Terugblik over tien jaar
In deze dagen, waarin de vrijheid, die we tien jaar geleden terugkregen herdacht wordt zal wel niemand dit onderwerp misplaatst vinden. Toch heeft deze herdenking mij niet in de eerste plaats gestimuleerd tot het schrijven van dit overzicht. In de eerste plaats ben ik gedrongen tot dit schrijven door persreacties naar aanleiding van het jongste mandement en door dit mandement zelve. Het is me namelijk gebleken, dat verschillende lieden de historie van de laatste tien jaar nu al vergeten zijn of wel, dat zij er liever maar niet aan herinnerd worden. Zowel het een en ander acht ik heel verkeerd, temeer, daar ik heb opgemerkt dat het jongste mandement niet naar zijn werkelijke geest beoordeeld wordt.
Deze geest leert men niet kennen, als men alleen maar het stuk leest; neen, men behoort dit te zien in het licht van de ontwikkeling op kerkelijk en politiek terrein gedurende de laatste tien á vijftien jaren. Daarom is het hard nodig dat we beginnen deze historie, althans de belangrijkste hoofdlijnen ervan, naar voren te halen.
We zullen tot een rechte onderwijzing zowel het kerkelijk, het geestelijke terrein hebben te bezien, als het politieke. Met welk we beginnen doet niet zoveel ter zake, het een grijpt in in het andere. Het gaat toch om dezelfde mensen, die politiek en kerkelijk beïnvloeden en beïnvloed worden.
Na de bevrijding trad de Nederlandse Volksbeweging op, die gans andere gedachten propageerde dan in onze kring gangbaar waren. Men wenste vooral de nadruk te leggen op de eenheid van het volk, de oude christelijke politiek paste niet meer in deze nieuwe tijd, de klassenstrijd moest verdwijnen, christendom en humanisme moesten op politiek terrein gaan samenwerken. We zullen eens in herinnering brengen, hoe dit werd uiteengezet. Onder mijn oude paperassen vond ik weer de oproep met korte toelichting van de N.V.B., die in 1945 verscheen. Wie wat bewaart heeft wat en kan er veel aan hebben, als hij het nog eens naleest.
Daarin lees ik, dat de N.V.B, uitgaat van de overtuiging:
dat de tweede wereldoorlog voor alle volkeren de afsluiting betekent van een oud tijdperk der wereldgeschiedenis, tevens het begin van een nieuwe periode : economisch, sociaal, politiek en geestelijk is de wereld grondig veranderd en stelt zij aan enkeling en gemeenschap nieuwe eisen ;
dat ons Nederlandse volk, zowel voor de arbeid aan eigen nationale gemeenschap als voor het behouden van een waardige plaats in de rij der volkeren, bovenal nodig heeft een geestelijke vernieuwing, gevoed uit de levende bronnen van Christendom en Humanisme, die steeds onze volkskracht hebben gestempeld ;
dat fundamenteel in deze vernieuwingswil behoort te zijn de eerbied en verantwoordelijkheid voor de mens, die slechts in dienst aan een hechte, rechtvaardige en bezielde gemeenschap tot ontplooiing komt (personalistisch socialisme) ;
dat alle gebieden van het menselijk leven gebonden zijn aan de normen van barmhartigheid, gerechtigheid, waarheid en naastenliefde, die naar het Evangelie in Gods wil gegrond zijn, maar ook in andere dan Christelijke overtuiging worden gegrond — waaruit volgt een onvoorwaardelijke verwerping van volk, staat, ras en klasse als het hoogste goed in de samenleving, evenals van alle geestelijke dwang als middel tot gemeenschapsvorming.
In de toelichting wordt nog gezegd, dat de N.V.B, niet wil ontkennen, dat er een innig verband bestaat tussen diepste geloofsovertuiging en politieke keuze, zij is niet blind voor het grote emancipatiewerk, dat R. K. en A. R. partij hebben verricht voor de achter hen staande bevolkingsgroepen. Voor de problemen na 1920 en de huidige problemen is de Christelijke antithese volstrekt verouderd en vertegenwoordigt zij dus een reactionaire rem. De beweging wil noch christelijk, noch neutraal zijn. De gestelde normen verbinden christenen aan een christelijke belijdenis, maar anderen aan een humanistische overtuiging of aan de Joodse Godsdienst. Zij wil Christenen en niet-Ohristenen als geheel volwaardige medewerkers aan de taak der vernieuwing aanvaarden, daarbij aan de Kerk geheel latende wat haar roeping is. Uit deze steling volgt vanzelfsprekend, dat genoemde groepen hun diepste overtuiging niet in bloedeloze neutraliteit behoeven te verbergen, maar haar ten volle in hun arbeid aan de Volksbeweging tot uitdrukking moeten laten komen. Mi is daarbij de inhouden en de geldigheid der normen dezelfde zijn.
