Kroniek
Temidden van de wekelijkse stroom van godsdienstige geschriften en kranten met hun volmaakt onbelangrijk en kwasie-diepzinnig geschrijf, bereikte ons het herderlijk schrijven van de Synode over het Christen-zijn in de Nederlandse samenleving, dat toch even onze bijzondere aandacht vraagt. Echter niet omdat het zo belangrijk is, "want dat is het allerminst. Het zal noch de wereld, noch de kerk in haar fundamenten doen schokken. En als ds. Bijlsma in , , In de Waagschaal" denkt, dat uiterst links en uiterst rechts wel weer hysterisch zullen gaan gillen over een middenorthodoxie, die het recht meent te hebben namens de hele kerk te spreken, kunnen wij hem op dit punt tamelijk wel gerust stellen : geen mens zal zich over dit herderlijk schrijven bijzonder zenuwachtig maken en behoefte hebben luidkeels te gaan gillen. Daar is dit schrijven te herderlijk voor, een Symphonie Pastorale, die ook de meest gevoelige zenuwen niet overstuur zal maken, Overigens is het toch eigenlijk meer Symphonie dan pastorale. Want terwijl zelfs in de compositie van het stuk verschillende meesterhanden te ontdekken zijn, hebben ze kans gezien, met merkelijk succes, diverse stemmen van zwaar tot licht harmonisch te verbinden of, misschien beter gezegd, op een moderne wijze naast en tegenover elkaar te laten weerklinken. Maar zulks ten koste van het pastorale, want herderlijk is dit schrijven eigenlijk helemaal niet. De schapen der kudde krijgen geen krachtige herderlijke stem te horen, noch worden met een vaste hand geleid. Ze worden in deze eeuw geacht tot volwassenheid te zijn voortgevaren en in staat te zijn zelf de wegen te kiezen waarlangs hun voet kan gaan. Ze kunnen links stemmen en rechts, hun kinderen naar de Openbare School sturen of naar de Christelijke, zich neutraal organiseren of confessioneel, al naar de geest, die blaast waarheen hij wil, het belieft hen te drijven.
Als ds. Bijlsma er dan ook blij mee is dat dit stuk in de Synode met overgrote meerderheid van stemmen is aanvaard, moet ook zijn blijdschap er een met mate zijn. Het is heus niet zo'n wonder, dat er weinig tegenstemmers waren. Wanneer iemand in gemengd gezelschap bij wisselvallig weer in het prille voorjaar aan één stuk door zit te beweren, dat het vriezen èn dooien kan, dan zal tenslotte niemand, die zelf weinig verstand van de weersgesteldheid heeft, er veel behoefte aan hebben te protesteren.
In de kerk zélf zal dit herderlijk schrijven dan ook niet veel protest ontlokken. Evenmin als bijval. Het zal nauwelijks weerklank vinden. Behalve een paar dominees, zullen weinigen het tot op de helft lezen. Invloed zal het niet hebben. Althans niet ten goede. En het zal geen zwakke of dwalende schapen in de rechte sporen en tot de grazige weiden leiden. Het verdiende beter, om de zorg en arbeid, eraan besteed. Maar aan zulke zendbrieven heeft niemand iets. Het kan best, zoals ds. B. schrijft, een echt Hervormd geluid zijn. Maar geen mens zal er door opgeschrikt worden, noch verkwikt. Het roept niet ten strijde en meldt geen vrede. Het geeft alleen maar een onzeker geluid.
Het is een vreemdsoortige coïncidentie, dat op de classicale vegaderingen tegelijk geconsidereerd moet worden over de voorstellen betreffende de (minderheden, die reeds gekwalificeerd zijn als een reglementering der kerkelijke ontucht én over de toelating van de vrouw tot de ambten. Men moet de geest van de profeet Hosea zelf hebben om in adaequate beeldspraak deze droeve ontering van de heiligheid der Kerk, onze geestelijke Moeder, te typeren en met haar te twisten. En zijn geloof om hier nog hoop te hebben en in de chaos van zo'n Jizreël het zaaien Gods te kunnen ontdekken of verwachten.
En buiten de Hervormde Kerk ? In de Gereformeerde Kerken kibbelen ze voort over de kwestie of ze zich aan moeten sluiten bij de Wereldraad of bij de I.C.C.C. En of een gereformeerd dominée in een Hervormde kerk mag preken.
In de Chr. Geref. kerk over de vraag of een Chr. Geref. dominee een beroep mag aannemen naar de Christian Reformed Church.
Terwijl ze bij Art. 31 helemaal naar worden van al de conflicten, die de grond- en topvergaderingen te verwerken krijgen, op wie heden elk vrijgemaakt gemeentelid zich beroept als hij iets tegen zijn broeder heeft. Op grond van Art. 31 D.K.O. !
Ondertussen herdenkt het vaderland zijn tienjarige bevrijding, die ongeveer samenviel met de bevrijding van de Hervormde kerk van synodale banden van Art. 31 idem. , , De strik is gebroken en wij zijn ontkomen.... !"
Wel zucht het vaderland heden onder een , , netwerk van verordeningen, reglementen, voorschriften, besluiten, wetten en beslissingen", die het nooit had aanvaard als niet Hitler ons geleerd had , , 'maar te berusten in de bemaatregeling van zowat alles wat in het leven maar te bemaatregelen is". (Zwingli).
En de Hervormde kerk onder , , een kerkorde, die het volkomen evenbeeld is in godsdienstig-kerkelijke zin van de tot in kleinste onderdelen door overheidsmaatregelen geordende maatschappij". Onder een reglementenbundel, die nog veel dikker is dan de oude. , , En nu moet u dat pas uitgekomen , , dienstboek" eens zien. Dat heeft maar eventjes 424 dundrukbladzijden". (Alweer , , Zwingli").
De Synodale Gereformeerde Kerken zuchten onder haar eigen vervangingsformule.
En Art. 31 zucht onder Art. 31. (De Reformatie). Maar dat alles mag niet hinderen !
, , Wij leven vrij, wij leven blij "
, , Ein Raüber singt: wir sind sofrei So selig, meine Brüder!
Er singt's. An seinem Wang' Sleicht eine Träne nieder".
(Nicolaas Lenau).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's