Worden gelijk de kinderkens
En Jezus, een kindeke tot zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen en zeide : Voorwaar zeg Ik u : indien gij u niet verandert en vrordt gelijk de kinderkens, zo zult gij het koninkrijk der hemelen geenszins ingaan. Mattheüs 18 vs. 2 en 3.
Zo juist is de Heere Jezus aangekomen in een huis te Kapernaüm met Zijn discipelen. Bestoft en bezweet van de reis door Galilea. Zij rusten wat uit van de vermoeienis.
Maar toch is het alsof de echte rust er niet is. Het is net alsof er iets is, dat uit de weg geruimd moet worden.
De Heere Jezus kijkt hen onderzoekend aan en zegt : , , Waarover hebben jullie het onderweg zo druk gehad met elkander ? "
Er komt geen antwoord.
Strak kijken ze naar de grond.
Want zij hebben reden om zich diep te schamen, nu blijkt dat Jezus er alles van afweet.
Terwijl zij voortwandelen over de weg, hebben zij achter de rug van hun Meester ruzie gekregen over de vraag, wie de meeste was.
En geen van allen wilden zij toegeven. Want ieder dacht diep in zijn hart: , dat ben ik.
Daar zitten dan de twaalf jongeren met het schaamrood op het gezicht.
En wat doet Jezus nu ?
Hij ziet daar ergens in dat huis een kind bezig met zijn spel, verdiept in de grote dingen van de kleine kinderwereld.
, , Kom eens even hier, jongetje!" Enkele seconden later staat 't ventje midden in de kring van die grote mannen. Eenvoudig, verlegen en onder de indruk. Zo'n klein ventje temidden van grote mannen met hun lange klederen en baardige gezichten, maar die zo juist getwist hebben over de vraag, wie de meeste van hen was.
, ; Kijk eens, discipelen, indien gij u niet verandert, zo zult gij in het koninkrijk der hemelen geenszins ingaan" Wat een beschamende les.
Ook voor óns!
Indien ook wij ons niet veranderen en worden gelijk de kinderkens, zo zullen wij in het koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.
Dus hier is een zaak, die beslissend is voor eeuwig wel of wee. En ons hart mag dus wel heilbegerig vragen : wat bedoelt Christus hier dan toch ?
Hij bedoelt het kinderlijke, het eenvoudige, het oprechte van een kind. Dus juist datgene, waarom wij onze kinderen zo bijzonder liefhebben. Zij zijn wel eens ondeugend en lastig, maar wat zijn ze spontaan. Zij doen net zoals ze zijn, zij spelen geen comedie, althans niet op de geraffineerde manier van de volwassenen ; ze zeggen wat ze denken. Wat zijn ze afhankelijk en vol vertrouwen op hen, die hen verzorgen.
Zo moeten wij worden.
Want wij zijn het van nature niet. Sinds het rampzalige ogenblik, toen wij ons in het paradijs losrukten van God, hebben wij de plaats van het kind versmaad en zijn wij doordrongen van de hartstocht om groter te zijn dan God en de naaste.
O, Heere, doorlicht ons hart en leven met Uw Heilige Geest, opdat wij het maar weten mogen. Ontdek ons aan onszelf met Uw heilig licht. En geef ons een kinderlijk hart!
Maar nu een andere vraag.
Kunnen wij ons wel veranderen ?
Als er betrekkelijk kleine dingen in ons leven scheef gegaan zijn, hebben we dikwijls al grote moeite om ze weer in het gelid te brengen. Maar wie zal het presteren zichzelf zó te veranderen dat hij de kinderkens gelijk wordt? Wie kan zijn ziel, zijn overleggingen, zijn verstand, zijn innerlijk, zó omzetten? Wie door de ernst van dit tekstwoord gegrepen wordt, staat hier weer voor wat hij zelf niet kan en wat toch nodig is om het koninkrijk der hemelen in te gaan.
Die voelt zich in de greep van Gods eis en in de greep van zijn eigen onmacht. Heel het geestelijk leven van Gods kinderen beweegt zich tussen de polen van het moeten en niet kunnen. Als iemand deze regels leest, die door de Heilige Geest overtuigd werd van de noodzakelijkheid om de kinderkens gelijk te worden, dan leeft in zijn hart de alies'beheersende vraag; Hoe raak ik toch kwijt, dat ellendige grote mensenhart, dat net zo groot als God wil zijn en dat zich mijlen ver verheft boven de naaste ?
Daar is wedergeboorte voor nodig. Genade van Gods Geest.
De genade des Heeren brengt ons dat gelijk werden aan de kinderkens. En nooit genoeg kan het woord van de Catechismus herhaald worden dat zegt: deze genade en deze Geest schenkt God aan diegenen, die Hem met hartelijk zuchten zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.
