De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MODERN LEVENSGEVOEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MODERN LEVENSGEVOEL

11 minuten leestijd

III. Noodzakelijke confrontatie.

Maar dan moet er in onze kring gewerkt worden. Ik weiger te geloven, dat de , , geestelijke elite" alleen buiten onze kring te vinden is. Juist in deze existentialistische tijd hebben wij voor de geestelijke opbouw van ons volk het gezonde boerenverstand zo hard nodig. Er zijn mogelijkheden, maar de jongeren moeten ook gestimuleerd worden. De plattelander is in het algemeen bescheiden en denkt gering over zichzelf, wat natuurlijk pleit voor zijn karakter. Maar deze zelfkennis kan hem óok in de weg staan. De afgeslotenheid van de boerenhoeve en 't daggeldershuisje werkt niet mede, dat hij zich gemakkelijk in het leven kan bewegen. Maar er zijn geestelijke bronnen, die helaas te weinig zijn aangeboord. Ik ben overtuigd, dat velen, die nu op de ploeg zitten en verdienstelijk werk doen, nog veel verdienstelijker werk hadden kunnen doen voor ons volk, als zij de weg naar de universiteit hadden ingeslagen. Nogmaals, het nuchtere, gezonde boerenverstand hebben wij in deze tijd van hyperculturele beschaving, die tegelijk de duidelijke symptomen van decadentie vertoont, broodnodig. Laten daarom de hoofden scherp toezien, of er jongens met heldere koppen op hun scholen zijn, die meer voor land en volk kunnen presteren, dan waartoe zij door hun ouders zijn bestemd. De beroemde Amerikaanse geleerde Emerson heeft 't volgende over de boerenstand gezegd : , , De landbouwer is een opgespaard kapitaal van gezondheid, evenals de hoeve het kapitaal van rijkdom is. De landbouwer is de oorsprong van de zedelijke en intellectuele gezondheid en macht der steden. De stad wordt altijd aangevuld door het land. De mannen der steden, welke de 'middelpunten zijn van geestkracht, de drijfraderen van handel, politiek, wetenschap en kunst, zijn de kinderen van landslieden en teren op de krachten, welke het kloeke stille leven hunner vaderen opeenhoopte". Let er eens op, hoevele prominente figuren afkomstig zijn uit de boerenstand !

Komen onze jongeren aan de universiteit, dan worden zij plotseling geconfronteerd met het moderne cultuurleven. Nu kunnen zij op twee manieren aan de arbeid gaan. Ze kunnen als een snoek door de vijver van de academische opleiding heenschieten zonder wezenlijk met de problematiek bezig geweest te zijn. Dat is de gemakkelijke weg, maar het is een vlucht, een onverantwoordelijke vlucht voor de wetenschap en de studiosus zelf. Zulk één zal zijn volk niet dienen en zal ook maar weinig bereiken. De enige houding, die aan de universiteit acceptabel is, is die van de bemoeienis met de problematiek met inzet van zijn gehele persoonlijkheid. Dat is voor de Christen in deze tijd een moeilijke opgave, maar een noodzakelijke opgave. Vele heilige huisjes van menselijke conventies vallen ongetwijfeld om, maar het Gereformeerd beginsel behoeft er waarlijk niet aan te gaan. Als het Gereformeerd beginsel in de moderne strijd des geestes geen stand kan houden, dan heeft dit beginsel geen zin en dan is het Gereformeerd geloof slechts schijngeloof. Maar zó is 't niet. De Gereformeerde Waarheid heeft in deze tijd juist veel te zeggen. De diepe gedachten uit de Gereformeerde belijdenis over God, wereld en mens, over 's mensen zonde en Gods genade, over de val des mensen en zijn verlossing in Christus, zijn eeuwige bestemming enz., zijn in de cultuurcrisis van deze tijd, uitermate actueel. Deze grondbeginselen moeten onze jongeren kennen, zij moeten daaruit leren leven. En het moet hen mogelijk gemaakt worden op een moderne wijze hiervoor op te komen in de huidige strijd der geesten. Want wij zakken als volk steeds meer in het zand van een betoverend humanisme weg.

Maar wij als ouderen dienen te weten op welke fronten de strijd der jongeren gestreden wordt. Niet, dat wij nu allen weet moeten hebben van alle cultuurproblematiek, wél, dat wij deze op de een of andere wijze , , aanvoelen". Dat wekt vertrouwen tussen de oudere en de jongere generatie. Hoe vaak hebben jongeren bij gemis aan dit vertrouwen de banden met huis en gemeente niet verbroken ! Ze zijn kerk en evangelie ontrouw geworden, maar de schuld ligt niet alleen bij hen, óok bij ons, die hen niet verstonden. Daarom dienen wij terwille van onze kinderen, terwille van de familieband, terwille van de kerk bezig te zijn met een problematiek, die hem zozeer in haar greep heeft.

