen van de ene kust om voort te gaan tot de andere met altijd nieuwe verwachtingen. Om te dwalen door vreemde steden met schone bouwwerken, oud en modern, kennis te maken met andere volken, mensen, gewoonten, voort te jagen langs eindeloze wegen, hoge bergen te beklimmen en af te dalen in de valleien of te dwalen door stille bossen en langs vredige heuvels, testaan en uit te staren over eeuwenoude canyons, neer te zitten aan het strand der zee, te zwemmen in de golven. Dan weer stil te gaan langs oude wallen van een middeleeuwse stad, langs kastelen en ruïnes en onder grijze torens, waar de eeuwen spreken, waar in vroeger tijden ridders en jonkvrouwen, graven, hertogen, koningen, hoog te paard gezeten, de schittering van harnassen en gewaden ten toon spreidden, en waar nu die kleurenpracht wel lang verdwenen is, maar waar toch de geest van het verleden nog rondwaart en waar nu alles van een oeroude en bezonken schoonheid overtogen is, die stil tot de verbeelding spreekt, vooral wanneer de avond valt over de wallen en vestingen en torens en een tere nevel uit bossen en weilanden rondom opkomt en alle vormen en geluiden verzacht en verstilt. Of de wonderen te zien van de moderne techniek, bruggen, viaducten, vliegvelden, boortorens, wolkenkrabbers

Er is zoveel te zien en te beleven op deze aarde, die de kinderen der mensen gegeven is om te bewonen. En het kan hen, wie het geschonken is deze schoonheid met een stil gemoed te ondergaan, zo diep onder de indruk brengen : , , Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt ? "

Om dan weer voort te kunnen met verzadigd gemoed, lang levend en terend op herinneringen aan al het nieuwe en schone dat diep is doorleefd en een blijvend bezit is geworden voor alle verdere jaren. Misschien ook een beetje bedroefd om al wat leeg laat beneden, omdat het nooit kan verzaden de diepte behoeften van het menselijke hart, en ook daardoor temeer geleerd na elke ervaring : , , A wiser and a sadder man !"

Men vergeve voor ditmaal de ontboezeming van een kroniekschrijver, die deze regels schreef ver van godsdienstige kranten en kerkbodes in een oude stad tussen aloude bergen en eeuwige heuvelen, met geen andere inspiratie dan zijn eigen emoties.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's