De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN NOODOPLOSSING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN NOODOPLOSSING

10 minuten leestijd

De noodoplossing, waarover wij het in dit artikel zullen hebben, is er ene door de Generale Synode der Ned. Hervormde Kerk voorgesteld en door haar ter consideratie toegezonden aan. de Kerkeraden en Classicale Vergaderingen. Zij betreft, om het huiselijk te zeggen : de minderheidsgroeperingen in de kerk.

In 't stuk, dat de Synode aan de Kerkeraden en aan de Classicale Vergaderingen toezond wordt weliswaar die benaming niet gebezigd. Het spreekt — in de „Toelichting" — alleen maar van , , belangrijke groepen". Maar ieder, die 't Synodale schrijven — No. 000/1094 om nauwkeurig te zijn — heeft gelezen, weet, dat de oplossing hierin voorgesteld, de dusgenaamde , , minderheidsgroeperingen" op het oog heeft. Om voor deze groepen meerdere , , levensruimte" te scheppen, stelt de Generale Synode voor :

a. in overgangsbepaling 235 van de Kerkorde enkele woorden in te lassen ;

b. overgangsbepaling 238 uit te breiden met 8 nieuwe bepalingen, aangegeven als 238a—h.

Met deze formele aanduiding wil ik, voorlopig althans, volstaan. Waar nodig, geef ik in het vervolg wel citaten.

Wat houdt nu de , , noodoplossing", gevat in het kader, dat ik hiervoor beknopt weergaf, eigenlijk in ?

Als ik zeg een stap verder de weg op, die voert tot wat men wel eens aanduidt als : , , ecclesiola in ecclesia", d.i. het kerkje in de kerk, zal dit van verschillende zijden wellicht tegenspraak uitlokken. Toch moet het m.i. zo gezien worden. Men oordele zelf.

Onder bepaalde voorwaarden en zekere waarborgen, wordt in het Synodale voorstel een weg gewezen waarop , , een aantal lidmaten (ener gemeente, wijfcgemeente of centrale gemeente) — invoeging in overgangsbepaling 235 — dat verklaart binnen de grenzen van artikel X der kerkorde behoefte te heb­ben aan een andere modaliteit van prediking en catechese, dan ter plaatse wordt gevonden", kan komen tot een zekere zelfstandige gemeente, naast de bestaande hervormde gemeente. Overgangsbepaling 238a spreekt in dit verband van , , een noodvoorziening, telkens voor een periode van vijf jaren, doch uiterlijk tot 1 Januari 1965". Deze , , noodvoorziening" wordt dan getroffen „Voor de bediening van Woord en Sacramenten, de opneming onder de belijdende leden en de bevestiging en inzegening van huwelijken".

In overgangsbepaling 238b wordt aangegeven, hoe een dergelijk „aantal lidmaten" onder leiding en supervisie van , , de provinciale Kerkvergadering, ten deze doende wat des kerkeraads is, een aan haar verbonden predikant. .. . beroept en nevens deze een commissie aanwijst. ... welker leden fungeren als , , buitengewone ambtsdragers". Met deze aanhalingen uit het betreffende stuk meen ik de , , noodvoorziening" in haar kern te hebben weergegeven.

Men ziet het : , , een aantal lidmaten" kan zich als een soort aparte gemeente construeren, een eigen predikant ontvangen, en , , nevens deze een commissie aangewezen krijgen, welker leden fungeren als buitengewone ambtsdragers". Van alle eigenaardige formuleringen ontdaan, laat een en ander ons heel eenvoudig zien : een gemeente met predikant en kerkeraad.

, , Een noodoplossing", , , een noodvoorziening" wordt dit genoemd. In die beide uitdrukkingen treft ons wel allereerst het woord : nood. Die moet wel niet gering zijn, als ze de Generale Synode dringt tot deze voorstellen. Het moet haar heel wat zelfoverwinning gekost hebben om deze , , oplossing" aan de kerk aan te bieden. Het betekent immers prijsgeven van een ideaal, waaruit heel de reorganisatie, die per 1 Mei 1951 haar beslag kreeg, is opgekomen ; een ideaal, dat aan heel de actie van , , gemeente-opbouw" ten grondslag was, die daarvan het drijvende beginsel vormde.

Het kan voor niemand, die met de actie voor kerkherstel of reorganisatie heeft meegeleefd, een raadsel zijn op welk ideaal of beginsel wij doelden. Het reorganisatiestreven heeft zich in al zijn verschijningsvormen steeds weer laten bezielen door het ideaal van de ene Christus-belijdende volkskerk. En nog immer is dit het parool in alle actie, die bedoelt, dat de kerk meer en meer kerk worde.