IV. Ontmoeting met de medemens.

In de derde plaats willen wij nog stilstaan bij de noodzaak van confrontatie met het moderne levensgevoel in verband met de medemens. De eis tot deze ontmoeting met de medemens behoeft, dacht ik, uit de Schrift niet aangetoond te worden. Oude en Nieuwe Testament roepen de gelovigen op om met het getuigenis Gods de naaste te dienen. Het geloofsleven heeft een verticale en horizontale dimensie. De verticale dimensie openbaart zich in geloof, gebed, meditatie, lofprijzing, eredienst. Christus vat haar samen in de liefde tot God. De horizontale dimensie wordt door Christus samengevat in de liefde tot de naaste : dienen en getuigen. De een is niet zonder de andere. De liefde tot God dringt tot de liefde tot de naaste. De liefde tot de naaste wordt gedragen door de liefde tot God. Wie is de naaste ? Een ieder, die God ons op onze levensweg heeft geplaatst. Dat is ook de mens, die niet tot onze kerkelijke gemeenschap behoort, die het niet met ons eens is en met wie 'wij zo moeilijk over de „geestelijke dingen" kunnen spreken. De Christen is verantwoordelijk voor hem. Welk een roeping, welk een verantwoordelijkheid en wat schieten wij tekort als personen en als gemeente !

Hoe kunnen wij naar bijibelse eis de naaste dienen ? In de eerste plaats zijn het niet onze woorden, maar is het onze godzalige wandel waardoor onze naaste voor Christus gewonnen worde (Heid. Catechismus Zondag 32). De , buitenkerkelijke" let scherper op onze daden dan op onze woorden. Is onze levenshouding niet in overeenstemming met onze woorden, dan ontheiligen wij de Naam Gods, werpen een smet op de Kerk des Heeren en drijven degenen, die buiten staan, terug.

In de tweede plaats komt na de godzalige wandel niet het spreken, maar het luisteren. Vele Christenen spreken te veel en te gauw en luisteren te weinig. Het gevolg is, dat vele woorden hun doel niet treffen, omdat ze de problematiek van de toegesprokene niet raken. Van vele discussies met , , buitenkerkelijken" kan men twee dingen zeggen ; zij begrijpen ons niet en wij begrijpen hen niet.

Zij begrijpen ons niet. Natuurlijk is er verschil tussen de ene en andere „buitenkerkelijke". Er zullen er zijn die een kerkelijke opvoeding hebben gehad en die om allerlei oorzaken in onverschillig'heid zich van het Evangelie en de kerkelijke gemeente tiebben afgekeerd. Zij zullen allerlei door ons gebezigde uitdrukkingen best verstaan. Maar het merendeel , , buitenkerkelijken", vooral in de steden, heeft geen enkele notie van de ons zo bekende woorden als zonde, genade, geloof, bekering, wedergeboorte, vleeswording des Woords, verzoening, enz. Willen de predikanten niet alleen de eigen groep bereiken, dan zullen zij genoodzaakt zijn zich los te maken van vele algemeen bekende termen, om op een nieuwe concrete wijze vanuit de Schrift de oude kerngedachten te laten leven. Daardoor worden zij voor de , , niet-ingewijden" niet alleen meer verstaanbaar, maar ook spreekt deze nieuwe wijze van vormgeving de , , ingewijden" des te meer aan. In de predikkunde moet n.l. het proces van de , , verkalking" der woorden steeds in het oog gehouden worden. Ik bedoel er mee, dat bepaalde woorden met diepe inhoud door herhaaldelijk gebruik hun inhoud gaan verliezen, niet meer levend blijven, maar als een fossiel de kracht der prediking eerder hinderen dan bevorderen. Daarom dienen de voorgangers waakzaam te zijn en allerlei wegen te zoeken om deze , , verkalking" der woorden tegen te gaan.

Zij begrijpen ons niet, maar het meest angstwekkende is, dat wij hèn niet begrijpen, dat wij zo weinig vanuit hün situatie het gesprek voeren en de prediking houden. Dit is niet alleen bijbelse eis, maar ook eist de algemene hoffelijkheid, dat wij in discussie en conversatie de situatie van de ander in het oog houden.

Verstaan wij de medemens ? Vermoeden wij het levensgevoel, waaruit hij leeft, peilen wij de problematiek, waarmee hij worstelt ? Dat is wel een uitermate moeilijke opgave, vooral in onze tijd, waarin de maatschappij in allerlei levenskringen uit elkaar ligt. In oud-Israël is deze differentiatie nooit zo sterk geweest, ook al trokken de farizeeërs toen reeds de grens tussen zichzelf en , , het volk, dat de wet niet kent". Maar toch begrepen de mensen elkaar door de ongecompliceerde cultuursituatie toentertijd beter, dan wij elkaar nu. O.m. komt dit alles door de specialisering der wetenschappen, die heden ten dage de levensruimte van de mensen in talloze stukken en stukjes heeft versplinterd, zodat het totalitaire verband verbroken is. Aan insiders is het bekend, dat dit één der grote problemen van de universitaire gemeenschap geworden is. Hoe vinden wij de samenhang der wetenschappelijke gebieden terug ? De onderzoekers der verschillende faculteiten verstaan elkanders taal niet meer. Door een studium generale voor alle studenten tracht men aan dit euvel tegemoet te komen. *)

