MINISTER A. S. TALMA
Nu collega Van Drenth enige tijd geleden in ons blad uw aandacht heeft gevraagd voor de vakverenigingen in Nöderland, zou ik enige aandacht willen vragen voor de persoon van wijlen minister A. S. Talma, de man, die, om zo te zeggen, bij de wieg van de vakbeweging gestaan heeft. Juist in de tijd toen alles nog zo onzeker was, toen het allerwege nog een zoeken en tasten was naar de juiste begrippen omtrent vakorganisatie en alles wat hiermede samenhangt, heeft minister Talma, aanvankelijk ds. Talma, door zijn toegewijde studie en spreekbeurten, die hij allerwege vervulde, meer helderheid en inzicht gebradht.
Er wordt van een bepaalde zijde nog al eens gezegd dat de Kerk zo weinig oog gehad heeft en misschien in sommiger oog nóg heeft, voor de sociale verhoudingen, maar dan zal het toch velen goed doen dat een dominé één van de grondleggers geweest is van de sociale organisatie en dat onder een rechts ministerie vele sociale wetten uitgevaardigd zijn die tot op de huidige dag, zij (het dan gewijzigd en aangepast aan de omstandigheden, nog gelden.
Laat ik u dan iets naders mogen vertellen over deze dominé-minister.
Aritius Sybrandus Talma was, zoals zijn naam reeds doet vermoeden, van Friese afkomst. Hij werd geboren 19 Febr. 1864 in het dorpje Angeren, waar zijn vader Hervormd predikant was. Aanvankelijk had hij idee in het zeemansleven, maar al spoedig maakte dit idee plaats voor de begeerte om evenals zijn vader, het Evangelie te verkondigen, het Evangelie van Gods genade aan een arm en in zichzelf verloren zondaar. Na het gymnasium doorlopen te hebben, vertrekt hij naar Utrecht om zich daar verder voor te bereiden op dit wondere, maar heerlijke ambt.
Als student laten hem de sociale-economische vragen niet onverschillig, en wij zien hoe hij in die tijd ook de colleges volgt in die richting, o.a, de colleges van de hoogleraar d' Auinis de Bourouill. Als predikant zouden wij hem kunnen rekenen tot de ethische richting, zij het dan ook „rechts etisch". Zelf getuigt hij dat hij predikte : „Jezus Christus en dien gekruisigd". Er was een zekere diepte in zijn geestelijk leven en een eigenaardige bekoring ging van hem uit, wanneer hij het Woord Gods verkondigde.
In 1887 heeft hij zijn studie voltooid en begin 1888 aanvaardt hij het predikambt in de Zuid-Hollandse gemeente Heinenoord. Weinigen zullen toen nog vermoed hebben dat deze predikant later één van de voormannen van de Christelijke Sociale beweging in Nederland zou worden, en daarbij lid van de A. R. Een paar voorvallen hebben hem echter in aanraking gebracht met de harde werkelijkheid van het leven en de sociale nood der arbeiders. Dat was een ontmoeting met een fel socialist, een jong schildersgezel, in Den Haag, die hem o.a. verweet : , , Meent gij een herder te kunnen zijn van uw gemeente, als gij niets weet van hetgeen het leven van die mensen vaak zo bitter maakt, van hun zorgen, die hun week vervullen en die ze 's Zondags meenemen, als ze bij u in de kerk zitten".
Het tweede was een voorval in eigen gemeente. Hij vertelt hiervan: , , Overal in mijn gemeente was het gewoonte, dat de mensen grote, ronde broden bakten. Op een keer, op huisbezoek, kom ik bij een vrouw, die bezig was brood te bakken en zag dat zij haar baksel veel smaller toebereidde. Ik vroeg zo, hoe zij daar zo toe kwam. En 't antwoord was : „Och, dominee, ik geef de kinderen altijd 's morgens en 's avonds 2 boterhammen. 's Zomers heb ik het gewone, brede brood. Maar 's winters is er geen geld voor en dan bereid ik het langzamerhand wat smaller — om. de kinderen toch maar hun 2 sneden brood te geven. „Voelt ge wat het is, wanneer een moeder aan haar kinderen niet genoeg kan geven, ja, dat ze hen eigenlijk bedriegt ? "
Deze voorvallen grijpen de jonge dominee zó aan, dat hij zidh met alle kracht werpt op de studie voornamelijk van de Engelse „Christen-Socialisten".
In 1891 verwiselt hij van standplaats en wordt nu predikant in Vlissingen. Daar leerde hij van meer nabij het leven van de industriearbeiders kennen, en in ditzelfde jaar zien wij hem dan ook al op het eerste Christelijk Sociaal Congres, dat in Amsterdam gehouden werd, en waarbij een , , zwakke poging" zou worden gewaagd om de Christenen in Nederland een helderder inzicht te geven in de sociale vraagstukken". In de Vlissingse periode gebeuren twee belangrijke dingen, die van grote betekenis geweest zijn voor het leven van ds. Talma.
Hij treedt n.l. toe tot het Nederlands Werklieden Veribond , , Patrimonium" en hij wordt lid van de Anti-Revolutionaire Partij. Dit is des te merkwaardiger omdat ook in 1800 was opgericht de Christelijk Nationale Werkmansbond, die zich o.m. ten doel stelde , , liefde aan te kweken voor de Nederlands Hervormde Kerk". Toch sloot de Hervormde ds. Talma zich aan bij , , Patrimonium". Immers in die dagen was eenheid geboden, en, wat hebben de sociale vragen van loon en arbeidsduur, van vakvereniging, sociale wetgeving en coöperatie te maken m.et de kerkelijke geschillen, die de Nederlandse Christenen verdelen ?