, , Gemeente-opbouw" heeft met aanvaarding van deze doelstelling vooral het accent willen leggen op de eenheid, of misschien juister de éénwording der kerk en door de totstandkoming der Kerkorde de torpedering van de , , hotelkerk", gelijk men de kerk onder het oude reglement pleegt te noemen, beoogd.

En als we nu aan deze idealen het in de , , noodoplossing" aangebodene gaan meten, dan betekent die oplossing op zijn minst een prijsgeven van een wezenlijk element der met élan en enthousiasme gepropageerde idealen. Nu vergeet ik niet, dat de kiem hiervoor reeds ligt in de ongewijzigde overgangsbepaling 235. In Harderwijk b.v. is daarvan reeds een bewijs geleverd.

Maar de , , noodvoorziening" gaat veel verder. Ze geeft steun aan een zekere gemeentevorming, eigen predikant met nevens zich „een commissie, welks leden fungeren als amibtsdragers". Hier is de weg opengesteld, die voert tot een voortgaande oplossing van de eenheid der kerk, gelijk nnen zidh die voorstelde, gelijk ze gestalte ontving in de Kerkorde.

De Synode biedt deze „noodoplossing" der kerk aan met een eigenaardige motivering.

Luister slechts :

De „Toelichting" zegt ons, dat „overgangsbepaling 235 bij de Kerkorde in verreweg de meeste gevallen geen oplossing biedt in de bestaande moeilijkheden ; omdat de betrotk'ken kerkeraden van oordeel zijn geen enkele mede verantwoordelijkheid voor een regeling als bedoeld in genoemde overgangsbepaling, te kunnen dragen".

Ik wil dit grif aannemen. Welke kerkeraden hier bedoeld worden, weet ik niet. Ik kan slechts gissen. En gissen doet missen. Of die kerkeraden daarin juist hebben gehandeld, laat ik in het midden. Het zou kunnen zijn, dat ze, gegrepen door het eenheidsideaal van Synode en Kerkorde, die eenheid te eenzijdig, of onelegant hadden uitgeleefd. Die gevailen kunnen er zijn. Maar, gelijk gezegd, ik ga daarop niet verder in.

Maar, en nu laat ik weer de , , toelichting" spreken, , , het gevolg hiervan is, dat belangrijke groepen, bestaande uit leden van de Ned. Hervormde Kerk, die in andere gemeenten normaal aan het kerkelijk leven zouden hebben deelgenomen, geheel van de Ned. Hervormde Kerk dreigen te vervreemden, terwijl de mogelijkheid niet uitgesloten moet worden geacht, dat zij zich op de duur ook formeel van de Ned. Hervormde Kerk zullen losmaken en zullen overgaan tot de vorming van, of wel zich zullen aansluiten bij andere kerkelijke gemeenschappen''.

Door deze motivering, vooral in haar laatste deel, trekt heen een zekere pastorale bewogenheid en zorg. De Synode neemt al degenen, wie ze op het oog heeft, onder haar beschermende vleugelen. Ze dekt ze allen ; ze ziet noch rechts, noch links. Zonder onderscheid worden de gedupeerden hier tegen kerkeraden, die onwillig zijn om in hun behoeften te voorzien, veilig gesteld.

Men zou hier kunnen spreken van barmhartigheid. Daden van barmhartigheid zijn ook bij Synodes niet misplaatst. Doch de vraag mag gesteld, of hier wel van barmhartigheid mag gesproken worden.

Zie, degenen, op wie de Synode hier het oog heeft, zijn, gemeten aan de maatstaf, welke zijzelve, ons geeft, kinderen des huizes. In overgangsbepaling 235 wordt gezegd, dat de lidmaten, over wie het hier gaat : „verklaren binnen de grenzen van artikel X der Kerkorde behoefte hebben aan een ander modaliteit".

Volgens deze zinsnede behoren zij (de betrokkenen) in de kerk, zijn ze kind in huis. En dan hebben ze rechten : Ze behoeven op dit punt niet tevreden te zijn met de , , noodvoorziening", waarin een zekere barmhartigheid doortrekt. Stel u voor, dat aan de gemeente van Korinthe, Paulus een , , noodvoorziening" voorstelde voor wie zeiden : , , Ik ben van Paulus, ik van Apollos", etc. Waar het in Korinthe hier niet ging over ontkenning van wezenlijke elementen der waarheid, maar . over , , nuanceringen", zou een , , noodvoorziening" absurd zijn geweest. Het is dan ook te verstaan, dat de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden in Nederland zich verzet tegen regeling dezer materie in een overgangsbepaling, maar aandringt op opname van een en ander in de Kerkorde zelve. Van de zijde van de Gereformeerde Bond zou iets dergelijks kunnen gevraagd worden.

