De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een „NOODOPLOSSING”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een „NOODOPLOSSING”

9 minuten leestijd

II.

De voorstellen der Synode, die in het vorige artikel werden besproken en beoordeeld, zijn ook door de chroniqueur van , , Kerk en Theologie", het 3-maandelijks tijdschrift, dat bij H, Veenman & Zonen te Wageningen verschijnt, onder de loupe genomen. De schrijver van bedoeld stuk, L. (dr. Lekkerkerker, uit Utrecht), zegt daarin o.m. :

, , Deze voorstellen zijn nog ingrijpender dan die omtrent de vrouw in het ambt. Laten we voorop stellen, dat de hardnekkigheid van bepaalde Veluwse Kerkeraden, de Synode wel dringt en dwingt in deze richting. Zij weigeren in te zien, dat grote groepen gemeenteleden dreigen te vervreemden van de Ned. Hervormde Kerk, wat erger is : van de Christelijke Kerk dat een maatschappelijke verandering aan de gang is in hun gebied, die ook om een gedifferentieerde bearbeiding van de gemeente vraagt. Zij weigeren te erkennen, dat er binnen de gemeente van Jezus Christus een gewettigde verscheidenheid is, en dat het , , Rooms" is liturgie en devotie naar één regel te richten. Zij vergeten, dat er behalve het anathema van Paulus over de dwaalleraars in de brief aan de Galaten, ook is de tolerantie van Romeinen 14. Er is een noodsituatie in Ede en Veenendaal, om slechts enkele namen, te noemen".

Naar deze zienswijze zou het dus hardnekkigheid van bepaalde Veluwse Kerkeraden zijn, welke , , de Synode dwingt en dringt" in de richting van de voorgestelde wijzigingen. Daarnaar zou de nood, waarover ik het heb gehad, alleen op de Veluwe bestaan. Dr. L. kan dat niet menen. Hij weet beter. Bedoeld zal wel zijn, dat de nood daar wel heel urgent is. Dat wil ik geenszins ontkennen.

Evenwel, de nood is ook elders. Hij is overal in de kerk, waar op enigerlei wijze de strijd gevoerd wordt, die in wezen geen verschil maakt met wat wij als , , richtingsstrijd" reeds jaren kenden. Ik wil direct en onomwonden uitspreken, dat dit waarlijk geen verheven strijd is. Daarmede bedoel ik geenszins beginselen te disqualificeren, welke zulk een strijd doen ontstaan, daarvan de inzet en drijfkracht zijn. Ik had alleen het oog op het feit, dat een geestelijke strijd zo vaak met ongeestelijke motieven is gemengd en gevoerd wordt met methoden en wapenen, welke inplaats van rein geestelijk, bitter vleselijk zijn. Ieder, die in een dergelijke strijd werd gewikkeld, kan dat weten. En als hij mee heeft moeten strijden zal hij zich, ondanks al zijn pogen van het tegendeel, niet vrij van dat euvel voelen en wellicht daarover ook wel de rekening van zijn God hebben thuis gekregen.

Hoe dit alles ook zij, die strijd is er ook thans nog. En hij is waarlijk geen strijd om , , beuzelingen". De Synodale voorstellen, die ter consideratie werden rondgezonden, kunnen als bewijs van het tegendeel dienen. Ik aarzel niet, met behoud van mijn critiek hier te betuigen, het bijzonder te waarderen dat de Synode daarin rekent met de , , behoeften" der betrokkenen, wie dat nu ook mogen zijn ; met , .behoeften", welke geen gril, maar in deze zin gaaf zijn, dat men zichzelf en het zijne daarvoor wil geven. De Synode vraagt van de gegadigden — en terecht — het offer van de middelen om haar , , noodvoorziening" tot stand te doen komen. Men moet zich en het zijne er voor inzetten.

Als ik die strijd richtingsstrijd heb genoemd, ben ik mij bewust een gevaarlijk woord te hebben gebruikt. Men ziet dat woord niet graag meer gebezigd in de huidige situatie. Het is ook zwaar belast. Daar kunnen we het over eens zijn.