Maar ook buiten de universiteit is het maatschappelijk verband in allerlei levenskringen gesplitst geworden. Hoe moeilijk is het voor de predikant binnen te dringen in de levenskringen van de artsen, de ingenieurs, de straaljagerpiloten, de veehandelaren en de havenarbeiders, om maar enkele beroepen te noemen. Ieder heeft zijn particuliere, maar ook zijn beroepsmatige problematiek.

Ongetwijfeld is er een algemene problematiek, die geldend is voor de mens in iedere eeuw. Maar daarnaast is er een bijzondere problematiek vanuit het levensgevoel van deze tijd, waarin men leeft, en vanuit de arbeid, die men verricht, welke de algemene problematiek in de schaduw stelt. De chemici en de physici in de atoomlaboratoria b.v. kennen heden ten dage een ethische problematiek, waarover natuurkundigen in vorige eeuwen zich nooit zorgen hebben gemaakt.

Eberhard Muller, leider van de „Evangelische Akademie" in Bad Boll en een vooraanstaande figuur in het , , beroepsgroepenwerk" der Evangelische Kirche, heeft over deze benauwende problematiek een boekje geschreven , , Die Welt ist anders geworden" (Hamburg 1953) in het Nederlands vertaald onder de titel , , De wereld is anders geworden" (Franeker). O.m. schrijft de schrijver, dat de menselijke samenleving sinds 10 jaar een wijziging van haar innerlijke structuur beleeft. En , , het feit, dat de betekenis dezer verandering voor de dienst der kerk slechts voor een gering deel onderzocht en doorzien is, is de oorzaak van de ontgoocheling van millioenen ten opzichte van de kerk en van de vertwijfeling van vele trouwe dienaren der kerk aan hun ambt". Op indringende wijze schetst dr. Muller het probleem, waarvoor de kerk in de huidige massa-maatschappij staat, en gaat na, wat gedaan moet worden „om de kerk in de veranderde wereld weer de plaats te geven, die zij om de wereld en om haarzelf hebben ihoet". Hij houdt dan een pleidooi voor cellenbouw en christelijke dienst in de bedrijven en activering van de plaatselijke gem.eente. Ook al zou men niet gelheel kunnen instemmen met de wegen, die Muller wijst, toch wordt in dit boekje wel op beangstigend scherpe wijze het probleem getekend, waarmee Muller worstelt en waarmee wij hebben te worstelen.

In het algemeen kan men zeggen, dat velerlei verzet tegen het Evangelie zich grondt op oude filosofische beschouwingen, die op gepopulariseerde wijze worden aangehangen. Wil de discussie enige zin hebben, dan dient de predikant op de hoogte te zijn met de filosofische stromingen, die zich achter een bepaalde bestrijding verschuilen. Daarom is het wijsgerig onderricht en de apologetiek van de Christelijke religie voor de predikantenopleiding heden ten dage zo uiterst noodzakelijk, zelfs meer nog dan in vorige tijden. Immers Evangelie, kerk en geloof worden heden ten dage meer bestreden dan ooit te voren.

De kwesties, die in zulk een gesprek aan de orde komen, zijn meestal nooit dogmatische, maar veelal prae-dogmatische kwesties. De dogmatiek gaat van gegevenheden uit, die juist door de , , buitenkerkelijken" worden aangevochten, b.v. openbaring, vleeswording des Woords, verzoening, gradueel of principieel verschil van de Christelijke religie met andere religies, enz.

In deze tijd doet een nieuwere denkridhting opgeld, die zich stelt tegenover de oudere filosofische richtingen en die vanuit de bijbelse religie weer op een andere wijze weerlegd zal moeten worden, n.l. het existentialisme.

Nu wij in een vrij uitvoerige inleiding hebben aangetoond, waarom wij ons met dit levensgevoel gaan bezig houden, zullen wij in de volgende artikelen overgaan tot , de ontvouwing van enkele aspecten van dit merkwaardig levensgevoel.

Tenslotte. Onze , .buitenkerkelijke" medemens vraagt ons niet, dat wij het met hem eens zullen zijn, hij verwacht zelfs critiek. Hij eist van ons wel, dat wij met zijn problematiek op de hoogte zijn en ons oordeel daarover eventueel geven. Zijn wij niet op de hoogte, dan laat hij ons praten, luistert ternauwernood en trekt zich schouderophalend terug.

*) Zie Heinrioh Lange, „Geschichte der Grundlagen der Physik" I, München, 1954, S. 10. '

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MODERN LEVENSGEVOEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's