En als men de zaak anders wil zien en zou willen spreken van , , richtingen" of stromingen niet in overeenstemming met Artikel X van de Kerkorde, dan zouden de Synode of andere instanties naar de ortdinantie van het opzicht (ordinantie 11) moeten handelen. De procedure van dusgenaamde , , justitiële" tucht is wel voor tien jaren opgeschort, maar de , , juderiële" tucht, een zekere voorbereiding voor de andere, kan uitgeoefend worden. Zo is ons althans veelvuldig verkondigd.

Op dit punt wringt het in heel dit voorstel. Hier is tweeslachtigheid. Hier zijn we in een impasse, een moeilijkheid, waar we niet uitkomen, ondanks de , , noodvoorziening". De Synode wijst een uitweg. „Een noodzakelijk gebleken noodoplossing". Men zou hier kunnen opmerken : de natuur is sterker dan de leer. Het leven laat zich niet kluisteren in theorieën van eenheid.

Bovendien, het blijft een , , noodoplossing", óok in de zin, dat ze tijdelijk is. Hoogstens voor 10 jaar. , , Geenszins een consolidatie", zegt de , , toelichting". Het blijven , , overgangsbepalingen".

Tot wat ? Tot welke situatie ?

De , , toelichting" geeft geen antwoord op die vraag.

Maar meent de Synode nu werkelijk, dat iets dergelijks over 10 jaren — ik neem de uiterste termijn — overbodig zal zijn ?

Indien ja, dan lijkt me dit, zacht gezegd, nogal naief. Hier wordt aan minderheidsgroeperingen een weg geopend om zich naar hunne  behoeften" uit te leven. Meerdere ruimte, meerdere vrijheid. Is het te verwachten, dat deze in die meerdere vrijheid zich bewegende en uitgroeiende groepen straks zich weer in het gareel zullen laten voegen? Zeker; God kan ze bekeren tot de gehoorziamheid des Woords, voorzoveel zij in die weg niet gaan en die niet kennen. Het zou rijk zijn, indien de Heilige Geest met het Woord Gods als middel, zulk een reformatie gaf. En het gebed om het machtig ingrijpen Gods verstille noch verstomme. Doch zonder dat, zal de toestand over 10 jaren niet beter, eer slechter zijn. Want beginselen werken door, vooral wanneer zij de ruimte krijgen. En daarom is deze synodale zorg, met de bepaling, dat ze uiterlijk voor 10 jaren is, ondanks de , , pastorale bewogeniheid" en de schijn van barmhartigheid, onbarmhartig.

Daar komt nog iets bij. De groepen zijn niet in deze zin vrij, dat ze met de , , ibetrokken kerkeraden" niets meer van doen hebben. En evenmin zijn , , de betroklken kerkeraden" vrij van de zich distanciërende groeperingen in hun gemeenten.

Overgangsbepaling 238d spreekt van de uit een en ander voortvloeiende , , inschrijvingen in de boeken en registers der gemeente", welke , , geschieden door de kerkeraad der gemeente ter plaatse, eveneens op gezag der provinciale 'kerkvergadering''.

Meent men, dat de betrokken kerkeraden dit zo maar zullen doen ? Kerkeraden, die, naar de „toelichting" zegt, tot nu toe , , van oordeel zijn geen medeverantwoordelijkheid voor de bestaande „overgangsbepaling" te kunnen dragen ! Zullen ze over 10 jaar medewerken ? Desnoods op gezag van de provinciale kerkvergadering ?

De practijk van ons kerkelij'k leven, zoals we die kennen, leert wel anders, 't Laat zich aanzien, dat verwikkelingen niet zullen uitblijven en de verwikkelingen tot kerkelijke procedure zullen leiden met al de ellenden daaraan verbonden.

Als ik het gehele beleid, ons hier aangeboden, nog eens overzie, zit er voor mijn besef iets tragisch in. De Synode offert het ideaal, het beginsel, waaruit de Kerkorde en zij zelf opkwam, en dat drijfkracht moet zijn in de uitvoering van de orde der kerk, op aan de noodzaak der feiten.

Zij zwicht voor die feiten, misschien in het besef, dat de natuur sterker is dan de leer. Maar ze stelt iets voor, dat als een ferment, een gistend middel dat de kerkorde in haar doeistelling in het hart treft. Temeer tragisch, omdat naar luidt van overgangsbepaling 235 het 'mensen zou betreffen, die , , leven binnen de grenzen van Artikel X van de , , Kerkorde", en die toch binnen de grenzen niet tot eenheid kunnen komen.

Het een en ander samenvattend meen ik, dat deze voorstellen, ook al zijn het , , 'overgangsbepalingen", niet in overeenstemm'ng zijn met wat de orde der kerk eist. En als , , noodvoorzieningen" voorzien ze in deze vorm niet in 'de nood, die drong tot haar indiening. Daarom lijkt afwijzing van een en ander mij eis.

Maar de nood blijft. Wat dan ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN NOODOPLOSSING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's