Het woord , modaliteit" is bij velen meer gewenst. Het heeft voor hun besef wat vriendelijker klank. Het schijnt ongevaarlijker dan het woord , , richting". Toch is het in wezen niet minder belast. En voor de theologie minstens even gevaarlijk. Dr. O. Noordmans heeft er in zijn brochure „Instituut en Volk" (no. 2 , , Geschriften betreffende de orde der Ned. Herv. Kerk) o.m. van gezegd : „Deze greep" (n.l. het vervangen van het woord , , richting" door , , modaliteit") acht ik meer handig dan gelukkig. Het woord heeft 'n philosophische bijsmaak. Men denkt aan een substantie, aan attributen en dan daaruit afgeleide modi- of bestaanswijzen. Deze termen zijn verwant aan een soort tolerantie, die eveneens wijsgerig van afkomst is, vooral in Anglicaanse kringen. Zij sluit de idee van ketterij uit en bewijst daarmee van onchristelijken huize te zijn. Natuurgodsdiensten zijn verdraagzaam tot in het oneindige", (blz. 7).

Ik deel van harte deze zienswijze en zou gaarne het woord geschrapt zien. Maar het is er nu eenmaal en wij hebben er mede te rekenen.

Hoe wordt het in het 'hedendaags theologisch spraakgebruik gebezigd ? In de zin van nuancering. Dat houdt dan in, dat de huidige theologische verschillen vrij ongevaarlijk zijn. Verschillen zijn er, maar ze zijn niet wezenlijk, meent men. Zoals er verschil is tussen het ene groen en het andere, , maar die nuanceringen toch alle diep gezien dezelfde kleur laten zien, zo hier. Het woord moet naar deze zienswijze ongeveer hetzelfde betekenen als wat men oudtijds met , , ligging" betitelde. In de kringen van het volk des Heeren wordt dit woord nog wel gebezigd. En daar verstaat men het heel goed, als men spreekt van de , , ligging" van een gemeente, een persoon. Ook als gezegd wordt, dat Petrus van een ietwat andere ligging was dan Johannes, en een dergelijk onderscheid eveneens tussen Paulus en Jacobus is op te merken. Dan is er verschil in geaardheid, een zekere nuancering, doch in het wezenlijke zijn ze één.

Kan zulks nu ook gezegd worden van de huidige „modaliteiten" ? Men wil 't zo laten voorkomen. Doch ik betwijfel of er iemand is, die dat werkelijk gelooft. In elk geval, de gelijkschakelingsprocedure heeft het niet gedaan. Men zal misschien de schuld geven aan „de hardnekkigheid" van, laat mij maar zeggen bepaalde , , Bondskerkeraden", of , Bondsgroepen". Het zij zo. Ze zullen het wel met gelatenheid dragen.

Maar de vraag mag óok gesteld, of de , , midden-orthodoxie" met de , , vrijzinnigen" op één stoel zit ? Zeker niet met de , , Zwingli-groep" en omgekeerd evenmin. Dat ligt m.i. wel opgesloten in het feit, dat de Vereniging voor Vrijzinnig Hervormden in Nederland, bij alle waardering voor de Synodale voorstellen, toch niet tevreden is en haar recht in de Kerkorde zelf wilde opgenomen zien.

De practijk wijst wel uit, dat de , , modaliteiten" in wezen geen modaliteiten zijn en het, ondanks het , , gesprek" en wat men meer om tot samensmelting en een-wording beproeve, ook niet zullen worden.

Het, , modaliteitenvraagstuk" is in wezen het richtingsvraagstuk, dat door de reorganisatie, welke 1 Mei 1951 haar beslag kreeg in de afkondiging der Kerkorde, niet is opgelost.