Reeds in 1945 werd onzerzijds hiertegenover al opgemerkt, dat dit woordje mits de absoluutheid van het christendom beperkt. Die normen betekenen voor de humanisten niet meer dan wat we het , , pad der deugd" zouden kunnen noemen, De christelijke normen betekenen echter veel meer, een christen is dan in de N.V.B, verplicht zich aan te passen, of hij staat alleen, zoals de practijk in de P.v.d.A. ondertussen al geleerd heeft.
Humanisme en Christendom zijn volstrekt tegengesteld, de eerste stelt de mens in het centrum, de tweede God en Zijn Woord. Wij belijden, dat Jezus Christus de Heere is. Ook in de politiek. Over heel ons leven oefent Hij Zijn heerschappij uit. Alles eist Hij op. Wij willen trouw blijven aan onze beginselen. Wij willen strijden met open vizier. Wij schuwen alle tweeslachtigheid.
In een plaatselijke discussie werd reeds in 1945 door mij geschreven :
Is het u niet bekend, dat ondanks de waardering voor het wegvallen van de Synodale organisatie van 1816 er ernstige bezorgdheid is over de gang van zaken ?
Is het u niet bekend, dat de woorden , , op de bodem van Schrift en Belijdenis" door vrijzinnigen zodanig worden uitgelegd, dat men vrij is te denken over Schrift en Belijdenis, zoals men zelf verkiest, in schrille tegenstelling
met de mening der Synode van Dordt ? Is het u niet bekend, dat ds. Voorsteeg een open brief tot de kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Den Haag gericht heeft, waarin o.m. gezegd wordt:
, , Er dreigt naar mijn diepste overtuiging ernstig gevaar voor onze kerk, wanneer de gedachtengang, waardoor Gemeente-Opbouw geleid wordt, algemeen ingang zou vinden en wanneer de ideeën, door Gemeente-Opb. voorgestaan, werkelijkheid zouden worden. Gemeente-Opbouw zal — zal zijn arbeid waarlijk tot heil van de Gemeente, van Kerk en Volk zijn — het roer moeten wenden, om duidelijk te gaan koersen op het kompas van Gods Openbaring, ons in de Heilige Schrift gegeven. Die koers kan ik bij Gemeente-Opbouw, zoals het zich tot hiertoe heeft voorgedaan, niet vinden. Het bezwaart mij en velen met mij en geeft reden tot ernstige ongerustheid".
Is het u niet bekend, dat men niet alleen in Geref. Bondskringen bezwaren heeft tegen de eenzijdigheid, de oppervlakkigheid, de onbelijndheid bij Gemeente-Opbouw ?
Is het u niet bekend, dat ds. P. van der Kraan, Ned. Herv. pred. te Den Haag, een brochure schreef over , , Enkele bezwaren tegen Gemeente-Opbouw", waarin hij betoogt, dat rechtzinnig en vrijzinnig in de kerk niet kunnen samengaan en niet tot overeenstemming kunnen komen, maar dat het tot een keuze tussen beide moet komen ?
Is het nog niet tot u doorgedrongen, dat er een nauw geestelijk verband bestaat tussen de N.V.B, op politiek terrein en de actie van Gemeente-Opbouw op het terrein van de Ned. Hervormde Kerk ? Is het u intussen nog niet duidelijk geworden, dat in de Ned. Hervormde Kerk de waarheden overeenkomstig Schrift en Belijdenis in Gemeente-Opbouw ernstig gevaar lopen evenzeer op het terrein der politiek de Christelijke beginselen voor het staatkundig leven in de N.V.B, gevaar lopen ?
Wij wenden ons niet bij voorbaat af, maar wij keren ons tegen u, omdat wij deze zelfde geest gevaarlijk achten voor Kerk en Staat, omdat wij van oordeel zijn, dat zowel in Kerk en Staat het alleen wèl zal gaan, als daarin Gods Woord, opgevat overeenkomstig onze Belijdenisgeschriften, richtsnoer zal zijn. Deze peroratie was gericht tot de N.V.B., zoals uit het verband duidelijk zal zijn.
We komen hiermede onwillekeurig van de politieke doorbraak tot de geestelijke. Om dit artikel niet te lang te maken, zullen we met de bespreking er van wachten tot een volgend nummer. Echter willen we nog even noemen een aantal namen van hen, die de oproep van de N.V.B, hebben ondertekend. Wij vinden onder hen : dr. W. Banning, ds. J. J. Buskes, dr. E. Emmen, ds. K. O. Finkensieper, dr Ph. J. Idenburg, prof dr. H. Kraemer, prof. dr. G. van der Leeuw, mr. J. J. Schokking, mr. G. E. van Walsum, C. Kleywegt, ds. G. P. Klijn, G van der Ley.
Deze lijst kan reeds een en ander toelichten, wat hierboven in 1945 werd betoogd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's