Als het er ons maar eens werkelijk om te doen mag zijn. Als het maar eens nood geworden is.
Het worden als de kinderen begint tenslotte in de binnenkamer, als de grote mens voor God op de knieën komt. Zó 'biddende, worden wij klein, maakt de Heere ons klein, gelijk aan de kinderen. Zó vindt de grote verandering plaats, die ons het koninkrijk der hemelen doet ingaan.
**
De waarheid van dit tekstwoord moet levenspractijk zijn bij Gods volk. Het is in deze hoogmoedige wereld een weldaad mensen te mogen ontmoeten, die de ander uitnemender achten dan zichzelf. Dan is de vraag, wie de meeste is, verdwenen en geven zij zich in eenvoudige dienende liefde aan anderen.
Het is een droeve schande voor ons als kerkelijke mensen, het is een zware schuld voor het volk van God, dat dit zo weinig gevonden wordt. Het is een droeve aanklacht dat de kerk zich vaak zo weinig onderscheidt, van do wereH, ja, het soms nog erger maakt dan de wereld.
Die eenvoud en oprechtheid tegenover elkander kan alleen maar wortelen in eenvoud en oprechtheid tegenover God. En die werkt de Heere in het hart van Zijn volk door de wondere werking van Zijn Geest, als hun verwachting maar van Hem is. Dan komen u en ik, en ieder die dat kennen mag, tot de Heere met ootmoed, als het kleine kind, dat eerlijk aan zijn vader en moeder komt vertellen dat het zijn kleren gescheurd heeft en zijn speelgoed kapot gemaakt.
Dan komen wij aan de Heere oprecht belijden, dat wij ons leven gescheurd hebben en onze ziel stukgemaakt door de zonde.
Die oprechte kinderlijke schuldbelijdenis komt door de Geest, die de Geest der waarheid is en die zonder aanzien des persoons aan het licht brengt wat in ons nadeel is en ons van onze schuld dringend en onherroepelijk overtuigt.
Ziet u, dat eenvoudige, hartelijke, oprechte schuld belijden aan God kunnen alleen de mensen, die de kinderkens gelijk werden.
Maar.... wat moet en mag er nu volgen op deze kinderlijk oprechte schuldbelijdenis ?
Het hartelijk, kinderlijk vertrouwen, dat nochtans God, zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade, mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent.
U zult misschien zeggen : dat is zo maar ineens een héle stap.
Gaat dat maar zo, ligt dat maar zó voor het grijpen ? Is het niet zó, dat wij jaren en jaren daarop moeten wachten, of dat vertrouwen pas komt bij het naderen van de dood?
Ik wil niet ontkennen, dat het heel vaak zo is. Maar moet ook de practijk van het geestelijk leven van Gods volk niet getoetst worden aan het heilig Woord ?
Al het blijven voorttobben in de donkerheid, in het geklaag, in de ongetroostheid, is het gevolg van het feit, dat wij ook in geloof en vertrouwen niet gelijk worden aan de kinderen.
Dat ontbreekt.
Als een vader erg boos geweest is op zijn kind, omdat het kwaad gedaan had, maar daarna zegt: , , Jongen, dat had jij verdiend en je moogt het nooit meer doen, maar ik hou weer heel erg veel van je !" Wat dan ?
Dan aarzelt het kind geen moment.
Dan gelooft dat kind dat het waar is, omdat vader het zegt. Dan vlieg't dat kind vader in de armen. Alles is weer goed, want vader heeft het zelf gezegd.
Worden gelijk de kinderkens.
Och, dóé het nu eens als een kind. Vader heeft het zelf gezegd.
Hij is het, die ons Zijne vriendschap biedt. Hij handelt nooit met ons naar onze zonden !
Gelijk een vader zich ontfermt over de kinderen, ontfermt zich de Heere over die Hem vrezen.
De Heere Jezus heeft de vermoeiden en beladenen graag spoedig aan Zijn hart. Wat die vermoeiden en beladenen van Christus scheidt, is net die éne stap van het kinderlijk geloof.
Een bekommerd hart vindt dit veel te gemakkelijk en veel te eenvoudig.
Ja, dat is nu juist uw struikelblok. Als gij niet wordt als de kinderkens, komt gij er nooit!
U bent zo kinderlijk klein van uzelf gaan denken. Ziet nu het - vvonder, dat de Allerhoogste zich nederbuigt naar de allerlaagste, in ontferming en in genade. Worden gelijk de kinderkens betekent: eenvoudig en oprecht een dikke streep halen door onze eigen werken, onze beste werken beschouwen als een wegwerpelijk kleed.
En maar één ding overhouden : genade. Genade, die de Heere u schenkt en toepast aan het hart, op grond van Christus' verdienste alleen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's