Is dan overal, in alle gemeenten waar gespletenheid, verbrokkeling en onenigheid de situatie vertroebelen, de richtingsstrijd de oorzaak, en deze alleen ? Ach, neen. Er komen bij alle dergelijke verwikkelingen zoveel persoonlijke bijoogmerken in het spel : kleinmenselijk gedoe laat zich niet zelden gelden. Het gaat niet aan, dat alles als riohtingsnood te zien. Deze onverkwikkelijkheden zijn er ook in gemeenten, welke globaal genomen behoren tot wat men kan noemen , , de gereformeerde gezindte", om tot deze ons nu maar te beperken. Daar zijn meermalen verschillen onderling welke samenhangen met bepaalde ligging, met liturgie, voorwerpelijke of onderwerpelijke prediking en wat men meer in deze trant zou kunnen noemen.

Helaas wordt dan somwijlen het onderlinge verschil wel door bijkomstigheden, hier nu niet verder te noemen, tot verdeeldheid opgeblazen. Tactvol optreden en wijs beleid van de betrokken kerkeraden zouden binnen de grenzen der , , gereformeerde gezindte" wel voorzieningen mogelijk maken, welke zouden kunnen werken als olie op de golven. Het is te betreuren, dat die wijsheid in de bedoelde gemeenten meermalen ontbroken heeft of nog ontbreekt, ten koste van de opbouw der gemeenten. Ik wil ook in dit verband geen namen noemen. Doch m.i. had in gemeenten, waar nu brokken zijn, dit kunnen voorkomen worden. In een gemeente, die in haar geheel de gereformeerde prediking begeert, die reformatorisch wensi. geleid wil worden, kan men moeilijk van een richtingsprobleem spreken.

Want wat zijn richtingen ? Richtingen zijn er in een kerk, wanneer zich in haar stromingen openbaren, welke in strijd zijn met de belijdenis der Kerk en dus met de Heilige Schrift, gelijk de Kerk die belijdt, als regel voor geloof en leven. (Art. V Ned. Gel. Bel, )".

Naar die maatstaf was er richtingsstrijd in de kerk onder het oude reglement : en ze is er evenzeer onder de nieuwe Kerkorde, Ik verblijd mij daar geenszins in, De zin voor de werkelijkheid eist echter te erkennen, dat de richtingsstrijd er is en zich vaak fel doet gelden. Dientengevolge zijn er vele groepen, vele 'minderheden, over en weer', rechts en links, die om den wille van het beginsel, dat ze drijft, tot eenheid niet kunnen kommen, geen eenheid kunnen openbaren, omdat er op het punt van de waarheid, zoals ze die zien in het licht van het principe, dat hen drijft, geen eenheid is,

De vrijzinnigen zouden in dezen krachtens hun overtuiging, het meest conciliant kunnen zijn, zijn het, gezien de practijk, niet altijd.

De , , midden-orthodoxie", zou ook conciliant kunnen zijn, gezien haar principes en Sohriftbeschouwing. Ze is het in meerdere gevallen ook wel, zowel ten opzichte van bepaalde vrijzinnige groeperingen, als ten opzichte van , , bondsgroepen". Maar dit nl niet betekenen, dat zulks immer van harte gaat. Haar houding is naar links wel dikwijls royaler dan naar rechts. Evenwel, zij vertoont een houding van tolerantie, zij het wellicht dan uit utiliteitsoogpunt.

De gereformeerde groep is niet tolerant, is niet conciliant. Zij vertoont, krachtens haar principe en de beslistheid, welke het eist, een anti-thetische houding. In dit opzicht wil ik met dr. L, gaarne en grif spreken van , , hardnekkigheid".

Maar dit alles neemt niet weg dat geen enkele groepering zich in ons kerkelijk leven in een gelukkige situatie gevoelt. Dr. L., om hem nogmaals te citeren, gewaagt van , , het kruis der verscheurdheid". Die uitdrukking bevestigt wel het rnaangename gevoel, dat de huidige situatie iedere groepe­ring geeft.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een „NOODOPLOSSING”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's