Niet minder opzienbarend was juist in die tijd, zo kort na de Doleantie, het toetreden tot de A.R. Partij. Wij kunnen deze daad alleen verklaren, niet door de grote aantrekkingskracht, die er in die dagen van , , Abraham de Geweldige" (zoals dr. Kuyper genoemd werd) op Talma uitging, maar veelmeer dat deze partij democratisch was, opkwam voor sociale hervorming, en hoewel op zichzelf geen arbeiderspartij zijnde, toch voor een groot percentage uit arbeiders bestond.
De Vlissingse tijd is een vruchtbare tijd geweest voor ds. Talma. Niet alleen dat hij ijverig deelnam aan de werkzaamheden van Patrimonium en de arbeiderswereld van zeer nabij leerde kennen, maar bovenal omdat hij menig arbeider, onder invloed van de oude Socialistische beweging vervreemd van kerk en godsdienst, heeft mogen winnen voor Jezus Christus.
In 1895 verwisselt hij andermaal van gemeente en neemt nu de herdersstaf op in Arnhem. Dit is voor hem een zeer drukke tijd geworden. Veel zegen heeft hij mogen zien op zijn arbeid als predikant in zijn wijk, maar daarnaast trad hij op in vele debatvergaderingen, terwijl hij zich wijdde aan de Middernachtzending, aan de geheelonthouding enz. Veel heeft hij gedaan voor het stichten van goede arbeiderswoningen. Zijn levensleus was „voor het volk om Christus' wil". De moeilijkheden zijn hem ook in Arnhen? niet gespaard gebleven, vooral door zijn , , sociaal" werk, maar onder de arbeiders won hij veler sympathie.
In 1901 wordt ds. Talma dan door het Friese district Tietjerksteradeel afgevaardigd naar de Tweede Kamer. Reeds eerder in 1897 had men hiertoe pogingen aangewend, maar toen meende hij te moeten bedanken, omdat de Sociale beweging nog zo zwak was, maar bovenal omdat hij het predikambt zo lief had. In 1901 kon hij echter niet langer weerstand bieden aan de drang van vele zijden op hem uitgeoefend. Nu begint een nieuwe periode in zijn leven. Hij geeft al spoedig blijk van een brede, alzijdige kijk op de zaken des lands. Vele redevoeringen heeft hij in de Kamer gehouden, vooral in tijd van de spoorwegstaking. Diepe indruk, maakte zijn rede van 3 Dec. 1903, handelend over de grondslag van het Liberalisme, verhouding tussen liberalisme en socialisme, de betekenis van het historisch materialisme en speciaal de verhouding tussen Christendom en politiek. Het is niet te verwonderen, dat na de val van 'het liberale ministerie-De Meester, in 1907, en het optreden van het rechtse kabinet-Heemskerk, aan Talma ten deel valt de portefuille van Landbouw, Nijverheid en Handel. In dit kabinet begint Talma een geweldige activiteit te ontwikkelen. Hij verdedigt in deze tijd: de Boterwet, de Schepenwet, de Visserijiwet, de Vogelwet en de Octrooiwet. Veel heeft hij gedaan op het terrein van de Arbeid. Wij denken aan de Reorganisatie van de Arbeidsinspectie, de herziening van de Arbeidswet, het ontwerp stucadoorswet, de landarbeiderswet, de regeling van de nachtarbeid en Zondagsarbeid in bakkerijen, maar zijn grootste activiteit ontplooit zich op het terrein van de sociale verzekering. Denk aan de Invaliditeitswet, Rodenwet en Ziektewet. Deze ontwerpen hebben aanvankelijk heel wat stof doen opwaaien in en buiten het Parlement, maar tenslotte heeft Talma toch in dit opzicht een rijke oogst mogen binnen halen tijdens de aanvaarding van deze ontwerpen op 5 Juni 1913.
In Augustus 1913 moet het ministerie Heemskerk aftreden en hiermede is voor minister Talma ook een eind gekomen aan zijn politieke loopbaan. Een poosje is hij dan , , ambteloos burger", om weer op krachten te komen, en dan wordt hij in het voorjaar 1914 predikant in Bennebroek. Groot was z'n ontroering, toen hij weer mocht laten zingen als dienaar des Woords : , , Zelfs vindt de mus een huis, o Heer !" Hij had vurig gehoopt op een rustige periode in Bennebroek, maar door het uitbreken van de mobilisatie werd hem deze hoop ontnomen. Op verzoek van de Minister werd hij veldprediker in algemene dienst. April 1916 moet hij evenwel zijn werk opgeven. Zijn gezondheid is geknakt door zijn grote, overmatige werkzaamheid en 12 Juli 1916 is ds. Talma ontslapen in Zijn Heere en Heiland, 52 jaar. Nog betrekkelijk jong, en hoeveel had men nog van hem verwacht in 't bijzonder voor de Christelijke Sociale Beweging. De Heere heeft het anders gewild. Zaterdag 15 Juli 1916 is hij ten grave gedragen onder geweldige belangstelling. En weer werd gezongen : , , Zelfs vindt de mus een huis, o Heer !" Hij had het huis gevonden, het eeuwig huis. En wanneer wij vragen, hoe Talma tot dit vele werk in staat geweest is, is het ongetwijfeld ; , , door het geloof alleen".
Met recht kon gezegd worden van deze Verbi Divini Minister : , , Gedenkt uwer voorgangeren, die u het Woord Gods gesproken hebben, en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hunner wandeling".
A. Breure.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's